Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad
Gemeente Tilburg
Privaatrechtelijke rechtspersonen gevestigd in Tilburg die professionele kunsten verzorgen (ontwikkelen, produceren of presenteren) en ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor Tilburgse culturele instellingen die professionele kunsten verzorgen en ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden in BrabantStad. Totaal budget € 6.440.000 voor de periode 2021-2024 (€ 1.610.000 per jaar). Verdeling via tender op basis van artistieke kwaliteit, zakelijke kwaliteit, publiekswerking en bijdrage aan culturele infrastructuur.
Voor wie is het bedoeld?
Privaatrechtelijke rechtspersonen gevestigd in Tilburg die professionele kunsten verzorgen (ontwikkelen, produceren of presenteren) en ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor professionele kunstenorganisatie in Tilburg
- Financiering voor ontwikkeling, productie of presentatie van professionele kunsten
- Structurele ondersteuning voor culturele instellingen in BrabantStad
Voorwaarden
- Privaatrechtelijke rechtspersoon gevestigd in Tilburg
- Ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden
- Activiteiten in periode 2021-2024
- Toepassing Governance Code Cultuur verplicht
- Fair Practice Code en Code Culturele Diversiteit onderschrijven
- Jaarlijkse voortgangsrapportage verplicht
- Controleverklaring vereist voor subsidies € 125.000 en hoger
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het college van B en W stelt het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, vast op een totaal van € 6.440.000,- in de periode 2021-2024”
Toon brontekst
Meerjarige subsidies professionele kunsten 2025 – 2028 Tilburg Deze regeling is bedoeld voor de meerjarige ondersteuning van Tilburgse organisaties en makers die kunst produceren of presenteren. Op basis van het advies van een onafhankelijke commissie wordt een subsidie voor twee of vier jaar verstrekt. Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - Adviescommissie: Commissie van experts die het college adviseren over de toekenningen; - Code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren https://codedi.nl/; - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; - Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie https://www.fairpracticecode.nl; - Governance Code Cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties https://bij.cultuur-ondernemen.nl/governance-code-cultuur/principe/introductie; - Liquiditeit: is een financiële graadmeter, dit kengetal geeft aan of de aanvrager in staat is kortlopende betaalverplichtingen te voldoen; - Meerjarig ondersteund: ontvangen van een meerjarige subsidie vanuit de regeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg – BrabantStad, de regeling Kunstenaarsinitiatieven 2021 – 2024 of een subsidie ontvangen op basis van collegebesluit van 27 oktober 2020 -17 Alsnog honoreren zes culturele instellingen. Of een meerjarige honorering van een van de landelijke cultuurfondsen. - Professionele maker: iemand die een opleiding heeft afgerond of via zelfstudie een vergelijkbaar niveau heeft verkregen. En voor wie het produceren van kunst de primaire bron van inkomsten is. - Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten: regeling van de provincie Noord-Brabant ten behoeve van de ondersteuning van professionele kunsten. - Solvabiliteit: is een financiële graadmeter, dit kengetal geeft de verhouding tussen eigen vermogen en het totale vermogen weer. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens). - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb; - Tendersysteem: alle volledige subsidieaanvragen moeten binnen een bepaalde periode ingediend zijn, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling. - Toepassen van de culturele codes: Governance Code Cultuur, volgen van de aanbevelingen en principes uit de code. Fair Practice Code, hebben van een helder geformuleerd beloningsbeleid. Code Diversiteit & Inclusie, Inclusief denken en handelen moet blijken uit het activiteitenplan. Artikel 2. Doelgroep Subsidie op grond van deze subsidieregeling kan worden aangevraagd door in gemeente Tilburg gevestigde rechtspersonen wiens doelstelling primair gericht is op het vervaardigen, produceren, ontwikkelen en/of tonen van kunstproducten door professionele makers. Artikel 3. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten. Artikel 4. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van het vervaardigen, produceren, ontwikkelen en/of tonen van kunst die plaatsvinden in de periode 2025 – 2028. Artikel 5. Subsidiabele kosten 1.. In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 en de kosten die direct verbonden zijn met de activiteiten zoals bedoeld in artikel 4. 2.. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4. Artikel 6. Niet voor subsidie in aanmerking komende kosten 1.. Kosten die gemaakt worden gemaakt ten behoeve van horeca exploitatie of een andere commerciële activiteiten los van de culturele activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidie. 2.. Kosten die gemaakt zijn vóór het besluit op de aanvraag of, in geval van een meerjarige subsidie, buiten het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verleend, komen niet in aanmerking voor subsidie. 3.. Kosten voor activiteiten die gericht zijn op het restaureren, conserveren, beheren of presenteren van een museale collectie. 4.. Kosten die zijn gemaakt voor het opstellen van een subsidieaanvraag. 5.. Kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes en sancties. 6.. Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten. 7.. Kosten voor het organiseren van een festival of evenement. Artikel 7. Begrotingsvoorbehoud en subsidieplafond 1.. Subsidies worden verstrekt onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van middelen door de gemeenteraad. 2.. Het subsidieplafond wordt door het college vastgesteld. Na vaststelling wordt het plafond gepubliceerd. Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag 1.. Subsidieaanvragen worden ingediend vóór 4 maart 2024 via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. 2.. Op het moment dat een subsidieaanvraag onvolledig is krijgt de aanvrager 5 werkdagen om de ontbrekende stukken aan te leveren. 3.. De aanvraag voor subsidie omvat: - Een volledig ingevuld aanvraagformulier; - Een meerjarig activiteitenplan over 4 jaar waarin wordt ingegaan op de criteria zoals omschreven in artikel 12; - Een uitgewerkte meerjarige sluitende begroting over 4 jaar, waarin de kosten en opbrengsten van de activiteiten waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze worden weergegeven, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 5 en artikel 6. Aan de dekkingskant van de begroting dient u per post toe te lichten of deze al is gerealiseerd. - De meest recente jaarrekening van het voorgaande jaar. - Indien een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij, een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, en uittreksel KvK - Bankbewijs: Om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is moet u een kopie bankafschrift of foto bankpas meesturen. U moet alle overbodige informatie aflakken, maximaal zichtbaar mag zijn uw naamstelling en banknummer. - Als het voor de beoordeling van belang is kan het college aanvullende stukken opvragen. Artikel 9. Subsidievorm. Het college verstrekt op grond van deze regeling een subsidie voor de duur van 2 of 4 jaar. - Toekenning voor 4 jaar. Dit is mogelijk op het moment dat:Aanvrager meerjarig ondersteund is via een landelijk cultuurfonds in 2021-2024. Met in achtneming van artikel 11.9Aanvrager meerjarig ondersteund is door provincie en/ of gemeente in 2021-2024. Met in achtneming van artikel 11.9 Aanvrager een toekenning heeft ontvangen op grond van de Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten voor 2025 – 2028. - Toekenning voor 2 jaar. Aanvrager die voor het eerst meerjarige ondersteuning aanvraagt krijgt een toekenning voor 2 jaar. Als de aanvrager een toekenning ontvangt van de Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten voor 2025 – 2028. Wordt deze 2-jarige toekenning omgezet in een 4-jarige. Artikel 10. Hoogte van de subsidie 1.. Aanvragers kunnen maximaal 70% van de subsidiabele kosten aanvragen. Dit betekent dat minimaal 30% van de subsidiabele kosten worden gedekt uit andere inkomsten. Indien nog niet bekend is of fondsen of andere subsidieverstrekkers bijdragen, dient onderbouwd te worden wat het voor het activiteitenplan betekent als de bijdrage niet wordt toegekend (denk aan vermindering van programmering, bijstellen marketingbudget etc). 2.. Toegekende subsidies worden onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting jaarlijks geïndexeerd. Artikel 11. Wijze van verdeling 1.. De subsidie wordt verdeeld middels een tendersysteem. Alle volledige en tijdig ingediende aanvragen worden voorgelegd aan een onafhankelijke adviescommissie. Deze adviseert het college over wel of niet honoreren. 2.. Naast het oordeel van de onafhankelijke adviescommissie beoordeeld een subsidie adviseur van de gemeente Tilburg de aanvraag financieel. Deze toetst onder andere op de weigeringsgronden omschreven in artikel 13.1, 13.4, 13.5 3.. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door de adviescommissie aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 4.. Bij de rangschikking van de aanvragen kent de adviescommissie punten toe aan de hand van de in artikel 12 omschreven criteria. 5.. Bij gelijke beoordeling weegt de beoordeling op artikel 12.1.a het zwaarst. Als beoordeling dan nog steeds gelijk is artikel 12.1.b doorslaggevend. 6.. Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. 7.. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. 8.. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen integraal en in relatie tot elkaar. En komt tot een afgewogen verdeling over de verschillende kunstdisciplines. 9.. Vierjarige ondersteuning is enkel mogelijk wanneer voor artistiek-inhoudelijke kwaliteit tenminste een 8 gescoord wordt en op criteria 12.1.b, 12.1.c en 12.1.d tenminste een 7. Artikel 12. Verdeelcriteria - De adviescommissie beoordeeld en rangschikt aanvragen op basis van de volgende criteria: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit: wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 10 punten;Maatschappelijke betekenis: De mate waarin de activiteiten bijdragen aan diversiteit van het aanbod, een bijdrage leveren aan de beleidsdoelstellingen uit Cultuurplan 2025 – 2028 en/of de (inter) nationale profilering van de stad, te waarderen met maximaal 10 punten;Publiek, diversiteit en inclusie: het tonen van een duidelijke visie op doelgroepen met bijbehorend communicatieplan en/of een duidelijk uitgewerkte aanpak van de publiekswerking. Te waarderen met maximaal 10 punten;Uitvoerbaarheid, bedrijfsmatige gezondheid: het tonen van een helder ondernemingsplan, plan van aanpak en een gezonde financieringsmix. Te waarderen met maximaal 10 punten;Mate waarin de Code Diversiteit & Inclusie (4 punten), de Fair Practice Code (3 punten) en de Governance Code Cultuur (3 punten) worden toegepast. Totaal maximaal 10 punten. Artikel 13. Weigeringsgronden Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en het artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (deels) geweigerd worden indien: - Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; - Een aanvraag 5 of lager scoort op artikel 12.1.d - De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; - Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid. - Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten; - Subsidieverlening zou leiden tot strijd met artikel 107 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie (verbod op staatssteun) en deze steun niet vrijgesteld is op grond van de Al […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad De raad van de gemeente Tilburg; - gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; Besluit - Vast te stellen de 'Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad' voor Tilburgse culturele instellingen die ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden. Daartoe: - In te zetten van een bedrag van € 500.000,- uit het huidige budget van Kunstenaarsinitiatieven ten behoeve van deze Tilburgse culturele instellingen. - De volgende bedragen uit het budget voor basisvoorzieningen cultuur in deze regeling onder te brengen: - De jaarlijkse bijdrage aan Het Zuidelijk Toneel van maximaal € 510.000,- per jaar; - Maximaal € 600.000,- per jaar uit de jaarlijkse subsidie aan het Textielmuseum/Stichting Mommerskwartier ten behoeve van het Textiellab. Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - Adviescommissie: de adviescommissie die het college van burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen ingediend op grond van deze subsidieregeling; - AGVV: Verordening (EU) 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën van steun van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); - Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - lokaal: gericht op activiteiten die vooral plaatselijk worden uitgevoerd; - bovenlokaal: gericht op activiteiten die het lokale, plaatselijke overstijgen; - professionele kunsten: werk dat primair gericht is op het vervaardigen, produceren van kunstproducten door kunstenaars die artistiek-inhoudelijk actief zijn in de kunsten; - meerjarige (exploitatie)subsidie: subsidie die per kalenderjaar of in een bepaald aantal kalenderjaren wordt verstrekt voor een periode van maximaal vier jaar. - BrabantStad: provincie Noord-Brabant met daarin in het bijzonder en niet beperkt tot gemeente Breda, gemeente Eindhoven, gemeente Helmond, gemeente ’s Hertogenbosch en gemeente Tilburg. Artikel 2 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door privaatrechtelijke rechtspersonen die in Tilburg gevestigd zijn. Artikel 3 Subsidievorm - Het college verstrekt op grond van deze regeling meerjarige subsidies die een bijdragen leveren aan de exploitatiekosten. - Subsidies als bedoeld in sub a. worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor: - activiteiten gericht op de volgende functies: - het verzorgen van theatervoorstellingen - het ontwikkelen van de discipline textiel - overige activiteiten gericht op het ontwikkelen, produceren of presenteren van professionele kunsten. Artikel 5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: - de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken conform artikel 11 sub a Asv; - subsidieverstrekking niet past binnen het op het betreffende beleidsterrein gevoerde beleid conform het Cultuurplan Tilburg 2021-2024 dan wel conform de adviezen van de externe adviescommissie (zoals benoemd in artikel 13 van deze regeling) die prioriteit aanbrengen in de subsidievragen; - de activiteiten gericht zijn op het restaureren, conserveren, beheren of presenteren van een museale collectie; - de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de AGVV; - ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV openstaat. Artikel 6 Subsidievereisten - Om voor exploitatiesubsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: - de activiteiten worden in belangrijke mate uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant en Tilburg, zodat de aanvraag het lokale en bovenlokale doel dient; - de subsidieaanvrager is gevestigd in Tilburg en op het gebied van professionele kunsten een: - producerende instelling; - presentatie instelling; - ontwikkelinstelling; - de activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen, produceren of presenteren van professionele kunsten; - de subsidieaanvrager is een instelling met: - hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap; - hoge zakelijke kwaliteit blijkend uit de bedrijfsvoering en haalbaarheid van de activiteiten; - ten minste een bovenlokale functie; - een missie en visie op haar rol in de Brabantse culturele infrastructuur; - de subsidieaanvrager verklaart dat hij de volgende codes onderschrijft: - Governance Code Cultuur; - Fair Practice Code; - Code Culturele Diversiteit; - de activiteiten zijn gericht op publiekswerking of een specifieke doelgroep en monitoring daarvan, blijkend uit een communicatiestrategie; - de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2021 tot en met 2024; - de subsidieaanvrager overlegt een activiteitenplan, overeenkomstig het daartoe door het college vastgestelde model/richtlijn, waarin in ieder geval is opgenomen: - op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; - een sluitende en goed onderbouwde begroting; - Indien de subsidieaanvraag gericht is op de activiteiten, bedoeld in artikel 4, onder a, moet in aanvulling op het eerste lid worden voldaan aan de volgende vereisten: - de subsidieaanvrager voert een beleid dat talentontwikkeling bevordert; - de subsidieaanvrager voert een beleid dat cultuureducatie bevordert; - de subsidieaanvrager heeft een subsidieaanvraag ingediend voor een van de functies genoemd in artikelen 3.9 of 3.45 van de 'Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024' van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, blijkend uit een kopie van de ontvangstbevestiging. - indien de subsidieaanvraag gericht is op de activiteiten, bedoeld in artikel 4, onder b, wordt in aanvulling op het eerste lid voldaan aan het vereiste dat de subsidieaanvrager een aanvraag voor cofinanciering in de vorm van subsidie heeft ingediend of gaat indienen bij een andere overheid, blijkend uit de begroting. Artikel 7 Subsidiabele kosten - Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking; - Kosten voor ingehuurde externe deskundigen zijn subsidiabel tot een maximum van € 145 per uur inclusief niet verrekenbare btw. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 7 komen in ieder geval de kosten ten behoeve van horecaexploitatie niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 december 2019 tot en met 30 januari 2020 via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. Artikel 10 Subsidieplafond Het college van B en W stelt het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, vast op een totaal van € 6.440.000,- in de periode 2021-2024, dat wil zeggen € 1.610.000,- per jaar, waarvan: - € 510.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 1; - € 600.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 2, en: - € 500.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onder b. Artikel 11 Subsidiehoogte - De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder a, betreft de subsidiabele kosten tot een maximum van: - € 510.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 1; - € 600.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 2; - De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder b, betreft de subsidiabele kosten tot een maximum van totaal € 500.000,-. Artikel 12 Verdeelcriteria - Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen de vastgestelde subsidieplafonds, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maakt het college van B enW voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: - de mate waarin de activiteiten een hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit hebben, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 100 punten; - de mate waarin de activiteiten hoge zakelijke kwaliteit hebben, wat betreft omgevingsbewustzijn en ondernemerschap, te waarderen met maximaal 100 punten; - de mate waarin de activiteiten publiekswerking hebben of gericht zijn op een specifieke doelgroep, wat betreft binding met het bestaande publiek of doelgroep en inspanningen voor duurzame opbouw en vernieuwing van publiek of doelgroep, te waarderen met maximaal 100 punten; - de mate waarin de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur, wat betreft spreiding en inhoud in Brabant en bijdrage aan het bovenlokale, regionale of landelijke cultuuraanbod, te waarderen met maximaal 100 punten. - Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het eerste lid, onder d, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. - Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het eerst lid, onder a, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. - Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. - De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. - De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. - De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. - De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. - Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 13 Externe adviescommissie Het college van B en W legt aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 6 en artikel 12 voor aan de externe adviescommissie. Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger - De subsidieontvanger heeft conform de Asv in ieder geval de volgende verplichtingen: - de subsidieaanvrager past de volgende code toe: - Governance Code Cultuur; En beschrijft hoe hij de volgende codes onderschrijft: - Fair Practice Code; - Code Culturele Diversiteit; - de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2021 tot en met 2024; - de subsidieontvanger zorgt voor communicatie over de activiteiten; - bij subsidies tot € 125.000,- overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, bestaande uit jaarverslag en de jaarrekening; - bij subsidies van € 125.000,- en hoger is een controleverklaring vereist; - overlegt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 juli een voortgangsverslag over het voorgaand kalenderjaar, met ingang van 2022; - houdt de subsidieontvanger ingevolge artikel 7, eerste lid, van de AGVV een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan het college; - subsidieontvanger verleent medewerking aan een gesprek over de voortgang van de activiteiten. Artikel 15 Prestatieverantwoording - Bij subsidies tot € 125.000,- toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: - jaarverslag (activiteiten); - jaarrekening; - Bij subsidies van € 125.000,- en hoger toont de subsidieontvanger bij d […tekst ingekort]
Toon brontekst
Meerjarige subsidies professionele kunsten 2025 – 2028 Tilburg Deze regeling is bedoeld voor de meerjarige ondersteuning van Tilburgse organisaties en makers die kunst produceren of presenteren. Op basis van het advies van een onafhankelijke commissie wordt een subsidie voor twee of vier jaar verstrekt. Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - Adviescommissie: Commissie van experts die het college adviseren over de toekenningen; - Code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren https://codedi.nl/; - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; - Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie https://www.fairpracticecode.nl; - Governance Code Cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties https://bij.cultuur-ondernemen.nl/governance-code-cultuur/principe/introductie; - Liquiditeit: is een financiële graadmeter, dit kengetal geeft aan of de aanvrager in staat is kortlopende betaalverplichtingen te voldoen; - Meerjarig ondersteund: ontvangen van een meerjarige subsidie vanuit de regeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg – BrabantStad, de regeling Kunstenaarsinitiatieven 2021 – 2024 of een subsidie ontvangen op basis van collegebesluit van 27 oktober 2020 -17 Alsnog honoreren zes culturele instellingen. Of een meerjarige honorering van een van de landelijke cultuurfondsen. - Professionele maker: iemand die een opleiding heeft afgerond of via zelfstudie een vergelijkbaar niveau heeft verkregen. En voor wie het produceren van kunst de primaire bron van inkomsten is. - Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten: regeling van de provincie Noord-Brabant ten behoeve van de ondersteuning van professionele kunsten. - Solvabiliteit: is een financiële graadmeter, dit kengetal geeft de verhouding tussen eigen vermogen en het totale vermogen weer. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens). - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb; - Tendersysteem: alle volledige subsidieaanvragen moeten binnen een bepaalde periode ingediend zijn, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling. - Toepassen van de culturele codes: Governance Code Cultuur, volgen van de aanbevelingen en principes uit de code. Fair Practice Code, hebben van een helder geformuleerd beloningsbeleid. Code Diversiteit & Inclusie, Inclusief denken en handelen moet blijken uit het activiteitenplan. Artikel 2. Doelgroep Subsidie op grond van deze subsidieregeling kan worden aangevraagd door in gemeente Tilburg gevestigde rechtspersonen wiens doelstelling primair gericht is op het vervaardigen, produceren, ontwikkelen en/of tonen van kunstproducten door professionele makers. Artikel 3. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten. Artikel 4. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van het vervaardigen, produceren, ontwikkelen en/of tonen van kunst die plaatsvinden in de periode 2025 – 2028. Artikel 5. Subsidiabele kosten 1.. In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 en de kosten die direct verbonden zijn met de activiteiten zoals bedoeld in artikel 4. 2.. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4. Artikel 6. Niet voor subsidie in aanmerking komende kosten 1.. Kosten die gemaakt worden gemaakt ten behoeve van horeca exploitatie of een andere commerciële activiteiten los van de culturele activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidie. 2.. Kosten die gemaakt zijn vóór het besluit op de aanvraag of, in geval van een meerjarige subsidie, buiten het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verleend, komen niet in aanmerking voor subsidie. 3.. Kosten voor activiteiten die gericht zijn op het restaureren, conserveren, beheren of presenteren van een museale collectie. 4.. Kosten die zijn gemaakt voor het opstellen van een subsidieaanvraag. 5.. Kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes en sancties. 6.. Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten. 7.. Kosten voor het organiseren van een festival of evenement. Artikel 7. Begrotingsvoorbehoud en subsidieplafond 1.. Subsidies worden verstrekt onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van middelen door de gemeenteraad. 2.. Het subsidieplafond wordt door het college vastgesteld. Na vaststelling wordt het plafond gepubliceerd. Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag 1.. Subsidieaanvragen worden ingediend vóór 4 maart 2024 via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. 2.. Op het moment dat een subsidieaanvraag onvolledig is krijgt de aanvrager 5 werkdagen om de ontbrekende stukken aan te leveren. 3.. De aanvraag voor subsidie omvat: - Een volledig ingevuld aanvraagformulier; - Een meerjarig activiteitenplan over 4 jaar waarin wordt ingegaan op de criteria zoals omschreven in artikel 12; - Een uitgewerkte meerjarige sluitende begroting over 4 jaar, waarin de kosten en opbrengsten van de activiteiten waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze worden weergegeven, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 5 en artikel 6. Aan de dekkingskant van de begroting dient u per post toe te lichten of deze al is gerealiseerd. - De meest recente jaarrekening van het voorgaande jaar. - Indien een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij, een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, en uittreksel KvK - Bankbewijs: Om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is moet u een kopie bankafschrift of foto bankpas meesturen. U moet alle overbodige informatie aflakken, maximaal zichtbaar mag zijn uw naamstelling en banknummer. - Als het voor de beoordeling van belang is kan het college aanvullende stukken opvragen. Artikel 9. Subsidievorm. Het college verstrekt op grond van deze regeling een subsidie voor de duur van 2 of 4 jaar. - Toekenning voor 4 jaar. Dit is mogelijk op het moment dat:Aanvrager meerjarig ondersteund is via een landelijk cultuurfonds in 2021-2024. Met in achtneming van artikel 11.9Aanvrager meerjarig ondersteund is door provincie en/ of gemeente in 2021-2024. Met in achtneming van artikel 11.9 Aanvrager een toekenning heeft ontvangen op grond van de Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten voor 2025 – 2028. - Toekenning voor 2 jaar. Aanvrager die voor het eerst meerjarige ondersteuning aanvraagt krijgt een toekenning voor 2 jaar. Als de aanvrager een toekenning ontvangt van de Provinciale meerjarige regeling voor professionele kunsten voor 2025 – 2028. Wordt deze 2-jarige toekenning omgezet in een 4-jarige. Artikel 10. Hoogte van de subsidie 1.. Aanvragers kunnen maximaal 70% van de subsidiabele kosten aanvragen. Dit betekent dat minimaal 30% van de subsidiabele kosten worden gedekt uit andere inkomsten. Indien nog niet bekend is of fondsen of andere subsidieverstrekkers bijdragen, dient onderbouwd te worden wat het voor het activiteitenplan betekent als de bijdrage niet wordt toegekend (denk aan vermindering van programmering, bijstellen marketingbudget etc). 2.. Toegekende subsidies worden onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting jaarlijks geïndexeerd. Artikel 11. Wijze van verdeling 1.. De subsidie wordt verdeeld middels een tendersysteem. Alle volledige en tijdig ingediende aanvragen worden voorgelegd aan een onafhankelijke adviescommissie. Deze adviseert het college over wel of niet honoreren. 2.. Naast het oordeel van de onafhankelijke adviescommissie beoordeeld een subsidie adviseur van de gemeente Tilburg de aanvraag financieel. Deze toetst onder andere op de weigeringsgronden omschreven in artikel 13.1, 13.4, 13.5 3.. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door de adviescommissie aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 4.. Bij de rangschikking van de aanvragen kent de adviescommissie punten toe aan de hand van de in artikel 12 omschreven criteria. 5.. Bij gelijke beoordeling weegt de beoordeling op artikel 12.1.a het zwaarst. Als beoordeling dan nog steeds gelijk is artikel 12.1.b doorslaggevend. 6.. Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. 7.. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. 8.. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen integraal en in relatie tot elkaar. En komt tot een afgewogen verdeling over de verschillende kunstdisciplines. 9.. Vierjarige ondersteuning is enkel mogelijk wanneer voor artistiek-inhoudelijke kwaliteit tenminste een 8 gescoord wordt en op criteria 12.1.b, 12.1.c en 12.1.d tenminste een 7. Artikel 12. Verdeelcriteria 1.. De adviescommissie beoordeeld en rangschikt aanvragen op basis van de volgende criteria: - Artistiek-inhoudelijke kwaliteit: wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 10 punten; - Maatschappelijke betekenis: De mate waarin de activiteiten bijdragen aan diversiteit van het aanbod, een bijdrage leveren aan de beleidsdoelstellingen uit Cultuurplan 2025 – 2028 en/of de (inter) nationale profilering van de stad, te waarderen met maximaal 10 punten; - Publiek, diversiteit en inclusie: het tonen van een duidelijke visie op doelgroepen met bijbehorend communicatieplan en/of een duidelijk uitgewerkte aanpak van de publiekswerking. Te waarderen met maximaal 10 punten; - Uitvoerbaarheid, bedrijfsmatige gezondheid: het tonen van een helder ondernemingsplan, plan van aanpak en een gezonde financieringsmix. Te waarderen met maximaal 10 punten; - Mate waarin de Code Diversiteit & Inclusie (4 punten), de Fair Practice Code (3 punten) en de Governance Code Cultuur (3 punten) worden toegepast. Totaal maximaal 10 punten. Artikel 13. Weigeringsgronden Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en het artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (deels) geweigerd worden indien: - Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; - Een aanvraag 5 of lager scoort op artikel 12.1.d - De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; - Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid. - Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten; - Subsidieverlening zou leiden tot strijd met artikel 107 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie (verbod op staatssteun) en deze steun niet vrijgesteld is op […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.