Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014
Gemeente Noord-Beveland
Voor instellingen, groepen personen en burgerinitiatieven die activiteiten organiseren op het grondgebied van Noord-Beveland op het gebied van cultuur, sport, welzijn, toerisme en leefbaarheid.
Waar is deze subsidie voor?
Nadere regelgeving voor structurele en incidentele subsidies van de gemeente Noord-Beveland voor cultuur, sport, welzijn, toerisme en burgerprojecten. Subsidies variëren van € 1.575 tot € 10.000 afhankelijk van het type activiteit en begroting.
Voor wie is het bedoeld?
Voor instellingen, groepen personen en burgerinitiatieven die activiteiten organiseren op het grondgebied van Noord-Beveland op het gebied van cultuur, sport, welzijn, toerisme en leefbaarheid.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor cultuurgebeurtenis in Noord-Beveland
- Financiering voor sportvereniging of jeugdinstelling
- Steun voor burgerproject gericht op verbetering leefbaarheid
- Subsidie voor toeristisch-recreatief initiatief
Voorwaarden
- Activiteiten dienen plaats te vinden op het grondgebied van Noord-Beveland
- Begrotingsbedrag moet € 3.150 te boven gaan (voor cultuur- en toeristisch-recreatieve initiatieven)
- Eigen financiële aandeel minimaal 50% van de kosten (burgerprojecten) tot 75% (toeristisch-recreatieve initiatieven)
- Incidentele subsidieaanvraag tenminste 4 weken voor aanvang activiteit indienen
- Voor burgerprojecten: groep van minimaal vijf Noord-Bevelandse inwoners of plaatselijke/regionale instelling
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Een aanspraak op subsidie bedraagt maximaal € 10.000,-- en kan worden verhoogd indien deugdelijk en inhoudelijk gemotiveerd.”
Toon brontekst
Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014 Titeldeel 1 Algemeen De Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland vormen een aanvulling op de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014. Ze geven aan de subsidieaanvragers duidelijkheid of deze aanspraak kunnen maken op subsidie en om welke bedragen het daarbij gaat. Daarnaast geven de regels een bepaalde mate van rechtszekerheid voor de aanvrager en de subsidieverstrekker. Deze Nadere Regels Subsidium voor structurele en incidentele subsidies, zijn volledig van toepassing op alle instellingen van de diverse beleidsterreinen, tenzij in een hoofdstuk anders is bepaald. Titeldeel 2 Indexering De in deze Nadere Regels genoemde bedragen gelden vanaf 2024. Voor 2024 wordt eenmalig een indexering toegepast van 20% op alle structurele subsidies als bedoeld in hoofdstuk 6. Na 2024 bepaalt het college jaarlijks uiterlijk in oktober voorafgaand aan het jaar van subsidieverlening het percentage van indexering dat van toepassing is in het daaropvolgende jaar. Titeldeel 3 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze Nadere Regels wordt verstaan onder: welzijn: het bevorderen van het welbevinden van mensen en het ondersteunen van hun activiteiten door: - Te streven naar het vergroten van ontplooiingsmogelijkheden en hun zelfredzaamheid en - Het stimuleren van sociale cohesie, deelname aan de samenleving, en ook om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken. Artikel 2 Subsidiegerechtigden, rechtspersoonlijkheid 1. Het verlenen van subsidie geschiedt slechts aan instellingen. 2. Mits deugdelijk en inhoudelijk gemotiveerd, kan in bijzondere gevallen aan natuurlijke personen en aan bedrijven, subsidie worden verleend. 3. Het verlenen van subsidie aan groepen personen kan in die gevallen, waarin dat als mogelijkheid is opgenomen in een specifiek hoofdstuk. 4. Instellingen, die in aanmerking willen komen voor subsidie dienen, analoog aan artikel 4:66 van de Awb, rechtspersoonlijkheid te bezitten, behalve wanneer het college daarvan afwijking toestaat. 5. Voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid geldt dat deze ingeschreven dienen te zijn in het verenigingsregister, gehouden door de Kamers van Koophandel, om aanspraak te kunnen maken op subsidie. 6. Wanneer een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon of aan een groep personen kan het college het voorschrift opleggen, dat een verklaring wordt overgelegd van een instelling die bereid is als tussenpersoon op te treden en die tevens verklaart de in deze Nadere Regels opgenomen algemene subsidievoorschriften te aanvaarden. 7. Indien een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon, een groep personen of aan een bedrijf, worden de in deze Nadere Regels gestelde bepalingen volledig toegepast. Artikel 3 Algemene eisen 1. Een instelling kan aanspraak maken op een subsidie wanneer wordt voldaan aan de bepalingen van de Algemene Subsidie Verordening en indien van toepassing deze Nadere Regels, tenzij anders bepaald. 2. Subsidie wordt slechts verstrekt wanneer: a. de behoefte aan de activiteit, investering of voorziening is aangetoond; b. de activiteiten of voorzieningen passen binnen de beleidsdoelstellingen van de gemeente; c. een zodanige werkwijze wordt toegepast, dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de beoogde doelstellingen kunnen worden bereikt; d. de instelling aannemelijk maakt, dat met inbegrip van een subsidie van de gemeente de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn om de gestelde doelstellingen te realiseren; e. uit de subsidieaanvraag blijkt dat de gevraagde subsidie in redelijke verhouding staat tot de uit te voeren activiteiten, te realiseren investeringen of de tot stand te brengen of in stand te houden voorzieningen. 3. Een subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van regionale/landelijke instellingen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. van de activiteiten gebruik gemaakt wordt door inwoners van de gemeente Noord-Beveland, die in het gemeentelijke aanbod niet of niet in voldoende mate gebruik kunnen maken van voor hen geschikte voorzieningen; b. de activiteiten deels door vrijwilligers worden georganiseerd. 5. Elke verlening van een subsidie geschiedt onder het voorschrift, dat de daarvoor de benodigde middelen in de vastgestelde gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld. 6. Het verleende, dan wel gelijktijdig vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een komende periode kan niet meer bedragen dan het voor dat jaar begrote exploitatietekort. 7. Het vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een verstreken periode, kan niet meer bedragen dan het verleende bedrag. Artikel 4 Weigeringsgronden De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 8 en 9 van de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland genoemde gevallen (geheel of gedeeltelijk) worden geweigerd indien naar het oordeel van het college er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de activiteiten niet of niet geheel passen in het vastgestelde gemeentelijk beleid; b. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die naar het oordeel van het college in strijd (kunnen) zijn met de wet, internationale verdragen, het algemeen belang, de openbare orde, de leefbaarheid en de veiligheid; c. de aanvrager zelf in de kosten kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten dermate in het gemeentelijk belang zijn dat van dit beleidsuitgangspunt kan worden afgeweken. Onder middelen van derden moet ook worden verstaan het eigen vrij aanwendbare vermogen; d. de activiteiten en voorzieningen die strijdig zijn met geldende wettelijke voorschriften of internationale verdragen of de openbare orde ernstig kunnen verstoren; e. activiteiten die uitsluitend of in hoofdzaak dienstbaar zijn aan politieke, commerciële of religieuze doeleinden. Artikel 5 Toegankelijkheid openbare ruimte Het college kan aan het verstrekken van subsidies het voorschrift verbinden, dat de activiteit plaatsvindt in een accommodatie, die bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor iedereen. Titeldeel 1 Incidentele subsidies Hoofdstuk 2 Eenmalige subsidies en initiatief subsidies Artikel 7 Subsidiegerechtigden 1. Plaatselijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor investeringen. 2. Plaatselijke en regionale instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor activiteiten én op initiatiefsubsidies volgens het daarvoor ingerichte subsidie score systeem. 3. Landelijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige subsidies voor activiteiten. Artikel 8 Aanvraagtermijn en verlening subsidie 1. Een incidentele subsidieaanvraag dient tenminste 4 weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de realisering van de activiteit te worden ingediend bij het college. 2. In spoedeisende gevallen kan het college afwijken van het voorschrift, genoemd in het eerste lid, mits deugdelijk gemotiveerd. Artikel 9 Bijzondere subsidievoorwaarden 1. Een éénmalige subsidie wordt slechts eenmaal per periode toegekend aan dezelfde aanvrager c.q. diens rechtsopvolger voor gelijksoortige/ gelijkwaardige activiteiten (eenmaal per drie jaren) en/of investeringen (eenmaal per vijf jaren). Het betreft activiteiten en/of investeringen die niet structureel zijn. Gelet op de omvang van de activiteiten en/of investeringen, heeft de aanvrager daarvoor in evenredigheid gereserveerd dan wel extra inkomsten verworven. 2. Een initiatiefsubsidie wordt verstrekt, overeenkomstig de toepassing van het subsidiescore systeem ingevolge artikel 10. 3. Initiatiefsubsidies kunnen slechts eenmaal per kalenderjaar worden verstrekt aan dezelfde aanvrager c.q. diens rechtsopvolger voor gelijksoortige en/of gelijkwaardige initiatieven, tenzij deze optreedt als intermediair. Artikel 10 Toepassing initiatiefsubsidie subsidiescore systeem 1. De onder A, B, C, D, E, F, G, H, I en J vast te stellen gegevens leveren een puntenscore op van ten hoogste 16½. 2. De onder E gevraagde geschatte omvang van het publiek kan worden bepaald aan de hand van een acceptabele schatting, de ervaringsgegevens en/of omzetresultaten van voorgaande jaren, eventueel verhoogd met een aannemelijke marge. 3. De onder J vast te stellen beoordeling is gebaseerd op tenminste twee steekhoudende argumenten betrekking hebbende op het aspect originaliteit, tenzij sprake is van gemiddeld. 4. Het totaal van de score wordt vermenigvuldigd met € 35,-- en resulteert in een totaal subsidiebedrag. A | Plaats van vestiging Noord-Beveland | 1 | 0,5 | Plaats van vestiging Zeeland B | Plaats van handeling N-B | 1 | 1 | Plaats van handeling N-B C | Zowel A als B van toepassing | 0,5 | 0 | Niet van toepassing C D | Bovenlokale uitstraling/effect | 0,5 | 0,5 | Bovenlokale uitstraling/effect E | Geschatte omvang doelgroep/publiek: • vanaf 100 | 0,5 | 0 • vanaf 200 | 1 | 0 • vanaf 500 | 1,5 | 1 • meer dan 500 | 2 | 2 F | Soort activiteit: • kunst | 1 | 1 • cultuur | 1 | 1 • welzijn | 1 | 1 • volksgezondheid | 1 | 1 • internationale samenwerking | 1 | 1 • sport | 1 | 1 • toerisme/recreatie | 1 | 1 G | Omvang begroting: • vanaf € 500,-- | 0,5 | 0,5 • vanaf € 1.000,-- | 1 | 1 • vanaf € 5.000,-- | 1,5 | 1,5 • meer dan € 20.000,-- | 2 | 2 H | Dekking door opbrengsten sponsors in % van de exploitatiebegroting: • vanaf 10% | 1 | 0 • vanaf 15% | 2 | 0 • vanaf 25% | 3 | 0 • vanaf 35% | 4 | 0 I | Dekking door opbrengsten publiek en/of deelnemers in % van de exploitatiebegroting: • vanaf 15 % | 0,5 | 0,5 • vanaf 25 % | 1,5 | 0,5 • vanaf 35 % | 2 | 0,5 • meer dan 40 % | 2,5 | 0 J | Mate van originaliteit: • bovengemiddeld | 2 | 1 • gemiddeld | 0,5 | 0,5 Totaalscore | x € 35,-- = € Hoofdstuk 3 Initiatiefsubsidies traditie en volkscultuur Artikel 11 Nadere begripsomschrijving De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de plaatselijke instellingen die ervoor zorgen dat de traditie van feest- en gedenkdagen in stand worden gehouden op een aantal specifieke terreinen. Deze instellingen hebben een jaarlijks terugkerend kortlopend programma dat zich richt op één of enkele activiteiten. Artikel 12 Subsidiegerechtigden en grondslagen Aan een aanvrager genoemd in dit artikel, kan eenmaal per kalenderjaar een subsidie worden verstrekt: 1. Oranjeverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 545,-- voor het organiseren van Koningsdag activiteiten. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van Koningsdag, is gelimiteerd op één instelling per kern. 2. Een Sinterklaascomité kan aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 275,-- Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van de intocht van Sint-Nicolaas, is gelimiteerd op één instelling per kern. 3. Een 4 mei instelling die activiteiten organiseert met betrekking tot dodenherdenking, kan aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 275,--. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de organisatie van de dodenherdenking is gelimiteerd op één instelling per kern. 4. Buurtverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 210,-- voor het organiseren van activiteiten in de eigen buurt, met het doel de sociale cohesie te bevorderen. 5. Organisaties die de functie van dorpsraad vervullen c.q. uitvoeren, kunnen aanspraak maken op een bedrag van ten hoogste € 2.000,-- Het aantal dorpsraden dat aanspraak kan maken is gelimiteerd op één per dorpskern. 6. Ondernemersverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten hoogste € 2.160,-- voor het organiseren van haven-, folklore- en Veerse Meer Dagen: - De subsidie bedraagt niet meer dan 50 % van de uitgaven. - Per dorpskern kan aan één ondernemersvereniging eenmaal per kalenderjaar een subsidie worden verstrekt. Hoofdstuk 4 Initiatiefsubsidies cultuur van aanzienlijke omvang Artikel 13 Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1. Cultuur evenementen […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.