GeslotenProvincie · Subsidie

Uitvoeringsregeling subsidie bedrijfsverplaatsing en kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland 2017

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

Voor landbouwbedrijven in het Natuurnetwerk Noord-Holland die bedrijfsverplaatsing of kavelruil uitvoeren ter realisering van natuur.

Ook bekend als NNN-subsidie bedrijfsverplaatsing, Kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Eerstvolgende deadline
1 jan 2027
nog ~6 maanden

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor landbouwbedrijven in het Natuurnetwerk Noord-Holland die verplaatsen of gronden ruilen om natuurontwikkeling mogelijk te maken. Gericht op bedrijfsverplaatsingen en kavelruil met subsidiabele kosten voor juridische, administratieve en opmetingskosten. Regeling vervallen per 1 januari 2027.

Voor wie is het bedoeld?

Voor landbouwbedrijven in het Natuurnetwerk Noord-Holland die bedrijfsverplaatsing of kavelruil uitvoeren ter realisering van natuur.

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor verplaatsing van landbouwbedrijf uit natuurgebied
  • Financiering van juridische en administratieve kosten bij kavelruil
  • Ondersteuning bedrijfsverplaatsing voor natuurdoelen Noord-Holland

Voorwaarden

  • Subsidie bedraagt minimaal € 5.000
  • Activiteit mag niet zijn gestart voordat aanvraag is ontvangen
  • Aanvrager mag geen onderneming in moeilijkheden zijn
  • Geen terugvorderingsbevel tegen aanvrager wegens eerdere onrechtmatige steun
  • Activiteit mag niet betrekking hebben op uitvoer naar derde landen of andere EU-lidstaten
  • Voor bedrijfsverplaatsing: landbouwbedrijf in NNN dat agrarisch wil blijven
  • Voor kavelruil: vrijmaking van NNN-gronden ter realisering van natuur

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwbedrijf
Uw sector/SBI valt onder: landbouw
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Openstellingen en rondes

OpenstellingGesloten
Start
-
Sluit
1 jan 2027
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Uitvoeringsregeling subsidie bedrijfsverplaatsing en kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland 2017
    Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
    Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;
    Overwegende dat aanvullende financiële prikkels gewenst zijn voor versnelde realisatie van natuurdoelen binnen het Natuurnetwerk en dat subsidieverstrekking hiertoe het geëigende en beproefde instrument is;
    Overwegende dat Gedeputeerde Staten daar waar sprake is van staatssteun, in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun de steunmaatregelen van toepassing acht uit de artikelen 15 en 16 van Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L327/1);
    Besluiten vast te stellen:
    
    Uitvoeringsregeling subsidie bedrijfsverplaatsing en kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland 2017
    
    Paragraaf 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    a. bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een bedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten op de oorspronkelijke locatie worden beëindigd;
    b. kavelruil: ruil van gronden waarbij eigenaren zich verbinden om bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de gegeven massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar te verdelen;
    c. landbouwbedrijf: eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor primaire landbouwproductie worden gebruikt;
    d. Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L327/1);
    e. MKB-onderneming: kleine en middelgrote en micro-ondernemingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de Landbouwvrijstellingsverordening;
    f. MKB-verklaring: verklaring waarmee aanvrager verklaart een MKB-onderneming te zijn;
    g. Natuur Netwerk Nederland: Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden binnen de provincie Noord-Holland, zoals afgebakend in het vigerend provinciaal natuurbeheerplan;
    h. NNN: Natuur Netwerk Nederland;
    i. onderneming: entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;
    j. primaire landbouwproductie: productie van de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de Europese Unie vermelde producten van de bodem en veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt.
    
    Artikel 2 Doelgroep
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwbedrijven.
    
    Artikel 3 Weigeringsgronden
    Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
    a. de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,- ;
    b. de uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen;
    c. aanvrager een onderneming is die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Communautaire richtsnoeren inzake reddings -en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/C 249/01);
    d. tegen aanvrager een terugvorderingsbevel is gegeven omdat eerdere steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt; of,
    e. de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd verband houdt met de uitvoer naar derde landen of andere lidstaten van de Europese Unie.
    
    Artikel 4 Vereisten aanvraag
    Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:
    a. een begroting van de kosten van de activiteit;
    b. een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit;
    c. een inhoudelijke beschrijving van de activiteit;
    d. een MKB-verklaring.
    
    Artikel 5 Subsidieplafond
    Gedeputeerde Staten stellen subsidieplafonds en de periode waarbinnen de aanvragen kunnen worden ingediend, vast.
    
    Artikel 6 Aanvraag- en beslistermijnen
    1. Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag is ontvangen binnen de periode, bedoeld in artikel 5.
    2. Een aanvraag om subsidie die buiten de in het vorige lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt niet in behandeling genomen.
    3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.
    
    Artikel 7 Verdeelcriteria
    1. Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.
    2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt de dag waarop de aanvraag om subsidie volledig is, als datum van ontvangst.
    3. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, dan wordt de aanvraag met het hoogste aantal hectares dat aansluit op het reeds gerealiseerde NNN als eerste in behandeling genomen.
    4. Indien toepassing van het vorige lid er toe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.
    
    Artikel 8 Vaststelling
    1. Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf.
    2. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit.
    3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
    
    Paragraaf 2 Verplaatsing landbouwbedrijven
    
    Artikel 9 Subsidiabele activiteit
    1. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt verstrekt voor bedrijfsverplaatsing.
    2. Om voor subsidie voor bedrijfsverplaatsing als bedoeld in het eerste lid in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    a. aanvrager is een MKB-onderneming;
    b. de bedrijfsverplaatsing is gericht op het verplaatsen van een landbouwbedrijf;
    c. de oorspronkelijke locatie waarop de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd omvat agrarisch gebruikte gronden en agrarische gebruikte bedrijfsgebouwen;
    d. alle grondgebonden agrarische activiteiten op de gronden die worden achtergelaten binnen het NNN worden betrokken in de bedrijfsverplaatsing.
    
    Artikel 10 Specifieke weigeringsgrond
    Onverminderd artikel 3 wordt subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, geweigerd indien aanvrager voor de gronden die worden achtergelaten vanwege de bedrijfsverplaatsing, een volledige schadeloosstelling ontvangt in het kader van onteigening.
    
    Artikel 11 Subsidiabele kosten
    1. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:
    a. voorbereidingskosten voor zover deze rechtstreeks en direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteit en voor zover deze niet reeds zijn betrokken in een andere subsidieverstrekking;
    b. kosten van het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties en faciliteiten;
    c. kosten van modernisering van de voorzieningen als bedoeld in artikel 16, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening;
    d. kosten van verhoging van productiecapaciteit van de voorzieningen als bedoeld in artikel 16, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening.
    2. De kosten van modernisering, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend door waardestijging van de voorzieningen na de verplaatsing.
    3. De kosten van verhoging van productiecapaciteit, bedoeld in het eerste lid, onder d, worden berekend op de met die verhoging gepaard gaan de uitgaven waarbij de kosten van grond subsidiabel zijn tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.
    
    Artikel 12 Niet-subsidiabele kosten
    De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
    a. kosten van aankoop van agrarische productierechten;
    b. kosten van aankoop van dieren;
    c. kosten van zaai- en pootgoed van jaarlijks gewassen, alsmede kosten voor het planten daarvan.
    
    Artikel 13 Subsidiehoogte
    1. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder a en b, tot een maximum van:
    a. €100.000,- bij het vrijkomen van 1 tot 5 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN;
    b. €250.000,- bij het vrijkomen van 5 tot 10 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN;
    c. €350.000,- bij het vrijkomen van 10 tot 15 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN;
    d. €400.000,- bij het vrijkomen van 15 tot 20 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN;
    e. €450.000,- bij het vrijkomen van 20 tot 25 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN;
    f. €500.000,- bij het vrijkomen van 25 hectares of meer agrarische gebruikte grond binnen het NNN.
    2. Onverminderd het totaal maximum, bedoeld in het eerste lid, wordt de subsidie vermeerderd met:
    a. 40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, indien sprake is van modernisering als bedoeld in artikel 16, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening;
    b. 40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder d, indien sprake is van verhoging van de productiecapaciteit als bedoeld in artikel 16, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening.
    3. In afwijking van de voorgaande leden, wordt indien reeds uit andere hoofde subsidie wordt verstrekt voor dezelfde subsidiabele kosten, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan op grond van artikel 16 van de Landbouwvrijstellingsverordening is toegestaan.
    
    Artikel 14 Verplichtingen
    1. Aan de subsidieontvanger worden in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:
    a. de subsidieontvanger draagt de eigendom van alle gronden die door de bedrijfsverplaatsing binnen het NNN worden achtergelaten, vrij van enig beperkend of bezwarend eigendoms- of gebruiksrecht, rechtsgeldig over aan de provincie Noord-Holland;
    b. de subsidieontvanger doet onverwijld mededeling van de rechtsgeldige eigendomsoverdracht.
    2. Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het eerste lid bepalen dat de gronden die door de bedrijfsverplaatsing binnen het NNN worden achtergelaten niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan Gedeputeerde Staten indien op enigerlei wijze is geborgd dat deze gronden binnen vijf jaar na de beschikking tot subsidieverlening in gebruik worden genomen als natuurgrond.
    
    Paragraaf 3 Kavelruil
    
    Artikel 15 Subsidiabele activiteit
    1. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt verstrekt voor kavelruil.
    2. Om voor subsidie als bedoeld in het eerste lid in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    a. aanvrager is:
    1e een MKB-onderneming; of,
    2e een natuurlijk persoon niet zijnde een onderneming;
    b. de kavelruil is vrijwillig;
    c. bij de kavelruil zijn tenminste drie eigenaren van onroerende zaken betrokken;
    d. de kavelruil leidt tot het substantieel vrijmaken van agrarische gronden voor de realisatie van NNN in Noord-Holland;
    e. de kavelruil leidt niet tot een verdergaande versnippering van gronden binnen het NNN Noord-Holland.
    
    Artikel 16 Subsidiabele kosten
    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:
    a. juridische kosten van de kavelruil;
    b. administratieve kosten en opmetingskosten van de kavelruil.
    
    Artikel 17 Subsidiehoogte
    1. De subsidie bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €12.500.
    2. In afwijking van het eerste lid, wordt indien aanvrager een landbouwbedrijf is en reeds uit andere hoofde subsidie wordt verstrekt voor dezelfde subsidiabele kosten, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan op grond van artikel 15 van de Landbouwverordening is toegestaan.
    
    Artikel 18 Verplichtingen
    Aan de subsidieontvanger worden in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:
    a. de kavelruil wordt schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst;
    b. de overeenkomst van kavelruil wordt ingeschreven in de openbare registers.
    
    § 4 Slotbepalingen
    
    Artikel 19 Slotbepaling
    1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de 20e werkdag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.
    2. Deze regeling vervalt met
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.