Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor agrariërs, collectieven en kennisnetwerken in het landelijk gebied van Utrecht die bijdragen aan verduurzaming van landbouw, natuur, water en klimaat.
Ook bekend als UMDL, Praktijknetwerken Melkveehouderij, Praktijknetwerken Fruitteelt, Kennisnetwerken Landbouw
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor activiteiten die bijdragen aan de leefomgeving in het landelijk gebied van Utrecht, gericht op verduurzaming van de landbouw, natuur, water en klimaat. Ondersteunt onder meer praktijknetwerken melkveehouderij en fruitteelt, en thematische kennisnetwerken landbouw. Jaarlijks budget van €250.000 voor bepaalde projecten en totaal €4.487.660 voor melkveehouderij (2025-2028).
Voor wie is het bedoeld?
Voor agrariërs, collectieven en kennisnetwerken in het landelijk gebied van Utrecht die bijdragen aan verduurzaming van landbouw, natuur, water en klimaat.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor praktijknetwerk melkveehouderij
- Financiering voor praktijknetwerk fruitteelt
- Ondersteuning kennisnetwerk landbouw
- Subsidie voor duurzame landbouwpraktijken
- Ik wil subsidie aanvragen voor aanleg van kleine landschapselementen
- Ik wil subsidie aanvragen voor herstel van kleine landschapselementen
- Ik ben lid van een erkende agrarische coöperatie en wil landschapselementen aanleggen
- Subsidie aanvragen voor aanleg kleine landschapselementen
- Subsidie aanvragen voor herstel kleine landschapselementen
- Groenblauwe dooradering stimuleren in landelijk gebied
Voorwaarden
- Project moet binnen drie maanden na verlening van subsidie starten
- Eindverslag moet worden ingediend binnen vijf jaar na praktijkscan nulsituatie
- Maximale beloning per deelnemer per jaar: €5.000
- Strikte scheiding in boekhouding tussen gesubsidieerde niet-economische activiteiten en economische activiteiten
- Deelnemers machtigen subsidieaanvrager voor inzage bedrijfsgegevens
- Jaarlijkse rapportage van bevindingen en resultaten verplicht
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Zo vraagt u aan
Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.
Stappen
- Dien de aanvraag digitaal in met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht
Verdeling kan plaatsvinden op basis van kwaliteit van de aanvraag of op basis van loting.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 4,5 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 752,3k
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 250k
- Verdeling
- -
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
“tot een maximum van € 5.000 per deelnemer per jaar”
Toon brontekst
Overslaan en naar de inhoud gaan Zoeken Menu Thematische kennisnetwerken landbouw Status: Aanvraagperiode open Aanvraagperiode: 5 juni 2026 09:00 - 31 maart 2027 23:59 De agrarische sector speelt een cruciale rol in de provincie Utrecht. Er zijn daarom middelen vrijgemaakt om de verduurzaming van de sector te ondersteunen. Samenwerking en kennisuitwisseling helpen agrariërs om oplossingen te vinden voor de opgaven die horen bij de verduurzaming van de landbouw. Kennisnetwerk Wat is een kennisnetwerk? De agrarische sector speelt een cruciale rol in de provincie Utrecht: als voedselproducent, als beheerder van het landelijk gebied en als partner in het realiseren van doelen op het gebied van natuur, klimaat en water. In het coalitieakkoord 2023-2027 zijn daarom middelen vrijgemaakt om de verduurzaming van de sector te ondersteunen. Samenwerking en kennisuitwisseling helpen agrariërs om oplossingen te vinden voor de opgaven die horen bij de verduurzaming van de landbouw. De provincie Utrecht stimuleert dit met de subsidieregeling 'Thematische kennisnetwerken landbouw'. Deze regeling is gericht op het ondersteunen van een aantal specifieke kennisnetwerken van agrariërs die zich organiseren rond een thema, deelsector of gebied. De zelforganisatie van deze groepen biedt meerwaarde aan zowel de agrariërs zelf als aan de provincie Utrecht; het versterkt de onderlinge samenwerking en levert waardevolle inzichten op voor beleid en praktijk. Elk kennisnetwerk heeft een eigen profiel en bijbehorende opgaven als het gaat om de beoogde verduurzaming en doorontwikkeling. Deze kennisnetwerken worden ondersteund binnen de subsidie: Grondgebonden Oost Grondgebonden West Fruitteelt Hokdieren Biologische landbouw Gemeenschapslandbouw Jonge agrariërs Boerinnen Wat doet een kennisnetwerk? De kennisnetwerken komen ten minste twee keer per jaar bijeen om kennis uit te wisselen, handelingsperspectieven te formuleren en beleidsadviezen te geven. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen ook gastsprekers worden uitgenodigd, bijvoorbeeld experts op het gebied van duurzame landbouw. De kennis die wordt opgehaald in de bijeenkomsten wordt vervolgens door het kennisnetwerk ook breder gecommuniceerd naar collega-boeren die niet aan het netwerk deelnemen. Subsidieaanvragen kunnen vanaf 5 juni 2026 digitaal worden ingediend via het aanvraagformulier wat op deze webpagina zal komen te staan. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 31 maart 2027. Voor wie? Subsidie wordt alleen verstrekt aan de penvoerder van een kennisnetwerk landbouw. Het kennisnetwerk moet bestaan uit ten minste 15 agrariërs binnen een van de deelsectoren/groepen/gebieden zoals eerder genoemd. De deelnemende agrariërs moeten een samenwerkingsovereenkomst kennisnetwerken landbouw hebben getekend. Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden? De subsidieregeling ondersteunt kennisnetwerken die bijdragen aan samenwerking en kennisdeling binnen de landbouwsector. De subsidie is bedoeld om agrariërs te helpen met het organiseren van bijeenkomsten, het delen van inzichten en het ontwikkelen van praktische ideeën voor de toekomst. Kennisnetwerken voeren deze activiteiten in samenhang uit: Organiseren en bijwonen van bijeenkomsten Kennisnetwerken komen minimaal vier keer in twee jaar tijd samen. Tijdens deze bijeenkomsten gaan leden met elkaar en met gastsprekers in gesprek over actuele ontwikkelingen in de landbouw, zoals veranderingen in beleid, bedrijfsvoering of marktontwikkelingen. Gastsprekers kunnen afkomstig zijn van bijvoorbeeld kennisinstellingen, adviesbureaus, agrarische organisaties of overheden. De subsidie dekt de voorbereiding, organisatie en deelname (vacatievergoeding) aan deze bijeenkomsten. Daarnaast organiseert het kennisnetwerk in samenwerking met LaMi in een periode van twee jaar minimaal een bijeenkomst. Ontwikkelen van handelingsperspectieven Tijdens of na de bijeenkomsten werken de leden samen aan het formuleren van handelingsperspectieven: concrete ideeën en strategieën die agrariërs kunnen toepassen in hun eigen bedrijfsvoering met het oog op de toekomst. Deze perspectieven zijn afgestemd op de specifieke uitdagingen van de deelsector of regio waarin het netwerk actief is. Adviseren over landbouwbeleid Vanuit hun praktijkervaring kunnen kennisnetwerken waardevolle adviezen geven over hoe bestaand of toekomstig landbouwbeleid beter kan aansluiten bij de realiteit op het erf. Deze adviezen worden verzameld en gedeeld met de provincie Utrecht, zodat beleid waar mogelijk beter afgestemd kan worden op de praktijk. Verslaglegging van de activiteiten en delen van kennis met collega-agrariërs buiten het netwerk Van elke bijeenkomst wordt verslag gelegd, waarin de besproken onderwerpen, inzichten en handelingsperspectieven worden opgenomen. Een praktische en overzichtelijke samenvatting van elk verslag wordt actief openbaar gedeeld via LaMi en minimaal een ander platform zoals nieuwsbrieven, websites of sociale media. De opgedane kennis blijft hierdoor niet binnen het netwerk zodat collega-agrariërs kunnen profiteren van de opgedane inzichten, ook buiten het kennisnetwerk. Daarnaast wordt er eens per jaar een activiteiten- en evaluatieverslag opgesteld voor de provincie, waarin het verloop van het project wordt toegelicht zodat de provincie de werking van de regeling en de kennisnetwerken goed in beeld kan krijgen met het oog op eventuele voortzetting van de subsidieëring na 2027. Voorwaarden voor aanvragen Subsidie wordt alleen verstrekt aan een penvoerder van een kennisnetwerk landbouw. Het kennisnetwerk moet bestaan uit ten minste 15 agrariërs, wat wordt vastgelegd in de ingevulde samenwerkingsovereenkomst kennisnetwerken landbouw. Het format voor de samenwerkingsovereenkomst vindt u onderaan deze pagina. Daarnaast moet er een projectplan worden overlegd met een beschrijving van de activiteiten, de doelen die worden nagestreeft en een begroting. Hoogte van subsidie/maximaal subsidiebedrag De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal 5.000 euro. Per kennisnetwerk is een maximum vastgelegd: Grondgebonden Utrecht West: 80.000 euro Grondgebonden Utrecht Oost: 60.000 euro Fruitteelt: 40.000 euro Hokdieren: 40.000 euro Biologische landbouw: 40.000 euro Gemeenschapslandbouw: 40.000 euro Jonge agrariers: 40.000 euro Boerinnen: 40.000 euro De subsidie wordt verstrekt voor een periode van 24 maanden. Per deelsector of gebied wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt. Dat betekent dat er maar een kennisnetwerk subsidie kan ontvangen binnen een bepaalde categorie (er is maar een kennisnetwerk fruitteelt wat subsidie ontvangt bijvoorbeeld). De provincie Utrecht geeft voorkeur aan samenwerking binnen de gehele deelsector of regio, in plaats van versnippering over meerdere netwerken. Het kennisnetwerk dat als eerste een volledige en inhoudelijk goedgekeurde aanvraag indient, komt in aanmerking voor de subsidie. Het is dus belangrijk om samenwerking op te zoeken en tijdig een goed voorbereidde aanvraag in te dienen. Goed om te weten Voordat u subsidie aanvraagt, is het goed te onderzoeken of u tot de doelgroep hoort, of uw project aan de voorwaarden voldoet en welke bijlagen u bij de aanvraag moet voegen. Onderaan de pagina vindt u het aanvraagformulier. Meer informatie over het aanvragen van subsidie en een toelichting op het aanvraagformulier, vindt u op de pagina: Hoe kunt u subsidie aanvragen? Als subsidie wordt verleend, ontvangt u een verleningsbeschikking. Meer informatie over de verleningsbeschikking, vindt u op de pagina: Wat moet u doen na subsidieverlening bij een subsidieaanvraag ingediend op of na 1 april. Bij subsidieverlening ontvangt u aanvullende documenten. Vragen of hulp nodig? Wilt u weten of uw project in aanmerking komt voor subsidie? Of wilt u advies bij de aanvraag? Neem dan contact op met Kim Medema, via: kim.medema@provincie-utrecht.nl. Voor overige vragen kunt u een e-mail sturen naar: subsidies_LG@provincie-utrecht.nl of bellen met Mark Boerman: 06 36 19 45 71. Deze subsidie aanvragen Aanvraagformulier Documenten Format projectplan Kennisnetwerken Landbouw (pdf, 216.55 kB) Format projectplan Kennisnetwerken Landbouw (docx, 56.32 kB) Format Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw (pdf, 339.63 kB) Format Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw (docx, 98.54 kB) Wet- en regelgeving Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied Subsidieregelgeving provincie Utrecht Deel deze pagina Deel op Bluesky Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Deel op X Link kopiëren Link gekopieerd naar klembord. Zoeken: doorzoek de website Zoek
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 april 2025 nr. UTSP-1598708562-4323 tot openstelling van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht voor de aanleg van kleine landschapselementen met functieverandering Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en artikel 7.2 van de Subsidieregeling Leefomgeving Landelijk Gebied provincie Utrecht; Overwegende dat: - het wenselijk is aanleg en herstel van kleine landschapselementen te stimuleren; - dit overeenstemt met de doelen van het Landschapsuitvoeringsplan, de kaderstellende notitie UPLG, en met de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst Platform Groenblauwe Dooradering 2025-2028; - de vorige openstellingsperiode voor subsidie voor aanleg en herstel kleine landschapselementen in 2024 is geëindigd; - de provincie mede in het kader van de Samenwerking binnen het Platform Groenblauwe Dooradering 2025-2028 een nieuw subsidieplafond beschikbaar wenst te stellen voor 392.000 euro. BESLUITEN: Artikel 1. Aanvraagperiode De periode waarbinnen aanvragen op basis van artikel 7.2 van de Subsidieregeling Leefomgeving Landelijk Gebied provincie Utrecht kunnen worden ingediend, wordt vastgesteld op: 5 mei 2025 tot en met 30 september 2025. Artikel 2. Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 7.2 van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht kan uitsluitend worden aangevraagd door BoerenNatuur Utrecht Oost U.A. Artikel 3. Subsidieplafonds Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 1 wordt ingesteld op €392.000. Artikel 4. Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Artikel 5. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Eerste openstellingsbesluit aanleg kleine landschapselementen met functieverandering provincie Utrecht 2025. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 april 2025. Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
Toon brontekst
Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op het gestelde in de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022, de Beleidsregel exploitatiesubsidies en de Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies en de Beleidsregel Toezicht en naleving subsidies; Overwegende dat: - het met het oog op de overzichtelijkheid, uniformiteit en onderlinge samenhang wenselijk is om verschillende subsidieregelingen voor activiteiten die bijdragen aan de provinciale doelen op het gebied van de leefomgeving, te bundelen in één subsidieregeling; - het voor de begrijpelijkheid en de vermindering van de administratieve druk van belang is dat de subsidieregeling zo eenvoudig mogelijk is; - deze subsidieregeling als beleidsgrondslag heeft: de Omgevingsvisie provincie Utrecht en de Omgevingsverordening provincie Utrecht; de Landbouwvisie provincie Utrecht 2018 en de Samenwerkingsagenda Landbouw; het Utrechts Programma Landelijk Gebied 1.0; de Natuurvisie provincie Utrecht en het bijbehorende Supplement biodiversiteit; het Interprovinciaal Wolvenplan 2019 en addendum 2023; de Regionale Veenweidenstrategie Utrechtse Veenweiden; het Uitvoeringsprogramma Regionale Veenweidenstrategie Utrechtse Veenweiden 2023-2024; enhet Strategisch bosbeleid; Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Voor de omschrijving van de begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt, wordt verwezen naar de bijlage bij dit hoofdstuk. Artikel 1.2 Toepassingsbereik hoofdstuk 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op alle subsidies die op grond van deze subsidieregeling worden verstrekt, tenzij in de hoofdstukken 2 en volgende anders is bepaald. Artikel 1.3 Financiële vorm van de subsidie De subsidie wordt in de vorm van een geldbedrag verstrekt. Artikel 1.4 Subsidieaanvraag De aanvraag wordt digitaal ingediend, met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht. Artikel 1.5 Verlenging beslistermijn 1.. Een besluit op een subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag verzonden aan de aanvrager. Deze termijn kan met maximaal 13 weken worden verlengd. 2.. Als er sprake is van een subsidieplafond en de wijze van verdeling wordt bepaald op basis van de kwaliteit van de aanvraag of op basis van loting, wordt een besluit op een subsidieaanvraag binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode verzonden. Deze termijn kan met maximaal 13 weken worden verlengd. Artikel 1.6 Weigeringsgronden In aanvulling op het gestelde in artikel 4:6 van de AsvpU wordt subsidie ook geweigerd: - voor zover voor de subsidiabele activiteiten reeds subsidie is verstrekt; in dat geval wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels te voorkomen; - voor zover de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voortvloeit uit een wettelijk opgelegde verplichting. Artikel 1.7 Verplichtingen 1.. In de subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger naast de verplichtingen in deze subsidieregeling, nog andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 2.. Als een subsidie is aangemerkt als toelaatbare staatssteun, voldoet de subsidieontvanger aan de voorwaarden die de Europese Commissie daaraan heeft gesteld. 3.. De subsidieontvanger houdt rekening met de principes van circulariteit bij de wijze waarop de gesubsidieerde activiteit wordt verricht en bij de besteding van middelen en streeft naar de beperking van grondstoffengebruik en beperking van negatieve milieueffecten. Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten De volgende kosten zijn in ieder geval niet subsidiabel tenzij in het betreffende hoofdstuk anders is bepaald: - verrekenbare of compensabele heffingen, lasten en belastingen zoals BTW; - kosten van bodemsanering voor zover verhaal op de vervuiler of een beroep op fondsen mogelijk is; - kosten voor reguliere activiteiten, structurele ondersteuning of het afdekken van exploitatietekorten van activiteiten en organisaties; - kosten die gemaakt zijn voor de indieningsdatum van de subsidieaanvraag. Hoofdstuk 2 Aankoop en ontpachting NNN-gronden Artikel 2.1 Subsidiecriteria 1.. In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.1.1 “het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verder gerealiseerd (groter van oppervlakte)” kan subsidie worden verstrekt voor projecten met activiteiten die zijn gericht op: - de verwerving van grond voor te ontwikkelen natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 2.5, derde lid, onder e; - de beëindiging van een pachtovereenkomst of erfpacht op grond voor te ontwikkelen natuur of reeds aanwezige natuur en het vestigen van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 2.5, derde lid, onder e; 2.. Subsidie op de grond, bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt slechts verstrekt als de (toekomstige) eigenaar duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk kan maken dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten. 3.. Ontpachting of erfpachtvrij maken is niet subsidiabel indien de huidige eigenaar de (erf)pacht zelf heeft gevestigd. 4.. In afwijking van het derde lid is subsidie wel mogelijk indien de (erf)pacht vóór 1 januari 1990 is gevestigd. Artikel 2.2 Subsidieontvangers (doelgroep) 1.. Subsidie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, kan worden verstrekt aan een ieder. 2.. Subsidie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, kan worden verstrekt aan de eigenaar van de grond. Artikel 2.3 Openstelling 1.. Gedeputeerde Staten kunnen een of meerdere keren per jaar een openstellingsbesluit vaststellen voor het verstrekken van subsidies op grond van dit hoofdstuk. 2.. In het openstellingsbesluit, bedoeld in het eerste lid, regelen Gedeputeerde Staten: - de aanvraagperiode; - het subsidieplafond. Artikel 2.4 Aanvraag 1.. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU. 2.. Een subsidieaanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,wordt uiterlijk op de dag voor het passeren van de notariële akte van levering ingediend. 3.. Een subsidieaanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b,wordt uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de erfpacht of van de pachtovereenkomst ingediend. 4.. Bij de subsidieaanvraag wordt een inrichtingsschets gevoegd, bestaande uit: - een schets van de uitgangssituatie; - een schets van de te treffen inrichtingsmaatregelen die aansluiten bij prioriteiten op de ambitiekaart in het natuurbeheerplan; - de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; - de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan worden aangegeven; en - een kaart met ligging percelen. Artikel 2.5 Verplichtingen 1.. De subsidieontvanger is verplicht: - binnen twaalf weken na subsidieverlening zorg te dragen voor de verwerving dan wel het pachtvrij of erfpachtvrij maken van het terrein waarvoor hij subsidie ontvangt; - het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein direct na verwerving dan wel pachtvrij of erfpachtvrij maken als natuur te beheren; - het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein in te richten conform het definitieve inrichtingsplan; - het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein na inrichting te beheren overeenkomstig het type, bedoeld in het vierde lid, onder e; - het terrein voor een ieder kosteloos open te stellen tussen zonsopgang en zonsondergang op ten minste 358 dagen per jaar; - eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede te laten komen aan het project; - te overleggen en samen te werken met de beheerders van omliggende natuurterreinen om tot een samenhangend beheer te komen; en, - bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot wijziging van het omgevingsplan inhoudende dat het terrein enkel als natuur mag worden gebruikt. 2.. Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, worden verlengd tot een door Gedeputeerde staten te bepalen termijn. 3.. Binnen twee weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Utrecht een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin worden opgenomen: - de verplichting tot uitwerking van het definitief inrichtingsplan en de termijn waarbinnen deze uitwerking gereed dient te zijn en de goedkeuring door Gedeputeerde Staten dient te zijn verkregen; - de verplichting tot inrichting van het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein en de termijn waarbinnen deze inrichting dient plaats te vinden; - de verplichting van de eigenaar van de grond om de betreffende grond niet te gebruiken ofte doen gebruiken als landbouwgrond en overigens datgene na te laten wat de ontwikkelingen de daaropvolgende instandhouding van het te realiseren natuurbeheertype dan wellandschapsbeheertype in gevaar brengt of kan verstoren; - dat de verplichtingen, bedoeld onder c, zullen overgaan op degene die het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein onder algemene of bijzondere titel zullen ver-krijgen en eveneens gelden voor degene die van de rechthebbende een recht op het gebruik van de grond verkrijgen; - dat de verplichtingen, bedoeld onder c en d, als kwalitatieve verplichting zullen worden in-geschreven in de openbare registers en de termijn waarbinnen deze inschrijving dient plaatste vinden. 4.. Het definitieve inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, onder a, omvat: - een beschrijving van de uitgangssituatie; - een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen; - de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; - de motivering voor het treffen van de betreffende maatregelen; - de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan worden aangegeven; - een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen of te verwijderen wegen en paden; - een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd; - een gespecificeerde begroting; - één of meerdere topografische of digitale kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000,waarop de grenzen van het terrein zijn aangegeven. Digitale gegevens dienen te worden aangeleverd als GIS-bestand in de vorm van een shapefile. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan deze bestanden moeten voldoen; en - een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager na het treffen van de inrichtingsmaatregelen de (beoogde) beheertypen en habitattypen verder zal ontwikkelen en beheren. 5.. De subsidieontvanger is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, aanhef en ondere, indien: - sluiting nodig is bij of krachtens de Omgevingswet uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving; - het terrein naar zijn aard buiten machte van de subsidieontvanger niet toegankelijk is; - er een bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is tot een maximum vaneen hectare; of - het terrein vrijgesteld is op grond van het natuurbeheerplan. 6.. Het is subsidieontvanger niet toegestaan om de verworven terreinen te vervreemden, in erfpacht uit te geven of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming door Gedeputeerde Staten. 7.. De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht de ingevolge dit hoofdstuk verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Utrecht, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het zesde lid ontheffing is verleend. 8.. Als de subsidieontva […tekst ingekort]
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 april 2025 nr. UTSP-1598708562-4324 tot openstelling van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht voor de stimulering aanleg en herstel van kleine landschapselementen Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en artikel 7.1 van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht; Overwegende dat: - het wenselijk is aanleg en herstel van kleine landschapselementen te stimuleren; - dit overeenstemt met de doelen van het Landschapsuitvoeringsplan, de kaderstellende notitie UPLG en met de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst Platform Groenblauwe Dooradering 2025-2028; - de vorige openstellingsperiode voor subsidie voor aanleg en herstel kleine landschapselementen in 2023 is geëindigd; - de provincie mede in het kader van de Samenwerking binnen het Platform Groenblauwe Dooradering 2025-2028 een nieuw subsidieplafond beschikbaar wenst te stellen voor 354.000 euro. BESLUITEN: Artikel 1. Aanvraagperiode De periode waarbinnen aanvragen op basis van artikel 7.1 van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht kunnen worden ingediend, wordt vastgesteld op: 5 mei 2025 tot en met 15 juni 2025. Artikel 2. Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 7.1 van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht kan uitsluitend worden aangevraagd door BoerenNatuur Rijn Vecht en Venen U.A., Collectief Lopikerwaard U.A., Collectief Alblasserwaard Vijfheerenlanden Coöperatie U.A. en Collectief Eemland U.A. voor activiteiten gelegen in het werkgebied van deze coöperaties. Artikel 3. Subsidieplafonds Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 1 bedraagt €354.000, waarbij per aanvrager de volgende subsidieplafonds gelden: - € 88.000 voor (die gedeelten van) het grondgebied waarbinnen BoerenNatuur Rijn Vecht en Venen U.A. haar werkgebied heeft. - €30.000 voor (die gedeelten van) het grondgebied waarbinnen Collectief Alblasserwaard Vijfheerenlanden Coöperatie U.A. haar werkgebied heeft. - €118.000 voor (die gedeelten van) het grondgebied waarbinnen Collectief Lopikerwaard U.A. haar werkgebied heeft. - €118.000 voor (die gedeelten van) het grondgebied waarbinnen Collectief Eemland U.A. haar werkgebied heeft. Artikel 4. Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Artikel 5. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Eerste openstellingsbesluit aanleg en herstel kleine landschapselementen provincie Utrecht 2025. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 april 2025. Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.