Bijzondere subsidieverordening jeugdleden amateurkunst Oldenzaal 2001
Gemeente Oldenzaal
Voor instellingen op het gebied van amateurkunst met volledige rechtsbevoegdheid die jeugdleden (onder de 18 jaar) actief betrekken.
Waar is deze subsidie voor?
Normsubsidie voor instellingen op het gebied van amateurkunst voor het actief betrekken van jeugdleden (onder de 18 jaar). Subsidie bedraagt €23,26 per jeugdlid per jaar, vastgesteld op basis van het aantal jeugdleden per 1 januari.
Voor wie is het bedoeld?
Voor instellingen op het gebied van amateurkunst met volledige rechtsbevoegdheid die jeugdleden (onder de 18 jaar) actief betrekken.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor jeugdprogramma's in amateurkunst
- Financiering van jeugdleden in culturele instellingen
- Ondersteuning van jeugdkunstactiviteiten
Voorwaarden
- Instelling moet volledige rechtsbevoegdheid hebben
- Jeugdlid moet jonger zijn dan 18 jaar
- Aanvraag moet vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar worden ingediend
- Aanvrager moet activiteitenplan, overzicht jeugdleden met geboortedata en jaarrekening overleggen
- Verslag over realisatie activiteitenplan moet vóór 1 april na afloop subsidiejaar worden ingediend
- Instelling mag niet reeds op andere wijze subsidie ontvangen voor betrekken van jeugdleden
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Bijzondere subsidieverordening jeugdleden amateurkunst Oldenzaal 2001 De raad van de gemeente Oldenzaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juni 2001, nr.21/26 V; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Oldenzaal 2001; b e s l u i t: vast te stellen de Bijzondere subsidieverordening jeugdleden amateurkunst Oldenzaal 2001 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: jeugdlid: lid van een instelling op het gebied van amateurkunst die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen aan instellingen op het gebied van amateurkunst met volledige rechtsbevoegdheid per subsidiejaar een normsubsidie toekennen voor het actief betrekken van jeugdleden overeenkomstig de doelstelling van de instelling. Artikel 3 Uitzondering Deze verordening is niet van toepassing op instellingen op het gebied van amateurkunst die reeds op andere wijze een subsidie ontvangen voor het actief betrekken van jeugdleden overeenkomstig de doelstelling van de instelling. Artikel 4 Aanvraag 1.. De subsidie-aanvraag wordt ingediend vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar. 2.. Bij de aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: - een activiteitenplan; - een overzicht met de namen en geboortedata van de jeugdleden per 1 januari van het kalenderjaar waarin wordt aangevraagd; - de laatst vastgestelde jaarrekening van de instelling. Artikel 5 Grondslag voor de subsidie 1.. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal jeugdleden per 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. 2.. De hoogte van de subsidie bedraagt € 23,26 (f 51,25) per jeugdlid. 3.. Het bedrag van € 23,26 (f 51,25) wordt met ingang van 2003 jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemeentelijke financiële uitgangspunten voor goederen en diensten. Artikel 6 Specifieke voorschriften en verplichtingen Vóór 1 april van het jaar na afloop van het subsidiejaar overlegt de instelling een verslag waaruit blijkt in hoeverre het activiteitenplan is gerealiseerd. Artikel 7 Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk vóór 1 januari van het subsidiejaar. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 november 2001. Artikel 9 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Bijzondere subsidieverordening jeugdleden amateurkunst Oldenzaal 2001. Vastgesteld in de openbare vergadering van 5 juli 2001, de secretaris, de voorzitter,
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.