Subsidieregeling landbouw Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Landbouwbedrijven (met name melkveehouderijen) in Zuid-Holland die willen investeren in natuurinclusief werken, emissieverlagingen en verduurzaming.
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor landbouwbedrijven in Zuid-Holland ter ondersteuning van natuurinclusief werken, emissieverlagingen en bedrijfsverduurzaming. De regeling bevat bepalingen voor onder meer meetsystemen voor ammoniakemissies in melkveehouderijen.
Voor wie is het bedoeld?
Landbouwbedrijven (met name melkveehouderijen) in Zuid-Holland die willen investeren in natuurinclusief werken, emissieverlagingen en verduurzaming.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik ben melkveehouder in Zuid-Holland en wil mijn ammoniakemissies meten en verlagen
- Ik wil mijn landbouwbedrijf verduurzamen en zoek provinciale steun
- Ik wil natuurinclusief gaan werken op mijn bedrijf in Zuid-Holland
Voorwaarden
- Landbouwbedrijf in Zuid-Holland
- Voor melkveehouderijen: naleving van eisen stalmeten (Bijlage 1)
- Meetinstantie moet voldoen aan minimaal één van drie voorwaarden (NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018 accreditatie, Vlaamse VLAREL erkenning, of kwaliteitsvereisten)
- Indiening van meetplan per stalgebouw
- Steun onderworpen aan de-minimisverordening voor landbouwsector (Verordening EU 1408/2013)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
- Subsidieregeling landbouw Zuid-HollandOfficiële regelgeving (CVDR) · lokaleregelgeving.overheid.nl7 jul 2026
Toon brontekst
Subsidieregeling landbouw Zuid-Holland Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; Overwegende dat in het Coalitieakkoord Krachtig Zuid-Holland 2023-2027 is afgesproken dat de provincie ondernemers in de landbouwsector ondersteunt bij natuurinclusief werken, het verlagen van hun emissies en de verduurzaming van hun bedrijf; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling landbouw Zuid-Holland Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop berustende openstellingsbesluiten wordt verstaan onder: - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - De-minimisverordening voor de landbouwsector: Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352), dan wel de later daarvoor in de plaats tredende verordening; - bedrijfsadviseur: natuurlijk persoon of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem en niet werkzaam is bij een onderneming die landbouwproducten, gewasbeschermingsmiddelen, diervoeders, landbouwmechanisatieproducten of meststoffen verkoopt of een onderneming die in een groep verbonden is aan een onderneming die deze producten verkoopt; - KringloopWijzer: database, te raadplegen via www.mijnkringloopwijzer.nl - landbouwbedrijf: eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt als bedoeld in artikel 2, onder 6, van de Landbouwvrijstellingsverordening, met uitzondering van een glastuinbouwbedrijf; - Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327); - melkveehouderij: landbouwbedrijf waarin melkkoeien worden gehouden voor de productie van melk of de vermeerdering van melkkoeien. Artikel 1.2 Openstellingsbesluiten 1.. Gedeputeerde staten stellen nadere regels in de vorm van openstellingsbesluiten vast voor de projecten waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend. 2.. Gedeputeerde staten kunnen in de openstellingsbesluiten, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval nadere regels opnemen over de volgende onderwerpen: - subsidiabele activiteiten; - doelgroep; - subsidievereisten; - aanvraagperiode; - deelplafond; - subsidiehoogte; - verdelingswijze; - subsidiabele kosten; - niet subsidiabele kosten; - weigeringsgronden; - verplichtingen van de subsidieontvanger; - verantwoording; - bevoorschotting en betaling; - staatssteun; - geografische begrenzing van het gebied. 3.. Indien gedeputeerde staten in een openstellingsbesluit voor de projecten waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend geen deelplafond hebben vastgesteld, bedraagt het deelplafond voor dat onderdeel € 0,00. 4.. In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling worden ingediend binnen de periode genoemd in het openstellingsbesluit, bedoeld in het tweede lid, onder d. Artikel 1.3 Verdelingswijze 1.. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2.. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Awb. 3.. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij: - de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt; - de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie; - subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Hoofdstuk 2 Projectsubsidies Paragraaf 1 Bedrijfsontwikkelplannen melkveehouderijen Artikel 2.1.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf en het daarop berustende openstellingsbesluit wordt verstaan onder: - bedrijfsontwikkelplan: document dat voldoet aan de eisen in artikel 2.1.4, tweede lid; - nevenactiviteiten: een of meerdere extra activiteiten naast of aanvullend op de productie van melk of de vermeerdering van melkkoeien. Artikel 2.1.2 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor het laten opstellen van een bedrijfsontwikkelplan door een bedrijfsadviseur. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3.. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan het stimuleren en faciliteren van melkveehouderijen bij de omschakeling naar een duurzame wijze van ondernemen. Artikel 2.1.3 Doelgroep Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2.1.2 wordt uitsluitend verstrekt aan een melkveehouderij. Artikel 2.1.4 Subsidievereisten 1.. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.1.2 in aanmerking te komen, dienen de stalgebouwen van de melkveehouderij gelegen te zijn in de provincie Zuid-Holland. 2.. Onverminderd het eerste lid, geldt voor het bedrijfsontwikkelplan dat deze dient te worden opgesteld door een bedrijfsadviseur, en de volgende inhoudelijke onderdelen bevat: - een kwantitatieve beschrijving van de huidige milieuprestaties van het bedrijf op basis van de data in de KringloopWijzer; - een kwalitatieve beschrijving van de maatregelen waarmee de melkveehouderij bijdraagt en gaat bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van ammoniak richting maximaal 40 kg NH3 per hectare per jaar, in combinatie met minimaal vier van de volgende onderwerpen:minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; minder uitstoot van broeikasgassen;minder uit- en afspoeling van nitraat en fosfaat; grotere biodiversiteit;meer duurzaam bodembeheer;meer circulariteit;meer dierenwelzijn en diergezondheid; - een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de wijze waarop de maatregelen, bedoeld onder b, gefinancierd kunnen worden en wat de bedrijfseconomische effecten van het uitvoeren van het bedrijfsontwikkelplan zijn; - indien de melkveehouderij wil verbreden met nevenactiviteiten wordt, in aanvulling op het bepaalde onder a, b en c, kwalitatief beschreven op welke wijze deze activiteiten passen binnen de melkveehouderij, welke investeringen en maatregelen hiervoor nodig zijn en op welke wijze deze nevenactiviteiten passen binnen de geldende regels voor de fysieke leefomgeving zoals opgenomen in het omgevingsplan. Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als: - de melkveehouderij reeds voor dezelfde activiteit subsidie op grond van een andere subsidieregeling heeft aangevraagd of ontvangen; - de aangevraagde subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.1.2, minder bedraagt dan € 2.000,00 per aanvraag; - de melkveehouderij het maximumbedrag aan de-minimissteun, berekend over een periode van drie jaar, reeds heeft ontvangen, of als door verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 2.1.2, dat maximumbedrag wordt overschreden, of als sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 5 van de De-minimisverordening voor de landbouwsector. Artikel 2.1.6 Subsidiehoogte 1.. De hoogte van de subsidie bedraagt 80% van de kosten voor het laten opstellen van een bedrijfsontwikkelplan door een bedrijfsadviseur, tot een maximum van € 6.000,00 per aanvraag. Indien in het bedrijfsontwikkelplan ook wordt ingegaan op nevenactiviteiten, dan bedraagt het maximale subsidiebedrag € 7.000,00 per aanvraag. 2.. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 2.000,00 per aanvraag wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 2.1.7 Niet-subsidiabele kosten De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: - kosten die de bedrijfsadviseur maakt voor de inhuur van personen die organisatorisch of financieel niet onafhankelijk zijn van de melkveehouderij; - de kosten die de melkveehouderij zelf maakt, waaronder de door hemzelf gemaakte uren, voor het laten opstellen van het bedrijfsontwikkelplan; - kosten gemaakt voor de subsidieaanvraag. Artikel 2.1.8 Verplichtingen van de subsidieontvanger In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv dient het bedrijfsontwikkelplan uiterlijk binnen twaalf maanden na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te zijn opgesteld. Artikel 2.1.9 Verantwoording De melkveehouderij toont desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht, en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, door middel van een gespecificeerde factuur. Artikel 2.1.10 Bevoorschotting en betaling 1.. Het voorschot bedraagt 100% van het bij beschikking te verlenen subsidiebedrag. 2.. Betaling van het subsidiebedrag vindt in één keer plaats als voorschot bij de beschikking tot subsidieverlening. Artikel 2.1.11 Staatssteun Subsidie wordt verleend overeenkomstig de De-minimisverordening voor de landbouwsector. Paragraaf 2 Technieken ammoniakreductie melkveehouderijen Artikel 2.2.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf en het daarop berustende openstellingsbesluit wordt verstaan onder: - investeringsplan: document dat voldoet aan de eisen in artikel 2.2.4, derde lid; - huisvestingssysteem: systeem met code HA1.38 in bijlage V van de Omgevingsregeling; - installatie: koetoilet, spoelinstallatie, of stikstofkraker; - koetoilet: urine-opvangstation waarmee de ammoniakemissies van een melkveehouderij gereduceerd worden; - spoelinstallatie: installatie die de ammoniakemissies van een melkveehouderij reduceert door de loopvloer meerdere malen per dag te sproeien met minimaal 10 liter water per vierkante meter loopoppervlak per dag; - stikstofkraker: installatie die de ammoniakemissie van een melkveehouderij reduceert door de drijfmest of digestaat te scheiden in een dikke en dunne fractie en de dunne fractie te strippen en scrubben en waardoor de gestripte ammoniak wordt omgezet in ammoniumnitraat of ammoniumsulfaat. Artikel 2.2.2 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor: - de aanschaf van een staltechniek ten behoeve van de aanpassing van een stalgebouw naar het huisvestingssyteem; - de aanschaf van een koetoilet; - de aanschaf van een spoelinstallatie; - de aanschaf van een stikstofkraker. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3.. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan het stimuleren van maatregelen die leiden tot de reductie van ammoniakemissie en is daarmee gericht op de doelstelling in artikel 14, derde lid, onder g, van de Landbouwvrijstellingsverordening. Artikel 2.2.3 Doelgroep Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.2 wordt uitsluitend verstrekt aan een melkveehouderij. Artikel 2.2.4 Subsidievereisten 1.. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.2 in aanmerking te komen, dienen de stalgebouwen van de melkveehouderij waar het huisvestingssyteem of de installatie wordt toegepast, gelegen te zijn in de provincie Zuid-Holland. 2.. Onverminderd het eerste lid, geldt dat om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, onder a, in aanmerking te komen, de staltechniek moet worden geïnstalleerd en gebruikt zoals omschreven in de systeembeschrijving voor het huisvestingssyteem in bijlage V van de Omgevingsregeling. 3.. Onverminderd het eerste en tweede lid, geldt dat de melkveehouderij ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening beschikt over een door een bedrijfsadviseur opgesteld investeringsplan ten behoeve van de aan te schaffen staltechniek voor he […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.