Nadere regels subsidie uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basishulpjeugdhulp Roermond 2027-2028
Gemeente Roermond
Voor rechtspersonen zonder winstoogmerk die toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp uitvoeren voor jeugdigen en gezinnen in Roermond.
Waar is deze subsidie voor?
Meerjarige structurele subsidie voor de uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen in Roermond. Subsidieplafond van €4.274.124,79 (peiljaar 2026), jaarlijks geïndexeerd. Maximaal één subsidieaanvrager per subsidieperiode.
Voor wie is het bedoeld?
Voor rechtspersonen zonder winstoogmerk die toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp uitvoeren voor jeugdigen en gezinnen in Roermond.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor uitvoering van toegangstaken jeugdhulp
- Financiering voor vrij toegankelijke basisjeugdhulp
- Meerjarige structurele subsidie voor jeugdhulporganisaties
Voorwaarden
- Aanvrager moet een rechtspersoon zonder winstoogmerk zijn
- Meerjarenplan voor subsidieperiode van twee jaar verplicht
- Begrotings- en dekkingsplan voor subsidieperiode verplicht
- Uitwerking beoordelingscriteria maximaal 15 pagina's A4
- Maximaal één subsidieaanvrager per subsidieperiode
- Activiteiten moeten bijdragen aan doelstelling toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 4,3 mln
- Verdeling
- Loting
Bronnen en actualiteit
“Voor de uitvoering van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 4.274.124,79 (peiljaar 2026).”
Toon brontekst
Nadere regels subsidie uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basishulpjeugdhulp Roermond 2027-2028 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, gezien het voorstel van 23 juni 2026; overwegende dat het gemeentebestuur Roermond inzet op de uitvoering van toegangstaken en de vrij toegankelijke basisjeugdhulp ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidie voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op het bepaalde in artikel 2.3 van de Jeugdwet, de artikelen 2 en 3 van de Algemene Subsidieverordening Roermond 2026, en de visie, uitgangspunten en doelstellingen zoals verwoord in het vigerend beleidskader; besluit: Vast te stellen de Nadere regels ‘subsidie uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp Roermond 2027-2028’ Artikel 1. Begripsbepalingen 1.. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: - gecertificeerde instelling (GI); - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdhulpaanbieder; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel. 2.. In de regel wordt verder verstaan onder: - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Roermond 2026; - Beschermplein Midden-Limburg: overleg tussen professionals van verschillende organisaties over een jeugdige waar toeleiding naar gedwongen kader besproken wordt; - college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Roermond; - derden: een partij die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een subsidieontvanger werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; - gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert; - egalisatiereserve: een vorm van vermogen van de subsidieontvanger die (deels) met behulp van de subsidie is gevormd. Het doel van een egalisatiereserve is om tekorten in het ene jaar op te vangen met overschotten in het andere jaar, waardoor een stabieler financieel beleid mogelijk wordt gemaakt en minder snel aanvullende subsidie nodig is; - eigen kracht: het vermogen van een persoon om zelf of met het sociaal netwerk, mantelzorg, gebruikelijke hulp en/of algemene voorziening(en) oplossingen te vinden voor de hulpvraag en deze oplossingen (deels) zelf uit te voeren; - indicatiestelling: het proces waarbij wordt vastgesteld welke zorg of behandeling een jeugdige nodig heeft en welk recht op vergoeding daaruit voortvloeit; - jeugd- en gezinsprofessional: een medewerker die (BIG of SKJ-)gekwalificeerd is om jeugdigen en hun gezinnen te begeleiden en ondersteunen bij opvoedingsproblemen; - maatwerkvoorziening: voorziening als omschreven in artikel 2.3 Jeugdwet; - meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor twee opeenvolgende jaren; - onvoorziene personeelslasten: uitgaven op het gebied van personeelskosten die onverwacht ontstaan en niet in de planning zijn opgenomen; - OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage; - ondersteuningsplan: een document dat steeds actueel gehouden wordt waarin afspraken met betrekking tot de gewenste ondersteuning voor de jeugdige en diens gezin zijn opgenomen, waarbij op zijn minst rekening gehouden wordt met de eigen kracht en doelstellingen van de jeugdige; - persoonsgebonden budget (pgb): een geldbedrag waarmee de jeugdige en/of diens gezin zelf zijn ondersteuning kan inkopen, zoals in artikel 8.1.1 Jeugdwet is bedoeld; - PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie; - subsidieontvanger: de rechtspersoon zonder winstoogmerk die de in artikel 3 bedoelde activiteiten door middel van subsidieverlening uitvoert; - toegangstaken: taken die het college op grond van artikel 2.3 Jeugdwet uitvoert om te bepalen of, welke en hoe jeugdhulp wordt ingezet voor een jeugdige of gezin; - toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk voor de 16e verjaardag van de jeugdige, in samenspraak met de jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen; - verordening jeugdhulp: de door de gemeenteraad van Roermond vastgestelde verordening en daarop gebaseerde nadere regels; - vrij toegankelijke basisjeugdhulp: collectieve of individuele ondersteuning van jeugdigen en gezinnen die voor iedereen toegankelijk is, dus zonder indicatiestelling; - wachttijden: het moment van melding bij de subsidieontvanger tot het eerste contactmoment dan wel intakegesprek dan wel start van basishulpverlening/ dan wel start regievoering; - zorg in natura: een vorm van zorgverlening waarbij zorgaanbieders op basis van een overeenkomst met de gemeente direct zorg en diensten leveren aan de jeugdige en/of diens gezin; - 1Gezin1Plan1Regisseur: een werkwijze gericht op integrale gezinsgerichte ondersteuning. Artikel 2. Doelstelling en subsidiesoort 1.. Het doel van deze regeling is het meerjarig subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, ten behoeve van jeugdigen en/of diens gezin ten aanzien waarvan het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet. 2.. De subsidie wordt verstrekt als een meerjarige structurele subsidie, als bedoeld in artikel 10 van de Asv. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd voor de uitvoering van de volgende activiteiten in het kader van jeugdhulp voor jeugdigen met woonplaatsbeginsel gemeente Roermond: - Toegangstaken zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet: toegang naar individuele voorziening gespecialiseerde jeugdhulp (zowel Zorg in Natura als Persoonsgebonden budget); toeleiding naar en samenwerking met het gedwongen kader en justitie, inclusief het voorzitterschap van het Beschermplein Midden-Limburg. - Vrij toegankelijke basisjeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen:individuele en groepsgerichte activiteiten in het kader van preventie en informatie;consultatie, advies en lichte opvoedondersteuning; individuele ondersteuning van jeugdigen en gezinnen;opvolging van casussen, regie voeren op het proces, waakvlamcontact en regelmatig evalueren;samenwerken met externe verwijzers (zoals de huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen en de Gecertificeerde Instellingen) en het onderwijs;ondersteuning bij jeugdhulptaken in de huisartsenpraktijken. - Nadere uitwerking van de activiteiten vermeld onder lid 1 en lid 2 zijn opgenomen in bijlage 1. - De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden:het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK);de Jeugdwet en daarop gebaseerde lokale wet- en regelgeving;de richtlijnen jeugdhulp;de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Aanvrager Subsidie kan slechts worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. Artikel 5. Subsidiecriteria 1.. De aanvrager voldoet aan alle criteria zoals genoemd in deze regeling en is verplicht, al dan niet in samenwerking met derden, alle in artikel 3 genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2.. De aanvrager voert de activiteiten uit ten behoeve van jeugdigen, met woonplaatsbeginsel gemeente Roermond, en hun gezinnen. 3.. Onverminderd de artikelen 5 en 11 van de Asv, handelt de aanvrager bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten altijd in overeenstemming met: - de norm verantwoorde werktoedeling; - de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 4.. De aanvrager hanteert een strikt onderscheid tussen de uitvoering van de toegangstaken beschreven onder artikel 3, lid 1, en de uitvoering van de vrij toegankelijke basisjeugdhulpverlening zoals omschreven in artikel 3, lid 2. Degene die indiceert, voert de eventuele geïndiceerde hulpverlening niet zelf uit. 5.. De aanvrager draagt zorg voor onafhankelijke cliëntondersteuning en een adequate klachtenregeling conform wettelijke vereisten en toegankelijkheid voor jeugdigen en ouders. 6.. De aanvrager voert de activiteiten uit vanuit de visie dat de omgeving zich dient aan te passen aan de jeugdige, en niet andersom. 7.. Bij de uitvoering van de activiteiten draagt de aanvrager zorg voor het gezamenlijk leren en evalueren over de uit te voeren activiteiten. 8.. De aanvrager zet bij de uitvoering van de activiteiten deskundige beroepskrachten (waar vereist BIG‑ en/of SKJ‑geregistreerd volgens het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd) in met de benodigde opleiding en competenties die voldoen aan de eisen rondom werkervaring, reflectie, deskundigheidsbevordering en werken volgens een brede contextanalyse van hulpvragen. Daarbij dient de aanvrager te kunnen beschikken over jeugd- en gezinsprofessionals met een bijzondere expertise ten aanzien van veiligheidscasuïstiek. Artikel 6. Verplichtingen 1.. De subsidieontvanger voert de activiteiten zodanig uit dat de jeugd- en gezinsprofessionals die de toegangstaken uitvoeren niet betrokken zijn bij de uitvoering van de vrij toegankelijke basisjeugdhulp. 2.. De subsidieontvanger heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen en onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3.. De organisatie van de subsidieontvanger is zodanig ingericht dat een vaste jeugd- en gezinsprofessional beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende traject. 4.. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugd- en gezinsprofessional beschikbaar is, stemt de subsidieontvanger dit af met het college. 5.. De subsidieontvanger beschikt over een continuïteitsplan voor de uitvoering van de activiteiten bij onvoorziene omstandigheden, waaronder personeelstekorten, piekbelasting en ICT-storingen. 6.. De subsidieontvanger levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 17. 7.. De subsidieontvanger neemt actief deel aan in de regio gebruikelijke overlegvormen op uitvoerend, beleidsmatig en bestuurlijk niveau. 8.. De subsidieontvanger draagt actief bij aan samenwerking met partijen in de sociale basis, zoals vrijetijdsverenigingen en maatschappelijke organisaties, als gecontracteerde zorg, alsook met eerstelijns professionals zoals huisartsen, jeugdgezondheidszorg, maar ook met Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Limburg, het Regionaal Expertteam Midden-Limburg en de Gecertificeerde Instellingen. 9.. De subsidieontvanger werkt met kinderopvang en onderwijs en draagt actief bij aan vroegsignalering en preventie. 10.. De subsidieontvanger voert de activiteiten uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in artikel 3 van deze regeling en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten, waarbij zij moet voldoen aan de volgende verplichtingen: - monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met gezin en jeugdige(n) en jeugdhulpaanbieder; - afstemming over een toekomstplan voor de 16e verjaardag van de jeugdige; - kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; - tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; - inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; - inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente volgens het regionaal werkproces Buiten Contract Plaatsing (BCP); - de subsidieontvanger werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur; - bij de uitvoering van de activiteiten wordt aangesloten bij de leefwereld van de jeugdige en diens sociale systeem, én wordt gericht ingezet op het vergroten van de zelfredzaamheid van jeugdige, ouders en sociale systeem; - zich inspannen tot het bieden van tijdige ondersteuning:onder tijdi […tekst ingekort]
Toon brontekst
Start van deze pagina Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden Tekstgrootte —+ Home Particulieren Ondernemers Overheidsinformatie Over deze site Contact English Help Sitemap Snelzoeken Snelzoeken HomeOverheidsinformatieOfficiële bekendmakingen Officiële bekendmakingen: Zoeken Terug naar bekendmakingen Jaargang 2026 Nr. 323643 Gepubliceerd op 2026-07-07 Toon volledige inhoudsopgave Aanhef Lichaam Ondertekening Nota toelichting Bijlage Nadere regels subsidie uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basishulpjeugdhulp Roermond 2027-2028 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, gezien het voorstel van 23 juni 2026; overwegende dat het gemeentebestuur Roermond inzet op de uitvoering van toegangstaken en de vrij toegankelijke basisjeugdhulp ten behoeve van jeugdigen op grond van de Jeugdwet door het verstrekken van subsidie voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op het bepaalde in artikel 2.3 van de Jeugdwet, de artikelen 2 en 3 van de Algemene Subsidieverordening Roermond 2026, en de visie, uitgangspunten en doelstellingen zoals verwoord in het vigerend beleidskader; besluit: Vast te stellen de Nadere regels ‘subsidie uitvoering van toegangstaken en vrij toegankelijke basisjeugdhulp Roermond 2027-2028’ Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze regeling hebben de volgende in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in artikel 1.1 van die wet wordt gegeven: a. gecertificeerde instelling (GI); b. jeugdhulp; c. jeugdhulpverlener; d. jeugdhulpaanbieder; e. jeugdige; f. jeugdreclassering; g. kinderbeschermingsmaatregel. 2. In de regel wordt verder verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Roermond 2026; c. Beschermplein Midden-Limburg: overleg tussen professionals van verschillende organisaties over een jeugdige waar toeleiding naar gedwongen kader besproken wordt; d. college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Roermond; e. derden: een partij die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een subsidieontvanger werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; f. gedwongen kader: verzamelterm voor wettelijke maatregelen en voorwaarden die een gecertificeerde instelling uitvoert; g. egalisatiereserve: een vorm van vermogen van de subsidieontvanger die (deels) met behulp van de subsidie is gevormd. Het doel van een egalisatiereserve is om tekorten in het ene jaar op te vangen met overschotten in het andere jaar, waardoor een stabieler financieel beleid mogelijk wordt gemaakt en minder snel aanvullende subsidie nodig is; h. eigen kracht: het vermogen van een persoon om zelf of met het sociaal netwerk, mantelzorg, gebruikelijke hulp en/of algemene voorziening(en) oplossingen te vinden voor de hulpvraag en deze oplossingen (deels) zelf uit te voeren; i. indicatiestelling: het proces waarbij wordt vastgesteld welke zorg of behandeling een jeugdige nodig heeft en welk recht op vergoeding daaruit voortvloeit; j. jeugd- en gezinsprofessional: een medewerker die (BIG of SKJ-)gekwalificeerd is om jeugdigen en hun gezinnen te begeleiden en ondersteunen bij opvoedingsproblemen; k. maatwerkvoorziening: voorziening als omschreven in artikel 2.3 Jeugdwet; l. meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor twee opeenvolgende jaren; m. onvoorziene personeelslasten: uitgaven op het gebied van personeelskosten die onverwacht ontstaan en niet in de planning zijn opgenomen; n. OVA: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; de jaarlijkse indexering van de personele kosten op basis van een door de overheid vastgesteld percentage; o. ondersteuningsplan: een document dat steeds actueel gehouden wordt waarin afspraken met betrekking tot de gewenste ondersteuning voor de jeugdige en diens gezin zijn opgenomen, waarbij op zijn minst rekening gehouden wordt met de eigen kracht en doelstellingen van de jeugdige; p. persoonsgebonden budget (pgb): een geldbedrag waarmee de jeugdige en/of diens gezin zelf zijn ondersteuning kan inkopen, zoals in artikel 8.1.1 Jeugdwet is bedoeld; q. PPC: het prijsindexcijfer voor particuliere consumptie; r. subsidieontvanger: de rechtspersoon zonder winstoogmerk die de in artikel 3 bedoelde activiteiten door middel van subsidieverlening uitvoert; s. toegangstaken: taken die het college op grond van artikel 2.3 Jeugdwet uitvoert om te bepalen of, welke en hoe jeugdhulp wordt ingezet voor een jeugdige of gezin; t. toekomstplan: een document waarin een passend, gezinsgericht toekomstperspectief wordt geformuleerd ter bevordering van een goede overgang van 18- naar 18+. Dit gebeurt uiterlijk voor de 16e verjaardag van de jeugdige, in samenspraak met de jeugdige, ouders en hulpverleners. Het plan bevat doelen en wensen op de leefdomeinen: wonen, werk, steun, onderwijs en inkomen; u. verordening jeugdhulp: de door de gemeenteraad van Roermond vastgestelde verordening en daarop gebaseerde nadere regels; v. vrij toegankelijke basisjeugdhulp: collectieve of individuele ondersteuning van jeugdigen en gezinnen die voor iedereen toegankelijk is, dus zonder indicatiestelling; w. wachttijden: het moment van melding bij de subsidieontvanger tot het eerste contactmoment dan wel intakegesprek dan wel start van basishulpverlening/ dan wel start regievoering; x. zorg in natura: een vorm van zorgverlening waarbij zorgaanbieders op basis van een overeenkomst met de gemeente direct zorg en diensten leveren aan de jeugdige en/of diens gezin; y. 1Gezin1Plan1Regisseur: een werkwijze gericht op integrale gezinsgerichte ondersteuning. Artikel 2. Doelstelling en subsidiesoort 1. Het doel van deze regeling is het meerjarig subsidiëren van activiteiten als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, ten behoeve van jeugdigen en/of diens gezin ten aanzien waarvan het college gehouden is voorzieningen te treffen op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet. 2. De subsidie wordt verstrekt als een meerjarige structurele subsidie, als bedoeld in artikel 10 van de Asv. Artikel 3. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd voor de uitvoering van de volgende activiteiten in het kader van jeugdhulp voor jeugdigen met woonplaatsbeginsel gemeente Roermond: 1. Toegangstaken zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet: a. toegang naar individuele voorziening gespecialiseerde jeugdhulp (zowel Zorg in Natura als Persoonsgebonden budget); b. toeleiding naar en samenwerking met het gedwongen kader en justitie, inclusief het voorzitterschap van het Beschermplein Midden-Limburg. 2. Vrij toegankelijke basisjeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen: a. individuele en groepsgerichte activiteiten in het kader van preventie en informatie; b. consultatie, advies en lichte opvoedondersteuning; c. individuele ondersteuning van jeugdigen en gezinnen; d. opvolging van casussen, regie voeren op het proces, waakvlamcontact en regelmatig evalueren; e. samenwerken met externe verwijzers (zoals de huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen en de Gecertificeerde Instellingen) en het onderwijs; f. ondersteuning bij jeugdhulptaken in de huisartsenpraktijken. 3. Nadere uitwerking van de activiteiten vermeld onder lid 1 en lid 2 zijn opgenomen in bijlage 1. 4. De subsidiabele activiteiten moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de volgende regelgeving en standaarden: a. het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); b. de Jeugdwet en daarop gebaseerde lokale wet- en regelgeving; c. de richtlijnen jeugdhulp; d. de geldende, van toepassing zijnde beroepscodes. Artikel 4. Aanvrager Subsidie kan slechts worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. Artikel 5. Subsidiecriteria 1. De aanvrager voldoet aan alle criteria zoals genoemd in deze regeling en is verplicht, al dan niet in samenwerking met derden, alle in artikel 3 genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren. 2. De aanvrager voert de activiteiten uit ten behoeve van jeugdigen, met woonplaatsbeginsel gemeente Roermond, en hun gezinnen. 3. Onverminderd de artikelen 5 en 11 van de Asv, handelt de aanvrager bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten altijd in overeenstemming met: a. de norm verantwoorde werktoedeling; b. de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. De aanvrager hanteert een strikt onderscheid tussen de uitvoering van de toegangstaken beschreven onder artikel 3, lid 1, en de uitvoering van de vrij toegankelijke basisjeugdhulpverlening zoals omschreven in artikel 3, lid 2. Degene die indiceert, voert de eventuele geïndiceerde hulpverlening niet zelf uit. 5. De aanvrager draagt zorg voor onafhankelijke cliëntondersteuning en een adequate klachtenregeling conform wettelijke vereisten en toegankelijkheid voor jeugdigen en ouders. 6. De aanvrager voert de activiteiten uit vanuit de visie dat de omgeving zich dient aan te passen aan de jeugdige, en niet andersom. 7. Bij de uitvoering van de activiteiten draagt de aanvrager zorg voor het gezamenlijk leren en evalueren over de uit te voeren activiteiten. 8. De aanvrager zet bij de uitvoering van de activiteiten deskundige beroepskrachten (waar vereist BIG‑ en/of SKJ‑geregistreerd volgens het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd) in met de benodigde opleiding en competenties die voldoen aan de eisen rondom werkervaring, reflectie, deskundigheidsbevordering en werken volgens een brede contextanalyse van hulpvragen. Daarbij dient de aanvrager te kunnen beschikken over jeugd- en gezinsprofessionals met een bijzondere expertise ten aanzien van veiligheidscasuïstiek. Artikel 6. Verplichtingen 1. De subsidieontvanger voert de activiteiten zodanig uit dat de jeugd- en gezinsprofessionals die de toegangstaken uitvoeren niet betrokken zijn bij de uitvoering van de vrij toegankelijke basisjeugdhulp. 2. De subsidieontvanger heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen en onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 3. De organisatie van de subsidieontvanger is zodanig ingericht dat een vaste jeugd- en gezinsprofessional beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende traject. 4. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugd- en gezinsprofessional beschikbaar is, stemt de subsidieontvanger dit af met het college. 5. De subsidieontvanger beschikt over een continuïteitsplan voor de uitvoering van de activiteiten bij onvoorziene omstandigheden, waaronder personeelstekorten, piekbelasting en ICT-storingen. 6. De subsidieontvanger levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 17. 7. De subsidieontvanger neemt actief deel aan in de regio gebruikelijke overlegvormen op uitvoerend, beleidsmatig en bestuurlijk niveau. 8. De subsidieontvanger draagt actief bij aan samenwerking met partijen in de sociale basis, zoals vrijetijdsverenigingen en maatschappelijke organisaties, als gecontracteerde zorg, alsook met eerstelijns professionals zoals huisartsen, jeugdgezondheidszorg, maar ook met Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Limburg, het Regionaal Expertteam Midden-Limburg en de Gecertificeerde Instellingen. 9. De subsidieontvanger werkt met kinderopvang en onderwijs en draagt actief bij aan vroegsignalering en preventie. 10. De subsidieontvanger voert de activiteiten uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in artikel 3 van deze regeling en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten, waarbij zij moet voldoen aan de volgende verplichtingen: a. monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met gezin en jeugdige(n) en jeugdhulpaanbieder; b. afstemming over een toekomstplan voor de 16e verjaardag van de jeugdige; c. kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp; d. tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop; e. inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; f. inz […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.