Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam 2021

Gemeente Veendam

Voor kinderopvangaanbieders (houders) die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden in gemeente Veendam, met prioriteit voor doelgroeppeuters (peuters op indicatie van JGZ).

Ook bekend als VE-regeling Veendam, Peuteropvang Veendam

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor peuteropvang en voorschoolse educatie (VE) in gemeente Veendam. Richt zich op peuters van 2,5 tot 4 jaar, met prioriteit voor doelgroeppeuters op indicatie van Jeugdgezondheidszorg. Subsidie berekend op basis van werkelijk aantal peuters en contracturen.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kinderopvangaanbieders (houders) die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden in gemeente Veendam, met prioriteit voor doelgroeppeuters (peuters op indicatie van JGZ).

Kinderopvangaanbieder

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuteropvanglocatie in Veendam
  • Financiering voor voorschoolse educatie (VE) programma
  • Ondersteuning voor kinderopvang voor peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag

Voorwaarden

  • Peuteropvanglocatie moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
  • VE-aanbod moet plaatsvinden in gemengde groepen van doelgroep- en niet-doelgroeppeuters
  • Pedagogisch medewerkers moeten gecertificeerd zijn in het gehanteerde VE-programma
  • Alle pedagogisch medewerkers moeten voldoen aan taaleis 3F
  • Aantoonbare samenwerking met Centrum voor Jeugd en Gezin voor werving doelgroeppeuters
  • Samenwerkingsafspraken met tenminste één basisschool vereist
  • Jaarlijkse evaluatie van VE-aanbod samen met gemeente
  • Geen opgelegde sanctie aan houder met betrekking tot kinderopvangaanbod

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangaanbieder
Uw sector/SBI valt onder: 88911
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Veendam.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam 2021
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    a..
    “ASV”: Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012
    b..
    “BSN”: het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP);
    c..
    “Doelgroeppeuters”: peuters die in aanmerking komen voor VE, op indicatie van JGZ;
    d..
    “College”: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam
    e..
    “Gemeente”: de gemeente Veendam;
    f..
    “Houder”: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en met die onderneming een peuteropvanglocatie exploiteert die staat vermeld in het LRK;
    g..
    “Inkomensverklaring”: een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s) in een bepaald belastingjaar
    h..
    “JGZ”: Jeugdgezondheidszorg
    i..
    “Kinderopvang”: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (zie artikel 1.1 Wkkp);
    j..
    “Kinderopvangtoeslag”: de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang;
    k..
    “LRK”: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
    l..
    “Ouderbijdrage”: inkomensafhankelijke vergoeding die de ouders betalen aan de houder;
    m..
    “Ouders”: ouder(s) of verzorger(s) van de peuter;
    n..
    “Peuteropvanglocatie”: voorschoolse voorziening met uitsluitend peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen;
    o..
    “Peuterplaats”: plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt van 2,5 tot 4-jarige leeftijd op tenminste twee verschillende dagen, gedurende maximaal 960 uren in anderhalf jaar, gebruik van de peuterplaats. De gemaakte VE-uren van 2 tot 2,5-jarige leeftijd worden niet meegerekend onder deze urennorm;
    p..
    “Voorschoolse voorziening”: kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK als VE-gecertificeerd binnen de gemeente Veendam;
    q..
    “VE”: voorschoolse educatie; het aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar, waarbij aan de hand van een VE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    r..
    “VVE”: voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    s..
    “VE-jaarbedrag”: een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra (personele) inzet voor een bezette VE- peuterplaats
    t..
    “VE-peuterplaats”: plaats voor doelgroeppeuters vanaf 2 jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt.
    u..
    “VE-programma”: een voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling.
    .
    
    Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling
    De Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012 is van toepassing op subsidies die op basis van deze regeling worden verstrekt.
    
    Artikel 3 De subsidieaanvraag
    1..
    Subsidieaanvragen dienen uitsluitend schriftelijk voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, te worden ingediend door houders die met een kinderdagverblijf staan vermeld in de gemeente Veendam in het LRK met de toekenning van “Voorschoolse educatie”.
    2..
    De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VE-) peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen.
    3..
    Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format.
    
    Artikel 4 De grondslag voor de subsidie
    1..
    Het college hanteert als maximum te vergoeden uurtarief het landelijk maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslagregeling en volgt de jaarlijkse indexering aangegeven door het ministerie van SZW.
    2..
    Het college hanteert voor het VE-jaarbedrag de jaarlijkse indexering van het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag
    3..
    De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk.
    4..
    De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal contracturen dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-) peuterplaats. Naar rato van de plaatsingsperiode per (doelgroep) peuter, berekent het college de subsidiebedragen als volgt:
    - Per bezette peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag minimaal 260 uren en maximaal 440 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
    - per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag maximaal 660 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 260- 320 uren per jaar. Het subsidiebedrag is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
    - per doelgroeppeuter op een VE- peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag minimaal 320 en maximaal 340 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog tenminste 260 uren per jaar gebruik van de VE-peuterplaats.
    - per doelgroeppeuter een forfaitair jaarbedrag voor de extra bijkomende werkzaamheden voor de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. De pedagogisch beleidsmedewerker dient ingezet te worden ten behoeve van de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie, voor de norm van 10 uur per doelgroeppeuter per locatie per jaar. Deze norm is een rekenregel; het is dus niet zo dat de werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker één op één zijn terug te brengen op 10 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie mag door de opvangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten en het aanbod van de VE op de groepen waar doelgroepkinderen aan deelnemen.
    - per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE- jaarbedrag naar rato verstrekt.
    5..
    Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
    
    Artikel 5 Verdeelcriteria
    De subsidieverlening voor (VE )peuterplaatsen geschiedt volgens verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit:
    I..
    Aanvragen van houders voor een locatie waarvoor deze houder in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie heeft ontvangen, voor maximaal het totaal aantal peuters dat op 1 oktober in het voorafgaande jaar geplaatst was.
    II..
    Aanvragen voor uitbreiding van (VE-)peuterplaatsen op locaties, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar reeds subsidie hebben ontvangen.
    III..
    Aanvragen voor locaties, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen en gesitueerd zijn in de een van de ‘kernen’ van de gemeente Veendam.
    IV..
    Overige aanvragen.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    In aanvulling op de Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012 kan de subsidie worden geweigerd indien:
    a..
    voor één van locaties van de houder in de gemeente Veendam vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod van kracht is of wordt;
    b..
    het uurtarief voor ouders die een beroep doen op kinderopvangtoeslag hoger is dan het uurtarief dat door het college is vastgesteld als maximum tarief voor te subsidiëren peuterplaatsen;
    c..
    het uurtarief voor ouders die een beroep doen op de kinderopvangtoeslag lager is dan het uurtarief dat houder hanteert voor de subsidieaanvraag voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag voor dezelfde (VE-)peuterplaats.
    
    Artikel 7 Verlening van de subsidie
    De beschikking van de subsidieverlening voor peuterplaatsen, VE-peuterplaatsen en de VE-jaarbedragen bevat in ieder geval:
    a..
    de soort opvang waarvoor de subsidie wordt gegeven;
    b..
    de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven;
    c..
    de verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen;
    d..
    de wijze waarop de subsidie wordt betaald;
    e..
    de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld.
    
    Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder
    Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen:
    a..
    de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
    b..
    de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Veendam voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
    c..
    de inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-tabel van de kinderopvangtoeslag
    d..
    voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij eenoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing;
    e..
    de houder verschaft op verzoek informatie aan het college, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of aan andere door het college aangewezen instanties;
    f..
    de houder overlegt een financiële verantwoording over de eerste 6 maanden van het jaar waarover subsidie is verleend, voor 1 augustus van datzelfde jaar. Voor de verantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format;
    g..
    de houder overlegt zowel de inhoudelijke als de financiële verantwoording van de subsidie voor 1 mei volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de eindverantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format;
    h..
    de houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn;
    i..
    houder levert op maandbasis informatie aan het college met betrekking tot het aantal geplaatste peuters (uitgesplitst naar doelgroep, niet-doelgroep en ouders met en zonder kinderopvangtoeslag) en de gefactureerde ouderbijdragen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;
    j..
    onverminderd de bepalingen in de ASV beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om:
    - een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;
    - naam, geboortedatum en BSN va
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam 2021
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam,
    gelezen het voorstel van 15 juli 2020, kenmerk 202000560.
    gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 166 en 167 van de Wet op primair onderwijs (Wpo) en titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening van de gemeente Veendam 2012.
    overwegende:
    dat één van de vervolgstappen van de harmonisatie kinderopvang, het opstellen is van een
    “Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam” waarin de subsidieregels nader zijn uitgewerkt;
    dat de regels betrekking hebben op het verlenen, verantwoorden en vaststellen van subsidie voor peuteropvang voor peuters van ouders die niet voldoen aan de criteria van artikel 1.6 van de Wet kinderopvang (Wk);
    besluit vast te stellen de
    
    Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam 2021
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012
    BSN: het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP);
    Doelgroeppeuters: peuters die in aanmerking komen voor VE, op indicatie van JGZ;
    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam
    Gemeente: de gemeente Veendam;
    Houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en met die onderneming een peuteropvanglocatie exploiteert die staat vermeld in het LRK;
    Inkomensverklaring: een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s) in een bepaald belastingjaar
    JGZ: Jeugdgezondheidszorg
    Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (zie artikel 1.1 Wkkp);
    kinderopvangtoeslag de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang;
    LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen (en peuterspeelzalen: tot 1 januari 2018) zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
    Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke vergoeding die de ouders betalen aan de houder;
    Ouders: ouder(s) of verzorger(s) van de peuter;
    Peuteropvanglocatie: voorschoolse voorziening met uitsluitend peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen;
    Peuterplaats: plaats voor peuters vanaf 2,5 jaar tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt op tenminste twee verschillende dagen, gedurende maximaal 960 uren in anderhalf jaar, gebruik van de peuterplaats;
    Voorschoolse voorziening: kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK als VE-gecertificeerd binnen de gemeente Veendam;
    VE: voorschoolse educatie; het aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar
    waarbij aan de hand van een VE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    VVE: voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    VE-jaarbedrag: een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra (personele) inzet voor een bezette VE- peuterplaats
    VE-peuterplaats: plaats voor doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt.
    VE-programma: een voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling.
    
    Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling
    De Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012 is van toepassing op subsidies die op basis van deze regeling worden verstrekt.
    
    Artikel 3 De subsidieaanvraag
    1. Subsidieaanvragen dienen uitsluitend schriftelijk voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, te worden ingediend door houders die met een kinderdagverblijf staan vermeld in de gemeente Veendam in het LRK met de toekenning van “Voorschoolse educatie”.
    2. De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VE-) peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen.
    3. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format.
    
    Artikel 4 De grondslag voor de subsidie
    1. Het college hanteert als maximum te vergoeden uurtarief het landelijk maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslagregeling en volgt de jaarlijkse indexering aangegeven door het ministerie van SZW.
    2. Het college hanteert voor het VE-jaarbedrag de jaarlijkse indexering van het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag
    3. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk.
    4. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal contracturen dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-) peuterplaats. Naar rato van de plaatsingsperiode per (doelgroep) peuter, berekent het college de subsidiebedragen als volgt:
    a. Per bezette peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag minimaal 260 uren en maximaal 440 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
    b. per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag maximaal 660 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 260- 320 uren per jaar. Het subsidiebedrag is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.
    c. per doelgroeppeuter op een VE- peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag minimaal 320 en maximaal 340 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog tenminste 260 uren per jaar gebruik van de VE-peuterplaats.
    d. per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE- jaarbedrag naar rato verstrekt.
    5. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
    
    Artikel 5 Verdeelcriteria
    De subsidieverlening voor (VE )peuterplaatsen geschiedt volgens verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit:
    I. Aanvragen van houders voor een locatie waarvoor deze houder in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie heeft ontvangen, voor maximaal het totaal aantal peuters dat op 1 oktober in het voorafgaande jaar geplaatst was.
    II. Aanvragen voor uitbreiding van (VE-)peuterplaatsen op locaties, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar reeds subsidie hebben ontvangen.
    III. Aanvragen voor locaties, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen en gesitueerd zijn in de een van de ‘kernen’ van de gemeente Veendam.
    IV. Overige aanvragen.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    In aanvulling op de Algemene Subsidieverordening gemeente Veendam 2012 kan de subsidie worden geweigerd indien:
    a. voor één van locaties van de houder in de gemeente Veendam vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod van kracht is of wordt;
    b. het uurtarief voor ouders die een beroep doen op kinderopvangtoeslag hoger is dan het uurtarief dat door het college is vastgesteld als maximum tarief voor te subsidiëren peuterplaatsen;
    c. het uurtarief voor ouders die een beroep doen op de kinderopvangtoeslag lager is dan het uurtarief dat houder hanteert voor de subsidieaanvraag voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag voor dezelfde (VE-)peuterplaats.
    
    Artikel 7 Verlening van de subsidie
    De beschikking van de subsidieverlening voor peuterplaatsen, VE-peuterplaatsen en de VE-jaarbedragen bevat in ieder geval:
    a. de soort opvang waarvoor de subsidie wordt gegeven;
    b. de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven;
    c. de verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen;
    d. de wijze waarop de subsidie wordt betaald;
    e. de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld.
    
    Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder
    Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen:
    a. de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
    b. de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Veendam voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
    c. de inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-tabel van de kinderopvangtoeslag
    d. voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij eenoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing;
    e. de houder verschaft op verzoek informatie aan het college, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of aan andere door het college aangewezen instanties;
    f. de houder overlegt een financiële verantwoording over de eerste 6 maanden van het jaar waarover subsidie is verleend, voor 1 augustus van datzelfde jaar. Voor de verantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format;
    g. de houder overlegt zowel de inhoudelijke als de financiële verantwoording van de subsidie voor 1 mei volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de eindverantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format;
    h. de houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn;
    i. houder levert op maandbasis informatie aan het college met betrekking tot het aantal geplaatste peuters (uitgesplitst naar doelgroep, niet-doelgroep en ouders met en zonder kinderopvangtoeslag) en de gefactureerde ouderbijdragen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;
    j. onverminderd de bepalingen in de ASV beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om:
    i. een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;
    ii. naam, geboortedatum en BSN van de peuters waarop de aanvraag betrekking heeft;
    iii. een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.