GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Onderzoeken en ontwikkelen innovaties stalsystemen

RVO

Voor veehouders (melkvee, kalveren, geiten, varkens, pluimvee) die samen met een onderzoeksorganisatie een innovatief stalsysteem of managementmaatregel willen ontwikkelen dat de uitstoot van methaan, ammoniak, geur of fijnstof bij de bron vermindert.

Ook bekend als Sbv innovatiemodule, Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen, Sbv

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026 · via rvo.nl

Waar is deze subsidie voor?

Subsidie (innovatiemodule van de Sbv) voor veehouders die samen met een onderzoeksorganisatie een innovatief, brongericht emissiearm stalsysteem of managementmaatregel onderzoeken, ontwikkelen en meten. Er waren drie aanvraagperiodes (2020-2022); de regeling is gesloten.

Voor wie is het bedoeld?

Voor veehouders (melkvee, kalveren, geiten, varkens, pluimvee) die samen met een onderzoeksorganisatie een innovatief stalsysteem of managementmaatregel willen ontwikkelen dat de uitstoot van methaan, ammoniak, geur of fijnstof bij de bron vermindert.

OndernemingenOnderzoeksorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • innovatief stalsysteem ontwikkelen
  • emissies in de stal verminderen bij de bron
  • emissiemetingen laten uitvoeren in mijn stal
  • subsidie voor onderzoek naar ammoniakreductie in de veehouderij
  • managementmaatregel testen om methaanuitstoot te verlagen

Voorwaarden

  • samenwerking met ten minste een onderzoeksorganisatie verplicht
  • veehouder is de eindgebruiker van de innovatie
  • innovatie voldoet aan wettelijke emissiegrenswaarden en verlaagt broeikasgas- en stalemissies bij de bron
  • minimale emissieverminderingen per sector (bijv. 50% methaan bij melkvee-techniek)
  • maximale subsidiebedragen per fase: fase 1 tot EUR 750.000 (bestaande stallen; 3e ronde tot EUR 1 miljoen) en tot EUR 1 miljoen voor nieuwe typen stalsystemen; fase 2 tot EUR 200.000 per veehouderijlocatie; fase 3 tot EUR 350.000 per veehouderijlocatie en EUR 500.000 per veehouderijbedrijf
  • minimaal puntenaantal bij de beoordelingscriteria (per ronde verschillend)

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
U bent een onderneming of onderzoeksorganisatie
Uw sector/SBI valt onder: veehouderij
De definitieve beoordeling ligt bij RVO.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar de content
    Menu
    Onderzoeken en ontwikkelen innovaties stalsystemen
    Gesloten voor aanvragen
    De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 8 oktober 2025
    Heeft u in 2020, 2021 of 2022 subsidie gekregen voor een project over een innovatief stalsysteem? Ontdek welke voorwaarden gelden en voor welke kosten u subsidie krijgt. Bekijk ook wat u verder nog regelt bij de uitvoering van uw project.
    Aanvraag bekijken
    Over deze subsidie
    Deze subsidie is ook bekend als de innovatiemodule van de regeling Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). Er waren 3 aanvraagperiodes (openstellingen):
    25 mei 2020 tot en met 15 juli 2020
    24 februari 2021 tot en met 4 mei 2021
    22 november 2021 tot en met 14 februari 2022
    Projectfasen
    Een innovatieproject bestaat uit 3 fasen:
    Fase 1: onderzoek en ontwikkeling
    Fase 2: emissiemetingen
    Fase 3: resterende productieve levensduur
    Maximale subsidie per fase
    Per projectfase gelden maximale subsidiebedragen:
    Fase 1: onderzoek en ontwikkeling
    Het maximale subsidiebedrag is € 750.000 voor bestaande stallen. In de 3e aanvraagperiode is dit maximaal € 1 miljoen.
    Het maximale subsidiebedrag is € 1 miljoen voor nieuwe typen stalsystemen.
    Fase 2: emissiemetingen
    Het maximale subsidiebedrag voor de onderzoeksorganisatie is € 200.000 per veehouderijlocatie.
    Fase 3: resterende productieve levensduur
    Het maximale subsidiebedrag is € 350.000 per veehouderijlocatie. In de 3e aanvraagperiode vervalt dit maximum.
    Het maximale subsidiebedrag voor een veehouderijbedrijf is € 500.000.
    Voor welke kosten krijgt u subsidie?
    U krijgt alleen subsidie voor kosten die u maakt tijdens de looptijd van uw innovatieproject. De kosten waarvoor u subsidie krijgt (subsidiabele kosten), per fase:
    Fase 1: onderzoek en ontwikkeling
    U krijgt subsidie voor afschrijving of kosten van:
    personeelskosten
    apparaten en uitrusting
    gebouwen en gronden
    contractonderzoek
    algemene kosten
    Kosten inhuur
    U kunt andere bedrijven inhuren. Bijvoorbeeld om de installatie van de technieken te onderzoeken en ontwikkelen, of voor onderzoek op technisch gebied. Nemen deze bedrijven deel aan het samenwerkingsverband? Dan vallen de uren die zij maken, onder personeelskosten.
    Personeelskosten
    U kunt voor het onderzoeken en ontwikkelen subsidie krijgen voor personeelskosten. Maar alleen als de onderzoeksorganisatie meehelpt om de maatregelen of technieken te onderzoeken en ontwikkelen. Ze kunnen bijvoorbeeld onderzoek doen naar de gevolgen van maatregelen voor vermindering van emissies, dierenwelzijn of brandveiligheid. Ook kan de organisatie met u meedenken over de onderzoeksvragen en uitvoering van het project.
    Kosten waarvoor u geen subsidie krijgt
    U krijgt geen subsidie voor:
    producten of diensten die niet helpen om de emissies te verminderen. Denk hierbij aan een bovenbouw, voerhekken en melkrobots.
    vergunnings- of proefstalaanvraag
    Fase 2: emissiemetingen
    Alleen de onderzoeksorganisatie krijgt subsidie voor:
    personeel
    apparaten en uitrusting
    gebouwen en gronden
    contractonderzoek
    algemene zaken
    De onderzoeksorganisatie meet de emissievermindering door uw maatregelen. De organisatie voert de metingen uit volgens een vastgesteld protocol en publiceert de resultaten. Door het meten volgens vastgestelde protocollen zijn de verschillende innovatieve technieken te vergelijken. Meer informatie vindt u op Onderzoeksorganisatie.
    Fase 3: resterende productieve levensduur
    In deze fase krijgt de veehouder subsidie voor de afschrijving van kosten die deze gemaakt heeft in fase 1. De innovatie moet dan klaar zijn om te gebruiken op de veehouderijlocatie. U voert geen activiteiten meer uit.
    Kosten dierenwelzijn en brandveiligheid
    Heeft u subsidie gekregen tijdens de 3e aanvraagperiode? En maakt u kosten voor dierenwelzijn en brandveiligheid bovenop de kosten die u wettelijk al heeft? Dan vallen deze kosten onder deze subsidie.
    Voorwaarden
    Voorwaarden 1e aanvraagperiode (25 mei 2020 tot en met 15 juli 2020)
    U investeert in technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting. Of u investeert in managementmaatregelen. Een combinatie hiervan is niet mogelijk.
    De innovatie voldoet aan de wettelijke emissiegrenswaarden.
    Het niveau van dierenwelzijn en brandveiligheid op een veehouderijlocatie mag door de innovatie niet verminderen.
    De innovatie zorgt voor een brongerichte verduurzaming in de stal. Dus de innovatie richt zich op de bron van de broeikasgas- en stalemissies en verlaagt deze zoveel mogelijk.
    U bent als veehouder de eindgebruiker van de innovatie.
    U werkt samen met ten minste één onderzoeksorganisatie.
    De onderzoeksorganisatie laat de meetrapporten op internet zien.
    Houdt u vleeskalveren? Dan moet u uw vee minimaal 40% vast voer geven.
    U scoort minimaal 14 punten bij de beoordelingscriteria. Als u melkveehouder bent, is dit minimaal 29 punten.
    Uw innovatie vermindert de broeikasgas- en stalemissies minimaal met het percentage dat geldt voor uw sector. Kijk hiervoor in de tabellen hieronder.
    Minimale vermindering broeikasgas- en stalemissies
    Onderzoeken en ontwikkelen van een techniek
    Methaan
    Ammoniak
    Geur
    Fijnstof/endotoxine
    Melkvee
    50%*
    50%
    n.v.t.
    n.v.t.
    Vleeskalveren
    50%*
    50%
    25%
    n.v.t.
    Melkgeiten
    50%*
    25%
    25%
    nog n.v.t.
    Varkens
    50%
    70%
    25%
    25%
    Onderzoeken en ontwikkelen van een managementmaatregel
    Dierlijke sector
    Methaan
    Ammoniak
    Geur
    Fijnstof/endotoxine
    Varkens
    n.v.t.
    10%
    10%
    10%
    Melkvee
    10%*
    20%
    n.v.t.
    n.v.t.
    Voorwaarden 2e aanvraagperiode (24 februari 2021 tot en met 4 mei 2021)
    U investeert in technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting. Of u investeert in managementmaatregelen. Een combinatie hiervan is mogelijk.
    U werkt samen met ten minste één onderzoeksorganisatie. Ook vraagt u de subsidie samen aan. De onderzoeksorganisatie publiceert het meetrapport. U mag daarnaast samenwerken met andere veehouders en ondernemers.
    U bent als veehouder de eindgebruiker van de innovatie. Houdt u vleeskalveren? Dan moet u uw vee minimaal 40% vast voer geven.
    Uw aanvraag scoort minimaal 14 punten bij de beoordeling. Als u melkveehouder bent, is dit minimaal 29 punten.
    Als pluimveehouder houdt u de dieren in een grondhuisvestingssysteem.
    Uw innovatie:
    voldoet aan de wettelijke emissiegrenswaarden;
    laat het niveau van dierenwelzijn en brandveiligheid op een veehouderijlocatie niet dalen;
    zorgt voor een brongerichte verduurzaming van het stalsysteem. Dat betekent dat de innovatie zich richt op het verlagen van de broeikasgas- en stalemissies bij de bron. Dit zijn emissies van methaan, ammoniak, geur en fijnstof;
    vermindert de broeikasgas- en stalemissies met minimaal het percentage dat geldt voor uw sector. Kijk hiervoor in de tabellen hieronder.
    Minimale vermindering broeikasgas- en stalemissies van het stalsysteem
    Melkvee
    50%*
    Vleeskalveren
    50%*
    Melkgeiten**
    50%*
    Varkens
    50%
    Leghennen en (groot)ouderdieren van leghennen
    10%
    Vleeskuikens
    10%
    (Groot)ouderdieren van vleeskuikens
    10%
    * We gaan ervan uit dat een kwart van de methaanemissie uit mest komt. De rest van de methaanemissie komt van het dier zelf. Dat betekent dat u met de innovatie minimaal 12,5% methaanemissie uit de stal vermindert.
    ** Dit percentage is voor het stalsysteem zonder de mestopslag.
    *** Voor dragende zeugen geldt een percentage van 60%. Voor de andere categorieën 70%.
    Varkens
    n.v.t.
    Melkvee
    10%*
    * We gaan ervan uit dat een kwart van de methaanemissie uit mest komt. De rest van de methaanemissie komt van het dier zelf. Dat betekent dat u met de innovatie minimaal 2,5% methaanemissie uit de stal vermindert.
    Referentiewaarden
    We gebruiken referentiewaarden om de vermindering van de uitstoot te berekenen. Dit is de hoogte van de emissie, die zonder investeringen en managementmaatregelen uit het stalsysteem komt.
    Melkvee
    CH4 per jaar per dierplaats;
    186 kg
    Vleeskalveren
    CH4 per jaar per dierplaats;
    62 kg
    Melkgeiten
    CH4 per jaar per dierplaats;
    27 kg
    Varkens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    Biggen: 1,8 kg
    Kraamzeugen: 23,3 kg
    Guste/dragende zeugen: 23,3 kg
    Vleesvarkens: 15,7 kg
    Leghennen en (groot)ouderdieren van leghennen
    CH4 peer jaar per dierplaats;
    0,03 kg
    Vleeskuikens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    0,004 kg
    (Groot)ouderdieren van vleeskuikens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    0,07 kg
    Voorwaarden 3e aanvraagperiode (22 november 2021 tot en met 14 februari 2022)
    U werkt samen met ten minste één onderzoeksorganisatie. De onderzoeksorganisatie publiceert het meetrapport. U mag daarnaast samenwerken met andere veehouders en ondernemers.
    U bent als veehouder de eindgebruiker van de innovatie.
    Houdt u vleeskalveren? Dan moet u uw vee minimaal 40% vast voer geven.
    Uw aanvraag scoort minimaal 12 punten bij de beoordeling. Als u melkveehouder bent is dit minimaal 27 punten.
    Pluimveehouders houden de dieren in een grondhuisvestingssysteem.
    Onderzoekt u een nieuwe techniek? Dan mag u met maximaal 4 stalsystemen deelnemen.
    Uw innovatie:
    voldoet aan de wettelijke emissiegrenswaarden;
    voldoet aan de eisen voor brandveiligheid van het Bouwbesluit [https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/Inhoud/docs/wet/bb2012_nvt/6/6.5];
    zorgt voor meer dierenwelzijn en brandveiligheid in de stallen;
    zorgt voor minder emissies van methaan, ammoniak, geur en fijnstof in het stalsysteem;
    vermindert de broeikasgas- en stalemissies met minimaal het percentage dat geldt voor uw sector. Kijk hiervoor in de tabellen hieronder.
    Minimale vermindering broeikasgas- en stalemissies van het stalsysteem
    Melkvee
    50%*
    Vleeskalveren
    50%*
    Melkgeiten**
    50%*
    Varkens
    50%
    Leghennen en (groot)ouderdieren van leghennen
    10%
    Vleeskuikens
    10%
    (groot)ouderdieren van vleeskuikens
    10%
    * De vermindering van methaan van 50% is voor emissies die vrijkomen uit mest. Daarvan komt 25% uit mest en 75% is enterisch. In totaal is een vermindering van 12,5 % op stalniveau nodig. Maatregelen mogen zowel enterisch methaan verminderen als methaan uit de mest.
    ** Dit percentage is voor het stalsysteem zonder de mestopslag.
    *** Voor dragende zeugen geldt een percentage van 60%. Voor de andere categorieën 70%.
    Varkens
    n.v.t.
    Melkvee
    10%*
    * De vermindering van methaan van 10% is gebaseerd op enterisch methaan. Emissies van methaan zijn voor 75% enterisch. De andere 25% komt uit mest. In totaal is een vermindering van 7,5% op stalsysteemniveau nodig. Om dit te bereiken mag u maatregelen gebruiken die zowel enterisch methaan als methaan uit de mest verminderen.
    Referentiewaarden
    We gebruiken referentiewaarden om de vermindering van de uitstoot te berekenen. Dit is de hoogte van de emissie, die zonder investeringen en managementmaatregelen uit het stalsysteem komt.
    Melkvee
    CH4 per jaar per dierplaats;
    186 kg
    Vleeskalveren
    CH4 per jaar per dierplaats;
    62 kg
    Melkgeiten
    CH4 per jaar per dierplaats;
    27 kg
    Varkens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    Biggen: 1,8 kg
    Kraamzeugen: 23,3 kg
    Guste/dragende zeugen: 23,3 kg
    Vleesvarkens: 15,7 kg
    Leghennen en (groot)ouderdieren van leghennen
    CH4 peer jaar per dierplaats;
    0,03 kg
    Vleeskuikens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    0,004 kg
    (Groot)ouderdieren van vleeskuikens
    CH4 per jaar per dierplaats;
    0,07 kg
    Na uw aanvraag
    U kunt w aanvraag bekijken. U logt in met minimaal eHerkenning niveau 3 en machtiging RVO diensten op niveau 3.
    Aanvraag bekijken
    U heeft van ons een brief ontvangen met de beslissing dat u deze subsidie krijgt. Daarna gaat het zo verder:
    Voorschotten
    U krijgt de subsidie uitbetaald in voorschotten. Elke 3 maanden na de datum van de beslisbrief maken wij geld naar u over. In totaal krijgt u maximaal 90% van het subsidiebedrag als voorschot. U leest meer hierover op Voorschot tijdens uitvoering subsidieproject. Ook in uw beslisbrief leest u hierover.
    Voortgang doorgeven
    Tijdens uw innovatieproject geeft u elk jaar aan ons door hoe ver u ermee bent. Dit doet u in een voortgangsrapportage. Gaat u voldoende vooruit? Dan blijven de voorschotten hetzelfde.
    Voortgang doorgeven
    Wijziging doorgeven
    Verandert er iets in uw project? Geef dit op tijd aan ons door. Voor aanpassingen moet u vooraf om toestemming vragen. Zo voorkomt u dat u minder of geen
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.