Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang Ouder-Amstel 2026

Gemeente Ouder-Amstel

Voor kinderdagverblijven in Ouder-Amstel die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden aan kinderen van 2½ tot 4 jaar, waaronder VE-peuters (kinderen met risico op taalachterstanden) en reguliere peuters.

Ook bekend als VE-peuteropvang, Voorschoolse educatie Ouder-Amstel

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Eerstvolgende deadline
1 jan 2027
nog ~6 maanden

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kinderdagverblijven in Ouder-Amstel die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden. Subsidie voor VE-peuters (kinderen met risico op taalachterstanden) en reguliere peuters, met uurtarieven vastgesteld door het college. Regeling geldig van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kinderdagverblijven in Ouder-Amstel die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden aan kinderen van 2½ tot 4 jaar, waaronder VE-peuters (kinderen met risico op taalachterstanden) en reguliere peuters.

KindercentrumKinderdagverblijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie aan VE-peuters
  • Subsidie aanvragen voor peuteropvang aan reguliere peuters
  • Subsidie voor pedagogisch beleidsmedewerker VE
  • Inkomensafhankelijke ouderbijdrage bepalen

Voorwaarden

  • Kinderdagverblijf moet in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) zijn opgenomen
  • Voor VE-peuters: VE-indicatie afgegeven door Jeugdgezondheidszorg (JGZ)
  • Voor reguliere peuters: minimaal 40 weken per jaar peuteropvang aanbieden
  • Voldoen aan wettelijke basiskwaliteitseisen voor kinderdagverblijven
  • Voor VE-subsidie: voldoen aan eisen Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
  • Meldingsplicht bij wijzigingen in kinderopvangtoeslag-recht

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kindercentrum of kinderdagverblijf
Uw sector/SBI valt onder: 8710
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Ouder-Amstel.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Open
Start
1 jan 2026
Sluit
1 jan 2027
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang Ouder-Amstel 2026
    Het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel;
    gelet op:
    - de Wet Kinderopvang
    - het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
    - het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid
    - de Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel
    besluit vast te stellen:
    de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang Ouder-Amstel 2026
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - ASV: Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel;
    - AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur;
    - beroepskracht voorschoolse educatie (BKR): pedagogische medewerker VE als bedoeld in artikel 1.1 van de wet Kinderopvang en artikel 4 van de AMvB ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’;
    - College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouder-Amstel;
    - doelgroeppeuter: Peuter in de leeftijd van 2½ jaar met een risico op een (taal)achterstand, die in aanmerking komt voor VVE op grond van door het College vastgestelde criteria en als zodanig door de JGZ is geïndiceerd (VVE- indicatie);
    - doorgaande lijn: ononderbroken ontwikkelingsgang van kinderen, door samenwerking en afstemming tussen peuteropvang en school, inclusief overdracht van gegevens;
    - fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat het Rijk hanteert voor de kinderopvangtoeslag voor dagopvang en peuteropvang;
    - gemengde VE-peutergroep: VE-groep die bestaat uit kinderen met - en kinderen zonder - risico op (taal)ontwikkelingsachterstanden;
    - houder/’aanbieder’: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het LRK is opgenomen als kinderdagverblijf met VE-registratie;
    - inkomensverklaring: voorheen IB60-verklaring genoemd. Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
    - kinderdagverblijf: locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuteropvang voor 2 tot 4 jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen;
    - kindnetwerk: een gebiedsgerichte samenwerking tussen alle kindfuncties peuteropvang, kinderopvang, basisschool en buitenschoolse opvang (BSO) in de gemeente;
    - kinderopvangtoeslag (KOT): De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerd kinderdagverblijf;
    - Landelijk Register kinderopvang (LRK): Landelijk Register Kinderopvang: het register waarin kinderopvanglocaties zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
    - ouder(s): de bloed- of aanverwant(en) in opgaande lijn of de pleegouder(s)/verzorger(s) van een kind dat gebruik maakt van een peuterplaats of VE-peuterplaats;
    - ouderbijdrage: inkomensafhankelijke vergoeding die de ouder(s)/verzorger(s) aan de aanbieder betalen voor de afname van een peuterplaats (hetzij regulier, hetzij VVE);
    - ouderbetrokkenheid: activiteiten geïnitieerd door het kindercentrum gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind door ouders;
    - peuteropvang: kortdurende opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool;
    - peuterplaats: een aanbod aan peuteropvang voor peuters niet zijnde VE-peuters;
    - peutertoeslag: een financiële bijdrage van de gemeente in de kosten van een (VE-)peuterplaats;
    - reguliere peuter: een peuter in de leeftijd 2½ tot 4 jaar, die woont in de gemeente Ouder-Amstel en die gebruik maakt van peuteropvang en geen VE-peuter is;
    - subsidie tarief VE-peuteropvang: het uurtarief dat de gemeente hanteert bij het berekenen van de subsidie, dit uurtarief wordt jaarlijks door het college vastgesteld;
    - toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de wet Kinderopvang ;
    - VVE: voor- en vroegschoolse educatie;
    - VE: voorschoolse educatie, zijnde een aanbod voor kinderen van 2½ tot 4 jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling;
    - VE-peuter: kind in de leeftijd van 2½ tot 4 jaar woonachtig in de gemeente Ouder-Amstel met een risico op (taal)achterstand, waarvoor de Jeugdgezondheidszorg een indicatie heeft afgegeven en dat in aanmerking komt voor een VE-peuterplaats, ook wel doelgroeppeuter genoemd;
    - VE-peuterplaats: een aanbod aan voorschoolse educatie voor VE-peuters;
    - VE-locatie: een locatie van een kindercentrum dat VE aanbiedt conform wettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie en als VE-gecertificeerde locatie is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang;
    - VNG Adviestabel: De VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk voor het betreffende jaar, zoals gepubliceerd op www.vng.nl;
    
    Artikel 2 Doel regeling
    Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie in de gemeente Ouder-Amstel, om gelijke ontwikkelkansen voor kinderen in de leeftijd van 2½ tot 4 jaar in de gemeente te bevorderen.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie wordt verleend aan een kinderdagverblijf dat voorschoolse educatie aanbiedt in gemeente Ouder-Amstel voor:
    - VE-peuters, waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;
    - VE-peuters, waarvan de ouders wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;
    - reguliere peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
    2..
    Er is subsidie beschikbaar:
    - Voor VE-peuters in de leeftijd van 2½ tot 4 jaar voor een aanbod van 960 uur voorschoolse opvang over een periode van 1,5 jaar. Houders/aanbieders mogen variëren in de urenindeling binnen deze periode, met een (wettelijk) maximum van 6 uur per dag en maximaal 640 uur per jaar.
    - Voor op 1 januari geplaatste VE-peuters van 2½ tot 4 jaar voor de inzet van de wettelijk vereiste pedagogisch beleidsmedewerker VE voor 10 uur per jaar.
    3..
    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub c dient het kindercentrum minimaal 40 weken per jaar peuteropvang aan te bieden. Subsidie voor reguliere peuters is beschikbaar voor maximaal 8 uur per week, verdeeld over minimaal 2 dagen, met een maximum van 320 uren per jaar.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidiebedrag
    1..
    Het college subsidieert per uur per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende subsidiebedragen:
    - voor de in artikel 3 lid 1 sub a genoemde doelgroep per bezette peuterplaats per jaar: 16 uren per week x aantal weken per jaar (40) x € 11,90 minus de geldende ouderbijdrage conform artikel 5, voor maximaal 640 uur per jaar;
    - voor de in artikel 3 lid 1 sub b genoemde doelgroep per bezette peuterplaats per jaar: 8 uren per week x aantal weken per jaar x € 11,90 plus over 8 uren per week het verschil tussen € 11,35 en het fiscaal uurtarief voor maximaal 640 uur per jaar;
    - voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde reguliere peuters per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken per jaar * het fiscaal uurtarief minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026 met een maximum van 320 uren per jaar;
    - Voor de in Artikel 3 lid 2 sub b genoemde pedagogisch beleidsmedewerker VE een bedrag van € 580,90 per jaar (per op 1 januari 2026 geplaatste VE-peuter).
    2..
    Deze regeling wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Hierin worden de geïndexeerde bedragen opgenomen die voor dat jaar van toepassing zijn.
    3..
    Het college behoudt zich het recht om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief.
    
    Artikel 5 Ouderbijdrage
    De subsidiebedragen ten behoeve van de (VE-)peuters van de volgende groepen ouders luiden als volgt:
    - Ouders met recht op kinderopvangtoeslagOuders van VE-peuters betalen over 8 uren een bijdrage op basis van het fiscaal uurtarief aan de aanbieder. Ouders kunnen over deze 8 uren kinderopvangtoeslag aanvragen. De gemeente subsidieert voor 8 uren het verschil tussen het fiscaal uurtarief en het ve-tarief. De overige 8 uren worden volledig door de gemeente gesubsidieerd voor € 11,90 per uur. Ouders betalen over deze uren geen ouderbijdrage.
    - Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag Ouders van VE-peuters betalen over 8 uren een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van het fiscaal uurtarief en de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026 aan de aanbieder. De gemeente subsidieert in dit geval € 11,90 minus de ouderbijdrage over maximaal 8 uren. De overige 8 uren worden volledig door de gemeente gesubsidieerd voor € 11,90 per uur. Ouders betalen over deze uren geen ouderbijdrage.Ouders van reguliere peuters betalen een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van het uurtarief van de aanbieder en de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026.
    - De hoogte van de in lid 2 sub a en b genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar (of het jaar daarvoor als de betreffende inkomensverklaring nog niet beschikbaar is) volgens de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vragen de ouders een inkomensverklaring aan bij de Belastingdienst en leveren deze in bij de houder. Daarnaast tekenen de ouders een aanvullende verklaring ‘geen recht op kinderopvangtoeslag’ zodat houder kan vaststellen dat de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
    
    Artikel 6 Aanvraag en vaststelling subsidie
    1..
    Op deze regeling is de ASV Ouder-Amstel, vastgesteld op 16 augustus 2005, van toepassing. Hier vallen ook de aanvraag en vaststelling onder.
    2..
    In afwijking van de ASV Ouder-Amstel ligt de deadline voor de aanvraag van de subsidie op grond van deze regeling op 1 december en kan er vier weken uitstel verleend worden aan partijen die voornemens zijn subsidie aan te vragen wanneer de subsidie niet voor 1 december wordt aangevraagd.
    3..
    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Ouder-Amstel.
    4..
    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en geregistreerd is in het LRK.
    5..
    Subsidie voor VE kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en dat gecertificeerd is voor VE en als zodanig is geregistreerd in het LRK.
    6..
    Subsidie voor reguliere peuters kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en dat gecertificeerd is voor VE en als zodanig is geregistreerd in het LRK.
    7..
    De subsidieaanvraag voor het komende jaar moet uiterlijk op 15 november van het lopende kalenderjaar worden ingediend.
    8..
    De houder maakt voor het aanvragen van subsidie en van de subsidievaststelling gebruik van het hiervoor bestemde aanvraagformulier van de gemeente.
    9..
    De tussentijdse verantwoording vindt plaats vóór 1 juli van het geldende kalenderjaar waarvoor de subsidie is toegekend en op nader te bepalen momenten in de beschikking.
    10..
    De vaststelling en tussentijdse verantwoording vinden plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt verstaan het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats – regulier en VE – , het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde VE-locaties) op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en vastgesteld met een accountantsverklaring.
    11..
    Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder bezette VE- of reguliere peuterplaatsen (het aantal afgenomen uren per werkelijke bezette peu
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.