Subsidieverordening cofinanciering LEADER
Gemeente Noordoostpolder
Organisaties en initiatiefnemers die LEADER-projecten uitvoeren in de gemeente Noordoostpolder en daarvoor ook LEADER-subsidie aanvragen.
Ook bekend als LEADER cofinanciering Noordoostpolder, LEADER 3 in Noordoostpolder
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke cofinanciering voor LEADER-projecten in Noordoostpolder. De gemeente verstrekt cofinanciering als lokale overheidsbijdrage voor projecten die ook LEADER-subsidie ontvangen. Subsidieplafond van €300.000 voor de periode 2016-2020.
Voor wie is het bedoeld?
Organisaties en initiatiefnemers die LEADER-projecten uitvoeren in de gemeente Noordoostpolder en daarvoor ook LEADER-subsidie aanvragen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een LEADER-project starten in Noordoostpolder en heb cofinanciering van de gemeente nodig
- Ik zoek lokale overheidsbijdrage voor mijn LEADER-project
- Hoe kan ik cofinanciering aanvragen voor mijn project in Noordoostpolder?
Voorwaarden
- Project moet passen in het programma LEADER 3 in Noordoostpolder
- Project mag niet strijdig zijn met gemeentelijke regels of beleid
- Project moet worden uitgevoerd in de gemeente Noordoostpolder
- Project moet passen binnen de kaders van de lokale ontwikkelingsstrategie
- Cofinanciering geldt alleen voor zover de LEADER-subsidie ook wordt verstrekt
- Voor fysieke voorzieningen in openbare ruimte moeten afspraken met de gemeente zijn gemaakt over eigendom, beheer en verantwoordelijkheid
- Aanvrager moet zelf alle benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen regelen
Openstellingen en rondes
- Start
- 15 jun 2016
- Sluit
- -
- Budget
- € 300k
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“Voor de cofinanciering van LEADERprojecten geldt een subsidieplafond van € 300.000 in de periode 2016 tot en met 2020.”
Toon brontekst
Subsidieverordening cofinanciering LEADER De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 april 2016, no. 393036; gezien de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020; overwegende dat LEADER kansen biedt voor de leefbaarheid van Noordoostpolder; gelet op artikel 108 en 149 van Gemeentewet en titel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T: vast te stellen de volgende verordening: Subsidieverordening cofinanciering LEADER Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder; - LEADERproject: een project dat met LEADERsubsidie wordt uitgevoerd of waarvoor LEADERsubsidie wordt aangevraagd; - lokale ontwikkelingsstrategie: de “Lokale Ontwikkelingsstrategie LEADER Flevoland 2015-2020”; - Programma LEADER 3 inNoordoostpolder: het programma “LEADER 3 in Noordoostpolder”, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 mei 2016; - cofinanciering: subsidie van de gemeente Noordoostpolder die de lokale overheidsbijdrage vormt bij een LEADERsubsidie; - LEADERsubsidie: subsidie zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020; - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: De organisatie die de LEADERsubsidies betaalt en controle uitvoert op de LEADERprojecten. 2.. Bij de uitleg van deze verordening zijn ook de definities van toepassing uit artikel 1.1 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020. Artikel 2 Reikwijdte en bevoegdheden 1.. Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van cofinanciering voor projecten, die in aanmerking komen voor LEADERsubsidie. 2.. De Algemene subsidieverordening Noordoostpolder 2011 is niet van toepassing op aanvragen in het kader van deze verordening. 3.. Cofinanciering wordt slechts verstrekt voor zover de raad de benodigde gelden daarvoor beschikbaar heeft gesteld. 4.. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. 5.. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie worden omschreven. Artikel 3 Cofinanciering 1.. Het college verstrekt cofinanciering voor LEADER projecten die: - passen in het programma LEADER 3 in Noordoostpolder; - niet strijdig zijn met gemeentelijke regels of beleid; - uitgevoerd worden in de gemeente Noordoostpolder, en - passen binnen de kaders van de lokale ontwikkelingsstrategie. 2.. De cofinanciering geldt alleen: - voor zover de LEADERsubsidie ook wordt verstrekt, inclusief eventuele verlaging of intrekking daarvan; - onder dezelfde voorwaarden als die via de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020 gelden voor de LEADERsubsidie van dat LEADERproject. 3.. Een LEADERproject waarbij blijvende fysieke voorzieningen in de gemeentelijke openbare ruimte worden geplaatst, zoals bankjes, borden of speeltoestellen, komen alleen voor cofinanciering in aanmerking wanneer er afspraken met de gemeente zijn gemaakt over de wijze waarop het eigendom, het beheer en de verantwoordelijkheid zijn geregeld, inclusief de kosten daarvan. 4.. Een LEADERproject komt alleen voor cofinanciering in aanmerking wanneer de aanvrager zelf alle benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen met andere partijen regelt. Artikel 4 Subsidieplafond 1.. Voor de cofinanciering van LEADERprojecten geldt een subsidieplafond van € 300.000 in de periode 2016 tot en met 2020. 2.. Het college kan het subsidieplafond aanpassen wanneer de raad extra budget beschikbaar stelt voor cofinanciering van LEADERprojecten. Artikel 5 Aanvraag 1.. Een aanvraag om cofinanciering voor een LEADERproject bevat in ieder geval: - het projectplan dat ook wordt ingediend voor de aanvraag om LEADER subsidie; - een volledige kostenraming van het LEADERproject; - een sluitende begroting van het hele LEADERproject, waaruit blijkt hoeveel LEADERsubsidie nodig is, hoeveel cofinanciering wordt gevraagd en hoe de rest van de financiering is geregeld; - een beschrijving waaruit blijkt welke vergunningen, toestemmingen etc nodig zijn en hoe ver dit procedures zijn, en - eventuele overige informatie die nodig is om te kunnen beoordelen of de aanvraag voldoet aan artikel 3. Artikel 6 Vaststelling van de subsidie 1.. Het college stelt de subsidie ambtshalve vast, binnen 8 weken nadat zij het laatste uitbetalingsverzoek heeft ontvangen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Artikel 7 Voorschot 1.. Het college kan een voorschot op de cofinanciering verlenen, tot maximaal 80% van de verstrekte cofinanciering en alleen wanneer: - de aanvrager kan aantonen dat de betalingsverplichting al is aangegaan, en - de LEADERsubsidie voor het project is verleend. Artikel 8 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Subsidieverordening cofinanciering LEADER”. Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 15 juni 2016. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 mei 2016. De griffier, De voorzitter, Toelichting op de Subsidieverordening cofinanciering LEADER ALGEMEEN Deze verordening vormt de juridische basis voor het verstrekken van cofinanciering voor LEADERsubsidies. Waarom cofinanciering? Iedereen die LEADERsubsidie wil aanvragen heeft daarvoor ook cofinanciering nodig van de lokale overheid (in dit geval de gemeente). Per project is maximaal 30% LEADERsubsidie mogelijk. Daar moet dan minimaal evenveel cofinanciering van de lokale overheid tegenover staan. En voor de rest andere middelen, zoals sponsorgelden, uren van vrijwilligers of eigen geld. Cofinanciering is een subsidie Juridische gezien is cofinanciering zelf ook een subsidie. De provincie verstrekt de echte LEADERsubsidie (uit Europees geld). Dat is dus een subsidie die het college van Gedeputeerde Staten (GS) verstrekt. De gemeente verstrekt de cofinanciering (uit haar eigen begroting). Dat is een subsidie die het college van Burgemeester en wethouders (B&W) verstrekt. Deze verordening is nodig om cofinanciering te kunnen geven Om subsidie te kunnen verstrekken, is een wettelijke grondslag nodig. Voor lokale overheden betekent dat een verordening. De provincie (Provinciale Staten) heeft eind december 2015 haar verordening vastgesteld. Die biedt de basis voor de LEADERsubsidie (de beschikking van GS dus). Onze eigen verordening, die u in dit stuk leest, biedt de basis voor de cofinanciering, dat is de beschikking van B&W. Geen dubbel werk voor de aanvrager Onze verordening sluit zo goed mogelijk aan op de provinciale verordening. Want dat voorkomt extra werk voor de aanvrager. Hoewel de verordening van de provincie juridisch gezien niet van toepassing is op de beschikkingen die wij verstrekken, zitten in de provinciale verordening wel bepalingen die over het hele project gaan. Bijvoorbeeld bepalingen over de informatie die de aanvrager moet geven, welke kosten subsidiabel zijn en bepalingen over de controle op de subsidie. Het zou voor de aanvrager niet fijn zijn als hij diezelfde zaken ook (en wellicht ook nog op net iets andere manier) voor de gemeente moet bijhouden en verantwoorden. Daarom is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de provinciale verordening en geen eigen regels te stellen. Dit kon het beste door een aparte, nieuwe subsidieverordening te maken in plaats van de Algemene Subsidieverordening Noordoostpolder 2011 te gebruiken. Een compacte verordening, we regelen alleen wat nodig is Onze verordening is zo kort mogelijk. Er staat alleen in wat echt geregeld moet worden om het verstrekken van de cofinanciering juridische mogelijk te maken. En om te zorgen dat ons eigen programma daarbij gebruikt kan worden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 staan de beschrijvingen van termen uit deze verordening die om extra uitleg vragen. Bijvoorbeeld de verwijzing naar een specifiek ander document met een lange titel. Ook in andere documenten, zoals de Algemene wet bestuursrecht staan beschrijvingen die hier handig en bruikbaar zijn. Bijvoorbeeld de definitie van ‘subsidie’ en ‘subsidieplafond’. Die begrippen gelden ook voor deze verordening. Sub 2 verklaart ook de begrippen uit de provinciale LEADERverordening van toepassing. Dat is handig omdat onze verordening ook op andere punten aansluit bij de provinciale verordening. Artikel 2 Reikwijdte van de verordening en bevoegdheden Artikel 2 bakent de verordening af en regelt de taakverdeling tussen raad en college. Lid 1 stelt dat deze verordening alleen over cofinanciering voor LEADER gaat (en dus niet over andere subsidies). En lid 2 dat er alleen cofinanciering verstrekt kan worden als de raad daarvoor budget beschikbaar heeft gesteld (en dus niet meer dan dat). Zonder deze twee afbakeningen zouden aanvragers in theorie rechten aan de verordening kunnen ontlenen die het college niet waar kan maken. Lid 3 geeft het college de taak om de subsidieaanvragen te behandelen en subsidie te verstrekken. Waar nodig, kan het college daar nadere regels voor stellen (lid 4). Artikel 3 Cofinanciering Artikel 3 is de kern van deze verordening. Hier staat dat het college cofinanciering verstrekt en in welke gevallen. Met dit artikel geeft de raad het college een kader om de cofinanciering te beoordelen. En andersom, de aanvragers een handvat waar zij de gemeente aan mogen houden. Het artikel bepaalt dus ook de (bijna enige) redenen die de gemeente heeft om een aangevraagde cofinanciering te weigeren. Inhoudelijk betekent dit artikel dat wij cofinanciering verstrekken, als: - het project bij onze eigen ambities past (niet strijdig met ons programma, beleid, regels, verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte etc); - het project in onze gemeente wordt uitgevoerd; - het project ook echt LEADERsubsidie krijgt. En daarna veert onze cofinanciering ook mee met de verdere voorwaarden die voor die LEADERsubsidie gelden. Artikel 4 Subsidieplafond Artikel 4 stelt het financiële kader, juridisch: subsidieplafond. Dit is het maximale bedrag waarvoor de gemeente cofinanciering verstrekt. Het vaststellen van een subsidieplafond is een verplichting uit de Algemene wet bestuursrecht. Bij het vaststellen van deze verordening, is er een bedrag van € 300.000 gereserveerd voor cofinanciering van LEADERprojecten. Daarom is dat bedrag in eerste instantie het subsidieplafond. Als later in de LEADERperiode (tot 2020) extra gelden beschikbaar worden gesteld, kan het college het subsidieplafond verhogen. Artikel 5 Aanvraag In artikel 5 staat welke informatie de aanvrager moet opsturen voor een goede beoordeling. Ook hier sluit onze verordening zoveel mogelijk aan op de eisen die de provincie stelt. Dan hoeft de aanvrager geen twee verschillende aanvragen te schrijven, maar hoeft hij/zij hetzelfde document alleen maar ‘twee keer uit te printen’. Artikel 6 Vaststelling van de subsidie De wet (Algemene wet bestuursrecht) schrijft voor dat het college een subsidie ook moet vaststellen. Aan het begin van het project, verleent het college de subsidie (dat is een beschikking) en na afloop van het project stelt het college de subsidie vast (dat is ook een beschikking). Deze vaststelling kan het college ambtshalve doen of op aanvraag. Bij de LEADERsubsidies controleert de Rvo (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) alle projecten. Het is daarom het meer eenvoudig om de vaststelling ambtshalve te doen, nadat de Rvo het hele project heeft goedgekeurd. Artikel 7 Voorschot LEADERprojecten worden vaak uitgevoerd door vrijwilligers en verenigingen. Het is voor hen vaak een zware belasting om de kosten zelf te betalen en daarna pas subsidie te ontvangen. Daarom bieden in deze verordening de mogelijkheid om een voorschot te geven op de cofinanciering. Artikel 8 Citeertitel Een citeertitel maakt het gemakkelijk om in andere teksten naar een verordening te verwijzen. Het is gebruikelijk om een citeertitel te geven. En het is handig om die kort en specifiek te maken. Daarom is hier gekozen voor de citeertitel “Subsidieverordening cofinancier […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling cofinanciering Leader gemeente Noordoostpolder Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Noordoostpolder, gelet op: - artikel 2, lid 1 van Algemene subsidieverordening Noordoostpolder, en - titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: - gemeente Noordoostpolder leaderprojecten graag mogelijk maakt; - de gemeenteraad budget beschikbaar heeft gesteld voor de cofinanciering van leaderprojecten en in zijn vergadering van 3 juni 2024 een besluit neemt over een subsidieplafond; - het college vooraf duidelijk wil zijn over haar afwegingen om, per project, cofinanciering te verstrekken; - het college de besteding van het budget op een rechtmatige manier willen regelen, en - het college graag enkele specifieke gemeentelijke belangen willen borgen, zoals dat het budget alleen besteed wordt aan projecten in de Noordoostpolder en dat er afspraken gemaakt worden over het gebruik van gemeentegrond; B E S L U I T: vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling cofinanciering Leader gemeente Noordoostpolder Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze regeling wordt verstaan onder: - college: het college van Burgemeester en wethouders van Noordoostpolder; - leaderproject: project dat met leadersubsidie wordt uitgevoerd, waarvoor leadersubsidie wordt aangevraagd of waarvoor subsidie wordt aangevraagd of verstrekt op basis van de provinciale regeling voor kleine projecten (voorheen Fonds Leefbaarheid); - Lokale ontwikkelingsstrategie: de “Lokale ontwikkelingsstrategie LEADER Flevoland 2023-2027” - cofinanciering: subsidie van de gemeente Noordoostpolder die de gemeentelijke bijdrage vormt bij een subsidie voor een leaderproject; - provincie: de provincie Flevoland; - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Rvo): de organisatie die de leadersubsidies betaalt en controle uitvoert op besteding daarvan; 2.. Bij de uitleg van deze regeling zijn ook de definities van toepassing uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 en de daarop gebaseerde openstellingsbesluiten. Artikel 2 Toepassingsbereik 1.. Deze regeling biedt uitsluitend subsidie voor cofinanciering van leaderprojecten. 2.. Deze regeling geldt niet voor zover het verstrekken van de cofinanciering geregeld is in een overeenkomst tussen de gemeente en de provincie. 3.. Het subsidieplafond voor deze regeling is € 500.000. 4.. Van deze regeling kunnen slechts aanvragers gebruik maken die: - een leaderproject uitvoeren dat in de gemeente Noordoostpolder plaatsvindt, en - een rechtspersoon of een natuurlijk persoon zijn die aantoonbaar een groep inwoners van de gemeente Noordoostpolder vertegenwoordigt. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Het college verstrekt alleen cofinanciering voor leaderprojecten die: - binnen de lokale ontwikkelingsstrategie passen; - niet strijdig zijn met gemeentelijke regels of beleid, en - uitgevoerd worden in de gemeente Noordoostpolder. 2.. Als de aanvrager een organisatie met winstoogmerk is of als het leaderproject na realisatie inkomsten genereert, verstrekt het college alleen cofinanciering indien het aannemelijk is dat het project zonder subsidie niet kan worden gerealiseerd en het project aantoonbaar effect heeft voor de samenleving. Dit blijkt in ieder geval uit: - een begroting die aantoont dat de subsidie nodig is om kosten te dekken die niet binnen 10 jaar kunnen worden terugverdiend uit de verwachte inkomsten; - een beschrijving die een ruime mate van participatie van de lokale gemeenschap en een grote beschikbaarheid van het project voor de lokale gemeenschap aantoont, en - een beschrijving die aantoont dat het project geen reguliere uitbreiding is op de bestaande activiteiten van de aanvrager. 3.. Bij de uitleg van dit artikel wordt onder ‘organisatie met winstoogmerk’ in ieder geval verstaan: een organisatie die jaarlijks meer inkomsten dan kosten heeft en geen non-profitdoelstelling heeft. 4.. Het college versterkt alleen cofinanciering: - voor zover het Europese en provinciale deel van de leadersubsidie ook wordt versterkt, inclusief eventuele verlaging of vertraging daarvan; - op dezelfde voorwaarden als die via de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027, met bijbehorende openstellingsbesluiten, gelden voor de leadersubsidie van dat project. 5.. Een leaderproject waarbij blijvende fysieke voorzieningen in de gemeentelijke openbare ruimte worden geplaatst, zoals bankjes, borden of speeltoestellen, komt alleen voor cofinanciering in aanmerking wanneer een schriftelijke overeenkomst met de gemeente wordt gesloten met afspraken over de wijze waarop het eigendom, het beheer en de verantwoordelijkheid van die objecten zijn geregeld, inclusief de kostenverdeling daarvan. 6.. Een leaderproject komt alleen voor cofinanciering in aanmerking wanneer de aanvrager zelf alle benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen met andere partijen regelt. Artikel 4 Hoogte van de subsidie De cofinanciering bedraagt maximaal het percentage en bedrag dat voor het project aan gemeentelijke cofinanciering nodig is volgens de Lokale ontwikkelingsstrategie en de daarbij horende juridische besluiten, zoals het openstellingsbesluit en de provinciale subsidieverordening. Artikel 5 Wijze van verdeling Subsidie wordt versterkt op volgorde van binnenkomst van aanvragen, gerekend vanaf het moment dat die volledig is ingediend. Artikel 6 Aanvraag Een aanvraag om cofinanciering bevat in ieder geval: - het projectplan dat ook wordt ingediend bij de aanvraag om het benodigde Europese en provinciale deel van de leadersubsidie; - een volledige kostenraming van het leaderproject; - een sluitende begroting van het leaderproject, waaruit blijkt hoeveel leadersubsidie nodig is, hoeveel cofinanciering gevraagd wordt en hoe de rest van de financiering van het project geregeld is; - een beschrijving waaruit blijkt welke vergunningen, toestemmingen en overige juridische zaken nodig zijn en hoe ver de processen zijn om die zaken te regelen; - eventuele overige informatie die nodig is om te kunnen beoordelen of de aanvraag voldoet aan artikel 3. Artikel 7 Beslistermijn, subsidievaststelling en verantwoording Het college stelt de subsidie ambtshalve vast, nadat hij het laatste uitbetalingsverzoek heeft ontvangen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Artikel 8 Hardheidsclausule Het college kan artikel 1, 2, 3 en 4 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan, gelet op het belang van een snelle en eerlijke uitvoering van deze subsidieregeling, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 9 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling cofinanciering Leader”. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag waarop hij bekend wordt gemaakt en werkt terug tot 2 april 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 2 april 2024. De burgemeester, De secretaris,
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.