Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling 010 Fit'R 2025-2026

Gemeente Rotterdam

Voor organisaties die begeleiding willen bieden aan kinderen met overgewicht (4-12 jaar) woonachtig in Rotterdam en hun ouders.

Ook bekend als Fit'R, 010 Fit'R

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 167,5k
per aanvraag
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 3 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Eenmalige subsidie voor begeleiding van kinderen met overgewicht (4-12 jaar) en hun ouders in Rotterdam, met sport- en beweegactiviteiten en leefstijlbegeleiding. Totaal budget € 3.000.000 verdeeld over 14 wijken, maximaal 18 maanden looptijd.

Voor wie is het bedoeld?

Voor organisaties die begeleiding willen bieden aan kinderen met overgewicht (4-12 jaar) woonachtig in Rotterdam en hun ouders.

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor sport- en beweegprogramma's voor kinderen met overgewicht
  • Financiering van leefstijlbegeleiding en voedingsadvisering voor gezinnen
  • Ondersteuning van motorische ontwikkeling en gezonde gedragsverandering bij kinderen

Voorwaarden

  • Begeleiding voor kinderen met overgewicht vastgesteld via BMI volgens JGZ-richtlijn Overgewicht 2012
  • Minimaal 1 en maximaal 2 momenten sport-/beweegactiviteiten per week
  • Minimaal 12 weken begeleiding per kind/groep
  • Activiteiten uiterlijk 31 december 2026 afgerond
  • Geen kosten voor deelnemende kinderen of ouders
  • VOG-plicht voor medewerkers in contact met kwetsbare personen
  • Deelname aan onderzoek in opdracht van gemeente
  • Gekwalificeerde professionals (Sport & bewegen, CIOS, ALO, fysiotherapie of sportspecialist)

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
c. | Feijenoord | € 167.500;
Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
    gelezen het voorstel van de concerndirecteur van cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 22 april 2025, met kenmerk M2501-1303;
    gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, eerste lid, artikel 12, artikel 12a, eerste en tweede lid, artikel 13 en artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
    overwegende dat het wenselijk is om een subsidieregeling vast te stellen voor begeleiding van kinderen met overgewicht in Rotterdam;
    besluit:
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - beweeglocatie: toegankelijke ruimte of locatie ingericht voor sport- en beweegactiviteiten;
    - gebied: gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met n, van de Verordening op de Wijkraden 2022;
    - kinderen: kinderen woonachtig in de gemeente Rotterdam in de leeftijd van vier tot en met twaalf jaar.
    
    Artikel 2 Toepassingsbereik
    Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van een eenmalige subsidie voor de duur van maximaal achttien maanden door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 3 Activiteiten
    1..
    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het begeleiden van kinderen met overgewicht en hun ouders. De subsidie heeft betrekking op het voorbereiden, coördineren en uitvoeren van de begeleiding, die bestaat uit de volgende activiteiten:
    - het aanbieden en organiseren van een actief sport- of beweegaanbod in groepsverband, waarbij geldt dat:er minimaal één en maximaal twee momenten per week zijn;de beweeglocatie passend is bij de groepsgrootte;er aandacht wordt besteed aan de vijf grondmotorische vaardigheden, te weten kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en snelheid;
    - het individueel of in groepsverband stimuleren van een gezonde leefstijl bij kinderen en het adviseren van kinderen en hun ouders over voeding, bewegen, motorische vaardigheden en duurzame gedragsverandering, waarbij geldt dat:deelnemende kinderen en hun ouders worden gestimuleerd tot het maken van gezonde voedingskeuzes volgens de Richtlijnen goede voeding 2015 van de Gezondheidsraad;gewerkt wordt aan alle elementen van physical literacy die bijdragen aan een leven lang bewegen, te weten competentie, motivatie, vertrouwen en kennis;deelnemende kinderen en hun ouders bewust worden gemaakt van de Beweegrichtlijnen 2017 van de Gezondheidsraad en worden gestimuleerd om aansluiting te vinden bij structureel sport- of beweegaanbod;de inzet op duurzame gedragsverandering is gericht op het volhouden van de ingezette leefstijlverandering op de lange termijn;aandacht wordt besteed aan de onderwerpen slaap, schermtijd, stress, groepsdruk, verleidingen en stigma.
    2..
    Overgewicht wordt vastgesteld aan de hand van de body mass index en de daarbij behorende afkappunten, opgenomen in de JGZ-richtlijn Overgewicht 2012, zoals deze luidde op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling.
    3..
    Voor deelname aan de activiteiten is de leeftijd van het kind op de dag van aanmelding voor de begeleiding bepalend.
    4..
    De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:
    - de activiteiten vinden plaats in het gebied waarvoor de subsidie is aangevraagd;
    - de activiteiten zijn uiterlijk 31 december 2026 afgerond;
    - er worden geen kosten bij de deelnemende kinderen of hun ouders in rekening gebracht;
    - aan ieder kind en iedere groep wordt ten minste twaalf weken begeleiding aangeboden.
    5..
    Subsidie wordt niet verstrekt voor:
    - het begeleiden van een kind met overgewicht en diens ouders, indien bij het kind sprake is van risicofactoren, comorbiditeit of obesitas;
    - activiteiten waarvan de kosten vergoed worden of kunnen worden uit het basispakket van de zorgverzekering.
    
    Artikel 4 Doelgroep
    1..
    Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend door:
    - een organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; of
    - een samenwerkingsverband van twee of meer organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid, vertegenwoordigd door een penvoerder.
    2..
    Een organisatie of penvoerder, bedoeld in het eerste lid is:
    - een beweeg- of sportaanbieder die minimaal één jaar ingeschreven is in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en beschikt over een relevante SBI-code;
    - een leefstijlaanbieder die beschikt over een relevante AGB-code of registratie bij Kwaliteitsregistratie en Accreditatie Beroepsoefenaren in de Zorg, waaruit een bevoegdheid blijkt voor de uitoefening van leefstijlcoaching;
    - een praktijk voor fysiotherapie die beschikt over een relevante AGB-code of registratie in een kwaliteitsregister waaruit een bevoegdheid blijkt voor de uitoefening van fysiotherapie;
    - een praktijk voor diëtisten die beschikt over een relevante AGB-code of registratie in het Kwaliteitsregister Paramedici waaruit een bevoegdheid blijkt voor de uitoefening van diëtetiek; of
    - een praktijk voor gewichtsconsulenten die beschikt over een relevante AGB-code of aangesloten is bij de Beroepsvereniging van Gewichtsconsulenten Nederland.
    
    Artikel 5 Samenwerkingsverband en penvoerderschap
    1..
    Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband, wordt de subsidie aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door een penvoerder die namens de deelnemende partijen optreedt.
    2..
    Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
    
    Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
    1..
    Voor subsidie komen in aanmerking:
    - de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3; en
    - gemaakte accountantskosten ten behoeve van de verantwoording van de op grond van deze regeling ontvangen subsidie.
    2..
    Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten:
    - waarvoor al op andere wijze financiering wordt verkregen of kan worden verkregen;
    - die voorafgaand aan de subsidieverlening zijn gemaakt.
    3..
    De btw over de kosten komt alleen voor subsidie in aanmerking indien deze niet kan worden teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht.
    
    Artikel 7 Hoogte van de subsidie
    De subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste het volgende bedrag per gebied:
    a. | Charlois | € 142.500;
    b. | Delfshaven | € 111.000;
    c. | Feijenoord | € 167.500;
    d. | Hillegersberg-Schiebroek | € 71.250;
    e. | Hoek van Holland | € 45.000;
    f. | Hoogvliet | € 84.250;
    g. | IJsselmonde | € 135.000;
    h. | Kralingen-Crooswijk | € 69.750;
    i. | Noord | € 78.750;
    j. | Overschie | € 52.500;
    k. | Pernis | € 45.000;
    l. | Prins Alexander | € 95.000;
    m. | Rotterdam Centrum | € 54.750;
    n. | Rozenburg | € 32.250.
    
    Artikel 8 Subsidieplafond
    1..
    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze subsidieregeling tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond van € 3.000.000. Het subsidieplafond is uitgesplitst in de volgende deelplafonds per gebied:
    a. | Charlois | € 427.500;
    b. | Delfshaven | € 333.000;
    c. | Feijenoord | € 502.500;
    d. | Hillegersberg-Schiebroek | € 142.500;
    e. | Hoek van Holland | € 45.000;
    f. | Hoogvliet | € 168.750;
    g. | IJsselmonde | € 405.000;
    h. | Kralingen-Crooswijk | € 209.250;
    i. | Noord | € 157.500;
    j. | Overschie | € 105.000;
    k. | Pernis | € 45.000;
    l. | Prins Alexander | € 285.000;
    m. | Rotterdam Centrum | € 109.500;
    n. | Rozenburg | € 64.500.
    2..
    Indien na de eerste ronde een deelplafond nog niet is uitgeput, kan het college besluiten een tweede ronde in te stellen. De gebieden waarvoor een tweede ronde wordt ingesteld alsmede het nog beschikbare bedrag per gebied wordt per apart besluit bekend gemaakt.
    3..
    Het subsidieplafond is vastgesteld onder voorbehoud dat voldoende middelen door de gemeenteraad op de begroting beschikbaar worden gesteld.
    
    Artikel 9 Wijze van verdeling
    1..
    Verlening van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking per gebied, totdat het toepasselijke deelplafond is bereikt.
    2..
    Bij de rangschikking kent het college punten toe aan criteria op basis van de systematiek zoals opgenomen in de bijlage.
    3..
    Een aanvraag wordt enkel meegenomen in de rangschikking, indien:
    - minimaal twee punten voor elk criterium is toegekend; en
    - minimaal vijftien punten voor alle criteria in totaal zijn toegekend.
    4..
    Indien aan twee of meer aanvragen hetzelfde puntenaantal is toegekend en het deelplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium de kwaliteit van het begeleidingsprogramma voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, wordt door middel van loting de plaats in de rangschikking bepaald.
    
    Artikel 10 Aanvraag
    1..
    Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van het daar beschikbare aanvraagformulier.
    2..
    De aanvrager overlegt de volgende gegevens:
    - een recent uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, niet ouder dan zes maanden;
    - een volledig ingevuld aanvraagformulier dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:een omschrijving van het begeleidingsprogramma met een beschrijving van de activiteiten voorzien van een planning;een sluitende en gespecificeerde begroting waarin alle kosten en eventuele inkomsten zijn opgenomen en waaruit duidelijk wordt welke professional welke taken uitvoert tegen welke kosten;een overzicht van de uitvoerende professionals, hun ervaring en kwalificaties en de activiteiten die zij uitvoeren;een toelichting op de binding met het gebied, de aansluiting bij de doelgroep en de wervingsstrategie;naam en adres van de locatie(s) waar de begeleiding plaatsvindt.
    3..
    Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband overlegt de penvoerder bij de aanvraag:
    - een overzicht van de partijen waaruit het samenwerkingsverband bestaat;
    - een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
    4..
    Een aanvrager kan ten hoogste één aanvraag indienen per gebied.
    
    Artikel 11 Aanvraagtermijn
    1..
    Een aanvraag om subsidie wordt uiterlijk op 15 juni 2025 ingediend.
    2..
    Indien het college besluit tot het openstellen van een tweede ronde, wordt de aanvraagtermijn per apart besluit bekendgemaakt.
    
    Artikel 12 Beslistermijn
    1..
    Het college beslist binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op de aanvraag, welke termijn met twaalf weken kan worden verlengd.
    2..
    Indien het college besluit tot het openstellen van een tweede ronde, wordt de beslistermijn per apart besluit bekendgemaakt.
    
    Artikel 13 Verplichtingen subsidieontvanger
    Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
    - de subsidieontvanger neemt op verzoek van het college deel aan een in opdracht van het college uit te voeren onderzoek naar de effecten van de begeleiding;
    - de subsidieontvanger neemt op verzoek van het college deel aan een voortgangs- en evaluatiegesprek;
    - de activiteiten worden uitgevoerd door of onder coördinatie van professionals die beschikken over passende kwalificaties:voor het actief sport- of beweegaanbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, beschikt de uitvoerende professional over een relevant diploma op minimaal mbo-niveau of andere aantoonbare kwalificaties in de sport die wordt aangeboden;voor het stimuleren van gezonde leefstijl bij kinderen en het adviseren van kinderen en ouders, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, beschikt de professional ten aanzien van een of meer thema’s waarop diegene advies geeft, over een r
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.