Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024
Gemeente Zaanstad
Voor kinderopvangorganisaties (houders kinderopvang) die geregistreerde kindercentra exploiteren in Zaanstad en voorschoolse en vroegschoolse educatie aanbieden aan kinderen van 2,5 tot 6 jaar.
Ook bekend als VVE-regeling Zaanstad
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid in Zaanstad. Richt zich op kinderopvang en educatie voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar, met ondersteuning voor doelgroeppeuters en leerlingen met onderwijsachterstanden.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvangorganisaties (houders kinderopvang) die geregistreerde kindercentra exploiteren in Zaanstad en voorschoolse en vroegschoolse educatie aanbieden aan kinderen van 2,5 tot 6 jaar.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor kindercentra met voorschoolse educatie
- Financiering van peuteropvang en VVE-programma's
- Ondersteuning van onderwijsachterstandenbeleid in kinderopvang
Voorwaarden
- Kindercentrum moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang
- Subsidie wordt verstrekt voor de duur van een kalenderjaar
- Subsidieaanvraag moet uiterlijk 1 oktober worden ingediend
- Aanvraag moet volledig zijn; onvolledige aanvragen krijgen hersteltermijn van twee weken
- Voor voorschoolse educatie is indicatiestelling door Centrum Jong of aangewezen organisatie vereist
- Beoordeling gebeurt op basis van naleving subsidievoorwaarden, subsidieplafond en verdeelsleutel
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
- Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 - Gemeente Zaanstad Spring naar content Menu # Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 De gemeente Zaanstad vindt het belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen voor ontwikkeling en ontplooiing. We zien dat dit nog niet altijd het geval is en dat sommige kinderen toch een achterstand oplopen. Samen met kinderopvang, onderwijs en de GGD werkt de gemeente daarom gericht aan het stimuleren van gelijke onderwijskansen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het Onderwijskansenbeleid Zaanstad . Voor activiteiten ter stimulering van gelijke onderwijskansen kunnen houders van kinderopvang, schoolbesturen en maatschappelijke organisaties subsidie aanvragen. In de Algemene Subsidieverordening (ASV) 2023 en de Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 staat voor welke activiteiten u subsidie kunt aanvragen en aan welke voorwaarden u moet voldoen om in aanmerking te komen. De subsidietarieven voor 2026 zijn uitgewerkt in de subsidieregeling en in: VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026 - Voor de tarieven van de Voor- en vroegschoolse educatie 2026, kunt u het tarievenblad onderaan deze pagina raadplegen. - ABC-indeling 2024 - ABC-indeling 2026 ## Mee te zenden bijlagen Bij een aanvraag voor Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) moet u de volgende bijlagen mee sturen: - Begroting met alle inkomsten en uitgaven voor de activiteiten voor deze subsidie. - De afspraken met omliggende scholen over de doorlopende leerlijn. - De samenwerkingsafspraken met het Centrum Jong - Beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan ouderbetrokkenheid. - Checklist VVE Bij een aanvraag voor Onderwijskansenbeleid (OKB) moet u de volgende bijlagen mee sturen: - Activiteitenplan - Een begroting van de kosten van de activiteiten en de verwachte inkomsten - Opgave van andere subsidieaanvragen en/of donaties. ## Aanvraag indienen - Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Houders van kinderopvang, schoolbesturen en maatschappelijke organisaties kunnen tot en met 1 oktober een subsidieaanvraag indienen voor het realiseren van ‘voorschoolse educatie’ in het volgend kalenderjaar. - Onderwijskansenbeleid (OKB) Schoolbesturen en maatschappelijke organisaties kunnen tot en met 1 juni subsidie aanvragen voor ‘onderwijskansenbeleid’ voor het volgend schooljaar. Aanvraag indienen ## Tarievenblad Voor- en vroegschoolse educatie 2026 Specificatie van de tarieven als bedoeld in artikel 2.4 van de Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024. Datum: geldig vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Uurtarief voorschoolse educatie € 12,05 Uurtarief peuterspelen € 11,23 Compensatie VVE-tarief – werkende ouder(s) € 0,82 Dagdeelvergoeding voorschoolse educatie A-locatie = € 8.162,00 per dagdeel per jaar B-locatie = € 5.102,00 per dagdeel per jaar Toewijzing A-, B- en C-locaties conform vastgesteld overzicht van locaties. Maatwerkvergoeding € 2.551,00 per kind per jaar. Met een maximum van € 15.305,00 per locatie per jaar. Toewijzing op basis van aantal doelgroepkinderen op C-locaties bij aanvraag en realisatie. Toewijzing C-locaties conform vastgesteld overzicht van locaties. Organisatiekosten Er wordt een vergoeding verstrekt van € 12.754,00 per jaar per organisatie.
Toon brontekst
Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad, gelet op: - de Wet kinderopvang; - de bestuurlijke afspraken ‘Een aanbod voor alle peuters’ tussen de VNG en het Rijk; - de artikelen 165, 166 en 167 van de Wet op het primair onderwijs; - het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid; - artikel 2, derde lid, van de Algemene Subsidieverordening Zaanstad (ASV) 2023; - Onderwijsachterstandenbeleid 0 – 12 jaar voor Zaanstad; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling Voor- en vroegschoolse voorzieningen en onderwijsachterstandenbeleid Zaanstad 2024 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen - In deze regeling wordt verstaan onder ‘geregistreerd kindercentrum’, ‘kinderopvangtoeslag’ en ‘ouder’ dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang. - In deze regeling wordt verder verstaan onder: ABC-indeling: scholen en voorschoolse voorzieningen zijn verdeeld in A-locaties met de meeste onderwijsachterstanden, B-locaties met gemiddelde onderwijsachterstanden en C-locaties met de minste onderwijsachterstanden. Deze indeling van locaties wordt bepaald op basis van de gegevens van het CBS en informatie van de kinderopvangorganisaties. Dit wordt periodiek bijgesteld, vastgesteld door het college;ASV: Algemene Subsidieverordening Zaanstad (ASV) 2023;beleidsgroep OAB: een overlegplatform tussen beleidsmedewerkers van de gemeente, primair onderwijs, kinderopvang, Centrum Jong en andere organisaties die zich bezig houden met onderwijsachterstandenbeleid, waarin thema’s met betrekking tot het beleid rond worden besproken;bovenbestuurlijke activiteiten: activiteiten die worden georganiseerd voor alle kinderen in het Zaanse onderwijs namens meerdere schoolbesturen;Centrum Jong: het Centrum voor jeugd en gezin in de gemeente Zaanstad; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad; dagdeel voorschoolse educatie: voorschools VVE-programma dat gedurende 40 weken per jaar elke week een dagdeel van 4 uur wordt aangeboden;doelgroeppeuter: peuters die in aanmerking komen voor deelname aan een voorschools VVE-programma, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie;gemeente: gemeente Zaanstad;houder kinderopvang: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert in de gemeente Zaanstad; huurkostencompensatie voorschoolse educatie: een compensatie in de vorm van subsidie voor een gedeelte van de huurkosten voor het uitvoeren van voorschoolse educatie in een nieuwbouw voorschoolse educatie ruimte in een IKC;Integraal Kindcentrum (IKC): een netwerk voor kinderen en hun ouders dat bestaat uit verschillende basisvoorzieningen, waaronder in ieder geval basisonderwijs, een voorschoolse voorziening en welzijn. Doorgaande lijnen in educatie, ontwikkeling en opvang en zorg zijn kenmerken van de samenwerking;kindplaats: plaats voor één kind in een voorschoolse educatie of peuteropvang, gebaseerd op totaal 640 uur per jaar, verdeeld over 40 weken per jaar en verspreid over maximaal 4 dagdelen van 4 uur;kinderen: kinderen woonachtig in gemeente Zaanstad in de leeftijd 2,5 jaar tot aan het einde van de basisschoolperiode; leerlingen: kinderen, die bij een basisschool zijn ingeschreven; niet-werkende ouders: ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;ouderbijdrage: inkomensafhankelijke vergoeding die niet werkende ouders betalen aan de houder Kinderopvang als bijdrage in de kosten voor de plaats voor Voorschoolse educatie of Peuteropvang van hun kind;ouderbetrokkenheid: educatief partnerschap tussen ouders en de voorschoolse voorziening/school van hun kind, om elkaar wederzijds te ondersteunen en elkaars bijdrage in de begeleiding van kinderen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel het leren, de motivatie en de ontwikkeling van kinderen te bevorderen;peuters: kinderen in de leeftijd 2,5 jaar tot en met 4 jaar;peuteropvang: ontwikkelingsgerichte opvang voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot en met 4 jaar;schoolbestuur: het bevoegde gezag van een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dat een van overheidswege bekostigde basisschool in stand houdt;schoolse periode: de periode dat een kind basisonderwijs geniet; meestal betrekking hebbend op kinderen in de leeftijd 4 tot en met 12 jaar; stuurgroep OAB: een overlegplatform tussen bestuurders van de gemeente, primair onderwijs, kinderopvang, Centrum Jong en andere organisaties die zich bezig houden met onderwijsachterstandenbeleid, waarin thema’s met betrekking tot het beleid rond worden besproken;toezichthouder: toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de Wet kinderopvang;voor- en vroegschoolse educatie (VVE): ontwikkelingsgericht aanbod voor doelgroeppeuters en leerlingen in de leeftijd 2,5 tot en met 6 jaar, gericht op het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden;voorschoolse periode: de periode voorafgaand aan de basisschool; voor kinderen in de leeftijd 2,5 tot en met 4 jaar; voorschoolse educatie: ontwikkelingsgericht aanbod voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot en met 4 jaar, gericht op het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden; voorschoolse voorziening: een voorziening voor alle kinderen van 2,5 tot en met 4 jaar van werkende en niet werkende ouders in de gemeente Zaanstad waar opvang, ontwikkelings- en taalstimulering en samen spelen centraal staan, waarbij kinderen die het nodig hebben, extra ondersteuning wordt geboden om een achterstand te voorkomen of in te lopen;vroegschoolse educatie: ontwikkelingsgericht aanbod voor kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 6 jaar, gericht op het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden;werkende ouders: ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;wachtlijst: registratie door de houder van peuters die de startleeftijd van 2,5 jaar voor de voorschoolse educatie hebben bereikt en ingeschreven zijn voor plaatsing op een kindercentrum, maar voor wie geen peuteropvang of voorschoolse educatie beschikbaar is. Artikel 1.2 Toepassingsbereik - Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikelen 2.1, 3.1, 4.1 en 5.1 bedoelde activiteiten. - De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 1.3 Doelstelling Het doel van deze regeling is om door middel van het verstrekken van subsidie te bevorderen dat ieder kind een optimale ontwikkeling krijgt om zijn of haar talenten te ontplooien, door het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden bij kinderen. Artikel 1.4 Algemene toekenningscriteria Schoolbesturen en houders kinderopvang met aantoonbare ervaring in het organiseren van activiteiten gericht op het signaleren en bestrijden van onderwijsachterstanden, kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen voor zover: - inzet gericht is op bereik van de doelstelling zoals genoemd in artikel 1.3; - met de activiteiten zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de feitelijke onderwijsachterstand van leerlingen/kinderen; - het accent primair ligt op vroegtijdig opsporen en aanpakken van taalachterstanden; - de activiteiten passen binnen de ambities en speerpunten van het onderwijsachterstandenbeleid, de onderwijsagenda Zaanstreek en de optimale taalontwikkeling van het meertalig kind. Artikel 1.5 Subsidieplafond en verdeling van middelen - De financiële bandbreedte van deze regeling wordt bepaald door de structurele gemeentelijke middelen voor de basisvoorziening peuterplaatsen en de financiële middelen van het Rijk voor onderwijsachterstandenbeleid. - De in deze regeling genoemde subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld door de raad. - Bij de verdeling van middelen heeft het opzetten en uitvoeren van voorschoolse educatie prioriteit. Uit het resterende budget worden activiteiten gesubsidieerd met als doel kinderen te ondersteunen die door hun omgeving onvoldoende zijn voorbereid op het leren op school of tijdens hun schoolloopbaan onvoldoende gestimuleerd worden waardoor zij een verhoogd risico lopen op onderwijsachterstanden. - Bij de verdeling van middelen gaat extra budget naar de locaties waar dat het meest nodig is om kansen te bieden en achterstanden te bestrijden. Hiertoe zijn wijken, scholen en voorschoolse voorzieningen verdeeld in A-locaties met de meeste onderwijsachterstanden, B-locaties met gemiddelde onderwijsachterstanden en C-locaties met de minste onderwijsachterstanden. De middelen en activiteiten worden zo verdeeld, dat de locaties waar het meeste nodig is de meeste inzet kunnen doen. De indeling van locaties wordt voor de VVE bepaald op basis van de gegevens van het CBS en informatie van de houders kinderopvang. De middelen worden voor het PO verdeeld op basis van leerlingaantal en onderwijsachterstandsscore. Voor de indeling van locaties in het PO wordt de 1 februari telling als peildatum gebruikt. De ABC-indeling wordt jaarlijks uiterlijk 31 maart vastgesteld door het college. Het college houdt zich het recht voor om, in overleg met de Stuurgroep OAB, een wijziging aan te brengen in de categorisering van een locatie op basis van ontwikkelingen bij de locatie. - Indien gelijktijdig meerdere subsidieaanvragen worden ontvangen, en verstrekking van meerdere subsidies zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, krijgen aanvragen van kinderopvangaanbieders met de meeste doelgroepkinderen voorrang. Artikel 1.6 Tarievenblad Het college stelt jaarlijks het ‘Tarievenblad’ vast. Het tarievenblad is een overzicht met alle subsidietarieven die betrekking hebben op de onderhavige subsidieregeling, waaronder het uurtarief, de dagdeelvergoeding, organisatiekosten en de maatwerkvergoeding. Deze bedragen kunnen jaarlijks geïndexeerd worden volgens de gemeentelijke subsidie-index. Hoofdstuk 2 Voorschoolse voorzieningen Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten - Het college verstrekt aan houders kinderopvang per kindplaats een bijdrage in de kosten voor het uitvoeren van de volgende activiteiten: peuteropvang voor een niet-doelgroep-peuter van een niet-werkende ouder. Daarbij wordt per kindplaats 320 uur subsidie verstrekt: voorschoolse educatie voor een doelgroeppeuter. Daarbij worden de volgende kosten vergoed: voor niet werkende ouders wordt voor 640 uur subsidie verstrekt;voor werkende ouders wordt voor de eerste 320 uur subsidie verstrekt voor het verschil tussen het uurtarief van de kinderopvangtoeslagregeling en het vve-uurtarief en voor de laatste 320 uur subsidie verstrekt. - Het college verstrekt aan houders kinderopvang een subsidie als bijdrage in de kosten voor het uitvoeren van een dagdeel voorschoolse educatie op A- en B-locaties conform artikel 1.5, vierde lid. De subsidie is bedoeld voor de volgende VVE-activiteiten: alle bijscholing van personeel voor VVE, inclusief vervanging/verlet uren; aanschaf en onderhoud van kindvolgsysteem; inzet van pedagogisch medewerkers voor coaching van medewerkers en ontwikkeling van pedagogisch beleid; taakuren waaronder gebruik kindvolgsysteem, registratie, warme overdracht; voorbereiding programma; VVE materiaal;HBO coach. - Het college verstrekt aan houders kinderopvang extra subsidie voor A-locaties conform artikel 1.5, vierde lid voor een dagdeel voorschoolse educatie. De houder kinderopvang zet de extra subsidie naar eigen inzicht in, maar deze draagt tenminste bij aan de kwaliteit van de uitvoering van het VVE-programma op de groep door: meer aandacht voor taalaanbod in de groep; het vergroten van de ouderbetrokkenheid; signalering en ondersteuning van kinderen met opvallend gedrag. - Het college verstrekt aan houders kinderopvang voor C-locaties per kindplaats een maatwerkvergoeding voor een doelgroeppeuter die gebruikmaakt van peuterspelen, met een ma […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.