Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Noordoostpolder
Gemeente Noordoostpolder
Voor geregistreerde kindercentra in gemeente Noordoostpolder die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor aanbieders van kinderopvang in gemeente Noordoostpolder ter financiering van peuteropvang en voorschoolse educatie voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Subsidie wordt verleend voor kindplaatsen, extra ondersteuning, instandhouding van kleinschalige locaties en scholing van personeel.
Voor wie is het bedoeld?
Voor geregistreerde kindercentra in gemeente Noordoostpolder die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang voor peuters van ouders zonder kinderopvangtoeslag
- Financiering van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters
- Subsidie voor extra personeel op groepen met veel doelgroeppeuters
- Ondersteuning voor instandhouding van kindercentra in kleine dorpen
- Scholing en hercertificering van pedagogisch personeel
Voorwaarden
- Kindercentrum moet geregistreerd zijn in het landelijk register kindercentra
- Kindercentrum moet voldoen aan kwaliteitseisen uit Besluit kwaliteit kinderopvang
- Voor peuteropvang: minimaal twee dagdelen per week, maximaal 8 uur per week, maximaal 40 weken per jaar
- Voor doelgroeppeuters: gemiddeld 16 uur per week, maximaal 40 weken per jaar
- Voor extra ondersteuning: meer dan 75% van groepssamenstelling moet uit doelgroeppeuters bestaan, minimaal 14 peuters
- Voor kleinschalige locatie: gelegen in dorp met minder dan 1500 inwoners, minimaal 4 peuters, één kindercentrum actief
- Aanvraag moet uiterlijk 1 december voorafgaand aan het kalenderjaar worden ingediend
- Kindercentrum moet werken met programma Startblokken
- Dossier per peuter moet worden aangelegd met vereiste informatie
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Noordoostpolder gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang (Wko) en artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs (Wpo), titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2 tweede lid van de Algemene subsidieverordening; overwegende; dat de subsidieregeling betrekking heeft op het verlenen, verantwoorden en vaststellen van subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie; dat de mogelijkheid moet worden geboden aan alle aanbieders van kinderopvang in de gemeente Noordoostpolder een subsidie aan te vragen om peuteropvang voor peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters aan te kunnen bieden; B E S L U I T, vast te stellen: de Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Noordoostpolder Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze regeling wordt verstaan onder: - geregistreerd kindercentrum; - houder; - kinderopvangtoeslag; - ouder; - voorschoolse educatie; . dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang. 2.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; - peuter: in de gemeente Noordoostpolder in de Basisregistratie Personen ingeschreven kind van twee tot vijf jaar; - doelgroeppeuter: peuter met een indicatie voorschoolse educatie; - indicatie voorschoolse educatie: indicatie opgesteld door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) om gebruik te kunnen maken van het aanbod voorschoolse educatie; - ouderbijdrage: het inkomensafhankelijke bedrag dat als eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang. Artikel 2 Doel De subsidie heeft als doel ouders zo laagdrempelig mogelijk, te stimuleren om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken, om een kwalitatief goede doorgaande ontwikkelingslijn van voorschool naar basisonderwijs te bewerkstelligen en daarmee taal- en onderwijsachterstanden tegen te gaan. Artikel 3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verleend aan geregistreerde kindercentra die gevestigd zijn in de gemeente Noordoostpolder. Hoofdstuk 2 – Subsidiabele activiteiten Artikel 4 Subsidie voor kindplaatsen 1.. Subsidie wordt verleend voor kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum van een peuter waarvan de ouders geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag: - voor zover de opvang van de peuter een omvang heeft van minimaal twee dagdelen, voor maximaal 8 uur per week voor maximaal 40 weken per kalenderjaar; - voor zover de opvang van een doelgroeppeuter een omvang heeft van gemiddeld 16 uur per week, gedurende maximaal 40 weken per jaar. 2.. De subsidie per kindplaats wordt berekend aan de hand van de volgende formule: aantal uren peuteropvang of voorschoolse educatie x geldende uurtarief - de ouderbijdrage. 3.. Voor de opvang van doelgroeppeuters wordt de tweede helft van het totaal aantal uren dat afgenomen wordt volledig gesubsidieerd, met dien verstande dat dat het niet meer dan 8 uur is. Ouders betalen over de eerste helft van de afgenomen uren een ouderbijdrage. 4.. Het college sluit voor het vaststellen van het maximaal te vergoeden uurtarief voor peuteropvang aan bij de door de Belastingdienst vastgestelde maximale uurprijs voor de kinderopvangtoeslag in dat kalenderjaar. 5.. Het college hanteert voor het vaststellen van het maximaal te vergoeden uurtarief voor voorschoolse educatie eenzelfde percentuele ophoging als de jaarlijkse ophoging voor de maximale uurprijs voor kinderopvangtoeslag die door de Belastingdienst in dat kalenderjaar is vastgesteld. 6.. De ouderbijdrage waarbij de adviestabel ouderbijdragen peuterwerk van de VNG gebruikt wordt. Ouders die in een schuldhulpverleningstraject zitten of rondkomen van een bijstandsuitkering betalen geen ouderbijdrage. Artikel 5 Subsidie voor extra ondersteuning op groepen voor voorschoolse educatie 1.. Subsidie wordt verstrekt voor inzet van extra personeel op een groep voor voorschoolse educatie als meer dan 75% van de groepssamenstelling bestaat uit doelgroeppeuters bij een groep van minimaal 14 peuters op peildatum 1 november voorafgaand aan het subsidiejaar. 2.. De extra inzet vindt plaats door een gecertificeerd personeelslid voorschoolse educatie. 3.. Bij de berekening van deze subsidie wordt uitgegaan van: - De loonkosten/prijs per uur schaal 6 van de CAO Kinderopvang geldend op dat moment; - maximaal 16 uur inzet per week x de loonkosten per uur x maximaal 40 weken. Artikel 6 Subsidie voor instandhouding kleinschalige locatie 1.. Subsidie wordt verstrekt voor instandhouding van een locatie voor opvang aan doelgroeppeuters indien die locatie voldoet aan de volgende vereisten: - gelegen is in een dorp met minder dan 1500 inwoners, peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar; - minimaal vier peuters in de opvanggroep aanwezig zijn; - in het dorp één geregistreerd kindcentrum actief is en deze minimaal 16 uur per week geopend is; - er een aantoonbaar tekort is aan financiële middelen voor instandhouding van die locatie. 2.. Deze subsidie bedraagt maximaal € 10.000 per locatie per jaar en is niet meer dan het aantoonbaar tekort zoals omschreven in lid 1 onder d. Artikel 7 Subsidie voor inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie 1.. Subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een HBO geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie. Dit betreft de totstandkoming en implementatie van beleid voor voorschoolse educatie en coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie voor 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. 2.. Bij de berekening van deze subsidie wordt uitgegaan van: - de loonkosten/prijs per uur schaal 9 trede 33 van de CAO Kinderopvang geldend op dat moment; - het aantal verwachte doelgroeppeuters op 1 januari x 10 uur x de loonkosten per uur. Artikel 8 Subsidie voor scholing 1.. Subsidie wordt verstrekt aan een geregistreerd kindcentrum voor scholing en/of hercertificering van pedagogisch medewerkers voor voorschoolse educatie, hierbij: - wordt bij de berekening van deze subsidie uitgegaan van 50% van de opleidingskosten; - bedraagt de opleidingskosten voor personeel maximaal € 2.000,00 per deelnemer per cursus met een maximum van € 10.000,00 per geregistreerd kindcentrum. Hoofdstuk 3 - Behandeling van aanvragen Artikel 9 Aanvraag 1.. De subsidie wordt aangevraagd door de houder van het geregistreerde kindercentrum. 2.. In afwijking van artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Noordoostpolder wordt de aanvraag om verstrekking van subsidie uiterlijk ingediend op 1 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.. In afwijking van artikel 5 Algemene subsidieverordening Noordoostpolder overlegt de houder bij de aanvraag om verstrekking van subsidie: - het nummer waaronder het kindercentrum in het landelijk register kindercentra geregistreerd staat; - een prognose van het aantal bezette kindplaatsen in het volgend kalenderjaar, uitgesplitst naar het verwachte aantal peuters en doelgroeppeuters en de verwachte kosten per groep; - de eventuele inzet van de andere subsidiabele activiteiten onder artikel 5, 6, 7, en 8; - een beleidsplan dat een beschrijving bevat van de:wijze waarop de brede ontwikkeling van het kind gevolgd wordt; wijze waarop er verbinding wordt gelegd met zorg, wanneer er zorgvragen zijn bij een peuter; wijze waarop gericht ouderbeleid gevoerd wordt; informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool; samenwerking met andere organisaties en wijze waarop de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie wordt ingezet en met welke taken deze belast is. 4.. Voor de aanvraag kan gebruik worden gemaakt door het door de gemeente opgestelde aanvraagformulier. Artikel 10 Beslistermijn In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Noordoostpolder beslissen burgemeester en wethouders uiterlijk voor 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de aanvraag om verstrekking van subsidie is ingediend. Artikel 11 Aanvullende verplichtingen 1.. Het geregistreerde kindercentrum waarvan de kindplaats waarvoor subsidie wordt aangevraagd deel uitmaakt, voldoet aan de kwaliteitseisen voor kindercentra, genoemd in de artikelen 2 tot en met 10 van het Besluit kwaliteit kinderopvang. 2.. Bij voorschoolse educatie wordt gebruik gemaakt van het door het Nederlands Jeugdinstituut erkende programma Startblokken; 3.. De houder legt een dossier per peuter aan die in ieder geval de volgende informatie bevat: - startdatum van opvang; - aantal uren opvang per maand; - uurtarief en ouderbijdrage; - geboortedatum kind; - indien van toepassing, de wijzigingen of einddatum van de opvang; - aanvraagformulier; - ondertekende overeenkomst; - inkomensverklaringen van de ouders of overige documenten waaruit opgemaakt kan worden hoe de berekening voor de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden; - de indicatie voorschoolse educatie; - de datum beëindiging van peuteropvang. Artikel 12 Verantwoording en vaststelling 1.. De subsidies waarop dit van toepassing is worden achteraf vastgesteld voor het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden. De houder van een geregistreerd kindercentrum dient zelf de aanvraag tot vaststelling in te dienen bij de gemeente. 2.. Een aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk ingediend op 1 april van het jaar volgend op dat waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden. 3.. In afwijking van artikelen 12, 13 en 14 van de Algemene subsidieverordening Noordoostpolder bevat de aanvraag: - een financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; - de financiële verantwoording voor de subsidiabele activiteit omschreven in artikel 4 van deze regeling kan plaatsvinden aan de hand van de gegevens die gegenereerd worden vanuit de Peutermonitor. Als dit niet mogelijk is ontvangt de gemeente een financiële verantwoording waarin de volgende gegevens aan bod komen:totaal aantal peuters die in het subsidiejaar voor de subsidiabele activiteiten gebruik hebben gemaakt van opvang, uitgesplitst in peuters en doelgroeppeuters; totaal aantal peuters die voor de subsidiabele activiteiten in aanmerking komen weergegeven per inkomenscategorie; subsidiebedrag dat in het subsidiejaar gebruikt is voor de bekostiging van de subsidiabele activiteiten. 4.. In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Noordoostpolder stellen burgemeester en wethouders de subsidies vast binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling waarvoor dit van toepassing is. Artikel 13 Bevoorschotting en betaling Per kwartaal wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van een vierde deel van de verleende subsidie. De verleningsbeschikking vermeldt de bevoorschottingseenheid. Hoofdstuk 4 – Slotbepalingen Artikel 14 Intrekking van de oude regeling De Subsidieregeling peuteropvang gemeente Noordoostpolder vastgesteld op 14 januari 2020 wordt ingetrokken. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking op 30 november 2023. Artikel 16 Overgangsrecht De Subsidieregeling peuteropvang gemeente Noordoostpolder blijft van kracht voor subsidies die op basis van die subsidieregeling zijn aangevraagd, totdat die subsidies zijn uitgewerkt. Artikel 17 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Noordoostpolder. Aldus besloten in de vergadering van 7 november 2023 de secretaris, de burgemeester Algemeen Met de inwerkingtreding van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk (Stb. 2017, 309) is het voormalige peuterspeelzaalwerk onder de definitie van kinderopvang gebracht. Het gevolg hiervan is dat de kw […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.