Uitvoeringsverordening subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling provincie Utrecht 2017
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor gemeenten, woningcorporaties, particuliere initiatiefgroepen en ondernemingen die bijdragen aan binnenstedelijke ontwikkeling in stedelijke gebieden van Utrecht.
Ook bekend als Subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling Utrecht, BO Utrecht
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor binnenstedelijke ontwikkeling in Utrecht, gericht op woningbouw, transformatie van leegstaande gebouwen, verbetering van stedelijke kwaliteit en uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid. Maximale bijdrage voor externe deskundigheid 50% van kosten (max. €3.000 voor initiatiefgroepen). Totaal programmabudget €6 miljoen voor 2017–2020.
Voor wie is het bedoeld?
Voor gemeenten, woningcorporaties, particuliere initiatiefgroepen en ondernemingen die bijdragen aan binnenstedelijke ontwikkeling in stedelijke gebieden van Utrecht.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van woningbouw in binnenstedelijke gebieden
- Ondersteuning van transformatie van leegstaande gebouwen
- Verbetering van stedelijke kwaliteit en leefomgeving
- Uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid
- Inzet van externe deskundigheid voor gemeenten en initiatiefgroepen
Voorwaarden
- Activiteiten moeten gericht zijn op realisering van ambities uit het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling
- Geen ruimtelijke belemmeringen in PRS en PRV
- Voorkeursvolgorde duurzame verstedelijking moet in acht worden genomen
- Voor externe deskundigheid: maximaal 50% van daadwerkelijke kosten
- Voor initiatiefgroepen: maximaal €3.000
- Voor uitplaatsing hinderlijke bedrijvigheid: meerdere partijen moeten financieel bijdragen
- Mondelinge intake vereist voordat schriftelijke aanvraag kan worden ingediend
- Subsidieontvanger moet ervaringen en kennis delen en publicitair gebruik toestaan
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
“Voor een bijdrage aan de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten zoals bedoeld in artikel 3 geldt een maximum van 50% van de daadwerkelijke kosten.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Paragraaf 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Criteria Artikel 3 Vorm Artikel 4 Aanvraag Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Hoogte van de subsidie Artikel 7 Subsidieplafond Artikel 8 Subsidieverlening Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger Artikel 10 Europese regelgeving Paragraaf 2 Slotbepalingen Artikel 11 Inwerkingtreding Artikel 12 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR602104 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR602104/1 sluiten Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 18 april 2017, nr. 81ABA850, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling provincie Utrecht 2017). Geldend van 19-05-2017 t/m heden Intitulé Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 18 april 2017, nr. 81ABA850, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling provincie Utrecht 2017). Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 30 (Bouwen, wonen en stedelijke vernieuwing) en artikel 4 en 6 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; Overwegende dat vitale dorpen en steden een belangrijke pijler zijn binnen de ruimtelijke ontwikkeling in de Provincie Utrecht waar binnenstedelijke ontwikkeling een belangrijke bijdrage aan levert, maar dat tegelijkertijd de voortgang en kwaliteit van deze binnenstedelijke ontwikkeling onder druk staat en de woningmarkt de afgelopen jaren structureel veranderd is, is het wenselijk dat vanuit de provinciale rol een financiële bijdrage wordt geleverd aan de verbetering danwel het behoud van aantrekkelijke dorpen en steden waar het goed wonen, werken en verblijven en ontmoeten is; Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen: Paragraaf 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; b. Beleidskader: Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling, zoals vastgesteld door provinciale staten op 15 december 2016; c. College: College van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht; d. PRS: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013–2028; e. PRV: Provinciaal Ruimtelijke Verordening 2013–2028; f. Stedelijk gebied: het gebied binnen de rode contouren zoals opgenomen in de Provinciaal Ruimtelijke Structuurvisie; g. Uitvoeringsprogramma: Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling 2017–2020, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 18 april 2017; h. Voorkeursvolgorde: de op de ladder duurzame verstedelijking van het rijk gebaseerde volgorde voor stedelijke ontwikkelingen zoals opgenomen in de PRS 2013–2028. Artikel 2 Criteria 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in het stedelijk gebied binnen het grondgebied van de provincie Utrecht zoals bedoeld in artikel 30 van de Asv die gericht zijn op het realiseren van de ambities zoals beschreven in het Beleidskader en het Uitvoeringsprogramma. 2. De in het eerste lid bedoelde activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meerdere van de volgende ambities uit het Beleidskader: a) een aanbod van stedelijke milieus die zowel kwalitatief als kwantitatief passen bij de (toekomstige) vraag, zowel op gebieds- als gebouwniveau; b) een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit; c) optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. 3. Binnen deze ambities versterken de in het eerste lid bedoelde activiteiten één of meerdere onderdelen van de in het Beleidskader beschreven focus voor de provinciale inzet: a) Verbinden in gebieden en gebiedsontwikkeling; b) Focus op wonen & woonomgeving, werken, winkelen & ontmoeten; c) Meekoppelen mogelijkheden in gebieden voor Energietransitie; d) Versterken van dan wel aansluiten op kansen voor mobiliteit, bereikbaarheid en infrastructuur in gebieden; e) Kansen in gebieden voor ontwikkelen van een meer gezonde leefomgeving; f) Kansen in gebieden voor Klimaatadaptatie; g) Kansen in gebieden voor (beleefbaarheid van) cultuur en cultuurhistorie; h) Verbinden op thematische vraagstukken zoals: huisvesting vergunninghouders, vernieuwing op de woningmarkt, objectgerichte energietransitie, of andere, nog niet geïdentificeerde actuele thema’s in de binnenstedelijke ontwikkeling. 4. De te subsidiëren activiteiten dienen daarnaast specifiek te zijn gericht op één of meerdere van de volgende opgaven en/of thema´s, zoals beschreven in het Beleidskader en het Uitvoeringsprogramma: a) Binnenstedelijke woningbouw: (versnelling van) op de vraag afgestemde toevoeging van woningen aan de woningvoorraad (waaronder energiezuinige woningen, vernieuwende vormen van opdrachtgeverschap etc.); b) Transformatie van leegstaande gebouwen en (monofunctionele) verouderde gebieden naar een nieuwe gebruiksfunctie; c) Behouden of vergroten van duurzame binnenstedelijke kwaliteit (zowel milieukwaliteit, groen-blauwe structuren en aantrekkelijke woon-, werk, centrumlokaties & ontmoetingsplekken en het versterken van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad); d) Ruimte creëren voor binnenstedelijke ontwikkeling met kwaliteit door het wegnemen van beperkingen/hinderingen (waaronder uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid); e) of een ander, niet expliciet beschreven thema, dat bijdraagt aan de in lid 2 genoemde ambities en lid 3 beschreven focus. 5. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen moeten de activiteiten daarnaast aan de volgende criteria voldoen: a) De gevraagde ondersteuning zoals bedoeld in artikel 3 heeft een aantoonbare meerwaarde voor het project; b) Er zijn geen ruimtelijke belemmeringen in de PRS en PRV voor de uitvoering van het project en; c) De voorkeursvolgorde is, indien relevant, in acht genomen. 6. Indien de gevraagde bijdrage betrekking heeft op de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid zoals bedoeld in het vierde lid onder sub d, gelden aanvullend hierop in elk geval de volgende criteria: a) Er is sprake van hinder(beleving) danwel gezondheidseffecten danwel milieubelasting en; b) De bedrijfsverplaatsing (danwel beëindiging/wijziging bedrijfsvoering) leidt tot aantoonbare en duurzame vermindering van de hinder danwel wel oplossing hiervan. Daarnaast is er sprake van één van de volgende criteria: c) Op de vrijkomende bedrijfslocatie is een stedelijke ontwikkeling voorzien die past binnen de ambities zoals opgenomen in artikel 2 lid 2; d) De aanwezigheid van het bedrijf is de belemmerende factor voor een gewenste stedelijke ontwikkeling die past binnen de ambities zoals opgenomen in artikel 2 lid 2 in de directe omgeving van de bedrijfslocatie. 7. Daarnaast voldoen de te subsidiëren activiteiten zoveel mogelijk aan de volgende criteria: a) Er is zicht op marktpotentie, haalbaarheid en uitvoerbaarheid binnen een, in overleg te bepalen, redelijke termijn; b) De activiteit draagt substantieel bij aan de realisatie van de totale binnenstedelijke opgave in de betreffende gemeente; c) De activiteit heeft een integraal karakter waar binnenstedelijke ontwikkeling om vraagt; d) De activiteit is innovatief van aard en heeft voldoende potentie om tot een grote uitrol te leiden of op andere wijze een voorbeeldfunctie te vervullen. Artikel 3 Vorm De inzet van de subsidie is in beginsel vormvrij, waarbij per project naar de optimale ondersteuningsvorm wordt gezocht. De subsidie kan, maar zeker niet uitsluitend, worden verstrekt in de vorm van: – een garantstelling; – een renteloze lening; – een storting in een (revolverend) fonds; – de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten (gedurende minimaal 3 en maximaal 12 maanden); – de inzet van externe deskundigheid bij collectieven van particulieren (‘initiatiefgroepen’) ten behoeve van vernieuwend opdrachtgeverschap; – een bijdrage aan de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid. Artikel 4 Aanvraag Aanvragen kunnen het gehele kalenderjaar worden ingediend, gedurende de looptijd van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling (2017 t/m 2020). De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Artikel 5 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 10 van de Asv, kan subsidie worden geweigerd indien: a) de activiteit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende bijdraagt aan de ambities zoals geformuleerd in het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling; b) activiteiten van gelijke aard met een vergelijkbare doelstelling in het voorgaande kalenderjaar reeds een bijdrage hebben ontvangen; c) indien de gemeente geen medewerking wenst te verlenen aan de realisatie van het project. Artikel 6 Hoogte van de subsidie 1. Voor een bijdrage aan de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten zoals bedoeld in artikel 3 geldt een maximum van 50% van de daadwerkelijke kosten. 2. Voor een bijdrage aan de inzet van externe deskundigheid zoals bedoeld in artikel 3 ten behoeve van collectieven van particulieren (‘initiatiefgroepen’) ten behoeve van vernieuwend opdrachtgeverschap geldt een maximale bijdrage van 50% van de daadwerkelijke kosten met een maximum van € 3000,–. 3. De hoogte van de bijdrage aan de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid zoals bedoeld in artikel 3 wordt per geval en/of aanvraag bepaald, waarbij geldt dat dit uitsluitend plaats vindt in het geval dat meerdere betrokken partijen financieel bijdragen aan de kosten van uitplaatsing. Artikel 7 Subsidieplafond Het subsidieplafond bedraagt € 6 miljoen voor de periode van de looptijd van het Uitvoeringsprogramma. Artikel 8 Subsidieverlening Subsidie, in ieder geval wanneer deze wordt verleend in de vorm van een garantstelling, renteloze lening of ten behoeve van de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid, wordt verleend onder de voorwaarde dat, indien gewenst door de provincie, tussen de subsidieontvanger en de provincie een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt. Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger De subsidieontvanger dient: 1. de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen, binnen de grenzen van het redelijke; 2. de provincie Utrecht toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten. Artikel 10 Europese regelgeving 1. Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een woningcorporatie wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting. 2. Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun. Paragraaf 2 Slotbepalingen Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst. Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling provincie Utrecht 2017. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 18 april 2017. Voorzitter Secretaris Toelichting Algemeen Deze uitvoeringsverordening vormt de juridische basis voor de uitvoering van het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (BO) en bijbehorend Uitvoeringsprogramma 2017–2021. De Provinciaal Ruim […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.