Subsidieverordening peuteropvang gemeente Westervoort 2020
Gemeente Westervoort
Voor kinderopvangaanbieders (geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang) die peuteropvang en/of Voor- en Vroegschoolse Educatie aanbieden in de gemeente Westervoort.
Ook bekend als Subsidieverordening peuteropvang Westervoort 2020
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke subsidieregeling voor peuteropvang (kinderopvang voor 2-4 jarigen) en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in Westervoort. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast; aanvragen moeten voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar worden ingediend.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvangaanbieders (geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang) die peuteropvang en/of Voor- en Vroegschoolse Educatie aanbieden in de gemeente Westervoort.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang in Westervoort
- Financiering voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) programma's
- Jaarlijkse subsidieaanvraag voor kinderopvangaanbieders
Voorwaarden
- Aanvrager moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Activiteiten moeten gericht zijn op de gemeente Westervoort en ten goede komen aan inwoners
- Aanvraag moet voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar worden ingediend
- Verantwoording moet uiterlijk 1 april in het jaar na afloop van het uitvoeringsjaar plaatsvinden
- Moet voldoen aan vigerende wetgeving voor kinderopvang
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jul 2026
- Sluit
- 1 okt 2026
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent peuteropvang (Subsidieverordening peuteropvang gemeente Westervoort 2020) De raad van de gemeente Westervoort; gelezen het voorstel van B&W van 29 november 2019; besluit vast te stellen: Subsidieverordening peuteropvang gemeente Westervoort 2020 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze subsidieverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - College - College van burgemeester en wethouders van gemeente Westervoort. - LRK - Landelijk Register Kinderopvang. - Subsidie - Een gemeentelijke bijdrage die aan een subsidieontvanger – geregistreerd in het LRK - wordt verstrekt - Peuteropvang - In het LRK geregistreerde kinderopvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Er is sprake van een combinatie van twee soorten opvang: gesubsidieerde opvang (niet-toeslagouders) en niet gesubsidieerde opvang (toeslagouders). De opvang is gericht op: spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren, doorverwijzen en/of ondersteunen. - Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) - Een aanbod voorschoolse educatie in de peuteropvang, dat bedoeld is voor vve-peuters. VVE is gericht op voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- - en/of onderwijsachterstanden. VVE wordt vanaf 2 jaar aangeboden. - VVE-programma - Een erkend voorschools programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van peuters van 2 tot 4 jaar wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal emotionele ontwikkeling. Het programma dient opgenomen te zijn in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. - Kinderopvangtoeslag - De tegemoetkoming van de rijksoverheid aan ouders, bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor de in het LRK geregistreerde kinderopvang. - Toeslagouder(s) - Ouder(s) die recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid. - Niet-toeslagouder(s) - Ouder(s) die geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid. Artikel 2. Reikwijdte subsidieverordening Voor de volgende beleidsterreinen kan met ingang van 1 januari 2020 subsidie worden verstrekt: - Peuteropvang en - Voor- en Vroegschoolse Educatie. HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD Artikel 3. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.. Het college stelt jaarlijks het door hem noodzakelijk geachte subsidieplafond vast. 2.. Het college kan nadere regels stellen over de verdeling van het beschikbare bedrag. HOOFDSTUK 3 AANVRAAG SUBSIDIE Artikel 4. De aanvraag 1.. Bij een eerste subsidieaanvraag van een subsidieontvanger moeten de volgende documenten worden meegestuurd: - een uittrekstel Handelsregister Kamer van Koophandel; - verklaring omtrent het gedrag van de rechtspersonen en/of natuurlijke personen; - de statuten of het reglement en - de laatste jaarrekening en jaarverslag. Bij volgende subsidieaanvragen kan worden volstaan met meesturen van de laatste jaarrekening en jaarverslag van de subsidieontvanger (d.). 2.. Een aanvraag voor subsidie dient voor 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar van uitvoering te worden ingediend. 3.. Het college neemt voor 1 januari van het uitvoeringsjaar een besluit over de subsidieaanvraag. HOOFDSTUK 4 VERLENING SUBSIDIE Artikel 5. Verlening subsidie 1.. Het college geeft bij het besluit tot subsidieverlening aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie dient plaats te vinden. 2.. Het college geeft tevens in het besluit de hoogte en de termijnen van de voorschotten aan. HOOFDSTUK 5 WEIGERING SUBSIDIE Artikel 6. Weigering subsidie Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en in artikel 4:35 van de wet geregelde gevallen, worden geweigerd indien: - de activiteiten van de subsidieontvanger niet gericht zijn op de gemeente Westervoort of niet aantoonbaar ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Westervoort; - er gegronde reden is om aan te nemen dat de gelden niet of niet in voldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar is gesteld; - de subsidieontvanger doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; - de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; - verwacht mag worden dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt; - de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van de subsidie onvoldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren; - er reeds subsidie is verstrekt aan de betreffende aanvrager voor dezelfde activiteit. Naast deze 7 weigeringsgronden, wordt de subsidie ook geweigerd als niet aan de vereisten van vigerende wetgeving van kinderopvang wordt voldaan. HOOFDSTUK 6 VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE Artikel 7. Verantwoording subsidie 1.. De subsidie dient uiterlijk 1 april in het jaar na afloop van het uitvoeringsjaar te worden verantwoord. 2.. Het college kan bepalen welke gegevens en documenten hiervoor dienen te worden verstrekt. Artikel 8. Vaststelling subsidie Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. Artikel 9. Inwerkingtreding 1.. Deze regeling treedt op 1 januari 2020 in werking. 2.. De subsidieverordening Voorschools aanbod gemeente Westervoort, vastgesteld Artikel 10. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Subsidieverordening peuteropvang gemeente Westervoort 2020’.
Toon brontekst
Subsidieregeling peuteropvang gemeente Westervoort 2026 Overwegende dat: - Aan alle kinderopvangorganisaties in de gemeente Westervoort de mogelijkheid wordt geboden om een subsidieaanvraag in te dienen voor peuteropvang; - Uit de Wet Kinderopvang volgt dat de verantwoordelijkheid voor peuteropvang bij de gemeente ligt in het geval ouders niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag van het Rijk; - Door het Rijk en de VNG bestuursafspraken zijn gemaakt om zich gezamenlijk in te zetten voor toegankelijke voorschoolse voorzieningen en een groter bereik van peuters, met als doel dat alle peuters naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan; - De wet op het primair onderwijs (WPO) de opdracht geeft om regels vast te stellen over de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie; - Uit de Jeugdwet volgt dat de gemeente de wettelijke taken voor de jeugdhulp uitvoert en samen met het onderwijs (Passend Onderwijs) verantwoordelijk is voor het versterken van preventie en het vroegtijdig onderkennen van ondersteuningsvragen; - Het beleidsplan Onderwijskansen 2023-2026 voor de gemeenten Duiven en Westervoort en de begroting van onderwijsachterstandsmiddelen voor 2026 na consultatie van school- en kinderopvangbesturen is vastgesteld met daarin afspraken over de besteding van de onderwijsachterstandsmiddelen; gelet op de Algemene Subsidieverordening gemeente Westervoort 2025; besluit vast te stellen de Subsidieregeling peuteropvang gemeente Westervoort 2026: Artikel 1. Definities 1.. Pedagogische medewerker VVE: De beroepskracht die geschoold is volgens de wettelijke basisvoorwaarden voor kwaliteit van beroepskrachten in de voorschoolse educatie. 2.. LRK: Landelijk Register Kinderopvang 3.. Geregistreerd kindcentrum: Een kindcentrum dat is opgenomen in het LRK en voldoet aan de wet- en regelgeving voor de kinderopvang. Een locatie wordt aanvullend als een VVE-locatie in het LRK geregistreerd als deze voldoet aan de wet- en regelgeving van de kinderopvang. 4.. Het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort. 5.. Houder: De rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die een in het LRK geregistreerd Kindcentrum exploiteert. 6.. Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. 7.. Inkomensverklaring: Een officiële verklaring van de Belastingdienst inzake de inkomensgegevens aan houder van een persoon in een bepaald inkomensjaar. 8.. Kinderopvangtoeslag (KOT): Kinderopvangtoeslag is een maandelijkse bijdrage van de overheid voor kinderopvang. De toeslag wordt berekend op basis van het inkomen van de ouders en de levenssituatie. Ook het aantal kinderen dat naar een opvang gaat heeft invloed op de hoogte van de toeslag. 9.. Peuter: Kind in de leeftijd van 2 - 4 jaar, woonachtig in Westervoort. 10.. Peutermonitor: Een monitoringsinstrument dat de gemeente en de voorschoolse voorziening inzicht biedt in het aanbod, bereik en de financiën. 11.. Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): Educatie aan de hand van een VVE-programma, verdeeld in een voorschoolse periode (2- en 3-jarigen), doorlopend in de eerste jaren van het basisonderwijs (4- en 5-jarigen), de vroegschoolse periode. 12.. Voorschoolse locatie VVE: Een voorschoolse locatie met een VVE-aanbod waar op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van peuters in ieder geval gestimuleerd wordt op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. 13.. VVE-indicatie: De criteria die het consultatiebureau hanteert voor de VVE-indicatie in de gemeente Westervoort zijn: - Het opleidingsniveau van één of beide ouders of van de verzorgende ouder is maximaal VMBO kaderberoepsgerichte leerweg; - Kinderen met een risico op taalachterstand zonder medische oorzaak bij het kind zelf (Van Wiechen ontwikkelingsonderzoek); - Kinderen uit een taalarme omgeving, waar thuis geen Nederlands gesproken wordt en/of waar laaggeletterdheid is; - Kinderen met een aanwezig risico op onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden; - Kinderen bij wie bij binnenkomst in de voorschoolse voorziening een (taal)achterstand wordt geconstateerd. 14.. Reguliere peuters: Peuters zonder VVE indicatie. 15.. Verzamelinkomen: Door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het hele gezin. 16.. Zware doelgroep-locatie: Een VVE-locatie die in de eerste drie kwartalen van het voorgaande jaar gemiddeld ten minste 40% ingeschreven VVE-geïndiceerde peuters had, gebaseerd op de verhouding tussen het aantal ingeschreven unieke kinderen. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Doel 1.. Deze subsidieregeling is ondersteunend aan de Westervoortse ambitie om alle kinderen in de gemeente Westervoort zonder taal-/ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te laten beginnen. 2.. Met deze subsidieregeling is peuteropvang: - toegankelijk voor peuters met VVE-indicatie vanaf 2 jaar. - ook toegankelijk voor reguliere peuters vanaf 2 jaar van wie ouders geen beroep kunnen doen op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst (niet-KOT); - een basisvoorziening van 8 uur voor reguliere niet-KOT peuters. Voor peuters met een VVE-indicatie is er een aanvullend aanbod van 8 uur per week (in totaal 16 uur peuteropvang per week); - voldoende gespreid binnen de gemeente. Artikel 4 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de doelen zoals hierboven. Artikel 5. Voorwaarden In aanvulling op de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening moet aan de volgende eisen zijn voldaan: - De aanvrager is een geregistreerd kindcentrum of de houder daarvan. - De aanvrager vraagt jaarlijks subsidie aan door het indienen van het door de gemeente geleverde ingevulde aanvraagformulier ondersteuning, met tenminste: Een opgave van het aantal peuters voor wie de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd. Een beschrijving van het aanbod VVE dat is voorzien van informatie over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de VVE. - De aanvraag wordt ingediend voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. - Het geregistreerd kindcentrum en de invulling van het aanbod voldoen voor peuters met VVE-indicatie en voor reguliere peuters aan de kwaliteitseisen van wetgeving. Specifiek voor peuters met VVE-indicatie wordt aanvullend voldaan aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. - Wetgeving en aanverwante regelgeving moeten worden nageleefd. - Het geregistreerd kindcentrum organiseert het aanbod met inachtneming van de subsidiecriteria. - Het geregistreerd kindcentrum verleent medewerking aan een (on)aangekondigde toetsing op kwaliteit. - Het geregistreerd kindcentrum informeert het college over wijzigingen betreffende wachtlijsten voor het aantal reguliere peuters en VVE-peuters. - Het geregistreerd kindcentrum draagt zorg voor de inzet van peuteropvang/VVE voor peuters van ouders die de ouderlijke bijdrage niet (geheel) kunnen dragen. Er is een mogelijkheid voor een gemeentelijke vergoeding. - De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker van het geregistreerd kindcentrum is ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie en betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie en coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie. Artikel 6. De hoogte van de subsidie voor VVE-peuters en reguliere niet-KOT peuters 1.. De subsidie bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter. In de van deze regeling deel uitmakende bijlage ‘Opbouw kostprijs peuteropvang’ wordt de gemeentelijke subsidie per uur peuteropvang en dagopvang beschreven. Het college stelt jaarlijks voor 15 oktober de bijlage als bedoeld in het eerste lid vast. Hierbij wordt als volgt bepaald: - de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang zoals vastgesteld door het Rijk; - de gemeentelijke opslag per uur op basis van landelijke, wettelijke of gemeentelijke ontwikkelingen. 2.. Op het subsidiebedrag wordt de door de houder of het geregistreerd kindcentrum ontvangen ouderbijdrage van alle ouders, die geen recht hebben op KOT, in mindering gebracht. Dit gebeurt op de volgende wijze: . Het college vergoedt aan de houder of het geregistreerd kindcentrum het vastgestelde maximumuurtarief van de toeslagregeling voor dagopvang, zoals deze door de rijksoverheid wordt vastgesteld. Ouders betalen aan de houder of het geregistreerd kindcentrum een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. 3.. Indien een geregistreerd kindcentrum een hoger tarief hanteert dan het maximumuurtarief dat wordt gesubsidieerd, betaalt de ouder het verschil tussen het hogere uurtarief en het maximum tarief altijd zelf. Aan dit verschil kan geen recht op subsidie worden ontleend. 4.. De hoogte van de ouderbijdrage wordt door het geregistreerd kindcentrum bepaald aan de hand van het meest recente verzamelinkomen van de ouder(s). Dit verzamelinkomen wordt bepaald aan de hand van een door de ouders te overleggen inkomensverklaring of door een recente jaaropgave, als er geen aangifte hoeft te worden gedaan voor de inkomensbelastingen. 5.. Voor lid 2 tot en met 4 geldt de door de rijksoverheid vastgestelde ouderbijdragetabel voor de kinderopvang voor het onderdeel dagopvang. 6.. De aanbieder kan voor VE-locaties met gemiddeld meer dan 40% VVE-geïndiceerde peuters een beroep doen op een extra subsidie. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente Westervoort 8 uur per week extra subsidieert voor een periode van 40 weken. Hierbij wordt uitgegaan van loonkosten à € 43,72 per uur, op basis van trede 23, schaal 6 uit de CAO Kinderopvang, inclusief werkgeverslasten. Dit komt neer op een bedrag van € 13.990,00 per locatie per jaar. Artikel 7. Verlening extra subsidie voor locaties met minimaal 40% VVE-geïndiceerde kinderen De gemeente subsidieert een tegemoetkoming voor aanbieders met een relatief hoog aandeel VVE-geïndiceerde peuters. Het gaat hierbij om de volgende criteria en doelen: - De aanbieder kan voor VE-locaties met gemiddeld meer dan 40% VVE- geïndiceerde peuters een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van het gemiddelde aantal unieke kinderen met en zonder VVE-indicatie. Meetmomenten vinden plaats in de eerste drie kwartalen van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Als houders reguliere peuters niet (allemaal) uploaden in de Peutermonitor, leveren zij bij de gemeente gelijktijdig met het uploaden van kwartaalcijfers in de Peutermonitor geanonimiseerde lijsten aan van het totaal aantal reguliere peuters per VE-groep.Het aantal VVE-peuters is te verifiëren via de Peutermonitor. - De inzet van deze aanvullende middelen komt ten goede aan de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie op deze locatie en kan door de aanbieder naar eigen inzicht in worden gezet. Artikel 8. Subsidieplafond 1.. Voor reguliere peuters geldt een jaarlijks subsidieplafond van € 91.917. 2.. Als het subsidieplafond voor reguliere peuters wordt overschreden, wordt subsidie onder kinderopvangaanbieders verdeeld naar rato van het financiële marktaandeel voor subsidie voor reguliere peuters in de maanden januari t/m september voorafgaand aan het betreffende jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (te verifiëren via de Peutermonitor). 3.. Indien een organisatie voor het eerst subsidie aanvraagt, wordt voor de berekening van het relatieve financiële marktaandeel uitgegaan van een bedrag van € 4.500 per VE-groep (berekend over de eerste drie kwartalen). Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde subsidiebedrag voor reguliere niet-KOT p […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.