Versnelde klimaatinvesteringen industrie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (via RVO)
Voor ondernemers in de industrie (SBI-codes C, D, E) die investeren in CO2-reducerende maatregelen voor eigen rekening en risico, zonder subsidie langer dan 5 jaar terugverdientijd.
Ook bekend als VEKI
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor industriële ondernemingen die investeren in CO2-besparende maatregelen (energie-efficiëntie, circulaire economie, infrastructuur voor afvalwarmte/waterstof) met een terugverdientijd langer dan 5 jaar. Maximaal €30 miljoen per project (met uitzonderingen). Totaal budget €123,2 miljoen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor ondernemers in de industrie (SBI-codes C, D, E) die investeren in CO2-reducerende maatregelen voor eigen rekening en risico, zonder subsidie langer dan 5 jaar terugverdientijd.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor energiebesparing in productieproces
- Financiering voor circulaire economie-investeringen
- Steun voor waterstof- of afvalwarmte-infrastructuur
- CO2-reductie in industriële bedrijfsvoering
Voorwaarden
- Project past binnen één van de thema's: energie-efficiëntie, circulaire economie, infrastructuurvoorzieningen (afvalwarmte/waterstof), of overige CO2-verlagende maatregelen
- Investering voor eigen rekening en risico
- Werkzaamheden niet gestart vóór subsidieaanvraag
- Start werkzaamheden binnen 6 maanden na subsidiegoedkeuring
- Project afgerond binnen 4 jaar na start
- Terugverdientijd zonder subsidie langer dan 5 jaar
- Subsidie niet meer dan €80 per ton CO2-vermindering (eerste 15 jaar of levensduur)
- Minimaal €125.000 subsidie voor grote onderneming, €30.000 voor MKB
- Geen onderneming in moeilijkheden
- Techniek klaar voor markt (geen demonstratie-/pilotprojecten)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Zo vraagt u aan
Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.
Naar het aanvraagloketOpenstellingen en rondes
- Start
- 7 mei 2026
- Sluit
- 28 jan 2027
- Budget
- € 123,2 mln
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Documenten
- Bestuursverklaring VEKI.pdf · 2 pag.
Toon documenttekst
Pagina 1 van 2 Bestuursverklaring Vul dit formulier in als u een subsidieaanvraag deed tussen 27 februari 2023 en 2 februari 2026. En als u een verzoek tot vaststelling van subsidie tussen de € 30.000 en € 125.000 doet. Vraagt u € 125.000 of meer dan € 125.000 subsidie aan? Stuur dan de controleverklaring van uw project mee. Dit formulier is een bijlage bij uw verzoek tot vaststelling van de subsidie. 1. Algemene gegevens Naam subsidieregeling Referentienummer Projectnaam Naam aanvrager (onderneming): KVK nummer 2. Verklaring Ik verklaar dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht. Ik verklaar dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet volledig zijn verricht. Ik verklaar dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht, maar er hebben wijzigingen plaatsgevonden. Dit leg ik uit in het eindverslag. Toelichting op de uitgevoerde activiteiten -- 1 of 2 -- Ik verklaar dat aan de verplichtingen is voldaan die aan de subsidie zijn verbonden. Ik verklaar dat aan de verplichtingen is voldaan die aan de subsidie zijn verbonden. Wel zijn er wijzigingen van toepassing die in het eindverslag zijn toegelicht. Ik verklaar dat niet is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden, omdat …. Toelichting omdat 3. Financieel Gerealiseerde subsidiabele kosten € Opbrengsten (uit het project) € Gerealiseerde eigen bijdrage: € 4. Ondertekening Naam bevoegd ondertekenaar Functie Datum Handtekening Pagina 2 van 2 -- 2 of 2 --
- Handleiding VEKI.pdf · 31 pag.
Toon documenttekst
Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat -- 1 of 31 -- 2 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 Inhoudsopgave 1 Introductie 3 2 Thema’s 4 2.1 Soorten thema’s 4 2.2 Uitleg thema’s 4 3 Kom ik in aanmerking? 8 3.1 Voorwaarden 8 3.2 Beoordeling 9 3.3 Redenen voor afwijzing 9 4 Subsidie en projectkosten 11 4.1 Subsidiebudget en maximale subsidie 11 4.2 Subsidiepercentages 11 4.3 Projectkosten 11 4.4 Wat als een provincie, gemeente of andere overheid een bijdrage levert? 15 4.5 Combinatie van VEKI-subsidie met EIA en MIA/VAMIL 15 5 Het aanvraagproces in 5 stappen 16 6 Onderdelen van de subsidieaanvraag 17 7 Als uw project subsidie krijgt 19 Bijlage 1: Factoren CO2-equivalentie 21 Bijlage 2: Toelichting redenen voor afwijzing 22 Bijlage 3: Toelichting NOx-emissieberekening 25 Bijlage 4: Onderneming in moeilijkheden 26 Bijlage 5: Woordenlijst 28 -- 2 of 31 -- 3 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 1 Introductie Het kabinet streeft naar een vermindering van de CO2-emissies (CO2-uitstoot) in Nederland in 2030 van 55% ten opzichte van 1990. Deze verhoogde ambitie vraagt om extra maatregelen, onder andere in de industrie. Naast CO2-reductie is het belangrijk om de afhankelijkheid van fossiele energie (zoals aardolie en aardgas) snel te verminderen. In veel gevallen zal een lager gebruik van fossiele energie ook leiden tot minder uitstoot van stikstof. Met de subsidie Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) ondersteunen we ondernemingen in de industrie die door deze subsidie sneller kunnen investeren in maatregelen die bijdragen aan het kosteneffectief verminderen van de CO2-emissies in de industrie in Nederland in 2030. Projecten moeten leiden tot een absolute afname van de CO2-emissies in Nederland ten opzichte van de huidige CO2-emissies van de industrie. De regeling VEKI staat in Titel 4.6. Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie van de Regeling nationale EZK en LNV-subsidies. De VEKI steunt bedrijven op grond van een aantal artikelen uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) van de Europese Commissie. In deze artikelen staat onder welke voorwaarden bedrijven subsidie mogen ontvangen. Wij lichten deze voorwaarden in deze handleiding toe. Heeft u vragen? Of twijfelt u of uw project binnen de VEKI-subsidie past? Neem dan contact met ons op via klantcontact@rvo.nl of telefoonnummer 088 042 42 42. Of vul het projectideeformulier in via onze website. -- 3 of 31 -- 4 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 2 Thema’s 2.1 Soorten thema’s Projecten die passen binnen de volgende thema’s kunnen subsidie krijgen: • Investeringen in energie-efficiëntie (artikel 38 AGVV); • Investeringen in een circulaire economie (artikel 47 AGVV); • Investeringen in overige CO2-reducerende maatregelen (artikel 36 AGVV); • Investeringen in infrastructuurvoorzieningen voor afvalwarmte en waterstof (artikel 41, 46 en 56 AGVV). Meer uitleg over deze thema’s vindt u in paragraaf 2.2. Projecten die in ieder geval niet onder deze subsidie vallen, zijn: • Projecten over het ontwerpen en produceren van milieuvriendelijke producten, machines of vervoermiddelen die minder natuurlijke hulpbronnen (zoals zon en wind) verbruiken. Zo krijgt een zonnepanelenfabriek bijvoorbeeld geen subsidie voor het enkel maken van zonnepanelen, maar wel als de fabriek daarbij minder energie verbruikt dan een fabriek met een vergelijkbaar gangbaar proces. • Projecten over maatregelen die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (zoals zon en wind) bevorderen en onder artikel 41 van de AGVV vallen. Ook projecten over biobrandstoffen vallen niet onder deze subsidie. • Projecten op het gebied van de productie van waterstof. • Projecten over het afvangen, opslaan en hergebruiken van CO2 (inclusief projecten over blauwe waterstof ). • Projecten over het enkel voorontwerpen (pre-engineering) van een installatie. • Projecten over de aanschaf of ombouw van mobiel bouwmaterieel (zoals bouwwerktuigen, hulpfuncties, bouwvoertuigen en zeegaande bouwvaartuigen). Deze vallen mogelijk onder de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB). 2.2 Uitleg thema’s Thema 1: Energie-efficiëntie anders dan in gebouwen Dit thema gaat over projecten voor energie-efficiëntiemaatregelen (zoals industriële warmtepompen) die ervoor zorgen dat de onderneming die subsidie aanvraagt, minder energie gaat verbruiken binnen het productieproces van zijn onderneming dan vóór de investering. Dit thema gaat dus niet over energie-efficiëntiemaatregelen voor gebouwen. Bij maatregelen in een bestaand productieproces moet het project leiden tot een lager energieverbruik van het bedrijf. Bij uitbreiding van de productiecapaciteit moet het energieverbruik lager zijn dan bij een vergelijkbaar gangbaar productieproces in de markt. Ook bij een nieuw productieproces wordt het energieverbruik vergeleken met een gangbaar productieproces. Bij de vergelijking gaat het om het energieverbruik per eenheid geproduceerde goederen. Ook voor uitbreiding of nieuwbouw geldt dat het project uiteindelijk moet leiden tot een absolute vermindering van de CO2-emissies in Nederland in 2030, bijvoorbeeld doordat ergens anders de productie- of verwerkingscapaciteit wordt afgebouwd. De volgende projecten vallen niet onder dit thema: • Projecten waarbij u energie-uitrusting op fossiele brandstoffen (inclusief aardgas) aanschaft, zoals gasketels of industriële fornuizen. • Projecten met investeringen om te voldoen aan Unienormen die zijn vastgesteld én al gelden. Zijn de Unienormen al wel vastgesteld, maar gelden deze nog niet? Dan kunt u mogelijk alsnog subsidie krijgen. De investering moet dan wel minstens 18 maanden vóór het ingaan van de norm zijn uitgevoerd. • Projecten voor warmtekrachtkoppeling of voor stadsverwarming en/of stadskoeling. -- 4 of 31 -- 5 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 Thema 2: Circulaire Economie Dit thema gaat over investeringen voor een circulaire economie. De investeringen moeten passen binnen één of meer van de volgende onderwerpen: • Een efficiënter gebruik van hulpbronnen door een of beide van de volgende manieren: - een vermindering van verbruikte hulpbronnen in vergelijking met een productieproces met dezelfde capaciteit dat al bestaat; - de vervanging van primaire grondstoffen door secundaire (hergebruikte of teruggewonnen, inclusief gerecyclede) grondstoffen. • Het voorkomen en beperken van afvalproductie, de voorbereiding voor hergebruik, decontaminatie (zuiveren) en recycling van afval. • Het inzamelen, sorteren, decontamineren, voorbehandelen en behandelen van andere producten, materialen of stoffen die de aanvrager of derden produceert. Deze zouden anders niet gebruikt worden. Of op een manier die minder efficiënt is voor hulpbronnen. • Het gescheiden inzamelen en sorteren van afval om het voor te bereiden op hergebruik of recycling. Binnen dit thema gelden de volgende voorwaarden: • Het mag niet gaan om investeringen voor activiteiten voor afvalverwijdering en nuttige toepassing van afval om energie te produceren. • De kosten of verplichtingen voor de verwerking van afval waarvoor ondernemingen die afval produceren volgens Unierecht of nationaal recht aansprakelijk zijn, blijven gelden. Dit geldt ook voor regelingen over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De subsidie mag niet leiden tot meer productie van afval of een intensiever gebruik van hulpbronnen. • Het gaat niet om investeringen in technologieën die al winstgevend zijn in de hele Unie. • U krijgt geen subsidie voor investeringen om te voldoen aan Unienormen die al zijn vastgesteld én gelden. Zijn de Unienormen al wel vastgesteld, maar gelden deze nog niet? Dan kunt u mogelijk alsnog subsidie krijgen. De investering moet dan wel minstens 18 maanden vóór het ingaan van de norm zijn uitgevoerd. Projecten over het vervangen van primaire brandstoffen door secundaire (hergebruikte, teruggewonnen of gerecyclede) brandstoffen vallen buiten dit thema. We moedigen projectvoorstellen op het gebied van recycling en hergebruik van kunststoffen, textiel, meubels en matrassen aan. Bij deze Circulaire Economie-projecten bestaat het milieuvoordeel voor de onderneming uit het efficiënter gebruiken van grond- en hulpstoffen, het verminderen van de hoeveelheid afval en het recyclen van afval uit het eigen productieproces of dat van derden. U moet wel aannemelijk maken dat de activiteiten leiden tot een vermindering van de CO2-uitstoot ergens anders in Nederland. Maak voor recyclingprojecten bijvoorbeeld een vergelijking met de huidige manier waarop het afval wordt verwerkt. De CO2-reductie kan bijvoorbeeld worden behaald doordat ergens anders in Nederland minder afval wordt verbrand of gecomposteerd. Thema 3: Overige maatregelen die CO2-uitstoot verminderen Dit thema gaat over projecten die zijn gericht op andere CO2-reducerende investeringen dan maatregelen die vallen onder de andere thema’s. Binnen dit thema moet de investering leiden tot een vermindering van de CO2-uitstoot binnen het productieproces van de onderneming die subsidie aanvraagt. Projecten die leiden tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgas ergens anders in de productieketen vallen daarom niet binnen dit thema. De volgende projecten vallen niet onder dit thema: • de productie van waterstof of de productie van elektriciteit uit hernieuwbare waterstof; • de productie van hernieuwbare energie of energie uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling; • het afvangen, opslaan en hergebruiken van CO2, zoals CCS en CCU; • de aanschaf of ombouw van mobiel bouwmaterieel zoals bouwwerktuigen, hulpfuncties, bouwvoertuigen en zeegaande bouwvaartuigen. Deze vallen onder de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB); -- 5 of 31 -- 6 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 • investeringen in uitrusting, machines en industriële productiefaciliteiten die gebruikmaken van fossiele brandstoffen. Dit is inclusief aardgas. Voor projecten binnen dit thema gelden de volgende voorwaarden: • Het gaat niet om investeringen waarvoor specifieke regels zijn opgenomen in de artikelen 36 bis, 36 ter en 38 tot en met 48 van de AGVV. Het gaat daarbij om: - Oplaad- of tankinfrastructuur (36 bis) - Aanschaf van schone of emissievrije vervoermiddelen en voor de retrofitting van vervoermiddelen (36 ter) - Andere energie-efficiëntiemaatregelen dan in gebouwen (38) - Energie-efficiëntiemaatregelen in gebouwen (38 bis) - Energieprestatiecontracten (38 ter) - Energie-efficiëntieprojecten in gebouwen in de vorm van financiële instrumenten (39) - Energie uit hernieuwbare bronnen, uit hernieuwbare waterstof en uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling (41) - Elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (42) - Energie uit hernieuwbare bronnen en van hernieuwbare waterstof in kleine projecten en hernieuwbare- energiegemeenschappen (43) - Belastingverlagingen krachtens Richtlijn 2003/96/EG (44) - Kortingen op milieubelastingen of -heffingen (44 bis) - Herstel van milieuschade, de rehabilitatie van natuurlijke habitats en ecosystemen, de bescherming of het herstel van de biodiversiteit en de uitvoering van nature-based solutions ten behoeve van klimaatadaptatie en -mitigatie (45) - Energie-efficiënte stadsverwarming en/of -koeling (46) - Hulpbronnenefficiëntie en ter ondersteuning van de transitie naar een circulaire economie (47) - Energie-infrastructuur (48) • Het gaat niet om investeringen in apparatuur, machines en industriële productiefaciliteiten die gebruikmaken van fossiele brandstoffen, inclusief installaties die aardgas gebruiken. Wel is het mogelijk om subsidie te krijgen voor aanvullende onderdelen die het niveau van milieubescherming van bestaande apparatuur, machines en industriële productiefaciliteiten verbeteren. In dat geval mag de investering niet leiden tot een uitbreiding van de productiecapaciteit of een hoger verbruik van fossiele brandstoffen. • De investering gaat om één van de volgende typen projecten: - Een project dat leidt tot een verhoging van de milieubescherming van de activiteiten van de onderneming. Deze milieubescherming gaat verder dan de geldende Unienormen, ongeacht of er verplichte nationale normen zijn die strenger zijn dan de Unienormen; - Een project dat leidt tot een verhoging van de milieubescherming van de activiteiten van de onderneming bij afwezigheid van Unienormen; - Een project dat leidt tot een verhoging van de milieubescherming van de activiteiten van de onderneming om te voldoen aan Unienormen die zijn aangenomen, maar nog niet gelden; - Een project voor het afvangen en afvoeren van broeikasgassen (met uitzondering van CO2), waarmee wordt voorkomen dat deze broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen. Zie bijlage 1 voor de omrekenfactoren naar CO2-equivalenten. • We verlenen geen subsidie als u investeringen doet om te voldoen aan Unienormen die zijn vastgesteld en al gelden. • De subsidie mag niet de betrokken emissies van de ene sector naar de andere verplaatsen, maar moet deze in het algemeen verminderen. Thema 4: Infrastructuurvoorzieningen voor afvalwarmte en waterstof Dit thema gaat over projecten die zijn gericht op infrastructuur voor afvalwarmte (ook wel restwarmte genoemd) en voor waterstof. Het kan gaan om specifieke infrastructuur en niet-specifieke infrastructuur. Specifieke infrastructuur is infrastructuur die is aangelegd voor een vooraf vastgestelde gebruiker. Dit kan een individuele gebruiker zijn of een kleine groep gebruikers. Deze infrastructuur is op de behoeften van deze gebruiker(s) aangepast. Bij infrastructuurprojecten kan de toename van het niveau van milieubescherming ook het gevolg zijn van de activiteiten van een andere partij in de infrastructuurketen. Voor afvalwarmte kan het onder andere gaan om distributienetwerken, stoomnetwerken, industriële infrastructuur of warmtenetten gebaseerd op afvalwarmte. -- 6 of 31 -- 7 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 Voor waterstof moet de infrastructuur passen binnen de definitie van energie-infrastructuur voor waterstof. Deze definitie staat in artikel 2, onderdeel 130, onder c, subonderdelen i tot en met vi, van de AGVV. De infrastructuur moet geschikt zijn voor hernieuwbare waterstof, of een combinatie van hernieuwbare en niet-hernieuwbare waterstof. De volgende tabel vat de mogelijkheden samen van de subsidie voor infrastructuurvoorzieningen en laat zien onder welk artikel van de AGVV deze vallen. Zo kunt u uw subsidieaanvraag onder het juiste artikel indienen. Specifieke infrastructuur Niet-specifieke infrastructuur Waterstof Artikel 36: Infrastructuur voor hernieuwbare en niet- hernieuwbare waterstof mits 70% CO2-reductie en geproduceerd uit elektriciteit), bedoeld in artikel 2, onderdeel 130, onder c, met uitzondering van de laatste zin van onderdeel c. Artikel 41: Infrastructuur voor transmissie, distributie of opslag van uitsluitend hernieuwbare waterstof. Artikel 41: Opslagvoorzieningen voor uitsluitend hernieuwbare waterstof. Artikel 56: Andere infrastructuur voor hernieuwbare en niet-hernieuwbare waterstof (mits 70% CO2- reductie en geproduceerd uit elektriciteit), bedoeld in artikel 2, onderdeel 130, onder c, met uitzondering van de laatste zin van onderdeel c, die op het lokale niveau bijdraagt aan het verbeteren van het ondernemings- en consumentenklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis. Met uitzondering van tankinfrastructuur of haven- of luchtvaartinfrastructuur. Afvalwarmte / restwarmte Artikel 36: Infrastructuur voor transmissie of distributie van thermische energie in de vorm van stoom of warm water, gebaseerd op het gebruik van afvalwarmte van industriële toepassingen. Geen opslagvoorzieningen. Artikel 46: Infrastructuur voor transmissie, distributie en opslag voor energie-efficiënte stadsverwarming en/ of -koeling. Het moet gaan om een systeem dat ten minste 50% afvalwarmte gebruikt. De volgende projecten vallen niet binnen dit thema: • de productie van waterstof of de productie van elektriciteit uit hernieuwbare waterstof; • de productie van hernieuwbare energie of energie uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling; • tankinfrastructuur voor waterstof. Onder artikel 36 en 56 van de AGVV kunt u voor investeringen in installaties, apparatuur en machines die waterstof gebruiken, alleen subsidie krijgen als ze aan de volgende voorwaarden voldoen: • De gebruikte waterstof is geproduceerd uit elektriciteit; • De waterstofproductie zorgt tijdens de levenscyclus voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgas van ten minste 70% ten opzichte van een fossiele referentiebrandstof van 94 g CO2eq/MJ (3,4 kg CO2eq/tH2). -- 7 of 31 -- 8 | Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) | Handleiding april 2026 3 Kom ik in aanmerking? 3.1 Voorwaarden Wie kan subsidie aanvragen? U kunt subsidie aanvragen als u een individuele onderneming uit de industrie bent die voor eigen rekening en risico een project uitvoert. Én die valt onder hoofdgroep C (Industrie), D (alleen energiedistributie) of E (afval- en afvalwaterverweking) van de Standaardbedrijfsindeling 2025, versie 2024. Het gaat hier om de SBI-code van de daadwerkelijke activiteit waarmee de CO2-emissiereductie wordt bereikt. Deze code kan afwijken van de SBI-code waarmee uw bedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Als uw onderneming deel uitmaakt van een economische eenheid met controlerend belang, hoeven de subsidieaanvrager en degene die de CO2-emissiereductie behaalt, niet dezelfde entiteit te zijn zolang de reductie binnen de economische eenheid valt. Waarvoor kunt u subsidie aanvragen? U kunt subsidie krijgen voor investeringen in de eigen bedrijfsvoering: • die bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van CO2 in Nederland op één van de thema’s die staan in hoofdstuk 2 van deze handleiding; én • die een terugverdientijd zonder subsidie van meer dan 5 jaar hebben, volgens de berekenwijze uit het Excel-document ‘Berekening terugverdientijd VEKI’ (zie hiervoor de pagina Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI)); én • die leiden tot een absolute CO2-reductie in Nederland in 2030 ten opzichte van de bestaande situatie. Met CO2 bedoelen we: CO2 of CO2-equivalent (de hoeveelheid CH4, N2O, HFK’s, PFK’s en SF6, die zoals de factoren in bijlage 1 eenzelfde broeikaseffect oplevert als een massa-eenheid CO2). Wanneer begint u en hoelang mag een project duren? • U start niet met de werkzaamheden vóórdat u de subsidieaanvraag indient. • Met ‘start van de werkzaamheden’ bedoelen wij: het begin van de bouwwerkzaamheden voor de investering waarvoor u subsidie krijgt: de eerste juridisch bindende toezegging om uitrusting te bestellen of een andere toezegging die de investering onomkeerbaar maakt. Het aankopen van gronden, waarvoor u geen subsidie aanvraagt, voordat u de subsidieaanvraag indient, zien wij niet als starten. Ook het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden, zoals het verkrijgen van vergunningen, en het uitvoeren van voorbereidende haalbaarheidsstudies, zien wij niet als starten. Het moment waarop u een verplichting aangaat, is leidend. Dat wil zeggen: het moment waarop u een opdracht verleent. Het maakt daarbij niet uit of u al iets heeft betaald of niet. • U start binnen 6 maanden na de subsidieverlening met de uitvoering van de activiteiten die in het projectplan staan. Het kan bijvoorbeeld gaan om het (laten) uitvoeren van detail engineering. • U voert het project uit binnen 4 jaar vanaf de start van de activiteiten. Wat is nog meer belangrijk? U moet aannemelijk maken dat u uw eigen aandeel in de projectkosten (het deel waarvoor u geen subsidie krijgt) kunt financieren. Bij de beoordeling kijken we bij alle projecten naar de bijdrage die u zelf moet betalen. Als u […tekst ingekort]
- Verklaring VEKI-aanvraag - geen EML-maatregelen.pdf · 1 pag.
Toon documenttekst
Pagina 1 van 1 Verklaring VEKI aanvraag: geen EML-maatregelen Hierbij verklaren wij dat deze VEKI-aanvraag geen investeringen bevat die wij verplicht zijn uit te voeren op basis van bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling (zie hiervoor ook de erkende maatregelenlijst energiebesparing (EML) op de website EML). Naam vertegenwoordiger van het bedrijf Functie vertegenwoordiger van het bedrijf Naam bedrijf Vestigingsadres Postcode en plaats Telefoonnummer Datum Handtekening -- 1 of 1 --
Bronnen en actualiteit
“Het maximale subsidiebedrag is € 30 miljoen.”
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 18 mei 2026 Wilt u binnen uw onderneming in de industrie CO2-besparende maatregelen nemen, waarvan de werking is bewezen? Doet u dit voor eigen rekening en risico, maar loopt u tegen te hoge investeringskosten aan? En is de tijd waarin deze kosten zich terugverdienen langer dan 5 jaar? Vraag dan de subsidie Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) aan. Direct aanvragen Aanvraag bekijken Blijf op de hoogte via e-mail Budget en aanvraagperiode Startdatum: donderdag 7 mei 2026 09:00 Einddatum: donderdag 28 januari 2027 17:00 Het maximale subsidiebedrag is € 30 miljoen. Wij beoordelen de aanvragen op volgorde van binnenkomst. Totaal budget: € 123.200.000 Voor wie? Deze subsidie is bedoeld voor ondernemers in de industrie die investeren in maatregelen die leiden tot minder uitstoot van CO2 in Nederland. U doet deze investering binnen uw eigen bedrijf. Zonder de subsidie zou de terugverdientijd meer dan 5 jaar zijn. Doel van de subsidie Uw project leidt tot een absolute vermindering van de CO2-uitstoot in Nederland in 2030, vergeleken met de CO2-uitstoot die er nu in de industrie is. Onder CO2 valt ook CO2-equivalent. Hiermee bedoelen we de hoeveelheid CH4, N₂O, HFK's, PFK's en SF6 die hetzelfde broeikaseffect oplevert als een massaeenheid CO2. U leest hier meer over in bijlage 1 van de Handleiding VEKI. Waarvoor krijgt u subsidie? U vraagt subsidie aan voor investeringen in apparaten, systemen of technieken die passen binnen één van de volgende thema’s: Energie-efficiëntie: u vraagt subsidie aan voor investeringen waardoor u minder energie gebruikt binnen (het productieproces van) uw onderneming. Circulaire economie: u verwerkt afvalproducten opnieuw tot producten, materialen of stoffen voor het originele doel of een ander doel. Met hergebruik bedoelen we elke activiteit waarbij u producten of onderdelen opnieuw gebruikt. Het originele doel van het product blijft gelijk. Infrastructuurvoorzieningen: uw project richt zich op infrastructuur voor afvalwarmte (ook wel restwarmte genoemd) en voor waterstof. Overige CO2-verlagende maatregelen: uw investering moet leiden tot minder uitstoot van CO2 of andere broeikasgassen binnen het productieproces van uw onderneming. Deze subsidie is voor investeringen in apparaten, systemen of technieken die klaar zijn voor de markt. Het gaat dus niet om demonstratie- of pilotprojecten. Hiervoor krijgt u subsidie uit de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+). Let op: gaat u meer elektriciteit gebruiken of opwekken doordat u verduurzaamt? Controleer voordat u subsidie aanvraagt of u in uw regio last krijgt van een overbelast elektriciteitsnet (netcongestie). Toets uw projectidee Vraag nu zonder verplichtingen advies over uw projectidee. Door dit te doen vóórdat u de aanvraag doet, vergroot u de kans dat u subsidie krijgt en uw project slaagt. Bespreek samen de haalbaarheid van uw idee en de kansen op succes Leg uw idee uit en krijg direct feedback Ontdek mogelijk andere subsidies die voor u interessant zijn Een projectidee is een korte beschrijving van uw project. Wij kijken of uw projectidee aansluit bij de voorwaarden van de subsidie. Dit is nog geen garantie op subsidie. Één van onze projectadviseurs neemt zo snel mogelijk contact met u op. Projectidee toetsen Hoeveel subsidie krijgt u? U ontvangt maximaal € 30 miljoen subsidie voor uw project. Hierop zijn 2 uitzonderingen: Bij specifieke infrastructuur en opslag van waterstof of afvalwarmte krijgt u maximaal € 25 miljoen voor uw project. Bij openbare infrastructuurvoorzieningen voor waterstof krijgt u maximaal € 11 miljoen voor uw project. De kosten van uw project mogen niet meer zijn dan € 22 miljoen. Hierbij trekken we de exploitatiewinst af van de kosten die onder de subsidie vallen. Voorwaarden Uw project moet voldoen aan de volgende voorwaarden. Bekijk ook de redenen voor afwijzing bij subsidies voor energie-innovatie. Project Uw project past binnen één van de thema's onder Waarvoor krijgt u subsidie?. U voert het project voor eigen rekening en risico uit. De subsidie is daarom alleen voor ondernemingen in de industrie. U start niet met de werkzaamheden voor uw project vóórdat u de subsidieaanvraag indient. Onder 'start van de werkzaamheden' valt: het starten met bouwwerkzaamheden voor uw investering; het aangaan van bestellingen zonder dat u dit ongedaan kan maken; het aangaan van andere verplichtingen die uw investering onomkeerbaar maken. U start binnen 6 maanden na de subsidiegoedkeuring (de brief met de beschikking) met de werkzaamheden die in uw projectplan staan. U voert uw project uit binnen 4 jaar na de start van de werkzaamheden. De kwaliteit van uw project is voldoende. U onderbouwt uitspraken over de werking van een techniek en het economisch perspectief goed. U bent geen onderneming in moeilijkheden. Subsidie De hoogte van uw subsidie is niet meer dan € 80 per ton CO2-vermindering. Dit geldt voor de eerste 15 jaar vanaf het gebruik van uw investering. Of voor de hele levensduur van de investering, als deze korter is dan 15 jaar. U heeft minimaal € 125.000 subsidie nodig voor een grote onderneming. Of € 30.000 voor een kleine of middelgrote onderneming. Terugverdientijd U krijgt alleen subsidie voor de (meer)investeringen in maatregelen met een terugverdientijd van meer dan 5 jaar zonder subsidie. De terugverdientijd berekent u door uw investering te vergelijken met een minder milieuvriendelijke techniek of technologie (nulscenario-investering). U mag bedrijfsspecifieke energieprijzen gebruiken bij de berekening van de terugverdientijd, als u aantoont dat u deze bedrijfsspecifieke energieprijzen betaalt. Welke projecten krijgen geen subsidie? Uw project is enkel en alleen voor het ontwerp en de productie van milieuvriendelijke producten. Uw project geeft u als subsidieontvanger niet direct een milieuvoordeel in uw eigen onderneming. U voert een project uit zodat uw onderneming voldoet aan Unienormen die al wel zijn vastgesteld, maar nog niet gelden. Uw project bevordert maatregelen voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen die vallen onder artikel 41 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Uw project is voor biobrandstoffen. In Nederland geldt namelijk een bijmengverplichting voor hernieuwbare energie in het vervoer in Nederland. Uw project is voor CO2-afvang, -opslag en -hergebruik (inclusief projecten op het gebied van zogenaamde blauwe waterstof). Uw project is enkel en alleen een pre-engineering van een installatie. Het gaat erom dat u de installatie binnen de realisatietermijn in gebruik neemt. Uw project gaat over de aanschaf of ombouw van mobiel bouwmaterieel (bouwwerktuigen, hulpfuncties, bouwvoertuigen en zeegaande bouwvaartuigen). Hiervoor kunt u de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SEBB) aanvragen. Uw aanvraag voorbereiden Bereid uw aanvraag goed voor, voordat u deze indient. Zorg voor het juiste eHerkenningsmiddel. Verzamel alle gegevens die u nodig heeft voor uw aanvraag. Sla tussendoor op als u later verdergaat. Zorg voor de juiste machtiging Treedt u op als intermediair? Stuur dan met uw aanvraag een machtiging mee. U bent intermediair als u namens de aanvrager de subsidieaanvraag doet. De aanvrager is degene die de daadwekelijke investering doet, dus die de kosten maakt en betaalt. U bent ook intermediair als: de aanvrager u inhuurt als adviseur of om een deel van de aanvraag uit te voeren; u namens een dochter- of zusterbedrijf deze subsidie aanvraagt. Intermediair machtigen Verzamel de bijlagen bij uw aanvraag Voeg aan uw subsidieaanvraag de volgende bijlagen toe: Projectplan Begroting Financiële onderbouwing van de eigen bijdrage Mkb-verklaring (deze kunt u invullen en als pdf opslaan op de pagina Mkb-verklaring) Berekening terugverdientijd Kosteneffectiviteit en CO2-berekening Verklaring VEKI-aanvraag: geen EML-maatregelen Verklaring ‘Geen onderneming in moeilijkheden’ met beslisschema, jaarrekening en organogram (verderop leest u hier meer over) In de Handleiding VEKI leest u meer over de bijlagen bij uw aanvraag. Gebruik voor uw bijlagen de volgende modellen: Model projectplan VEKI Word document | 89.49 KB Model begroting VEKI Excel document | 332.28 KB Berekening terugverdientijd VEKI Excel document | 61.64 KB Rekenmodel kosteneffectiviteit en CO2-berekening VEKI Excel document | 136.08 KB Verklaring VEKI-aanvraag: geen EML-maatregelen PDF document | 224.22 KB Log in met eHerkenning Voor het indienen van uw subsidieaanvraag logt u in met eHerkenning. U heeft minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3 nodig. Heeft u nog geen eHerkenning? Vraag dit dan aan op de website van eHerkenning. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer 2 weken. Heeft u een eHerkenningsmiddel met een lager betrouwbaarheidsniveau? Dan moet u uw eHerkenning aanpassen. Houd rekening met een aanpastijd van ongeveer 2 weken. Dient u als intermediair de aanvraag in? Gebruik dan uw eigen inloggegevens voor eHerkenning. Op Hulp bij inloggen leest u meer over inloggen met eHerkenning. Toon aan dat uw onderneming niet in moeilijkheden is Om subsidie te krijgen, mag uw onderneming geen onderneming in moeilijkheden (OIM) zijn. Hiervoor geldt de definitie uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Hoe doet u dat? Vul het digitale beslisschema in via het formulier. Na afronding ontvangt u het beslisschema en de verklaring als 2 documenten. Voeg de volgende documenten toe aan uw aanvraag: het ingevulde beslisschema de verklaring geen onderneming in moeilijkheden het laatste (geconsolideerde) jaarrapport het organogram van de juridische structuur en aandelenverhouding van de groep Lees meer en vul het digitale beslisschema in Aanvragen U kunt subsidie aanvragen vanaf 7 mei 2026, 09:00 uur tot 28 januari 2027, 17:00 uur. Direct aanvragen Na uw aanvraag Aanvraag bekijken Hieronder leest u meer over de acties die volgen na het indienen van uw subsidieaanvraag. Wij beoordelen uw aanvraag Wij beoordelen de aanvragen voor deze subsidie op volgorde van binnenkomst. Wij verlenen subsidie tot het budget op is. Hierbij geldt: wie het eerst komt, het eerst maalt. Is uw aanvraag compleet? Dan is de beoordelingstermijn 8 weken. Die kunnen we één keer verlengen met nog eens 8 weken. U ontvangt onze beslissing U ontvangt een brief met de beoordeling van uw project. Dit noemen wij de subsidiebeschikking. Is de beoordeling positief? Dan ontvangt u subsidie. In de brief leest u hoe hoog de subsidie is. Het kan zijn dat u een lager bedrag ontvangt dan dat u aanvroeg. Dit komt doordat bijvoorbeeld een deel van de opgegeven kosten toch niet onder de subsidie valt. In de brief staan ook de details over de uitbetaling van de subsidie, en uw verplichtingen als subsidieontvanger. U stuurt ons uw voortgangsrapportage Kreeg u voor uw project subsidie en duurt het project langer dan 12 maanden? Dan levert u één keer per jaar een voortgangsrapportage in. U rapporteert over de voortgang van uw project. Het gaat dan niet alleen om de inhoudelijke voortgang, maar ook om de financiële voortgang. In de rapportage geeft u aan welke prestaties u leverde en of dit klopt met de (mijlpalen)begroting. Klopt dit niet? Dan vragen wij u om dit door te geven via een wijzigingsverzoek. Let op: dit kan gevolgen hebben voor het voorschot dat wij u betalen. Voortgang doorgeven Als uw project wijzigt U heeft subsidie ontvangen voor een (meerjarig)project. U moet daarom belangrijke wijzigingen in uw project direct aan ons doorgeven. Voor sommige wijzigingen moet u ons vooraf om toestemming vragen. Doet u dit niet? Of geeft u wijzigingen te laat door? Dan loopt u het risico dat u geen subsidie ontvangt voor de gewijzigde projectonderdelen. Soms krijgt u zelfs geen subsidie meer voor het hele project. Twijfelt u of u een wijziging moet doorgeven? Neem dan contact met o […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.