Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieverordening welzijn, cultuur en sport

Gemeente Noordenveld

Voor instellingen zonder winstoogmerk en natuurlijke personen die activiteiten organiseren op het gebied van welzijn, cultuur en sport gericht op inwoners van gemeente Noordenveld.

Ook bekend als Subsidieverordening Welzijn, Cultuur en Sport 2002, Deelverordening Welzijn, Cultuur en Sport Noordenveld

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 500
per aanvraag

Waar is deze subsidie voor?

Gemeentelijke subsidieverordening van Noordenveld voor activiteiten op het gebied van welzijn, cultuur en sport. Richt zich op instellingen zonder winstoogmerk en natuurlijke personen. Subsidies worden verleend voor welzijnswerk, kinderopvang, cultuur en sport.

Voor wie is het bedoeld?

Voor instellingen zonder winstoogmerk en natuurlijke personen die activiteiten organiseren op het gebied van welzijn, cultuur en sport gericht op inwoners van gemeente Noordenveld.

Instelling_zonder_winstoogmerkNatuurlijke_persoon

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor welzijnsactiviteiten in mijn gemeente
  • Financiering voor sportverenigingen en sportaccommodaties
  • Subsidie voor kinderopvang en peuterspeelzalen
  • Ondersteuning van culturele en amateuristische kunstbeoefening

Voorwaarden

  • Instellingen moeten statutair gevestigd zijn in gemeente Noordenveld of activiteiten gericht op inwoners van Noordenveld
  • Alleen instellingen zonder winstoogmerk of daarmee gelijkgestelde natuurlijke personen
  • Activiteiten moeten in beginsel voor iedere inwoner toegankelijk zijn
  • Activiteiten uitsluitend ten dienste van leden van kerkgenootschap, politieke partij, vakorganisatie of gelijkgestelde vereniging zijn niet subsidiabel
  • Beroepskrachten moeten vereiste opleiding en ervaring hebben volgens Collectieve Arbeidsvoorwaarden Overeenkomst
  • Deelnemers, vrijwilligers en beroepskrachten dienen bij beleid betrokken te worden

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een instelling_zonder_winstoogmerk of natuurlijke_persoon
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging, Particulier
Uw sector/SBI valt onder: cultuur, sport, welzijn
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Noordenveld.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Burgemeester en Wethouders kunnen voor activiteiten vallend onder deze verordening waarderingssubsidies toekennen; een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 500,00 tenzij Burgemeester en Wethouders van oordeel zijn dat een hoger bedrag noodzakelijk is.
Subsidieverordening welzijn, cultuur en sport 2002
  • Toon brontekst
    SUBSIDIEVERORDENING WELZIJN, CULTUUR EN SPORT 2002
    SUBSIDIEVERORDENING
    WELZIJN, CULTUUR EN SPORT 2002
    December 2002
    
    Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    1. Gemeente: gemeente Noordenveld.
    2. Raad:de Raad van de gemeente Noordenveld.
    3. Burgemeester en Wethouders:Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordenveld.
    4. Wet:Algemene wet bestuursrecht.
    5. ASV:Algemene Subsidieverordening Noordenveld 2002.
    6. Deelverordening:deelverordening Welzijn, Cultuur en Sport van de gemeente.
    7. Jaarprogramma:het jaarlijks in het kader van de gemeentebegroting vast te stellen overzicht van de subsidieaanvragen en–verleningen vallend binnen de reikwijdte van deze verordening.
    8. Instelling:te subsidiëren rechtspersoon zonder winstoogmerk of door Burgemeester en Wethouders daaraan gelijkgestelde natuurlijke personen.
    9. Beroepskracht:een professionele en terzake deskundige medewerker van een instelling, waarmee een arbeidsovereenkomst is gesloten.
    10. Vrijwilliger: een begeleider v an gesubsidieerde activiteiten die daarvoor geen salaris ontvangt en waarmee geen arbeidsovereenkomst is afgesloten.
    11. Professionele instelling: instelling die activiteiten organiseert en uitvoert met behulp van beroepskrachten.
    12. Algemene reserve: het vrij aanwendbare eigen vermogen van de instelling.
    13. Bestemmingsreserve: deel van het eigen vermogen dat wordt opgebouwd en aangewend voor een vooraf bepaalde bestemming.
    14. Doelgroep: door Burgemeester en Wethouders omschreven groep of categorie burgers waarop de gesubsidieerde activiteit met name gericht moet zijn.
    15. Risicogroep: groep of categorie van burgers, die te maken hebben met persoonlijke of omgevingsfactoren waardoor zij ten opzichte van andere burgers een groter risico lopen op sociale, emotionele, cognitieve of economische achterstand.
    16. Retributiesubsidie: een aanvullende subsidie ter compensatie van te lage inkomsten uit inkomensafhankelijke deelnemersbijdragen voor activiteiten waarbij de doelgroep overwegend uit financieel minder draagkrachtige deelnemers bestaat.
    
    Artikel 2 Reikwijdte
    Onder deze deelverordening vallen alle aan instellingen verstrekte incidentele en structurele subsidies voor activiteiten, vallend onder de volgende beleids- of werkterreinen:
    - professioneel en vrijwillig welzijnswerk, waaronder algemeen sociaal-cultureel werk, vormings- en ontwikkelingswerk, opbouwwerk, jeugd- en jongerenwerk, ouderenwerk, activiteiten voor allochtonen, speel-o-theken en de exploitatie van buurt-en dorpshuizen;
    - kinderdagopvang en peuterspeelzaalwerk;
    - maatschappelijke dienstverlening en zorg, waaronder maatschappelijk werk, jeugdhulpverlening, basisgezondheidszorg en verslavingszorg;
    - kunst en cultuur, waaronder kunstzinnige vorming en amateuristische kunstbeoefening;
    - musea;
    - mediabeleid;
    - bibliotheekwerk;
    - sport en sportieve recreatie, waaronder speelvoorzieningen.
    
    Artikel 3 Doelstelling
    De gemeente wil door middel van subsidiëring van de onder de reikwijdte van deze verordening vallende activiteiten:
    - de ontplooiingsmogelijkheden van haar inwoners vergroten en hun zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving stimuleren;
    - voorkomen dat haar inwoners sociaal en/of economisch in een achterstandpositie geraken en waar dat al het geval is aan deze inwoners mogelijkheden bieden om hun positie te verbeteren.
    De gemeente wil deze doelstelling bereiken door:
    - het stimuleren van het particulier initiatief, vrijwilligerswerk en participatie van de deelnemers;
    - het bevorderen en instandhouden van de sociale samenhang en infrastructuur;
    - het stimuleren van vernieuwende initiatieven.
    
    Artikel 4 Nadere regels
    1..
    De bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Noordenveld 2000 zijn van toepassing tenzij in deze verordening anders is geregeld.
    2..
    Subsidies worden alleen toegekend aan instellingen die statutair gevestigd zijn in de gemeente Noordenveld of waarvan de te subsidiëren activiteiten zijn gericht op de inwoners van de gemeente Noordenveld; Burgemeester en Wethouders kunnen hiervan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.
    3..
    Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd een of meer bepalingen van deze verordening in individuele gevallen niet van toepassing te verklaren indien van de instelling in redelijkheid niet gevergd kan worden deze bepalingen na te komen.
    4..
    Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels of andere wettelijke voorschriften stellen met betrekking tot de aard, de uitvoering en de inhoud van activiteiten, de hoogte van de subsidie en de wijze van subsidieberekening, voorzover dat niet in deze verordening is vastgelegd.
    5..
    Subsidiëring van activiteiten kan worden geweigerd als naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in deze activiteiten al op toereikende wijze anders wordt voorzien.
    6..
    Burgemeester en Wethouders kunnen bepalen dat de subsidieontvanger zich bij de uitvoering van de activiteiten richt op een nader te bepalen doel-of risicogroep.
    7..
    Burgemeester en Wethouders kunnen een retributiesubsidie verlenen bij activiteiten waar een inkomensafhankelijke deelnemersbijdrage wordt gevraagd en de doelgroep overwegend uit financieel minder draagkrachtige deelnemers bestaat.
    8..
    Burgemeester en Wethouders kunnen bepalen of en in hoeverre een instelling een algemene en/of bestemmingsreserve mag, dan wel moet aanleggen; overschrijding van of oneigenlijke onttrekking aan toegestane reserves kan in mindering worden gebracht op de subsidie van het lopende of komende jaar.
    9..
    De te subsidiëren activiteiten zullen in beginsel voor iedere inwoner van de gemeente toegankelijk moeten zijn, met dien verstande dat activiteiten die uitsluitend ten dienste staan van de leden van een kerkgenootschap, de leden van een politieke partij, de leden van een vakorganisatie of ten dienste van leden van een vereniging die hiermee gelijk te stellen is, niet op grond van deze verordening subsidiabel zijn.
    10..
    Beroepskrachten die worden ingezet bij het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten dienen de voor hun functie vereiste en in de betreffende Collectieve Arbeidsvoorwaarden Overeenkomst omschreven opleiding en ervaring te hebben.
    11..
    Deelnemers, vrijwilligers en beroepskrachten dienen bij het beleid van de instelling betrokken te worden.
    12..
    Burgemeester en Wethouders kunnen voor activiteiten vallend onder deze verordening waarderingssubsidies toekennen; een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 500,00 tenzij Burgemeester en Wethouders van oordeel zijn dat een hoger bedrag noodzakelijk is.
    13..
    vervallen in 2013
    14..
    vervallen in 2013
    15..
    Burgemeester en Wethouders kunnen voor overige, onder de reikwijdte van deze verordening vallende jaarlijks terugkerende activiteiten, voorzover niet vallend onder de volgende hoofdstukken van deze verordening, subsidie verlenen in de vorm van een nader te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte activiteitenkosten.
    
    Artikel 5 Vervallen in 2009
    .
    
    Artikel 6 Verplichtingen van de subsidieontvanger
    1.
    De subsidieontvanger wordt geacht, waar mogelijk, eigen inkomsten te verwerven; Burgemeester en Wethouders kunnen bepalen dat, dan wel welke deelnemersbijdragen er moeten worden geheven.
    2.
    De subsidieontvanger zorgt, waar mogelijk, voor samenwerking met andere gelijkgerichte voorzieningen en stemt zijn activiteiten daarop af.
    
    Hoofdstuk 2 Welzijnswerk
    
    Artikel 7 Doelstelling subsidie
    1..
    De gemeente subsidieert de organisatie en uitvoering van sociaal--culturele en vormende activiteiten omdat daardoor haar inwoners worden gestimuleerd en in staat gesteld om zich individueel en in groepsverband verder te ontwikkelen en de sociale infrastructuur wordt versterkt; de gemeente geeft daarbij voorrang aan mensen uit risicogroepen.
    2..
    De gemeente subsidieert het oprichten en instandhouden van speel-o-theken omdat deze een goed instrument zijn om ouders over het belang van spelen en verantwoord speelgoed te informeren en alle kinderen een gelijke kans te bieden om met verantwoord speelgoed te spelen.
    3..
    De gemeente geeft bij het subsidiëren van activiteiten specifieke aandacht aan de hieronder genoemde doelgroepen en de wijze waarop de activiteiten zijn afgestemd op de behoeften en het leefmilieu van die doelgroep. Het betreft de volgende doelgroepen:
    - ouderen, waarbij de activiteiten erop gericht moeten zijn om hen hun zelfstandigheid te laten behouden en hen te (blijven) betrekken bij hun sociale en woonomgeving;
    - jonge en schoolgaande kinderen, waarbij de activiteiten vooral gericht moeten zijn op hun sociale, creatieve en educatieve ontwikkeling;
    - jongeren en jong volwassenen, waarbij de activiteiten met name gericht moeten zijn op hun sociale, culturele en maatschappelijke ontplooiing, educatie en zelfredzaamheid;
    - allochtone inwoners, waarbij de activiteiten met name gericht moeten zijn op hun sociale en maatschappelijke integratie en zelfstandigheid, maar ook kunnen dienen voor het behoud van hun eigen culturele activiteiten en sociale contacten.
    4..
    De gemeente streeft er bij haar subsidiëring naar om de instellingen voor sociaal cultureel werk en vormingswerk samen te laten werken met andere voorzieningen voor de in lid 2 genoemde doelgroepen om zo een integraal beleid voor de betreffende doelgroep te kunnen realiseren.
    
    Artikel 8 Subsidiabele activiteiten
    Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van:
    - de uitvoering van sociaal--culturele en vormende activiteiten;
    - het instandhouden van een professionele instelling voor welzijnswerk;
    - eenmalige vernieuwende projecten;
    - het beheer en de exploitatie van welzijnsaccommodaties en overige buurt- en dorpshuizen;
    - het exploiteren van een speel-o-theek.
    
    Artikel 9 Grondslag subsidie
    1.
    Niet-professionele instellingen die subsidie ontvangen voor de in Artikel 8 onder a, c of e genoemde activiteiten krijgen de subsidie in de vorm van een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte activiteitenkosten.
    2.
    Professionele instellingen die subsidie ontvangen voor de in artikel 8 genoemde activiteiten krijgen deze in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, overige subsidieverplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet.
    3.
    De eventueel toe te kennen retributiesubsidie bedraagt een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bedrag per (aantoonbaar) financieel minder draagkrachtige deelnemer.
    4.
    Voor buurt- en dorpshuizen die worden gebouwd of instandgehouden door daarvoor in het leven geroepen plaatselijke instellingen, wordt subsidie gegeven in de vorm van een door de Raad te bepalen eenmalige bijdrage in de stichtingskosten dan wel een door Burgemeester en Wethouders te bepalen jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten.
    
    Artikel 10 Aanvullende subsidieverplichtingen
    1.
    De te subsidiëren sociaal--culturele en vormende activiteit moeten worden beschreven in een bij de aanvraag in te dienen activiteitenplan waarin tenminste de aard, de duur en het verwachte aantal deelnemers van de activiteit wordt vermeld.
    2.
    De te subsidiëren activiteiten dienen minimaal tien deelnemers te hebben.
    
    Hoofdstuk 3 Kinderopvang
    
    Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 11 Begripsbepaling
    a. Kinderopvang: het in georganiseerd verband en tegen vergoeding bieden van onderdak, verzorging, opvoeding en begeleiding aan kinderen van 0 tot 16 jaar door anderen dan de eigen ouders, pleeg- of stiefouders.
    b. Kindercentrum:
    accommodatie voor kinderopvang onder professionele leiding.
    c. Gastouderopvang: kinderopvang bij gastouders gedurende tenminste vijf uren per week waarbij in het gezin gelijktijdig ten hoogste vier kinderen worden opgevangen en die tot stand komt door bemiddeling van een erkend gastouderbureau, waarbij een geslaagde bemiddeling een koppeling wordt genoemd.
    d. Kinderdagopvang: opvang in een kindercentrum of bij gastouders van kinderen in de leeftijd van 0 to
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.