GeslotenSSFRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO)

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Voor Nederlandse bedrijven (MKB en groot) en NGO's die sociale duurzaamheid en vergroening in hun internationale waardeketens willen verbeteren door samen te werken met lokale toeleveranciers.

Ook bekend als SSF, Social Sustainability Fund

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026 · via rvo.nl
Max. bedrag
€ 500k
per aanvraag
Percentage
30%
van de kosten
Budget
€ 5,7 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieprogramma voor Nederlandse bedrijven en NGO's die sociale duurzaamheid en vergroening in hun internationale waardeketens willen verbeteren. Maximaal 70% subsidie tot €500.000 per project, met minimaal 30% eigen bijdrage. Loopt van 2023 tot en met 2026.

Voor wie is het bedoeld?

Voor Nederlandse bedrijven (MKB en groot) en NGO's die sociale duurzaamheid en vergroening in hun internationale waardeketens willen verbeteren door samen te werken met lokale toeleveranciers.

OndernemingenNgo

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Kinderarbeid bestrijden in internationale toeleveringsketens
  • Leefbare lonen en inkomens voor werknemers en producenten verbeteren
  • Arbeidsomstandigheden in productieketens verbeteren
  • Vergroening en duurzaamheid in internationale waardeketens
  • OESO-richtlijnen voor internationaal MVO implementeren

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een Nederlands bedrijf of Nederlandse NGO zijn met vestiging in Nederland
  • Samenwerkingsverband moet bestaan uit: Nederlands bedrijf, lokaal bedrijf in subsidiabel land, en lokale NGO/organisatie
  • Bedrijven in samenwerkingsverband mogen niet eerder SSF/SPVO-subsidie hebben ontvangen
  • Maximaal 70% van subsidiabele kosten subsidie, minimaal 30% eigen bijdrage
  • Project moet binnen 4 maanden na subsidietoekenning starten en binnen 4 jaar afgerond zijn
  • Activiteiten gericht op kinderarbeid, leefbare lonen, arbeidsomstandigheden en/of vergroening
  • Projecten moeten in subsidiabele landen op SPVO-lijst plaatsvinden

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
U bent een onderneming of ngo
U bent een mkb-onderneming
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het aanvragende samenwerkingsverband kan maximaal 70% van de subsidiabele kosten en maximaal €500.000 subsidie aanvragen.
Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO) - (voorheen Social Sustainability Fund - SSF)
  • Toon brontekst
    Direct naar de content
    Menu
    Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO) - (voorheen Social Sustainability Fund - SSF)
    Gesloten voor aanvragen
    View this page in English
    De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 13 april 2026
    Is uw bedrijf actief in Nederland? En wilt u in uw internationale waardeketen de sociale duurzaamheid verbeteren en vergroenen en zo verantwoord ondernemen? Als u in uw toeleveringsketen sociale- en milieurisico's aanpakt door de inkomens, lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren en kinderarbeid te bestrijden, kunt u daarvoor subsidie aanvragen uit het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO), voorheen SSF. U kunt deze subsidie ook aanvragen voor het inzetten op vergroening.
    Aanvraag bekijken
    Budget
    Startdatum:
    maandag 9 februari 2026
    09:00
    Einddatum:
    maandag 13 april 2026
    15:00
    Totaal budget:
    € 5.696.994
    Vanwege nieuwe wetgeving moeten bedrijven aantonen hoe ze negatieve invloeden in hun toeleveringsketens vermijden en aanpakken. Als onbedoeld resultaat kunnen negatieve invloeden leiden tot het uitsluiten van lokale producenten en leveranciers op internationale markten. SPVO steunt bedrijven en hun lokale producenten en leveranciers om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en te vergroenen. Lokale producenten kunnen verschillende soorten bedrijven zijn, zoals kleine textielfabrieken, landbouwcoöperaties en kleinschalige boeren.
    Voor wie?
    SPVO helpt bedrijven die actief zijn in Nederland en die:
    sociale duurzaamheid en vergroening in hun internationale waardeketens willen verbeteren;
    samenwerken met lokale toeleverancier(s) om negatieve sociale- en milieueffecten te voorkomen, te verminderen of te stoppen;
    stappen zetten om de OESO-richtlijnen voor internationaal MVO te volgen.
    De projectactiviteiten zijn gericht op of gekoppeld aan de bestaande gemeenschappelijke waardeketen van de ondernemingen in het samenwerkingsverband. De ondernemingen (uitgezonderd lokale ondernemingen) mogen niet eerder een SSF of SPVO subsidie hebben ontvangen.
    Wilt u een vrijblijvend gesprek met een van onze adviseurs? Stuur dan uw e-mail naar spvo@rvo.nl of bel +31 (0) 88 042 42 42.
    Budget
    SPVO loopt van 2023 tot en met 2026. RVO kent SPVO-subsidies toe op basis van 'first-come, first-served'.
    Voor de openstelling van 9 februari – 13 april 2026 was in totaal € 5.696.994 beschikbaar. De verdeling is als volgt:
    - € 4.272.745,5 voor partnerschappen die alleen bestaan uit midden- en klein bedrijven (MKB's)*. Aangesloten lokale bedrijven in het buitenland hoeven geen MKB te zijn;
    - € 1.424.248,5 voor overige aanvragen.
    * SPVO hanteert de volgende definitie voor het MKB:
    Een bedrijf dat behoort tot de bedrijfssector zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003.
    Vul de MKB vragenlijst in om te controleren of uw bedrijf een MKB is. De MKB vragenlijst kunt u downloaden op de Engelstalige webpagina en op deze pagina onder SPVO-subsidie aanvragen.
    Voorwaarden
    Projecten moeten aan de volgende voorwaarden voldoen.
    U dient een begroting (budget sheet) in voor uw SPVO-project. In uw budget sheet specificeert u de subsidiabele projectkosten. Het aanvragende samenwerkingsverband kan maximaal 70% van de subsidiabele kosten en maximaal €500.000 subsidie aanvragen. De overige projectkosten draagt het samenwerkingsverband zelf bij (eigen bijdrage). De eigen bijdrage is minimaal 30% van de subsidiabele projectkosten. De projectadministratie moet 100% van de subsidiabele kosten omvatten.
    Aanvragers moeten binnen 4 maanden na ontvangst van de subsidie starten en hun project binnen 4 jaar afronden. Het beoordelen van uw aanvraag duurt maximaal 3 maanden. Daarom moet de startdatum uiterlijk 6 maanden na indiening zijn.
    Penvoerder (aanvrager)
    De penvoerder is:
    - een (Nederlands) bedrijf met een vestiging of vast kantoor in Nederland; of
    - een (Nederlandse) ngo met een vestiging of vast kantoor in Nederland.
    De penvoerder vraagt subsidie aan voor activiteiten die gericht zijn op een of meer van de volgende onderwerpen:
    - bestrijden van kinderarbeid;
    - werken aan leefbare lonen of inkomens;
    - zorgen voor goede arbeidsomstandigheden;
    - vergroening.
    Aanvragers moeten hun activiteiten uitvoeren in een samenwerkingsverband.
    De penvoerder vraagt subsidie aan voor activiteiten die sociale duurzaamheid en/of vergroening in hun waardeketen(s) verbeteren in een of meer landen op de SPVO-lijst. De landenlijst vindt u verder op de pagina.
    Samenwerkingsverband
    De bedrijven in het samenwerkingsverband hebben niet eerder subsidie ontvangen uit dit financieringsprogramma.
    Bedrijven moeten hun lokale producenten en leveranciers betrekken. Een samenwerkingsverband bestaat in elk geval uit de volgende partijen:
    een bedrijf met een (permanente) vestiging in Nederland;
    een lokaal bedrijf in een van de subsidiabele projectlanden;
    een lokale ngo of andere ngo met voldoende kennis van de lokale context en een lokaal netwerk.
    Het bedrijf met permanente vestiging in Nederland of een ngo met permanente vestiging in Nederland kan penvoerder zijn.
    Let op: als het niet lukt om een lokale ngo of sociale organisatie met voldoende kennis van de lokale context te betrekken tijdens het aanvragen van een subsidie, doe dit dan in fase A. In dit geval moet ten minste een ngo deel uitmaken van het partnerschap wanneer u een subsidie aanvraagt.
    Bedrijven en maatschappelijke organisaties (bijvoorbeeld ngo's) in een samenwerkingsverband moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
    elke partner is een rechtspersoon;
    een van de aanvragers heeft een integriteitsbeleid dat wordt toegepast tijdens het project;
    elke partner is nodig om de doelen van het subsidieproject te bereiken;
    de bedrijven maken deel uit van dezelfde waardeketen;
    tenminste een van de bedrijven voert belangrijke activiteiten uit in Nederland;
    de partners vermoeden sociale- of milieurisico's of misstanden in hun productieketen, zoals lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden of kinderarbeid.
    U kunt naast de vereiste partijen ook andere lokale of internationale bedrijven, ngo's of organisaties bij het formele samenwerkingsverband betrekken. Maar alle partners moeten nodig zijn om de doelen van het project te behalen en het samenwerkingsverband moet beheersbaar blijven. U kunt ook extra partners bij het project betrekken als (externe) derden.
    Uw projectactiviteiten zijn gericht op of gekoppeld aan een bestaande partnerproductieketen. Activiteiten mogen niet gericht zijn op sociale verbeteringen in uw eigen lokale vestigingen, dochterorganisaties of productielocaties.
    Het subsidieprogramma wil zoveel mogelijk bedrijven ondersteunen en zoekt innovatieve projectvoorstellen. Een ngo kan betrokken zijn bij meerdere aanvragen of lopende projecten. Bij de beoordeling evalueren we of de ngo voldoende middelen en capaciteit heeft om meerdere projecten tegelijkertijd uit te voeren.
    Thema's voor sociale duurzaamheid
    Om sociale duurzaamheidsdoelen te behalen, moeten bedrijven die een SPVO-subsidie aanvragen zich richten op een of meer van de volgende thema's:
    1. Kinderarbeid bestrijden
    Volgens de International Labour Organization (ILO) verrichten 160 miljoen kinderen wereldwijd kinderarbeid. Kinderarbeid betekent dat kinderen te jong zijn om te werken of te gevaarlijke taken uitvoeren, en dat het werk hun scholing en ontwikkeling in de weg staat. Kinderen hebben recht op goed onderwijs, spelen en kind zijn.
    Lees meer over kinderarbeid (Engelse pagina)
    2. Leefbare lonen en inkomens
    Een leefbaar loon is het loon van een werknemer voor een standaard werkweek. Het is voldoende om de werknemer en zijn gezin een waardige levensstandaard te bieden. Een leefbaar inkomen is het inkomen dat een zelfstandige, bijvoorbeeld een koffie- of cacaoboer, kan verdienen met het uitvoeren van zijn kernactiviteiten en voorziet in een waardige levensstandaard. Een leefbaar loon is niet hetzelfde als een minimumloon. Een minimumloon is het bedrag dat een werknemer wettelijk moet ontvangen.
    3. Zekerheid van goede arbeidsomstandigheden
    Goede arbeidsomstandigheden maken deel uit van verantwoord ondernemen. De basisnormen van de ILO omvatten:
    fatsoenlijke lonen;
    geen kinderarbeid of dwangarbeid;
    geen geweld op de werkplek;
    geen discriminatie; en
    vakbondsvrijheid.
    Lees meer over arbeidsomstandigheden (Engelse pagina)
    U onderzoekt de 3 sociale duurzaamheidsthema's in fase A. Als u goed kunt aantonen waarom u andere risico's in de implementatiefase (fase B) achterwege kunt laten, kunt u zich richten op een specifiek thema.
    4. Vergroening
    Met vergroening bedoelen we het behoud van natuurlijke hulpbronnen en het behoud van biodiversiteit en milieu. Maatregelen worden als groen beschouwd als ze bijdragen aan de volgende milieudoelstellingen:
    Klimaatmitigatie: het tegengaan van klimaatverandering;
    Klimaatadaptatie: aanpassing aan klimaatverandering;
    Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen;
    Transitie naar een circulaire economie;
    Voorkomen en bestrijden van vervuiling; en
    Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
    Interventies zijn groen als ze bijdragen aan een of meer vergroeningsdoelen, maar geen significante schade toebrengen aan de andere vergroeningsdoelen of de sociale thema's. Groene interventies moeten bovendien altijd een positief effect hebben op de lokale begunstigden. Vergroeningsmaatregelen dienen altijd bij te dragen aan de 3 sociale SPVO-thema’s.
    Lees meer over sociale duurzaamheidsthema's
    Waarom is vergroening opgenomen als nieuw thema?
    Om SPVO beter aan te sluiten op de brede due diligence wetgeving is het thema vergroening toegevoegd aan de regeling. Deze update stelt bedrijven in staat om sociale en milieukwesties binnen hun internationale ketens aan te pakken. Vanuit de geleerde lessen van SPVO zien we telkens in de praktijk een onderlinge samenhang van de thema’s. Het is dan ook een logische vervolgstap in de doorontwikkeling van SPVO dat we luisteren naar de praktijk en vooruitblikken op wat nodig is in de toekomst binnen de internationale waardeketen. Bovendien benadrukt vergroening de noodzaak om ecologische en sociaal-economische belangen in de gezamenlijke relatie tot elkaar in balans te brengen, in plaats van een losstaande benadering.
    Wat wordt er verstaan onder vergroening?
    Vergroening heeft betrekking op het zuiniger omgaan met natuurlijke hulpbronnen en het behoud van biodiversiteit en het leefmilieu. Vergroening kan bijdragen aan het verbeteren van het leefmilieu van lokale boeren en producenten, en ook van hun gemeenschappen door ontbossing tegen te gaan, de biodiversiteit te verbeteren of milieuvervuiling aan te pakken.
    Maatregelen worden als groen gezien als ze bijdragen aan de milieudoelen van de Europese Unie (EU) Taxonomie. De EU-Taxonomie is een lijst met criteria opgesteld door de EU die aangeven welke economische activiteiten als duurzaam worden beschouwd, gebaseerd op 6 milieudoelstellingen:
    Klimaatmitigatie: het tegengaan van klimaatverandering;
    Klimaatadaptatie: aanpassing aan klimaatverandering;
    Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen;
    Transitie naar een circulaire economie;
    Voorkomen en bestrijden van vervuiling; en
    Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
    Hoe verhoudt vergroening zich tot sociale SPVO thema's?
    Vergroeningsmaatregelen dienen altijd bij te dragen aan de 3 sociale SPVO-thema's. Bijvoorbeeld omdat een vergroeningsmaatregel bijdraagt aan een hoger inkomen of betere arbeidsomstandigheden, zoals in het geval van regeneratieve landbouw. Vergroening kan ook bijdragen aan veiligere arbeidsomstandigheden door het gebruik van pesticiden te beperken. Een ander voorbeeld is zuiniger omgaan met grondstoffen, dit kan een kostenbesparing opleveren, wat kan bijdragen aan een leefbaar loon of zelfs een beter inkomen.
    Ook problemen in het leefmilieu kunnen een oorzaak zijn van een laag inkomen van kleine producenten. Denk bijvoorbeeld aan zoals ontbossing, de gevolgen van klimaatverandering, teruglopende biodiversiteit of milieuvervuiling.
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.