Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2023
Gemeente Roosendaal
Voor kinderopvangorganisaties (houders) in Roosendaal die erkende voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar met een (taal)achterstand of risico daarop.
Ook bekend als VE 2023, Subsidieregeling Onderwijsachterstanden 2022
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor het aanbieden van erkende voorschoolse educatie aan geïndiceerde peuters (2-4 jaar) in Roosendaal. Financiering voor VE-programma's, pedagogische ondersteuning en ouderbetrokkenheid met een totaal jaarlijks plafond van €2.445.000.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvangorganisaties (houders) in Roosendaal die erkende voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 tot 4 jaar met een (taal)achterstand of risico daarop.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering voor voorschoolse educatieprogramma's voor achterstandspeuters
- Subsidie voor pedagogische ondersteuning in kinderopvang
- Ondersteuning van ouderbetrokkenheid in vroegschoolse educatie
Voorwaarden
- Erkend VE-programma opgenomen in databank Effectieve Jeugdinterventies (NJI)
- Doelgroeppeuters moeten door Thuiszorg West-Brabant (TWB) geïndiceerd zijn op (taal)achterstand
- Gecombineerde groepen met zowel doelgroep- als reguliere peuters
- Warme overdracht naar basisschool verplicht
- Deelname aan VE-toeleiding monitor en werkgroepoverleggen
- Minimaal 5 doelgroeppeuters per week op groepsniveau voor nieuwe groepen
- Geen handhavingstraject door GGD of gemeente op moment van aanvraag
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jul 2026
- Sluit
- 30 sep 2026
- Budget
- € 3,2 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 3,2 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 2,8 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 3,2 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 3,2 mln
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm (artikel 3, lid 1) en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE (artikel 3, lid 2) bedraagt € 2.350.000,- per jaar. [...] Het subsidieplafond voor activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE (artikel 3, lid 3) bedraagt per jaar € 95.000,-.”
Toon brontekst
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; gelet op artikel 2, eerste lid, onder e, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal; BESLUITEN vast te stellen de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2024 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - aanvrager: organisatie die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze regeling; - ASV: Algemene subsidieverordening Roosendaal (2013); - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; - doelgroepindicatie: indicatie voor voorschoolse educatie afgegeven door de jeugdarts van TWB (Thuiszorg West-Brabant); - doelgroeppeuter: peuter (van 2 tot 4 jaar) woonachtig in de gemeente die een doelgroepindicatie heeft gekregen; - fiscaal maximum; maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (inclusief peuteropvang) als zijnde Kinderopvangtoeslag; - gemeente: Gemeente Roosendaal; - inkomensafhankelijke ouderbijdrage: financiële bijdrage die een ouder moet betalen voor de afname van peuteropvang of voorschoolse educatie afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden en vastgesteld in de VNG Adviestabel; - Kinderopvangtoeslag (KOT): tegemoetkoming van het Rijk voor ouders in de kosten van de in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderopvang op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag; - Landelijk Register Kinderopvang (LRK): register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; - peuteropvang: opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; - TWB: Thuiszorg West-Brabant; - VE-programma: een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi); - verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het gezamenlijke jaarinkomen van (bei)de ouders(s)/verzorger(s) van de peuter; - Voorschoolse educatie (VE): aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2 tot 4 jaar met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten; - VNG Adviestabel: De VNG Adviestabel “ouderbijdrage peuteropvang” wordt gebruikt om de inkomensafhankelijk bijdrage te bepalen; - vroegschoolse educatie: aanbod van een programma voor kinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs met als doel om onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - warme overdracht: schriftelijke en mondelinge overdracht van informatie (passend binnen de wet gegevensbescherming) van de kinderopvang naar het basisonderwijs over hoe het kind is, hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke ondersteuning het kind nodig heeft om te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn van het kind; - wet: Wet Kinderopvang, Besluit Kwaliteit Kinderopvang en de regeling Wet Kinderopvang. - Reguliere subsidie: Subsidie voor maximaal 320 uur op jaarbais voor peuters in de leeftijd 2 tot 2,5 jaar en maximaal 640 uur op jaarbais voor peuters in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. - Aanvullende subsidie: Subsidie aanvullend op de reguliere subsidie voor maximaal 320 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd 2 tot 2,5 jaar. - Ouderbetrokkenheid: De mate waarin ouders hun kind ondersteunen en stimuleren in de ontwikkeling. Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Doelstelling van de regeling is gelijke kansen voor kinderen te bevorderen. Het is belangrijk dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, zonder dat zij daarbij belemmerd worden door factoren die zij zelf niet kunnen beïnvloeden. We willen onze inwoners inspireren en uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Hierbij is het hoofddoel om voorschoolse educatie aan te bieden aan hen die dat nodig hebben om onderwijsachterstanden te voorkomen en in te lopen. Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn: - het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep; - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal doelgroeppeuters dat gebruik maakt van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2024. - inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE; - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal doelgroeppeuters dat gebruik maakt van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2024. - het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE.Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal peuters dat in speciaal onderwijs start, het aantal peuters/ ouders dat een vooruitgang heeft geboekt in de ontwikkeling, het aantal peuters waarbij de activiteit is ingezet ter ondersteuning van het kind en het gezin en de ervaringen van de ouders hiermee. - het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid specifiek in de focuswijken van het Nationaal Programma Roosendaal, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE. Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal peuters dat in speciaal onderwijs start, het aantal peuters/ ouders dat een vooruitgang heeft geboekt in de ontwikkeling, het aantal peuters waarbij de activiteit is ingezet ter ondersteuning van het kind en het gezin en de ervaringen van de ouders hiermee. - Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten: - subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door houders kinderopvang conform artikel 1 van de Wet Kinderopvang; - aanvrager is in staat vanaf de ingangsdatum van de subsidieverlening de in de beschikking bepaalde activiteit(en) uit te voeren; - subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1 en lid 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet. Subsidie kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder sprake is van herstellend of bestraffend handhavingstraject. Per situatie wordt dan met de houder besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend; - subsidie voor activiteiteten gericht op de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor een subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1; - subsidie voor activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid genoemd onder artikel 3, lid 3 kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die hier aantoonbare ervaring mee heeft en die in aanmerking komt voor subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1; - aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten. Artikel 5 Voorwaarden aan de aanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: - De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via de website van de gemeente via de door het college ter beschikking gestelde aanvraagformulieren; - De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan waarin in ieder geval een omschrijving en/of beschrijving van het volgende is vermeld: de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de in artikel 2 genoemde doelstelling en in de artikel 3 genoemde activiteiten;de wijze waarop de aanvrager de resultaten van de activiteiten en/ of diensten meet en rapporteert;de wijze waarop de warme overdracht plaats vindt met de basisscholen;de wijze waarop de aanvrager de doelgroep wil bereiken;de wijze waarop wordt samengewerkt en afgestemd met andere organisaties binnen de gemeente. - De aanvraag gaat vergezeld met een prognose van het aantal reguliere en doelgroeppeuters per locatie door de houder. - De aanvraag gaat vergezeld van een sluitende begroting conform verplicht format. - Bij subsidieaanvragen van meer dan € 100.000,- dient een jaarverslag over het jaar voorafgaand aan de aanvraag te worden ingediend, bestaande uit een inhoudelijk verslag en een jaarrekening. Indien beschikbaar dient bij het jaarverslag een accountantsverklaring te worden bijgesloten. Artikel 6 Subsidiabele kosten 1.. Het subsidiebedrag is gebaseerd op de noodzakelijke en werkelijke kosten. Subsidiabele kosten zijn: - het subsidietarief VE voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1 bedraagt - € 12,16 per uur en is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van de VE. In bijlage 1 is weergegeven op welke manier het te subsidiëren bedrag tot stand komt; - het subsidietarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 450,00 per doelgroeppeuter per locatie. De totaal aan te vragen subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt berekend op basis van het geschatte aantal doelgroeppeuters per locatie voor het betreffende jaar; de subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 3 is bestemd voor het uitvoeren van het ouderbetrokkenheidsprogramma In- en Opstapje voor de voor- en vroegschool in heel Roosendaal; - voor eenmalige projecten of pilots kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling, zijn in lijn met de in artikel 3 genoemde activiteiten en sluiten aan bij het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. 2.. Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval: - de kosten voor consumpties; - activiteiten die niet rechtstreeks betrekking hebben op de activiteiten genoemd onder artikel 3. Artikel 7 Subsidieplafond - Het subsidieplafond voor de reguliere subsidie voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm genoemd onder artikel 3, lid 1 en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 2.350.000 per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 350 VE-doelgroeppeuters per jaar, maximaal 320 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar en maximaal 640 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar; - Het subsidieplafond voor de aanvullende subsidie voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm genoemd onder artikel 3, lid 1 en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 300.000 per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 75 VE-doelgroeppeuters per jaar, maximaal 320 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar. Indien het subsidieplafond overschreden wordt kan gebruik gemaakt worden van eventuele ruimte binnen het subsidieplafond genoemd in artikel 7, lid 1; - Het subsidieplafond voor het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE genoemd onder artikel 3, lid 3 bedraagt € 95.000 per jaar; - Het subsidieplafond voor het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid specifiek in de focuswijken van het Nationaal Programma Roosendaal, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE genoemd onder artikel 3, lid 4 bedraagt € 30.000 per jaar; - Het subsidieplafond voor een eenmalige subsidie genoemd onder artikel 6, lid 1 c is afhankelijk van de binnen de subsidieplafonds beschikbare niet ingezette middelen voor onderwijsachtersta […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; gelet op artikel 2, eerste lid, onder e, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal; BESLUITEN vast te stellen de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2025 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - aanvrager: organisatie die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze regeling; - ASV: Algemene subsidieverordening Roosendaal (2013); - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; - doelgroepindicatie: indicatie voor voorschoolse educatie afgegeven door de jeugdarts van TWB (Thuiszorg West-Brabant); - doelgroeppeuter: peuter (van 2 tot 4 jaar) woonachtig in de gemeente die een doelgroepindicatie hebben gekregen; - fiscaal maximum; maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (inclusief peuteropvang) als zijnde Kinderopvangtoeslag; - gemeente: Gemeente Roosendaal; - inkomensafhankelijke ouderbijdrage: financiële bijdrage die een ouder moet betalen voor de afname van peuteropvang of voorschoolse educatie afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden en vastgesteld in de VNG Adviestabel; - Kinderopvangtoeslag (KOT): tegemoetkoming van het Rijk voor ouders in de kosten van de in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderopvang op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag; - Landelijk Register Kinderopvang (LRK): register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; - peuteropvang: opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; - TWB: Thuiszorg West-Brabant; - VE-programma: een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi); - verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het gezamenlijke jaarinkomen van (bei)de ouders(s)/verzorger(s) van de peuter; - Voorschoolse educatie (VE): aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2 tot 4 jaar met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - VNG Adviestabel: De VNG Adviestabel “ouderbijdrage peuteropvang” wordt gebruikt om de inkomensafhankelijk bijdrage te bepalen; - vroegschoolse educatie: aanbod van een programma voor kinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs met als doel om onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - warme overdracht: schriftelijke en mondelinge overdracht van informatie (passend binnen de wet gegevensbescherming) van de kinderopvang naar het basisonderwijs over hoe het kind is, hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke ondersteuning het kind nodig heeft om te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn van het kind; - wet: Wet Kinderopvang, inclusief de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang. Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Doelstelling van de regeling is gelijke kansen voor kinderen te bevorderen. Het is belangrijk dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, zonder dat zij daarbij belemmerd worden door factoren die zij zelf niet kunnen beïnvloeden. Hierbij is het hoofddoel om voorschoolse educatie aan te bieden aan hen die dat nodig hebben om onderwijsachterstanden te voorkomen en in te lopen. Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn: - Het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep; - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal doelgroeppeuters dat gebruik maakt van het VE-aanbod. - Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE; - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal groepen waar de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE wordt ingezet. - Het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE. - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal peuters dat in speciaal onderwijs start, het aantal peuters/ ouders dat een vooruitgang heeft geboekt in de ontwikkeling, het aantal peuters waarbij de activiteit is ingezet ter ondersteuning van het kind en het gezin en de ervaringen van de ouders hiermee. - Inzet van een peuter-kleuterconsulent in de VE; - Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal kinderen waarvoor de peuter-kleuterconsulent wordt ingezet. - Voor eenmalige projecten of pilots kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling en zijn in lijn met bovengenoemde activiteiten. Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten: - Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3 en 5 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders kinderopvang conform artikel 1 van de Wet Kinderopvang; - Aanvrager is in staat vanaf de ingangsdatum van de subsidieverlening de in de beschikking bepaalde activiteit(en) uit te voeren; - Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3 en 5 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Subsidie kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder sprake is van herstellend of bestraffend handhavingstraject. Per situatie wordt dan met de houder besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend; - Subsidie voor activiteiteten gericht op de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor een subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1; - Subsidie voor activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid genoemd onder artikel 3, lid 3 kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die hier aantoonbare ervaring mee heeft en die in aanmerking komt voor subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1; - Subsidie voor activiteiten gericht op de inzet van een peuter-kleuterconsulent genoemd onder artikel 3, lid 4 kan alleen worden aangevraagd door een samenwerkingsverband primair onderwijs ten behoeve van in Roosendaal gevestigde scholen; - Aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten; - Een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal kan in aanmerking komen voor subsidie indien naar het oordeel van het college aantoonbaar is dat een peuter wonend in de gemeente Roosendaal met gegronde redenen gebruik maakt van een locatie van een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal. Artikel 5 Voorwaarden aan de aanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: - De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via de website van de gemeente via de door het college ter beschikking gestelde aanvraagformulieren; - De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan waarin in ieder geval een omschrijving en/of beschrijving van het volgende is vermeld: De wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de in artikel 2 genoemde doelstelling en in de artikel 3 genoemde activiteiten;De wijze waarop de aanvrager de resultaten van de activiteiten en/ of diensten meet en rapporteert;De wijze waarop de warme overdracht plaats vindt met de basisscholen;De wijze waarop de aanvrager de doelgroep wil bereiken;De wijze waarop wordt samengewerkt en afgestemd met andere organisaties binnen de gemeente. - De aanvraag gaat vergezeld met een prognose van het aantal reguliere en doelgroeppeuters per locatie door de houder aangeleverd via het daarvoor ter beschikking gestelde format; - Voor aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 3, lid 3 dient inzichtelijk gemaakt te worden dat € 30.000 van het totaalbedrag meer ingezet wordt in het focusgebied van het Nationaal Programma Roosendaal ten opzichte van de rest van Roosendaal; - De aanvraag gaat vergezeld van een sluitende begroting conform verplicht format; - Bij subsidieaanvragen van meer dan € 100.000,- dient een jaarverslag over het jaar voorafgaand aan de aanvraag te worden ingediend, bestaande uit een inhoudelijk verslag, jaarrekening en een accountantsverklaring. Artikel 6 Subsidiabele kosten 1.. Het subsidiebedrag is gebaseerd op de noodzakelijke en werkelijke kosten. Subsidiabele kosten zijn: - Het subsidietarief VE voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1 bestaat uit het fiscaal maximum uurtarief + € 2,00 en is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van de VE. In bijlage 1 is weergegeven op welke manier het te subsidiëren bedrag tot stand komt; - Het subsidietarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 450,00 per doelgroeppeuter per locatie. De totaal aan te vragen subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt berekend op basis van het geschatte aantal doelgroeppeuters per locatie voor het betreffende jaar; - Voor eenmalige projecten of pilots genoemd onder artikel 3, lid 5 kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling, zijn in lijn met de in artikel 3 genoemde activiteiten en sluiten aan bij het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. 2.. Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval: - De kosten voor consumpties; - Activiteiten die niet rechtstreeks betrekking hebben op de activiteiten genoemd onder artikel 3; - Kosten die al zijn inbegrepen in het uurtarief zoals genoemd in lid 1 (scholings- en verletkosten, materiaalkosten, facilitaire en bedrijfskosten). Artikel 7 Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm genoemd onder artikel 3, lid 1 en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 2.550.000 per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 370 VE-doelgroeppeuters per jaar, maximaal 640 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; 2.. Het subsidieplafond voor het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE genoemd onder artikel 3, lid 3 bedraagt € 117.500 per jaar; 3.. Het subsidieplafond voor de inzet van een peuter-kleuterconsulent genoemd onder artikel 3, lid 4 bedraagt € 65.000 per jaar; 4.. Het subsidieplafond voor een eenmalige subsidie genoemd onder artikel 3, lid 5 is afhankelijk van de binnen het subsidieplafond beschikbare niet ingezette middelen voor onderwijsachterstanden. Het totale subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 2.732.500 Dit totale plafond wordt gevormd door de subsidieplafonds zoals benoemd onder artikel 7, lid 1, 2 en 3. Wanneer er na het toekennen van subsidies nog budget resteert, vormt het resterende bedrag tot het subsidieplafond van artikel 7, lid 1, 2 en 3 samen het budget voor eenmalige subsidie. Artikel 8 Beoordeling subsidieaanvraag Aanvragen voor de in artikel 3 genoemde activiteiten die voldoen aan de voorwaarden omschreven in artikel 4 en artikel 5 komen voor subsidie in aanmerking totdat het subsidieplafond is bereikt. Indien het totaalbedrag van alle subsidieaanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden alle aanvragen procentueel verlaagd tot het subsidieplafond niet meer overschreden wordt. Artikel 9 Aanvraagtermijn subsidieaanvraag 1.. Een […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; gelet op artikel 2, eerste lid, onder e, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal; BESLUITEN vast te stellen de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2023 (voorheen subsidieregeling: Onderwijsachterstanden 2022) Artikel 1 Begripsomschrijvingen en landelijke wet- en regelgeving In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - aanvrager: organisatie die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze regeling; - ASV: Algemene subsidieverordening Roosendaal (2013); - college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; - doelgroeppeuters: peuters, tussen 2 en 4 jaar, woonachtig in de gemeente Roosendaal die door Thuiszorg West Brabant (TWB) geïndiceerd zijn op een (taal)achterstand of op het lopen van een risico op een (taal)achterstand; - erkend VE-programma: een programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI); - fiscaal maximum: maximaal uurtarief welke de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (inclusief peuteropvang); - gemeente: Gemeente Roosendaal; - inkomensafhankelijke ouderbijdrage: een inkomensafhankelijke bijdrage die de ouder zonder recht op kinderopvangtoeslag betaald aan de houder, vastgesteld in de adviestabel ouderbijdrage van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten; - houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kinderopvang exploiteert in de gemeente Roosendaal; - kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders/ verzorgers, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang; - LRK: Landelijk Register Kinderopvang. Het register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; - peuteropvang: Opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; - TWB: Thuiszorg West-Brabant. - VE: Voorschoolse educatie. Het aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - warme overdracht: een sluitende overgang van de VE naar de basisschool, bestaande uit een schriftelijke overdracht en een mondelinge overdracht; - wet: Wet Kinderopvang, inclusief de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Het realiseren van voorschoolse educatie ter verbetering van de voorwaarden om in te kunnen stromen in het regulier basisonderwijs. Hierdoor krijgt ieder kind, woonachtig in de gemeente Roosendaal, een optimale kans om zijn of haar talenten te ontwikkelen en te ontplooien. Artikel 3 Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de hierboven genoemde doelstelling. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn: - Het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep, welke is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. - Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE. Een subsidie voor deze activiteit kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor subsidie voor bovengenoemde activiteit 1. - Het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE. Een subsidie voor deze activiteit kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor subsidie voor zoals genoemd in artikel 3 lid 1. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1.. Het subsidie uurtarief VE voor de activiteiten (artikel 3, lid 1) bedraagt € 11,40 per uur en is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van de VE. In bijlage 1 is weergegeven op welke manier het te subsidiëren bedrag tot stand komt. 2.. Het subsidiebedrag voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE (artikel 3, lid 2) bedraagt . € 450,00 per doelgroepkind per locatie. De totaal aan te vragen subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in 2023 wordt berekend op basis van het aantal VE-doelgroepkinderen per locatie op peildatum van 1 oktober 2022. 3.. Voor eenmalige projecten of pilots kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling, en zijn in lijn met bovengenoemde activiteiten. Artikel 5 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1.. Het subsidieplafond voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm (artikel 3, lid 1) en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE (artikel 3, lid 2) bedraagt € 2.350.000,- per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 350 VE-doelgroepkinderen per jaar die deelnemen aan VE, maximaal 320 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd 2 tot 2,5 jaar en maximaal 640 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. 2.. Het subsidieplafond voor activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE (artikel 3, lid 3) bedraagt per jaar € 95.000,-. 3.. Het subsidieplafond voor een eenmalige subsidie (artikel 4, lid 3) is afhankelijk van de binnen het subsidieplafond beschikbare niet ingezette middelen voor onderwijsachterstanden. 4.. Als blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden. Artikel 6 Voorwaarden aan de aanvrager Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten: - subsidie kan worden aangevraagd door houders kinderopvang conform artikel 1 Wet Kinderopvang; - aanvrager is in staat vanaf de ingangsdatum van de subsidieverlening de in de beschikking bepaalde activiteit(en) uit te voeren; - aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare resultaten van de uitgevoerde activiteiten; - a. de subsidie voor activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van de GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; - b. de subsidie voor het aanbieden van activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid (artikel 3, lid 3), kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor subsidie voor de activiteit benoemd in artikel 3, lid 1, het aanbieden van een erkend VE-programma. Artikel 7 Voorwaarden subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: - De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via de website van de gemeente Roosendaal door middel van de door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulieren. - Aanvragen kunnen worden ingediend tussen 1 juli 2022 en 1 oktober 2022. - Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens in de vorm van een activiteitenplan:Een beschrijving van de activiteiten die worden ondernomen om de doelen en resultaten te behalen die staan omschreven in artikel 2 en artikel 3. de wijze waarop u de resultaten van uw activiteiten/diensten wil meten en rapporteren;de wijze waarop wordt samengewerkt en afgestemd met andere organisaties binnen de gemeente Roosendaal;De wijze waarop de warme overdracht plaats vindt met de basisschool. - De aanvraag gaat vergezeld van een sluitende begroting conform het verplichte format dat is opgesteld voor deze subsidieregeling. - De aanvraag gaat vergezeld met een prognose van het aantal reguliere en doelgroeppeuters per locatie. - Bij subsidieaanvragen van meer dan € 100.000,- dient een jaarverslag over het jaar voorafgaand aan de aanvraag te worden ingediend, bestaande uit een inhoudelijk verslag, jaarrekening en -indien beschikbaar- een accountantsverklaring. - Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Een aanvraag voor subsidieverlening is volledig indien:de subsidie aanvrager gebruik heeft gemaakt van de in artikel 9 bedoelde aanvraagformulieren;de aanvraagformulieren zijn volledig en naar waarheid ingevuld. Artikel 8 Weigeringsgronden 1.. De aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien voor de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, op grond van andere nadere regels subsidie is of wordt toegekend. 2.. Subsidieverlening voor nieuwe groepen kan worden geweigerd als een groep bij aanvraag van de subsidie gemiddeld per week op groepsniveau minder dan 5 doelgroeppeuters telt. 3.. Subsidieverlening kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder op het moment van de subsidieaanvraag sprake is van formeel herstellend dan wel formeel bestraffend handhavingstraject naar aanleiding van een GGD-inspectie en handhaving door de gemeente Roosendaal. Per situatie zal met de houder worden besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend. Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag Aanvragen voor de in artikel 3 genoemde activiteiten die voldoen aan de voorwaarden omschreven in artikel 6 en artikel 7 komen voor subsidie in aanmerking totdat het subsidieplafond is bereikt. Als blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per aanvrager met een percentage verlaagd, totdat het subsidieplafond niet meer wordt overschreden. Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger De subsidieontvanger is verplicht om: - De houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing; - De activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens; - In het voorschoolse aanbod uitsluitend gecombineerde groepen, groepen met zowel kinderen zonder doelgroepindicatie als met doelgroepindicatie, te vormen; - Zorg te dragen voor de lokale zichtbaarheid, bekendheid en bereikbaarheid van de organisatie en het activiteitenaanbod; - Zich te conformeren aan de door het college vastgestelde resultaatafspraken VE. - De houder neemt deel aan de overleggen met de Gemeente Roosendaal en conformeert zich aan de afspraken die in de werkgroep worden gemaakt; - Er wordt gewerkt met een VE-toeleiding monitor met voorscholen en TWB. Als subsidieontvanger neemt u deel aan de monitor resultaten VE en overlegt u de gevraagde gegevens aan de gemeente. - Voor alle doelgroeppeuters vindt een warme overdracht plaats naar het primair onderwijs. Artikel 11 Tussentijdse verantwoording Op drie momenten in het jaar wordt door de subsidieontvanger gegevens verstrekt als zijnde tussenrapportage. - Tweemaal per jaar verstrekt de houder een rapportage waarin de prognose door de houder, gedaan bij de subsidieaanvraag wat betreft aantal reguliere- en doelgroeppeuters, wordt afgezet tegen de werkelijke realisatie en ter onderbouwing van artikel 7, lid 5. - De rapportages, bedoeld in artikel 11, lid 1 worden tweemaal per jaar opgemaakt. In de periodes:De week van 3 april 2023 tot en met 7 april 2023De week van 2 oktober 2023 tot en met 6 oktober 2023 - De rapportages bedoeld in artikel 11, lid 1 verstrekt de houder aan het college op uiterlijk 21 april 2023, respectievelijk 20 oktober 2023. - Uiterlijk 15 juli 2023 wordt een tussentijdse financiële verantwoording van de resultaten verstrekt door de houder. Als er afwijkingen zijn, dan moet u die hier vermelden - Uiterlijk 15 juli 2023 wordt een activiteitenverslag verstrekt door de houder. Graag zien wij de volgende punten hierin terug:het aantal kinderen dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal dat in speciaal onderwijs of andere voorziening start;het aantal kinderen dat een vooruitgang heeft geboekt in de ontwikkeling;het aantal keren dat speciale zorg is ingezet voor een kind (met specificatie welke zorg di […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2027 tot en met 2030 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, gelet op: artikel 2, eerste lid, onder e, en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Roosendaal; besluit: vast te stellen de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2027 tot en met 2030 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - aanvrager: organisatie die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze regeling; - ASV: Algemene subsidieverordening Roosendaal (2013); - basisondersteuning+: extra ondersteuning aan kinderen op voorschoollocaties, voor kinderen die meer nodig hebben dan de basisondersteuning die geboden wordt op reguliere voorschool-locaties om mee te kunnen doen, maar die nog geen gespecialiseerde ondersteuning nodig hebben. Het betreft gerichte inzet op de omgeving van het kind door de inzet van (een) extra professional(s) en versterking van professionals in competenties, kennis, vaardigheden, gedrag en attitude; Verwacht wordt dat kinderen hierdoor in mindere mate doorverwezen naar (duurdere) vormen van speciaal (basis)onderwijs en/of specialistische jeugdhulp; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal; - doelgroepindicatie: indicatie voor voorschoolse educatie afgegeven door de jeugdarts van TWB; - doelgroeppeuter: peuter (van 2 tot 4 jaar) woonachtig in de gemeente Roosendaal die een doelgroepindicatie heeft gekregen; - fiscaal maximum: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (inclusief peuteropvang) als zijnde Kinderopvangtoeslag jaarlijks vastgesteld geldend binnen de periode 2027 t/m 2030; - gemeente: Gemeente Roosendaal; - inkomensafhankelijke ouderbijdrage: financiële bijdrage die een ouder moet betalen voor de afname van peuteropvang of voorschoolse educatie afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden en vastgesteld in de VNG Adviestabel, jaarlijks vastgesteld en geldend binnen de periode 2027 t/m 2030; - In- en Opstapje: een spel- en leerprogramma voor ouders en hun kind vanaf 1,5 tot 4 jaar, waarbij een pedagogisch medewerker bij ouder(s) en kind thuiskomt en de ouder(s) op een speelse manier leert om hun kind te ondersteunen in de ontwikkeling; - kinderopvangtoeslag (KOT): tegemoetkoming van het Rijk voor ouders in de kosten van de in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderopvang op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag; - Landelijk Register Kinderopvang (LRK): landelijk register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; - pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie: medewerker die wordt ingezet op/voor gesubsidieerde locatie(s) met voorschoolse educatie, met als doel om de kwaliteit van voorschoolse educatie op de locatie(s) te verhogen, zoals bedoeld in het ‘besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimum aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker’ (Staatsblad 2019, 315); - peuter-kleuterconsulent: een functionaris die ouders en doelgroeppeuters en/of -kleuters (die nog niet zijn ingeschreven op een school) met een ondersteuningsbehoefte begeleidt richting de best passende onderwijsplek in de wijk vanuit het gedachtegoed van inclusief onderwijs; - peuteropvang: opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; - TWB: Thuiszorg West-Brabant; - NPR: nationaal Programma Roosendaal - VE-programma: een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ook het programma Uk en Puk wordt hiertoe gerekend. Dit programma wordt doorontwikkeld; in afwachting hiervan geldt de opname in de databank van het huidige programma, zolang het daarin is opgenomen of totdat een door het NJi erkend opvolgend programma beschikbaar is; - verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het totaal belastbare jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het gezamenlijke jaarinkomen van (bei)de ouders(s)/verzorger(s) van de peuter; - Voorschoolse educatie (VE): aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2 tot 4 jaar met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - VNG Adviestabel: de VNG Adviestabel “ouderbijdrage peuteropvang” wordt gebruikt om de inkomensafhankelijk bijdrage te bepalen; - vroegschoolse educatie: aanbod van een programma voor kinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs met als doel om onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - warme overdracht: schriftelijke en mondelinge overdracht van informatie (passend binnen de wet gegevensbescherming) van de kinderopvang naar het basisonderwijs over hoe het kind is, hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke ondersteuning het kind nodig heeft om te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn van het kind; - wet: Wet Kinderopvang, inclusief de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang. Kinderopvang en de Wet op het primair onderwijs (Wpo). - Landelijk Kwaliteitskader: Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie - Lokaal kwaliteitskader: Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie (samenvatting in de bijlagen) Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Doelstelling van de regeling is (conform het landelijk geldende kwaliteitskader): met behulp van voorschoolse educatie voorkomen en inlopen van onderwijsachterstanden voor aanvang basisonderwijs bij de doelgroeppeuters, zodat de gelijke kansen van deze doelgroep worden bevorderd en de doelgroep zich optimaal kan ontwikkelen zonder daarbij belemmerd te worden door factoren die deze kinderen niet zelf kunnen beïnvloeden. Subdoelen van de regeling zijn het tegengaan van segregatie en het bevorderen van integratie van kinderen en het bieden van een passende plek voor kinderen, bij voorkeur dicht bij huis. Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn: - Het aanbieden van een VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep;Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal doelgroeppeuters dat gebruik maakt van het VE-aanbod, effectmeting binnen de Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en het geldende lokaal kwaliteitskader. - Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE;Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: effectmeting binnen de Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en het geldende lokaal kwaliteitskader - Het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE. Het gaat hierbij binnen deze regeling specifiek om de inzet van In- en Opstapje;Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters waarbij de activiteit is ingezet ter ondersteuning van het kind en het gezin en de ervaringen van de ouders hiermee. effectmeting binnen de Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en het geldende lokaal kwaliteitskader - Het bieden van basisondersteuning+ op voorschool-locaties;Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters waarbij het gelukt is om hen naar regulier onderwijs te laten doorstromen en het aantal peuters dat in speciaal onderwijs start. Het aantal peuters waarvoor individuele/ gespecialiseerde ondersteuning/ zorg wordt ingezet. - Inzet van een peuter-kleuterconsulent in de VE;Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: de concrete ondersteuning die zij hebben geboden op basis van de hoofdtaken, het aantal kinderen waarvoor de peuter-kleuterconsulent wordt ingezet en het aantal keer dat het hierbij is gelukt om een kind in het regulier onderwijs te plaatsen en welke kwalitatieve en kwantitatieve resultaten zijn behaald. - Voor eenmalige projecten of pilots kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling en zijn in lijn met bovengenoemde activiteiten. Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten: - Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3 en 6 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders kinderopvang conform artikel 1 van de Wet Kinderopvang. - Aanvrager is in staat vanaf de ingangsdatum van de subsidieverlening de in de beschikking bepaalde activiteit(en) uit te voeren. - Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3 en 6 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Subsidie kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder sprake is van herstellend of bestraffend handhavingstraject. Per situatie wordt dan met de houder besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend. - Subsidie voor activiteiten gericht op de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die in aanmerking komt voor een subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1. - Subsidie voor activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid genoemd onder artikel 3, lid 3 kan alleen worden aangevraagd door een aanbieder die hier aantoonbare ervaring mee heeft en die in aanmerking komt voor subsidie genoemd onder artikel 3, lid 1. - Subsidie voor activiteiten gericht op de inzet van een peuter-kleuterconsulent genoemd onder artikel 3, lid 5 kan alleen worden aangevraagd door een samenwerkingsverband primair onderwijs ten behoeve van in Roosendaal gevestigde scholen. - Aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten, conform de lokaal overeengekomen Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en de resultaatverplichtingen opgenomen binnen deze regeling. - Een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal kan in aanmerking komen voor subsidie indien naar het oordeel van het college aantoonbaar is dat een peuter wonend in de gemeente Roosendaal met gegronde redenen gebruik maakt van een locatie van een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal. Artikel 5 Voorwaarden aan de aanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: - De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via de website van de gemeente via de door het college ter beschikking gestelde aanvraagformulieren; - De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan waarin in ieder geval een omschrijving en/of beschrijving van het volgende is vermeld:De wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de in artikel 2 genoemde doelstelling en in artikel 3 genoemde activiteiten;De wijze waarop de aanvrager de resultaten van de activiteiten en/ of diensten meet en rapporteert, als voorgeschreven binnen de lokaal overeengekomen Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en de resultaatverplichtingen opgenomen binnen deze regeling.De wijze waarop de warme overdracht plaats vindt met de basisscholen;De wijze waarop de aanvrager de doelgroep wil bereiken;De wijze waarop wordt samengewerkt en afgestemd met andere organisaties binnen de gemeente. - De aanvraag gaat vergezeld met een prognose van het aantal reguliere en doelgroeppeuters per locatie, door de houder aangeleverd via het daarvoor ter beschikking gestelde format; - Voor aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 3, lid 1 en artikel 3, lid 3 dient expliciet inzichtelijk te worden gemaakt welk subsidiebedrag verzoc […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.