Status onbekendGemeente · Subsidie

Uitvoeringsregeling subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland

Gemeente Smallingerland

Ouders van peuters (2-4 jaar) in Smallingerland die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; aanbieders van peuteropvang en VVE-opvang.

Ook bekend als VVE Smallingerland, Peuteropvang Smallingerland, Verordening peuteropvang Smallingerland, VVE-subsidie Smallingerland

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Regeling voor subsidies op peuteropvang en VVE (Vroeg Vogelwerk) in Smallingerland voor ouders van peuters (2-4 jaar) met onvoldoende recht op kinderopvangtoeslag. Subsidie wordt berekend op basis van inkomensafhankelijke ouderbijdrage en maximaal uurtarief.

Voor wie is het bedoeld?

Ouders van peuters (2-4 jaar) in Smallingerland die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; aanbieders van peuteropvang en VVE-opvang.

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuteropvang als ouder met laag inkomen
  • Subsidie voor VVE-opvang (Vroeg Vogelwerk) voor doelgroeppeuters
  • Toeslag maximaal uurtarief voor aanbieders
  • Subsidie VE-coach voor kwaliteitsverbetering
  • Subsidie aanvragen voor peuteropvang als ouder zonder kinderopvangtoeslag
  • Subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor doelgroeppeuters
  • Voorschot aanvragen als kinderopvangaanbieder
  • Kwaliteitseisen en registratie voor VVE-aanbieders

Voorwaarden

  • Ouders moeten geen recht hebben op kinderopvangtoeslag
  • Peuter moet tussen 2 en 4 jaar oud zijn
  • Peuteropvang moet minimaal 6 uur per week bedragen
  • Aanbieder moet in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) zijn opgenomen
  • Aanvraag moet minimaal één maand voor start peuteropvang worden ingediend
  • Inkomensverklaring of ander bewijsstuk van inkomsten moet worden overlegd

Openstellingen en rondes

OpenstellingOpen
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Uitvoeringsregeling subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland 2022
    Deze uitvoeringsregels zijn een uitwerking van de Verordening subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland. De Verordening is door de gemeenteraad vastgesteld op 15 december 2020 en heeft een terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.
    
    Begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1 Verordening subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland 2020 :
    - Aangewezen organisatie: de door het college aangewezen organisatie die namens het college een aantal taken uitvoert ten behoeve van de afhandeling van de subsidie peuteropvang (waaronder de inkomenstoets), de subsidie voor de 2 dagdelen peuteropvang VVE, de subsidie voor elke gerealiseerde peuterplek VVE en de subsidie "toeslag maximaal uurtarief", inclusief de verantwoording;
    - College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland;
    - Aanbieder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder 'onderneming' wordt begrepen een in Smallingerland gevestigde, in het LRK geregistreerd kinderdagverblijf, waar peuteropvang wordt aangeboden, die aan de (kwaliteits)eisen van de gemeente Smallingerland voldoet;
    - Inkomensverklaring: de officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar (voorheen IB60 formulier of bekend als Verklaring Geregistreerd Inkomen);
    - Kinderopvangtoeslag: inkomensafhankelijke bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van kinderopvang dat onder de Wet kinderopvang valt voor werkende en studerende ouders, uitbetaald door de belastingdienst;
    - LRK: het Landelijk Register Kinderopvang waarin aanbieders van peuteropvang zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang (Wko);
    - Maximum uurprijs: de door de rijksoverheid jaarlijks vast te stellen uurprijs voor kinderopvang die mede als basis dient voor de berekening van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
    - Ouderbijdrage of eigen bijdrage: inkomensafhankelijke eigen bijdrage per maand die ouders moeten betalen voor de afname van een peuterplek voor hun peuter;
    - Ouders: ouder(s) of verzorger(s) van de peuter;
    - Ouderbijdragetabel: de door de VNG vastgestelde Adviestabel ouderbijdragen peuterwerk;
    - Peuter: in de gemeente Smallingerland ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar;
    - Peuteropvang, ook aangeduid met 'reguliere peuteropvang': opvang voor peuters door de aanbieder(s) in Smallingerland die zijn opgenomen in het LRK, bestaande uit minimaal 6 uur per week en maximaal 8 uur per week, verspreid over 2 dagen, gedurende maximaal 40 weken per jaar;
    - Doelgroeppeuter VVE: peuter die op grond van een indicatie van de Jeugdgezondheidszorg (verder aangeduid als Jgz) in aanmerking komt voor peuteropvang VVE;
    - Peuteropvang VVE: peuteropvang voor doelgroeppeuters VVE vanaf 2,5 jaar. Peuteropvang VVE bestaat in totaal uit 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar aanvullend op de 2 dagdelen peuteropvang zoals omschreven in dit artikel onder 'l' en bevat activiteiten gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotioneel. De 16 uren per week worden idealiter verspreid over 4 – 5 werkdagen;
    - Subsidie VE-coach: de subsidie die het college aan de aanbieder beschikbaar stelt voor de inzet van een VE-coach en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald;
    - Subsidie peuteropvang: de subsidie die het college aan de ouders beschikbaar stelt voor peuteropvang (exclusief de inkomensafhankelijke ouderbijdrage) en die via de aangewezen organisatie aan de aanbieder(s) uitbetaald wordt;
    - Subsidie peuteropvang VVE: de subsidie die het college aan de aanbieder beschikbaar stelt voor de uitvoering van peuteropvang VVE, zoals omschreven in dit artikel onder 'n' en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald;
    - Subsidie peuteropvangplek VVE: de subsidie die het college aan de aanbieders beschikbaar stelt per gerealiseerde peuteropvangplek VVE per jaar en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald;
    - Subsidie toeslag maximaal uurtarief: de subsidie die het college aan aanbieders beschikbaar kan stellen die alleen peuteropvang aanbieden en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald.
    - VVE-aanbod: het aanbod voor- en vroegschoolse educatie voor doelgroeppeuters VVE gericht op het bestrijden van (taal)ontwikkelingsachterstanden door de inzet van een VVE programma;
    - VVE registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE.
    
    Artikel A De aanvraag
    1..
    Ouders dienen via de aanbieder een aanvraag voor subsidie peuteropvang in bij de aangewezen organisatie op een door het college vastgesteld formulier en de daarbij behorende bijlagen minimaal één maand voor de start van de peuteropvang.
    2..
    De aanvraag kan gedurende het hele jaar worden ingediend.
    3..
    Indien de peuteropvang, door dringende omstandigheden, van start gaat voorafgaand aan het afhandelen van de aanvraag van de subsidie, is de ouder de volledige kosten voor de peuteropvang verschuldigd. Als na afhandeling van de aanvraag vast is komen te staan dat de ouders recht hebben op subsidie peuteropvang, vindt verrekening plaats op basis van de vastgestelde ouderbijdrage.
    
    Artikel B Toetsing recht op subsidie en hoogte ouderbijdrage
    1..
    De aangewezen organisatie toetst binnen een maand na ontvangst van de volledige aanvraag of de ouders recht hebben op subsidie peuteropvang door toetsing van het niet recht op kinderopvangtoeslag (aan de hand van de Inkomensverklaring of andere bewijsstukken).
    2..
    Ouders van peuters die tussen 1 januari en 30 juni geplaatst worden overleggen de laatst beschikbare Inkomensverklaring (2 jaar oud); ouders van peuters die tussen 1 juli en 31 december geplaatst zijn, die van het voorgaande jaar.
    3..
    Indien ondernemers niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting overleggen worden zij ingeschaald:
    - in de laagste inkomenscategorie indien zij startend ondernemer zijn (hetgeen aangetoond moet worden door een uittreksel van de Kamer van Koophandel);
    - in de middelste inkomenscategorie wanneer zij geen startende ondernemer zijn. Hierbij is het recht op herziening voorbehouden.
    4..
    Als het inkomen van ouders in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er sprake is van een lager inkomen, dan kan een herinschaling aangevraagd worden. De inkomensgegevens moeten in dat geval overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of indien sprake is van werkeloosheid, een uitkeringsbeschikking.
    5..
    Indien sprake is van inkomenswijziging door werkeloosheid, kunnen ouders nog gedurende drie maanden aanspraak maken op de kinderopvangtoeslag; nadat deze termijn verstreken is kunnen zij in aanmerking komen voor de subsidie peuteropvang.
    
    Artikel C Informatie naar ouders en aanbieder
    1..
    De aangewezen organisatie informeert de ouders direct na de toetsing zoals omschreven in artikel B, lid 1 over de hoogte van de eigen bijdrage, die de ouders verschuldigd zijn aan de aanbieder.
    2..
    De aangewezen organisatie informeert de aanbieder over de hoogte van de eigen bijdrage die de ouders verschuldigd zijn aan de aanbieder.
    
    Artikel D Overeenkomst aanbieder en ouders
    De aanbieder sluit een overeenkomst met de ouders. De overeenkomst (of offerte) bevat de volgende elementen:
    - De startdatum van de peuteropvang.
    - Het aantal dagdelen waarop gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang (let op: exclusief extra dagdelen VVE).
    - De prijs per uur van de peuteropvang.
    - Het LRKP nummer van de aanbieder.
    - Het BSN nummer van de peuter.
    
    Artikel E Tussentijdse wijzigingen
    1..
    Na aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag vervalt het recht op subsidie peuteropvang. Dit moet worden gemeld aan de aangewezen organisatie door het invullen en inleveren van het wijzigingsformulier. Wanneer de verlaging van het inkomen zodanig is dat een lagere inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage van toepassing is, kan een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage worden gedaan op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of op basis van de meest recente Inkomensverklaring.
    2..
    Wijzigingen in het inkomen die geen gevolgen hebben voor de hoogte van de ouderbijdrage hoeven niet doorgegeven te worden.
    3..
    Tevens moet een aanvraag voor herziening worden gedaan bij deelname van een volgend kind uit hetzelfde gezin aan peuteropvang, in hetzelfde kalenderjaar als waar de subsidie en ouderbijdrage al voor berekend was.
    
    Artikel F Beëindiging subsidie peuteropvang
    1..
    De subsidie wordt stopgezet aan het eind van de maand dat de peuter vier jaar wordt of gewijzigd als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in artikel E, lid 1, lid 2 en lid 3 daartoe aanleiding geeft.
    2..
    Het recht op subsidie vervalt in geval de aanbieder meldt aan de aangewezen organisatie dat ouders die subsidie ontvangen voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de ouderbijdrage niet betaald hebben aan de aanbieder.
    
    Artikel G Berekening inkomensafhankelijke ouderbijdrage
    1..
    De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats aan de hand van de Inkomensverklaring en op basis van de adviestabel peuterwerk van de VNG. Deze is gebaseerd op het maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslag zoals bepaald door de Belastingdienst en bevat 7 inkomensschalen.
    2..
    Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd en zal ieder jaar op de website van de gemeente Smallingerland en op de websites van de aanbieders worden gepubliceerd.
    3..
    Ouders die geen Inkomensverklaring of aanslag Inkomstenbelasting of andere documenten overleggen vallen in het hoogste inkomenscategorie.
    
    Artikel H Inning inkomensafhankelijke ouderbijdrage
    1..
    De aanbieder int de inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij de ouders.
    2..
    De aanbieder is verantwoordelijk voor verliezen ten gevolge van wanbetaling.
    3..
    De aanbieder beschikt over een deugdelijke incassoprocedure.
    4..
    De aanbieder informeert de aangewezen organisatie over wanbetaling van ouders die recht hebben op subsidie en voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de ouderbijdrage niet betaald hebben.
    
    Artikel I Berekening van de subsidie peuteropvang
    De subsidie peuteropvang voor de 2 reguliere dagdelen betreft een minimum van 6 uren en een maximum van 8 uren per week en met een maximum van 40 weken per kalenderjaar.
    - De hoogte van de subsidie peuteropvang per maand wordt bepaald door:Het maximum uurtarief te verminderen met de ouderbijdrage. Dit is het subsidiebedrag per uur.Het aantal uren peuteropvang per week te vermenigvuldigen met het subsidiebedrag per uur x 40 weken. Dit is het jaarbedrag van de subsidie peuteropvang.Het jaarbedrag te delen door 12 maanden.
    
    Artikel J Bevoorschotting subsidie peuteropvang aan de aangewezen organisatie
    1..
    De aangewezen organisatie vraagt voor 1 november een voorschot aan voor het daaropvolgende jaar voor de aan de aanbieders door te betalen subsidie peuteropvang.
    2..
    Het voorschot wordt enerzijds bepaald op basis van het aantal gerealiseerde plaatsen peuteropvang van voorgaand jaar, anderzijds op basis van het maandtarief dat vastgesteld in de zin van artikel I.
    3..
    De gemiddelde ouderbijdrage wordt in overleg tussen de aangewezen organisatie en het college bepaald.
    4..
    Het voorschot wordt per kwartaal betaald, tenzij een andere termijn wordt overeengekomen.
    5..
    Na afloop van de voorschotperiode vindt de verrekening plaats op basis van de registratie van het werkelijk gebruik per peuter per maand/per jaar en de vastgestelde ouderbijdrage per peuter.
    
    Artikel K Doorbetaling (voorschot) subsidie peuteropvang aan aanbieders
    De aangewezen organisatie overlegt met de aanbieder op welke wijze de doorbetaling van (het voorschot van) de subsidie peuteropvang plaatsvindt; via een voorschot of op declaratiebasis.
    
    Artikel L Subsidie toeslag maximaal uurtarief aan aanbieders
    1..
    Indien een aanbieder vanuit 1 LRK nummer alleen peuteropvang en peuteropvang VVE aanbiedt (en dus geen kinderopvang aanbiedt aan kinderen van 0-4 buiten de peut
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Algemene subsidieverordening/deze verordening Artikel 3 Voorwaarden voor subsidie peuteropvang aan de ouders Artikel 4 Aanvraag van de subsidie peuteropvang Artikel 5 Hoogte van de subsidie peuteropvang Artikel 6 Voorwaarden voor subsidie peuteropvang VVE aan de aanbieders Artikel 7 Subsidie "toeslag maximaal uurtarief" voor aanbieders Artikel 8 Aanvraag voorschot door de aanbieder Artikel 9 Het subsidiebudget / het subsidieplafond Artikel 10 Uitbetaling en verantwoording van de subsidie peuteropvang en peuteropvang VVE Artikel 11 Nadere omschrijving kwaliteitseisen aan aanbieders van peuteropvang Artikel 12 Nadere omschrijving kwaliteitseisen aan aanbieders van peuteropvang VVE Artikel 13 Hardheidsclausule Artikel 14 Intrekken oude regeling Artikel 15 Inwerkingtreding Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR651990 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR651990/1 sluiten Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent subsidie peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Verordening subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland 2020) Geldend van 29-12-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2020 Intitulé Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent subsidie peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Verordening subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland 2020) De raad van de gemeente Smallingerland: Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2020; Gelet op artikel 147, lid 1 en artikel 149 Gemeentewet en titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht; Overwegende – dat peuteropvang gericht is op de bevordering van de ontwikkelingsmogelijkheden van peuters; – dat het wenselijk is dat peuteropvang voor alle peuters in de gemeente toegankelijk is in de directe woonomgeving van het kind; – het noodzakelijk is om regels vast te stellen omtrent de subsidies voor peuteropvang en peuteropvang VVE; Besluit vast te stellen de Verordening subsidies peuteropvang en VVE Smallingerland 2020 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze Verordening wordt verstaan onder: a) aangewezen organisatie: de door het college aangewezen organisatie die namens het college een aantal taken uitvoert ten behoeve van de afhandeling van de subsidie peuteropvang (waaronder de inkomenstoets), de subsidie voor de 2 dagdelen peuteropvang VVE, de subsidie voor elke gerealiseerde peuterplek VVE en de subsidie "toeslag maximaal uurtarief", inclusief de verantwoording; b) college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland; c) aanbieder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder 'onderneming' wordt begrepen een in Smallingerland gevestigde, in het LRK geregistreerd kinderdagverblijf, waar peuteropvang wordt aangeboden, die aan de (kwaliteits)eisen van de gemeente Smallingerland voldoet; d) inkomensverklaring: de officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar (voorheen IB60 formulier of bekend als Verklaring Geregistreerd Inkomen); e) kinderopvangtoeslag: inkomensafhankelijke bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van kinderopvang dat onder de Wet kinderopvang valt voor werkende en studerende ouders, uitbetaald door de belastingdienst; f) LRK: het Landelijk Register Kinderopvang waarin aanbieders van peuteropvang zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang (Wko); g) maximum uurprijs: de door de rijksoverheid jaarlijks vast te stellen uurprijs voor kinderopvang die mede als basis dient voor de berekening van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage; h) ouderbijdrage of eigen bijdrage: inkomensafhankelijke eigen bijdrage per maand die ouders moeten betalen voor de afname van een peuterplek voor hun peuter; i) ouders: ouders(s) of verzorger(s) van de peuter; j) ouderbijdragetabel: de door de VNG vastgestelde Adviestabel ouderbijdragen peuterwerk; k) peuter: in de gemeente Smallingerland ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar; l) peuteropvang, ook aangeduid met 'reguliere peuteropvang': opvang voor peuters door de aanbieder(s) in Smallingerland die zijn opgenomen in het LRK, bestaande uit minimaal 6 uur per week en maximaal 8 uur per week, verspreid over 2 dagen, gedurende maximaal 40 weken per jaar; m) doelgroeppeuter VVE: peuter die op grond van een indicatie van de Jeugdgezondheidszorg (verder aangeduid als Jgz) in aanmerking komt voor peuteropvang VVE; n) peuteropvang VVE: peuteropvang voor doelgroeppeuters VVE vanaf 2,5 jaar. Peuteropvang VVE bestaat in totaal uit maximaal 16 uur per week, gedurende maximaal 40 weken per jaar en bevat activiteiten gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotioneel. De 16 uren per week worden idealiter verspreid over 4 – 5 werkdagen; o) subsidie peuteropvang: de subsidie die het college aan de ouders beschikbaar stelt voor peuteropvang (exclusief de inkomensafhankelijke ouderbijdrage) en die via de aangewezen organisatie aan de aanbieder(s) uitbetaald wordt; p) subsidie peuteropvang VVE: de subsidie die het college aan de aanbieder beschikbaar stelt voor de uitvoering van peuteropvang VVE, zoals omschreven in dit artikel onder 'n' en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald; q) subsidie peuteropvangplek VVE: de subsidie die het college aan de aanbieders beschikbaar stelt per gerealiseerde peuteropvangplek VVE per jaar en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald; r) subsidie "toeslag maximaal uurtarief": de subsidie die het college aan aanbieders beschikbaar kan stellen die alleen peuteropvang aanbieden en die via de aangewezen organisatie wordt uitbetaald; s) VVE-aanbod: het aanbod voor -en vroegschoolse educatie voor doelgroeppeuters VVE gericht op het bestrijden van (taal)ontwikkelingsachterstanden door de inzet van een VVE programma; t) VVE registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE. Artikel 2 Algemene subsidieverordening/deze verordening 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Smallingerland is van toepassing op subsidies die op basis van deze verordening worden verleend. 2. Voor zover in de Algemene subsidieverordening afwijkende bepalingen zijn opgenomen ten opzichte van deze verordening, geldt deze verordening. Artikel 3 Voorwaarden voor subsidie peuteropvang aan de ouders Ouders komen in aanmerking voor subsidie peuteropvang als: 1. Hun peuter tussen de 2 en 4 jaar is bij aanvang van de peuteropvang; 2. Zij woonachtig zijn in de gemeente Smallingerland; 3. Zij een overeenkomst hebben met een aanbieder, zoals bedoeld in artikel 1, lid c en l; 4. Zij een aanvraag hebben ingediend; 5. Hun peuter minimaal 2 dagdelen per week, maximaal 40 weken per jaar, de peuteropvang bezoekt; 6. Zij niet in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag; 7. Zij een inkomensverklaring overleggen; 8. In geval van zelfstandige ondernemers: zij een kopie overleggen van de meest recente aanslag inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar. Dat kan een voorlopige of een definitieve aanslag zijn. Artikel 4 Aanvraag van de subsidie peuteropvang 1. Ouders vragen subsidie peuteropvang aan bij de aangewezen organisatie op een door het college vastgesteld formulier met de daarbij behorende bijlagen, waaronder de Inkomensverklaring. 2. Het college stelt via een Uitvoeringsregeling vast welke informatie de aanvraag moet bevatten. Artikel 5 Hoogte van de subsidie peuteropvang 1. De aangewezen organisatie toetst het niet-recht op kinderopvangtoeslag en bepaalt de hoogte van de ouderbijdrage op basis van de inkomensverklaring van de ouder(s) en de ouderbijdragetabel en het maximum uurtarief. 2. De aangewezen organisatie informeert de ouders en de aanbieder over de vastgestelde hoogte van de ouderbijdrage. 3. In de Uitvoeringsregels wordt de werkwijze vastgelegd. Artikel 6 Voorwaarden voor subsidie peuteropvang VVE aan de aanbieders 1. De aanbieder komt in aanmerking voor subsidie voor maximaal 8 uren peuteropvang VVE indien de aanbieder voldoet aan de eisen zoals omschreven in artikel 12 en ten behoeve van de peuter die: a) een VVE-indicatie van de Jgz heeft; b) minimaal 2,5 jaar oud is; c) gebruik maakt van reguliere peuteropvang; d) gebruik maakt van de peuteropvang VVE aanvullend op de reguliere peuteropvang. 2. In aanvulling op lid 1 komt de aanbieder in aanmerking voor een vaste bijdrage per jaar per gerealiseerde peuteropvangplek VVE. In de Uitvoeringsregels worden de voorwaarden vastgelegd. Artikel 7 Subsidie "toeslag maximaal uurtarief" voor aanbieders 1. Aanbieders die vanuit één LRK nummer alleen peuteropvang aanbieden kunnen een toeslag op het maximum uurtarief aanvragen in verband met de specifieke omstandigheid dat zij de exploitatielasten en taakuren moeten toedelen aan het maximum van 2 dagdelen bij peuteropvang en 5 dagdelen bij peuteropvang VVE gedurende maximaal 40 weken per jaar. 2. In de Uitvoeringsregels worden de criteria en de wijze van aanvragen en verantwoorden vastgelegd. Artikel 8 Aanvraag voorschot door de aanbieder Aanbieders die peuteropvang aanbieden aan ouders die in aanmerking komen voor subsidie peuteropvang en/of peuteropvang VVE aanbieden, dienen jaarlijks voor 1 oktober een aanvraag voor een voorschot voor het nieuwe kalenderjaar in bij de aangewezen organisatie. 1. De aanvraag is voorzien van: a) LRK nummer, locatienaam, adres en contactgegevens; b) Het aantal verwachte peuterplaatsen voor peuters waarvan ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag; c) Het aantal verwachte peuterplaatsen voor peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; d) Het aantal verwachte plaatsen peuteropvang VVE dat in het kalenderjaar wordt aangeboden; e) Een verklaring dat wordt voldaan aan de subsidieverplichtingen. 2. Aanbieders die voor subsidie voor peuteropvang VVE in aanmerking willen komen, kunnen gedurende het subsidiejaar een aanvraag indienen. Artikel 9 Het subsidiebudget / het subsidieplafond 1. In november voorafgaand aan het kalenderjaar wordt de hoogte van het bedrag dat beschikbaar is voor peuteropvang, peuteropvang VVE en per peuteropvangplek VVE, alsmede de toeslag maximaal uurtarief vastgesteld. 2. Voor 1 december voorafgaand aan het kalenderjaar wordt er een besluit genomen op de voorschotaanvraag. 3. In de Uitvoeringregels worden de regels omtrent de verdeling van de subsidie, de subsidieverlening, de subsidie vaststelling en de termijnen vastgesteld. 4. De (maximum)bedragen worden jaarlijks vastgesteld door het college en gepubliceerd. Artikel 10 Uitbetaling en verantwoording van de subsidie peuteropvang en peuteropvang VVE 1. De subsidie wordt aan de aanbieder bevoorschot. 2. Na afloop van het kalenderjaar wordt de subsidie definitief vastgesteld op basis van het feitelijke gebruik. 3. In de Uitvoeringsregels worden de procedure voor de aanvraag, de bevoorschotting, de uitbetaling en verantwoording vastgesteld door het college. Artikel 11 Nadere omschrijving kwaliteitseisen aan aanbieders van peuteropvang Een aanbieder van peuteropvang dient aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a) Gevestigd in de gemeente Smallingerland; b) Opname in het LRK; c) Een (overwegend) positieve beoordeling van de GGD en het 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.