Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Tijdelijke subsidieregeling culturele infrastructuur regio Gelderse Stedendriehoek gemeente Zutphen 2025-2027

Gemeente Zutphen (penvoerder namens regio Gelderse Stedendriehoek)

Voor instellingen zonder winstoogmerk en gemeenten in de regio Gelderse Stedendriehoek die culturele activiteiten organiseren op het gebied van podium- en presentatieplekken, popmuziek, amateurkunst en erfgoed.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 902k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Eenmalige subsidie voor instellingen in de regio Gelderse Stedendriehoek (gemeenten Apeldoorn, Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen) voor culturele activiteiten op het gebied van podium- en presentatieplekken, popmuziek, amateurkunst, erfgoed en cultuurdeelname van jongeren in de periode 1 april 2025 tot 31 december 2027. Totaal subsidieplafond € 902.000.

Voor wie is het bedoeld?

Voor instellingen zonder winstoogmerk en gemeenten in de regio Gelderse Stedendriehoek die culturele activiteiten organiseren op het gebied van podium- en presentatieplekken, popmuziek, amateurkunst en erfgoed.

Instelling_zonder_winstoogmerkGemeente

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor versterking van culturele infrastructuur
  • Financiering van popmuziek- en amateurkunstactiviteiten
  • Ondersteuning van erfgoedprojecten en beeldende kunst
  • Cultuurdeelname van jongeren vergroten

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten plaatsvinden in de periode 1 april 2025 tot 31 december 2027
  • Instelling moet rechtspersoonlijkheid hebben zonder winstoogmerk of een gemeente zijn
  • Activiteiten moeten aansluiten bij de doelstellingen: versterking culturele infrastructuur, cultuurdeelname jongeren, verbondenheid inwoners en bezoekers
  • Sluitende begroting vereist (totale kosten volledig gedekt door inkomsten inclusief subsidie)
  • Loonkosten maximaal € 60 per uur; uurtarief derden maximaal € 60 per uur inclusief btw
  • Verantwoording met aanvraag subsidievaststelling uiterlijk 31 maart 2028

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een instelling_zonder_winstoogmerk of gemeente
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging, Overheid
Uw sector/SBI valt onder: cultuur
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Zutphen (penvoerder namens regio Gelderse Stedendriehoek).

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het subsidieplafond bedraagt € 902.000,-.
Tijdelijke subsidieregeling culturele infrastructuur regio Gelderse Stedendriehoek gemeente Zutphen 2025-2027
  • Toon brontekst
    Tijdelijke subsidieregeling culturele infrastructuur regio Gelderse Stedendriehoek gemeente Zutphen 2025-2027
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,
    gelet op artikel(en) 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2025;
    overwegende dat:
    - het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen als penvoerder van de gemeenten in de regio Gelderse Stedendriehoek bij het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland subsidie heeft aangevraagd voor het uitvoeren van het plan: ”Samen voor de makers van de toekomst - De Gelderse Stedendriehoek zet in op culturele infrastructuur en projecten met impact” (hierna: het Regioplan van de Gelderse Stedendriehoek 2025-2027);
    - de gemeente Zutphen de door de Gedeputeerde Staten van Gelderland verleende subsidie wil gebruiken om subsidie te verlenen aan instellingen in de regio Gelderse Stedendriehoek die subsidie aanvragen voor door hen in de periode vanaf 1 april 2025 tot en met 31 december 2027 te (laten) organiseren en (laten) uitvoeren subsidiabele activiteiten zoals beschreven in het Regioplan van de Gelderse Stedendriehoek 2025-2027;
    b e s l u i t :
    vast te stellen de
    Tijdelijke subsidieregeling culturele infrastructuur regio Gelderse Stedendriehoek gemeente Zutphen 2025-2027
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    Deze regeling verstaat onder:
    - Algemene subsidieverordening: de geldende Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen;
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    - BIS-instellingen: instellingen die bijdragen aan de culturele Basis Infra Structuur;
    - college: het college van burgemeester en wethouders;
    - regio Gelderse Stedendriehoek: de door Gedeputeerde Staten van Gelderland gedefinieerde regio, die bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen;
    - het Regioplan: het plan van de regio Gelderse Stedendriehoek voor de periode 2025-2027 met de titel “Samen voor de makers van de toekomst - De Gelderse Stedendriehoek zet in op culturele infrastructuur en projecten met impact” d.d. 7 maart 2025 met bijbehorende financiële begroting d.d. 3 juni 2025;
    - instelling: een in de regio Gelderse Stedendriehoek gevestigde instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk óf een gemeente die verantwoordelijk is voor het (laten) organiseren of (laten) uitvoeren van activiteiten op het gebied van cultuur en erfgoed zoals bedoeld in het Regioplan.
    
    Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling
    1..
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de door het college aan de in artikel 1, onder g. vermelde instellingen te verstrekken eenmalige subsidies, voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen zoals beschreven in het nader omschreven in het tweede lid.
    2..
    Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die aansluiten bij de volgende doelstellingen:
    - het versterken van de culturele infrastructuur op het gebied van podium- en presentatieplekken, popmuziek en amateurkunst;
    - het vergroten van deelname van jongeren aan kunst en cultuur en inzicht krijgen in hun behoeftes op dit gebied;
    - het versterken van de verbondenheid van inwoners en bezoekers aan de regio Gelderse Stedendriehoek door een netwerk van aantrekkelijke erfgoedlocaties en beeldende kunst.
    
    Artikel 3 Subsidiecriteria, beoordeling aanvragen
    1..
    De te subsidiëren activiteiten voldoen aan één of meer van de volgende criteria, weergegeven per doelstelling:
    - het versterken van de culturele infrastructuur op het gebied van podium- en presentatieplekken, popmuziek en amateurkunst; op het gebied van het netwerk regionale grote en kleine podia/ open podia: verder versterken van een netwerk van regionale podia en presentatieplekken op organisatorisch niveau en door programmering; het versterken van samenwerking tussen grote en kleinere podia; het aanbieden van een podium aan regionale amateurverenigingen en beoefenaars van amateurkunst; het stimuleren van cultuurdeelname van inwoners uit de regio die niet zo snel in een theater zouden komen;op het gebied van het stimuleren van talentontwikkeling op het gebied van popmuziek:het activeren van aanwezige en toekomstige jonge muzikanten in de regio en het bieden van (nieuwe) ontwikkelmogelijkheden op muzikaal en organisatorisch vlak aan jonge muzikanten; het realiseren van een duurzaam netwerk dat muzikaal talent verder kan helpen;het binden van jongeren aan de regio;het genereren van zichtbaarheid van activiteiten, zichtbaar en vindbaar; op het gebied van de Regionale versterking van de culturele infrastructuur op het gebied van amateurkunst:het bevorderen van regionaal netwerk en infrastructuur amateurkunst, aansluitend op behoeften uit het veld, met een duidelijk gekozen focus qua disciplines; het versterken van de onderlinge samenhang tussen de deelprojecten binnen de regionale samenwerking; het aandragen van innovatie op het gebied van welzijn aan het regionale netwerk;het opzetten van een duurzaam netwerk gedragen door lokale cultuurmakelaars en -coaches en organisaties;
    - het vergroten van deelname van jongeren aan kunst en cultuur en inzicht krijgen in hun behoeftes op dit gebied:jongeren programmeren bij het theater: het versterken van deelname van jongeren bij de (rand-)programmering van de theaters in deze regio; het binden van jongeren aan deze regio en aan cultuur (specifiek het theater);jongeren maken cultuur: het inzicht krijgen in de behoefte van jongeren op het gebied van kunst en cultuur waarbij jongeren in hun kracht worden gezet;het binden van jongeren aan deze regio en aan cultuur;het opzetten van projecten onder begeleiding van een professioneel kunstenaar of kunstenaars waarbij de projecten kunst in de openbare ruimte en erfgoed incorporeren; het delen van de opgedane kennis en inzichten, breder dan deelnemers van dit project;
    - het versterken van de verbondenheid van inwoners en bezoekers aan de regio Gelderse Stedendriehoek door een netwerk van aantrekkelijke erfgoedlocaties en beeldende kunst: Rondje Erfgoed: het realiseren van betekenisvolle verbindingen tussen erfgoed en regionale identiteit; het vergroten, voor en met inwoners en bezoekers van de regio, van de zichtbaarheid van het erfgoed en de relatie ervan met de regionale identiteit;de mate van inspanningen waarmee de route blijvend onder de aandacht wordt gebracht van inwoners van en bezoekers aan de regio Gelderse Stedendriehoek, en vooral voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 6-12 jaar;het versterken van het netwerk van deelnemende erfgoedinstellingen;Rondje Erfgoed - Kunst op de kaart:het bevorderen van samenhang tussen erfgoedlocaties, cultuuraanbod en kunstwerken in de publieke ruimte in de regio Gelderse Stedendriehoek; het bevorderen van culturele infrastructuur en cultuurdeelname van inwoners en bezoekers van de regio Gelderse Stedendriehoek; de mate waarin creatieve makers gaan interacteren met het verhaal van onze regio, opdat er nieuwe verhalen, perspectieven of inzichten ontstaan.
    2..
    Het college beoordeelt de ingediende aanvragen aan de hand van de in het eerste lid vermelde criteria, waarbij een project hoger scoort naarmate een initiatief:
    - voldoet aan meerdere van de in het eerste lid vermelde criteria;
    - een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meerdere criteria.
    
    Artikel 4 Aanvraag om subsidieverlening, afhandeling
    1..
    Een aanvraag om subsidieverlening moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.
    2..
    Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan een instelling, zoals bedoeld in artikel 1, onder g. van deze subsidieregeling.
    3..
    De aanvraag moet worden ingediend vóór 31 juli 2025. Een aanvraag die niet tijdig is ingediend, wordt buiten behandeling gelaten.
    4..
    Als de aanvrager de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag om subsidie aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop het college de aanvulling op de aanvraag om subsidie heeft ontvangen. Een aanvraag om subsidie die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, wordt buiten behandeling gelaten.
    5..
    Het college besluit uiterlijk op 21 augustus 2025 op een aanvraag om subsidieverlening. Het college kan deze termijn eenmalig voor ten hoogste vier weken verdagen.
    
    Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens
    In afwijking van het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening, moet de aanvrager bij een aanvraag om subsidieverlening de volgende gegevens overleggen:
    - een beschrijving en planning van de activiteiten op het gebied van cultuur en erfgoed waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    - hoe de activiteiten voldoen aan de in artikel 3 vermelde criteria;
    - de wijze waarop en door wie de activiteiten worden uitgevoerd;
    - de wijze waarop de activiteiten onder de aandacht worden gebracht van de inwoners en andere belanghebbenden in de regio en daarbuiten;
    - een sluitende begroting van de activiteiten. Van een sluitende begroting is sprake, wanneer de totale kosten volledig worden gedekt door inkomsten, inclusief het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
    
    Artikel 6 Subsidieplafond, wijze van verdeling
    1..
    Het subsidieplafond bedraagt € 902.000,-.
    2..
    De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.
    
    Artikel 7 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten
    1..
    Subsidiabel zijn die kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college nodig zijn voor het organiseren van de activiteiten.
    2..
    Niet-subsidiabel zijn de kosten:
    - die op grond van artikel 1.3.4 van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023, geldend vanaf 6 mei 2025, niet-subsidiabel zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.11.7 van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023, geldend vanaf 6 mei 2025;
    - die door de subsidieontvanger zijn of worden gemaakt buiten de periode van 1 april 2025 tot en met 31 december 2027.
    3..
    Door subsidieontvanger te maken loonkosten door de inzet van extra uren wegens door hen georganiseerde en/ of uitgevoerde subsidiabele activiteiten zijn subsidiabel tot een maximum van € 60,- per uur.
    4..
    Voor zover subsidieontvanger derden inhuurt voor het organiseren en/ of uitvoeren van subsidiabele activiteiten is het uurtarief van die derden slechts subsidiabel tot een maximum van € 60,- per uur (inclusief btw).
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval als:
    - niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling;
    - de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de regio Gelderse Stedendriehoek of haar inwoners of onvoldoende ten goede komen aan de regio Gelderse Stedendriehoek of haar inwoners.
    
    Artikel 9 Betaling en bevoorschotting
    1..
    Als een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven, wordt een voorschot van 80% verstrekt. Dit voorschot wordt betaald in 3 termijnen:
    - termijn 1: bij verlening (26% van totale subsidiebedrag);
    - termijn 2: juni 2026 (27% van het totale subsidiebedrag).
    - termijn 3: juni 2027 (27% van het totale subsidiebedrag).
    2..
    Het resterende deel (20%) wordt betaald bij vaststelling van de subsidie.
    
    Artikel 10 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling
    1..
    Een aanvraag om subsidievaststelling moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.
    2..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 19, eerste lid, onder a. en artikel 20, eerste lid, onder a. van de Algemene subsidieverordening, dient de subsidieontvanger uiterlijk 31 maart 2028 bij het college een aanvraag tot vaststelling in.
    3..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 19, tweede lid en artikel 20, tweede lid van de Algemene subsidieverordening, bevat de aanvraag tot vaststelling:
    - een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
    - een overzicht van gemaakte en betaalde kostenposten, afgezet tegen de posten van de oorspronkelij
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.