Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Subsidieregeling OPZuid 2021-2027

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (beheerautoriteit EFRO-programma)

Ondernemingen (mkb en grootbedrijven), onderzoeks- en innovatie-instellingen, en maatschappelijke organisaties in Zuid-Nederland die bijdragen aan slimme specialisatie, circulaire economie, energietransitie en defensie-innovatie.

Ook bekend als OPZuid, EFRO Zuid-Nederland 2021-2027, Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020, EFRO Zuid-Nederland

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via stimulus.nl
Max. bedrag
€ 2 mln
per aanvraag
Percentage
65%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

EFRO-cofinancieringsregeling voor innovatie, duurzaamheid en regionale ontwikkeling in Zuid-Nederland (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg). Subsidie tot 35% van subsidiabele kosten, maximaal €1–2 miljoen per project, via meerdere openstellingen 2023–2026.

Voor wie is het bedoeld?

Ondernemingen (mkb en grootbedrijven), onderzoeks- en innovatie-instellingen, en maatschappelijke organisaties in Zuid-Nederland die bijdragen aan slimme specialisatie, circulaire economie, energietransitie en defensie-innovatie.

OndernemingOnderzoeks- en innovatie-instellingMaatschappelijke organisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Financiering voor innovatieprojecten in maakindustrie en landbouw
  • Subsidie voor duurzaamheid en circulaire economie
  • Steun voor energietransitie en smart farming
  • Cofinanciering van EFRO-projecten in Zuid-Nederland

Voorwaarden

  • Projecten moeten aansluiten bij RIS3 Zuid-Nederland 2021-2027 (Regionale Innovatie Strategie Slimme Specialisatie)
  • Staatssteun moet voldoen aan algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de-minimisverordening
  • Subsidiabele kosten moeten feitelijk zijn gemaakt en betaald
  • Betalingsaanvragen twee keer per jaar; voorschotten tot 90% van verleend bedrag

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een onderneming of onderzoeks- en innovatie-instelling of maatschappelijke organisatie
U bent een mkb-onderneming
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (beheerautoriteit EFRO-programma).

Openstellingen en rondes

Ronde 2014-2020Gesloten
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2025Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2024Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De hoogte van de subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 2.000.000.
Subsidieregeling OPZuid 2021 - 2027
  • Toon brontekst
    Programma OPZuid EFRO 2021-2027 Europees programma voor transitiegedreven innovatie Documenten Hier vindt u o.a. alle benodigde documenten voor uw projectaanvraag en projectbeheer. Lees meer FAQ Hier vindt u antwoord op de meest gestelde vragen met betrekking tot het OPZuid 2021-2027 programma. Lees meer Nieuws & agenda Lees hier de laatste actualiteiten rondom het OPZuid 2021-2027 programma. Lees meer Projecten Bekijk hier alle strategische EU-projecten uit OPZuid 2021-2027. Lees meer Subsidie voor het benutten van innovatiekracht voor economische én maatschappelijke impact OPZuid EFRO 2021-2027 Zuid-Nederland heeft met het EFRO-programma 2021-2027 (OPZuid) de ambitie uitvoering te geven aan de RIS3-prioriteiten en zo de regionale kracht op economie, ondernemerschap en innovatie te benutten en te versterken, met maatschappelijke én economische impact als doel. Dit houdt in: bijdragen aan innovatieve oplossingen op vijf grote maatschappelijke transities die in Zuid-Nederland én mondiaal spelen en marktpartijen in staat stellen (inter)nationale marktkansen te benutten. De vijf transities – energie, klimaat, grondstoffen, landbouw & voeding en gezondheid – sluiten aan op de Green Deal en Europees en nationaal innovatiebeleid. Technologische kennis is belangrijk om tot doorbraken te komen, maar op zichzelf niet voldoende. De uitdaging is om de technologische én niet-technologische kracht van Zuid te benutten, door samenwerking binnen de regio maar juist ook over regiogrenzen heen. In het EFRO-programma geeft Zuid-Nederland deze inzet vorm via de beleidsdoelstelling ‘Een slimmer Europa’ en ‘Een groener Europa’. PrioriteitenSubsidiemogelijkhedenOpenstellingenPartnersOrganisatie Prioriteiten In 2026 is de laatste openstellingsronde van het OPZuid-programma. Deze openstelling wil Stimulus inzetten op één nieuw thema: defensie. Voorheen bestond een openstellingsronde uit twee losse openstellingen. Eén voor beleidsdoelstelling ‘Een Groener Europa’, gericht op de energietransitie en één voor beleidsdoestelling ‘Een Slimmer Europa’, gericht op de thema’s klimaat, landbouw en voeding, grondstoffen en gezondheid. Door onder andere de oorlog in Oekraïne, wil Europa haar eigen defensiecapaciteiten versterken. Tijdens de Mid-term review (MTR) in 2025 zijn door de Europese Commissie nieuwe prioriteiten benoemd. Eén daarvan is defensie. In maart 2025 heeft de Europese Commissie aangegeven dat het mogelijk moet worden een programmawijziging in te dienen om hiermee met EFRO middelen een bijdrage aan te leveren. Hiermee kunnen openstellingen worden ingericht die zich specifiek richten op nieuwe Europese uitdagingen. Daarom richt de openstelling van 2026 zich op het versterken defensiecapaciteiten in Zuid-Nederland, met een nadruk op dual-use toepassingen. Lees hier meer over dit nieuwe thema. Openstelling defensie – Slimmer Europa De openstelling luidt als volgt: “Bevorderen van de demonstratie, vermarkting en opschaling van kansrijke innovatieve defensie oplossingen, met een focus op dual-use toepassingen, in samenwerking met het mkb en maatschappelijke middenveld in Zuid-Nederland én investeringen in industriële capaciteit voor defensie- en dual-use producten en diensten.” en richt zich op het thema defensie. Subsidiemogelijkheden Voor de volgende type acties kan subsidie aangevraagd worden: Investeringen in Zuid-Nederlandse industriële capaciteit: Doorontwikkelen, demonstreren en vermarkten van kansrijke, technologische militaire of dual-use innovaties binnen de volgende in de SAFE-verordening gedefinieerde gebieden: Categorie 1 munitie en rakketten artilleriesystemen grondgevechtsvermogen kleine drones (NAVO-klasse 1) en bijbehorende droneafweersystemen cyber Categorie 2 lucht- en raketafweersystemen maritieme oppervlakte- en onderwatervermogens ander dan kleine drones (NAVO-klassen 2 en 3) en bijbehorende droneafweersystemen strategische hulpmiddelen artificiële intelligentie en elektronische oorlogsvoering Investeringen in (door)ontwikkeling van kritische technologieën: Doorontwikkelen, demonstreren en vermarkten van kansrijke, technologische militaire of dual-use innovaties met name op het gebied van nieuwe wapen- en verdedigingssystemen of nieuwe productiemethodes. Investeringen moeten helpen kritische capability gaps en strategische afhankelijkheden te verkleinen bijvoorbeeld op het gebied van luchtafweer, artilleriesystemen, ammunitie & raketten, drones & counterdrone systemen, kunstmatige intelligentie, quantum, cyber en elektronische oorlogsvoering of strategische enablers Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt ook voldaan aan de volgende vereisten: De aanvrager is ingeschreven in het handelsregister; Het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband dat bestaat uit ten minste twee partners; De samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst; Het project wordt uitgevoerd in Zuid-Nederland of komt ten goede aan Zuid-Nederland; Het project komt ten goede aan het mkb; Het project levert een bijdrage aan defensiecapaciteiten in Zuid-Nederland, met name als het gaat om dual-use toepassingen. Het programma richt zich in Zuid-Nederland op het mkb, in aansluiting op de nieuwe RIS3 2021-2027. Openstellingen 2026 Weten wat de huidige- en verwachte openstellingen zijn? Bekijk de openstellingskalender via deze link. Partners Voor de periode 2021-2027 stelt de Europese Unie door middel van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 105 miljoen euro beschikbaar voor projecten die de innovatiekracht van Zuid-Nederland benutten voor economische én maatschappelijke impact. Het Rijk investeert nog eens 20 miljoen euro. Met deze middelen voeren de programmapartners, waaronder het bedrijfsleven en kennisinstellingen uit Zuid-Nederland (en daarbuiten met aantoonbare meerwaarde), overheden, burgercoöperaties en intermediaire organisaties (ROM’s), campussen, valorisatieorganisaties, etc., het OPZuid 2021-2027 uit. Organisatie De organisatie van het OPZUID 2021-2027 is als volgt geregeld: Beheerautoriteit – Stimulus Programmamanagement De provincie Noord-Brabant is aangewezen als Beheerautoriteit voor het Programma EFRO 2021-2027 Zuid-Nederland. De provincie draagt de eindverantwoordelijkheid over de inhoudelijke en financiële uitvoering van het programma. In deze rol legt zij verantwoording af aan de Europese Commissie. Stimulus Programmamanagement is de afdeling van de provincie Noord-Brabant die het OPZuid 2021-2027 uitvoert. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met steunpunten bij de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Stimulus adviseert en faciliteert projectaanvragers en -uitvoerders en controleert de voortgang en rechtmatigheid van de projecten. Meer informatie over Stimulus Programmamanagement vindt u hier. Stuurgroep De Stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van triple helix-organisaties, het Rijk en provinciale en lokale overheden. De Stuurgroep heeft tot taak het Monitoringcomité gevraagd en ongevraagd te adviseren over de strategische en inhoudelijke sturing van het programma. Het kan hierbij gaan om wijzigingen in de uitvoering van het programma of het programmabeheer. De Stuurgroep is door de Beheerautoriteit ingesteld. Monitoringcomité Het Monitoringcomité (Comité van Toezicht) ziet toe op de correcte uitvoering van het programma: het evalueert onder andere de uitvoering en de vooruitgang die geboekt is met de verwezenlijking van de doelstellingen en brengt advies uit over door de Beheerautoriteit voorgestelde wijzigingen van het programma. Het Comité van Toezicht is de benaming voor het monitoringcomité als bedoeld in artikel 38 van de Europese Verordening 2021/1060. In artikel 40 van deze verordening staan de taken van het monitoringcomité beschreven. Het Monitoringcomité staat onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koning van de provincie Zeeland, de heer Hugo de Jonge. Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van: de drie zuidelijke provincies, het Rijk, de Europese Commissie, kennisinstellingen, milieuorganisaties, het maatschappelijk middenveld, werkgevers- en werknemersorganisaties. Het Monitoringomité is ingesteld door de Beheerautoriteit, zie het instellingsbesluit. In het kader van transparantie publiceert het Monitoringcomité van elke vergadering een beknopt verslag. De verslagen zijn beschikbaar via de pagina ‘Monitoringcomité‘. Adviescommissie De Adviescommissie Stimulus Programmamanagement is verantwoordelijk voor de inhoudelijke beoordeling van projectaanvragen. Nadat aanvragen door Stimulus Programmamanagement zijn getoetst op volledigheid en op passendheid binnen het programma, beoordeelt de externe Adviescommissie de kwaliteit van aanvragen aan de hand van vijf landelijk vastgestelde criteria. De Adviescommissie geeft een zwaarwegend advies aan de Beheerautoriteit op basis van de kwalitatieve rangschikking van de aanvragen. De Adviescommissie kent een vaste kern en een flexibele schil. De vaste kern bestaat uit twee leden, waaronder de voorzitter. Zij dienen te zorgen voor continuïteit in de beoordeling. De flexibele schil bestaat uit ongeveer drie leden, die per call worden gekozen uit een longlist. Deze leden worden op inhoudelijk gronden en beschikbaarheid geselecteerd. De Adviescommissie is ingesteld door de Beheerautoriteit, zie de instellingsbesluiten. Triple helix In het OPZuid wordt nadrukkelijk gestuurd op de werving van kwalitatief goede projecten. In de projectontwikkeling en programmasturing krijgt het veld dan ook een belangrijke rol. De regionale triple helix- organisaties van Zuid-Nederland – netwerken van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen – bieden ondersteuning bij de ontwikkeling van kwalitatief goede projecten die aansluiten bij de Regionale Innovatiestrategie van Zuid-Nederland Het werkgebied van de triple helix-organisaties en hun prioritaire thema’s zijn verdeeld over de drie provincies. Hun contactgegevens vindt u hier. Klachtenprocedure De provincie Noord-Brabant vervult de rol van beheerautoriteit voor het OPZuid, Stimulus Programmamanagement is een afdeling van de Provincie Noord-Brabant. Voor het indienen van klachten of het maken van bezwaar verwijzen wij u naar de van de Provincie Noord-Brabant. Op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief. INSCHRIJVEN Nieuws EcoFab en de TerugWINwoning: zo ziet de circu… Naast het Koning Willem I College in Veghel staat de slimme TerugWINwoning, een biobased en circulair gebouw waarin studenten de… Lees meer Achtste openstelling OPZuid gesloten Op 12 juni om 17:00 uur sloot de achtste openstelling van het OPZuid Programma 2021–2027. Binnen deze openstelling was €… Lees meer Van eierschalen naar 3D-geprinte producten: E… Rong Wang, CEO en oprichter van het Maastrichtse EGGXPERT werkt al jaren aan één missie: hoe kunnen eierschalen hergebruikt worden als waardevolle… Lees meer Agenda Menu
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020
    Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020,
    - Gelet op artikel 125, derde lid, van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006;
    - Gelet op artikel 2.2 van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020;
    - Overwegende dat het Comité van Toezicht door middel van een schriftelijke beoordeling kennis heeft genomen van de uitgangspunten van de voorliggende regeling;
    - Overwegende dat de Managementautoriteit wenst te investeren in slimme, duurzame en inclusieve groei en werkgelegenheid in de regio Zuid-Nederland en hiertoe het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling inzet;
    - Overwegende dat de subsidiabele activiteiten van de paragrafen 2 en 3 breed ingevuld kunnen worden en deze ruime invulling ten behoeve van een optimaal bereik van de doelstellingen wordt beoogd, acht de Managementautoriteit, daar waar sprake is van staatssteun, in het kader van rechtvaardiging van staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing:Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013;
    Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
    
    Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020
    
    § 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1.1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    - crossover: samenwerkingsverbanden tussen partijen uit verschillende technologiedomeinen, waarin innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld;
    - de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de de-minimisverordening;
    - de-minimisverordening: Verordening (EU) N1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013;
    - Deskundigencommissie: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Awb en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet;
    - EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;
    - experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onder 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - gebouwde omgeving: gebied dat door aaneengesloten bebouwing een overwegend woon-, werk-, recreatie- of verblijfsfunctie heeft en daadwerkelijk als zodanig wordt gebruikt;
    - Human Capital: arbeidskracht;
    - innovatiesysteem: samenwerking in publieke en private sector waarvan de activiteiten en de interacties hiertussen, nieuwe technologieën initiëren, importeren, veranderen en verspreiden;
    - internationale topclusters: drie in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen waarin bedrijfsleven en kennisinstellingen de potentie hebben om internationaal uit te blinken, te weten:High Tech System & Materialen;Chemie & Materialen;Agrofood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen;
    - kennisinstelling: een onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit;een andere dan onder 1º bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder 1º;onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder 1º, 2º of 3º direct of indirect:meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft;volledig aansprakelijk vennoot is; of,overwegende zeggenschap heeft;een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft om via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder 1º tot en met 4º;
    - Managementautoriteit: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als managementautoriteit, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van verordening 1303/2013 voor het Operationeel Programma Zuid 2014-2020;
    - vervalt
    - MKB-onderneming: kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 1, onder 28 van Verordening 1303/2013 en bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG);
    - nationale topclusters: vier in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen die sterk zijn op bovenregionaal niveau en specifieke potenties op internationaal niveau hebben, te weten: Logistiek;Life Sciences & Health;Biobased;Maintenance;
    - onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
    - open innovatie: praktijk van ondernemingen en kennisinstellingen om innovatieve ideeën op basis van samenwerking uit te wisselen en ideeën, kosten risico of capaciteit in onderzoek en ontwikkeling te delen;
    - Operationeel Programma Zuid 2014-2020: gezamenlijk programma als bedoeld in artikel 96 van verordening 1303/2013, van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, goedgekeurd door de Europese Commissie op 5 december 2014, voor activiteiten die in Zuid-Nederland financiering kunnen ontvangen uit het EFRO;
    - operationele omgeving: omgeving waarin door omstandigheden en condities een innovatie conform de werkelijkheid kan worden getest;
    - OPZuid: Operationeel Programma Zuid 2014-2020;
    - outputindicatoren: indicatoren als bedoeld in artikel 27, vierde lid, onder b, van verordening 1303/2013 uitgewerkt in paragraaf 2.A.6.5., tabel 5 van het OPZuid;
    - React-EU: programma van de Europese Commissie dat gericht is op crisisherstel in de context van de Covid-19-pandemie en op een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie, gebaseerd op Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft extra middelen en uitvoeringsregelingen om bijstand te verlenen ter bevordering van het crisisherstel in de context van de Covid-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie (PbEU 2020, L437) (React-EU).
    - REES: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies;
    - RIS3: Regionale Innovatie Strategie voor Slimme Specialisaties, vastgesteld op 7 april 2020 door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, op 14 april 2020 door Gedeputeerde Staten van Limburg en op 21april 2020 door Gedeputeerde Staten van Zeeland.
    - slimme uitrol: testen, demonstreren en eerste toepassing in een operationele omgeving;
    - valorisatievermogen: omzetten van bestaande en nieuwe kennis en kunde naar nieuwe producten, processen of diensten;
    - verordening 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013;
    - Zuid-Nederland: grondgebied van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
    
    Artikel 1.2 Subsidievorm
    Subsidies op grond van deze regeling worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag tenzij in de betreffende paragraaf anders is bepaald.
    
    Artikel 1.3 Weigeringsgronden algemeen
    Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 5.2.5, eerste lid, onder a, d en f van de REES wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
    - de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - de aanvrager op enigerlei wijze in strijd met algemeen aanvaarde rechtsbeginselen handelt.
    
    Artikel 1.4 Vereisten subsidieaanvraag algemeen
    Een subsidieaanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende vereisten:
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Managementautoriteit;
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de Managementautoriteit vastgestelde aanvraagformulier;
    - een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.
    
    Artikel 1.5 Verplichtingen algemeen
    Onverminderd de artikelen 5.2.9 tot en met 5.2.12 van de REES heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting desgevraagd te rapporteren over de inhoudelijke en financiële voortgang van de subsidiabele activiteit.
    
    Artikel 1.6 Vaststelling
    1..
    Binnen de in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij de Managementautoriteit.
    2..
    Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, toont de subsidieontvanger aan dat:
    - de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
    - aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
    3..
    Onverminderd het tweede lid, omvat de aanvraag tot vaststelling het volgende, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald:
    - een inhoudelijk eindverslag;
    - bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de outputindicatoren;
    - een financieel verslag;
    - een rapport van feitelijke bevindingen, inclusief een oordeel over de rechtmatigheid, overeenkomstig het door de Managementautoriteit opgestelde controleprotocol.
    
    Artikel 1.7 Betaling en bevoorschotting
    1..
    De Managementautoriteit verstrekt op basis van een daartoe door de subsidieontvanger ingediende betalingsaanvraag als bedoeld in artikel 132 van verordening 1303/2013, voorschotten op het verleende subsidiebedrag van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.
    2..
    De subsidieontvanger dient ten hoogste twee keer per jaar een betalingsaanvraag in.
    3..
    Een voort
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende het verdelen van subsidies ter uitvoering van het programma OP-Zuid (Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020)
    Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020,
    Gelet op artikel 125, derde lid, van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006; Gelet op artikel 2.2 van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020;
    Overwegende dat het Comité van Toezicht door middel van een schriftelijke beoordeling kennis heeft genomen van de uitgangspunten van de voorliggende regeling;
    Overwegende dat de Managementautoriteit wenst te investeren in slimme, duurzame en inclusieve groei en werkgelegenheid in de regio Zuid-Nederland en hiertoe het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling inzet;
    Overwegende dat de subsidiabele activiteiten van de paragrafen 2 en 3 breed ingevuld kunnen worden en deze ruime invulling ten behoeve van een optimaal bereik van de doelstellingen wordt beoogd, acht de Managementautoriteit, daar waar sprake is van staatssteun, in het kader van rechtvaardiging van staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing:
    a. Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;
    b. Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013;
    Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
    
    §1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1.1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    - crossover: samenwerkingsverbanden tussen partijen uit verschillende technologiedomeinen, waarin innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld;
    - de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de de-minimisverordening;
    - de-minimisverordening: Verordening (EU) N1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013;
    - Deskundigencommissie: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Awb en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet;
    - EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;
    - experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onder 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - gebouwde omgeving: gebied dat door aaneengesloten bebouwing een overwegend woon-, werk-, recreatie- of verblijfsfunctie heeft en daadwerkelijk als zodanig wordt gebruikt;
    - Human Capital: arbeidskracht;
    - innovatiesysteem: samenwerking in publieke en private sector waarvan de activiteiten en de interacties hiertussen, nieuwe technologieën initiëren, importeren, veranderen en verspreiden;
    - internationale topclusters: drie in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen waarin bedrijfsleven en kennisinstellingen de potentie hebben om internationaal uit te blinken, te weten: High Tech System & Materialen; Chemie & Materialen; Agrofood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen;
    - kennisinstelling: een onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit; een andere dan onder 1º bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde: openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder 1º; onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden; een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder 1º, 2º of 3º direct of indirect: meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft; volledig aansprakelijk vennoot is; of, overwegende zeggenschap heeft; een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft om via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder 1º tot en met 4º;
    - Managementautoriteit: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als managementautoriteit, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van verordening 1303/2013 voor het Operationeel Programma Zuid 2014-2020;
    - MKB-onderneming: kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 1, onder 28 van Verordening 1303/2013 en bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG);
    - nationale topclusters: vier in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen die sterk zijn op bovenregionaal niveau en specifieke potenties op internationaal niveau hebben, te weten: Logistiek; Life Sciences & Health; Biobased; Maintenance;
    - onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
    - open innovatie: praktijk van ondernemingen en kennisinstellingen om innovatieve ideeën op basis van samenwerking uit te wisselen en ideeën, kosten risico of capaciteit in onderzoek en ontwikkeling te delen;
    - Operationeel Programma Zuid 2014-2020: gezamenlijk programma als bedoeld in artikel 96 van verordening 1303/2013, van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, goedgekeurd door de Europese Commissie op 5 december 2014, voor activiteiten die in Zuid-Nederland financiering kunnen ontvangen uit het EFRO;
    - operationele omgeving: omgeving waarin door omstandigheden en condities een innovatie conform de werkelijkheid kan worden getest;
    - OPZuid: Operationeel Programma Zuid 2014-2020;
    - outputindicatoren: indicatoren als bedoeld in artikel 27, vierde lid, onder b, van verordening 1303/2013 uitgewerkt in paragraaf 2.A.6.5., tabel 5 van het OPZuid;
    - React-EU: programma van de Europese Commissie dat gericht is op crisisherstel in de context van de Covid-19-pandemie en op een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie, gebaseerd op Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft extra middelen en uitvoeringsregelingen om bijstand te verlenen ter bevordering van het crisisherstel in de context van de Covid-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie (PbEU 2020, L437) (React-EU).
    - REES: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies;
    - RIS3: Regionale Innovatie Strategie voor Slimme Specialisaties, vastgesteld op 7 april 2020 door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, op 14 april 2020 door Gedeputeerde Staten van Limburg en op 21april 2020 door Gedeputeerde Staten van Zeeland.
    - slimme uitrol: testen, demonstreren en eerste toepassing in een operationele omgeving;
    - valorisatievermogen: omzetten van bestaande en nieuwe kennis en kunde naar nieuwe producten, processen of diensten;
    - verordening 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013;
    - Zuid-Nederland: grondgebied van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
    
    Artikel 1.2 Subsidievorm
    Subsidies op grond van deze regeling worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag tenzij in de betreffende paragraaf anders is bepaald.
    
    Artikel 1.3 Weigeringsgronden algemeen
    Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 5.2.5, eerste lid, onder a, d en f van de REES wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
    - de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - de aanvrager op enigerlei wijze in strijd met algemeen aanvaarde rechtsbeginselen handelt.
    
    Artikel 1.4 Vereisten subsidieaanvraag algemeen
    Een subsidieaanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende vereisten:
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Managementautoriteit;
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de Managementautoriteit vastgestelde aanvraagformulier;
    - een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.
    
    Artikel 1.5 Verplichtingen algemeen
    Onverminderd de artikelen 5.2.9 tot en met 5.2.12 van de REES heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting desgevraagd te rapporteren over de inhoudelijke en financiële voortgang van de subsidiabele activiteit.
    
    Artikel 1.6 Vaststelling
    1.
    Binnen de in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij de Managementautoriteit.
    2.
    Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, toont de subsidieontvanger aan dat:
    - de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
    - aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
    3.
    Onverminderd het tweede lid, omvat de aanvraag tot vaststelling het volgende, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald:
    - een inhoudelijk eindverslag;
    - bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de outputindicatoren;
    - een financieel verslag;
    - een rapport van feitelijke bevindingen, inclusief een oordeel over de rechtmatigheid, overeenkomstig het door de Managementautoriteit opgestelde controleprotocol.
    
    Artikel 1.7 Betaling en bevoorschotting
    1.
    De Managementautoriteit verstrekt op basis van een daartoe door de subsidieontvanger ingediende betalingsaanvraag als bedoeld in artikel 132 van verordening 1303/2013, voorschotten op het verleende subsidiebedrag van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.
    2.
    De subsidieontvanger di
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling OPZuid 2021 - 2027
    Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, in de hoedanigheid van beheerautoriteit voor het EFRO-programma Zuid-Nederland 2021-2027;
    Gelet op artikel 49 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (Verordening 2021/1060);
    Gelet op artikel 4.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies juncto artikel 71 van Verordening (EU) 2021/1060;
    Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 5 juli 2022 door de minister van Economische Zaken en Klimaat is aangewezen als beheerautoriteit;
    Overwegende dat het Comité van Toezicht door middel van een beoordeling kennis heeft genomen van de uitgangspunten van de voorliggende regeling en op 6 april 2022 en 18 mei 2022 daarmee heeft ingestemd;
    Overwegende dat het programma-EFRO Zuid-Nederland 2021-2027 op 29 juni 2022 is goedgekeurd door de Europese Commissie;
    Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
    
    Paragraaf 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1.1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    Adviescommissie Stimulus Programmamanagement: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet;
    algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;
    beheerautoriteit: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als beheerautoriteit als bedoeld in artikel 71 van verordening 2021/1060 voor het EFRO Programma Zuid-Nederland 2021-2027;
    circulair: zodanig ontwerpen en toepassen van producten en processen dat deze bijdragen aan het verminderen van het gebruik van materialen en grondstoffen;
    de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L van 15 december 2023;
    eiwittransitie: overgang van klassieke eiwitbronnen naar nieuwe en plantaardige eiwitbronnen;
    EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling als bedoeld in de Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds;
    grootbedrijf: grootbedrijf, niet zijnde kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG);
    landelijk gebied: rijk geschakeerd gebied buiten de steden, plattelandskernen en bedrijventerreinen met allerlei vormen van infrastructuur en gebruik;
    maakindustrie: industrie waarin grondstoffen en materialen tot halffabricaten en producten worden verwerkt;
    maatschappelijk middenveld: verzamelnaam voor alle vormen van niet uit de staat voortkomend en niet door de staat geleid maatschappelijk handelen van individuen of groepen;
    mkb of mkb-onderneming: kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG);
    onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
    penvoerder: door de deelnemers aan het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie of penvoerder als bedoeld in artikel 1.1 van de REES 2021;
    precisielandbouw: vorm van landbouw waarbij met behulp van technologie zoals GPS, sensortechnologie, ICT en robotisering, heel nauwkeurig de noodzakelijke behandeling wordt gegeven;
    programma- EFRO Zuid-Nederland 2021-2027: gezamenlijk programma als bedoeld in artikel 22 van verordening 2021/1060 van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, goedgekeurd door de Europese Commissie op 29 juni 2022, voor activiteiten die in Zuid-Nederland financiering kunnen ontvangen uit het EFRO;
    REES 2021: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021;
    reststromen: plantaardige- en voedselreststromen niet zijnde mest, maar wel schelp- en schaaldieren en vis;
    RIS3 Zuid-Nederland 2021-2027: Regionale Innovatie Strategie Slimme Specialisatie voor programma’s Europese fondsen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en de provincie Limburg op 21 april 2020;
    SAFE-verordening: Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”;
    smart energiesysteem: energiesysteem waarbij duurzame bronnen van bijvoorbeeld bedrijven en huishoudens, elektrische auto’s, warmtepompen, huishoudelijke apparaten, opslagsystemen en onderstations op intelligente wijze met elkaar zijn verbonden en energiediensten aan elkaar kunnen leveren;
    smart farming: toepassing van moderne informatie- en communicatietechnologieën in de landbouw;
    stedelijk gebied: bebouwd gebied binnen en rondom steden;
    verordening 2021/1060: verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid, Pb L 231/159 van 30 juni 2021;
    Zuid-Nederland: grondgebied van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
    
    Artikel 1.2 Subsidievorm
    Subsidies op grond van deze regeling worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
    
    Artikel 1.3 Weigeringsgronden algemeen
    Onverminderd artikel 4.2.7 van de REES 2021 wordt subsidie in ieder geval geweigerd als de subsidieontvanger op enigerlei wijze handelt in strijd met algemeen aanvaarde rechtsbeginselen.
    
    Artikel 1.4 Vereisten subsidieaanvraag algemeen
    Een subsidieaanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende vereisten:
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de beheerautoriteit;
    - een subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de beheerautoriteit vastgestelde digitale aanvraagformulier;
    - een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde digitale aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.
    
    Artikel 1.4.a Opschortende voorwaarde
    [vervallen]
    
    Artikel 1.5 Verplichtingen algemeen
    Onverminderd de artikelen 4.2.11 tot en met 4.2.15 van de REES 2021 heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting te rapporteren over de inhoudelijke en financiële voortgang van de subsidiabele activiteit.
    
    Artikel 1.6 Vaststelling
    1..
    Binnen de in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij de beheerautoriteit.
    2..
    Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, toont de subsidieontvanger aan dat:
    - de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
    - de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
    3..
    Onverminderd het tweede lid, omvat de aanvraag tot vaststelling het volgende, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald:
    - een inhoudelijk eindverslag;
    - bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de outcome-indicatoren;
    - een financieel verslag.
    
    Artikel 1.7 Betaling en bevoorschotting
    1..
    De beheerautoriteit verstrekt op basis van een daartoe door de subsidieontvanger ingediende betalingsaanvraag als bedoeld in artikel 74 van verordening 2021/1060, voorschotten op het verleende subsidiebedrag van ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag.
    2..
    De subsidieontvanger dient twee keer per jaar een betalingsaanvraag in.
    3..
    Een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 1.5 wordt aangemerkt als betalingsaanvraag.
    4..
    Een betalingsaanvraag bevat tenminste de declaratie van de gemaakte en betaalde kosten.
    5..
    Op de termijn van betaling is artikel 74 van verordening 2021/1060 van toepassing.
    
    Paragraaf 2 Bijdragen aan innovatieve oplossingen binnen de vijf grote maatschappelijke transities in Zuid-Nederland
    
    Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen maatschappelijke transities
    
    Artikel 2.1.1 Doelgroep
    Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband.
    
    Artikel 2.1.2 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die innovatie bevorderen binnen een van de volgende maatschappelijke transities uit de RIS3 Zuid-Nederland 2021-2027 die in het programma-EFRO Zuid-Nederland 2021-2027 centraal staan:
    - gezondheid;
    - landbouw en voeding;
    - energie;
    - klimaat;
    - grondstoffen.
    
    Artikel 2.1.3 Weigeringsgronden
    Onverminderd artikel 1.3 wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.1.2, onder b, in ieder geval geweigerd als sprake is van verwaarding van reststromen uit mest.
    
    Artikel 2.1.4 Subsidievereisten
    1..
    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    - het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband dat bestaat uit ten minste twee partners;
    - alle partners in het samenwerkingsverband als bedoeld onder a, zijn ingeschreven in het handelsregister;
    - de samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die verder bevat:instemming van alle partners over de aanwijzing van de penvoerder om de subsidieaanvraag in te dienen;instemming van alle partners met het project;de verdeling van de verantwoordelijkheden, aansprakelijkheid, bevoegdheden en financiële verplichtingen betreffende de kosten en financiering van de partners;
    - het project wordt uitgevoerd in Zuid-Nederland of komt ten goede aan Zuid-Nederland;
    - het project komt ten goede aan het mkb;
    - het project bestaat uit een of meer van de volgende acties:de ondersteuning van living labs en demonstraties in de reële omgeving, waarin bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijk middenveld samenwerken;de ontwikkeling of doorontwikkeling van innovaties binnen en tussen mkb;de ontwikkeling of doorontwikkeling van vernieuwende interregionale en internationale waardenketens van bedrijven;
    - onverminderd onderdeel f, kan het project, als het past binnen de energietransitie, bedoeld in artikel 2.1.2, onder c, ook bestaan uit:het ondersteunen van het mkb bij het vermarkten van innovaties die kunnen bijdragen aan hernieuwbare energieproducten en slimme energiesystemen, energienetwerken en energieopslag; ofhet lokaal in praktijk brengen en doorontwikkelen van innovatievormen van duurzame energieproductie en slimme energiesystemen, energienetwerken en energieopslag;
    - het project scoort tenminste tien punten tot een maximum van 20 punten voor elk van de volgende criteria en tenminste 70 punten totaal op de volgende criteria:de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het programma en de openstelling van het EFRO-programma Zuid-Nederland 2021-2027;de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke impact;de mate waarin het project financieel en economisch toekomstperspectief heeft;de mate waarin het project innovatief is; ende mate van kwaliteit van het project.
    2..
    Voor het scoren van punten voor een van de genoemde criteria, bedoeld in het eerste lid, onder h, is het van meerw
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.