Businesscases Subsidieregeling Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân 2024
Gemeente Noardeast-Fryslân
Voor bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden en samenwerkingspartners in regio Noordoost-Fryslân die projecten uitvoeren gericht op arbeidsmarkt, onderwijs, innovatie en ondernemerschap.
Ook bekend als Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân, Businesscases Versnellingsagenda
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor projecten die bijdragen aan economische versterking van regio Noordoost-Fryslân via businesscases in onderwijs/arbeidsmarkt, innovatie/ondernemerschap en regiomarketing. Eenmalige subsidies voor projecten gericht op arbeidsmobiliteit, wendbaar vakmanschap, bouwsector, metaalsector, ondernemerschap en regiomarketing.
Voor wie is het bedoeld?
Voor bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden en samenwerkingspartners in regio Noordoost-Fryslân die projecten uitvoeren gericht op arbeidsmarkt, onderwijs, innovatie en ondernemerschap.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een project starten voor arbeidsmobiliteit en scholing in Noordoost-Fryslân
- Ik zoek subsidie voor samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven
- Ik wil een project indienen voor innovatie in bouw of metaalsector
- Ik ben geïnteresseerd in regiomarketing voor Noordoost-Fryslân
Voorwaarden
- Projecten moeten bijdragen aan doelen van één of meerdere aangewezen businesscases
- Projecten moeten gericht zijn op structurele economische versterking van regio Noordoost-Fryslân
- Eenmalige subsidie per project
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Businesscases Subsidieregeling Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân; gelet op: - de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Noardeast-Fryslân; - artikel 12 van de Subsidieregeling Versnellingsagenda regio Noordoost-Fryslân 2024; overwegende dat: het college op aanvraag projecten wil kunnen stimuleren door een eenmalige subsidie te verlenen aan projecten die bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen in één of meerdere aangewezen businesscases van de Versnellingsagenda, om daarmee de structurele economische versterking van de regio Noordoost-Fryslân te stimuleren; besluit vast te stellen: de beleidsregelsBusinesscases Subsidieregeling Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân 2024. Programmalijn 1 Onderwijs en arbeidsmarkt Businesscase 1a Arbeidsmobiliteit Businesscase 1b Wendbaar vakmanschap Businesscase 1c Bouwen aan Ambitie Programmalijn 2 Innovatie en ondernemerschap Businesscase 2a Bouwen aan de bouw Businesscase 2b Bouwen aan metaal Businesscase 2c Ondernemers & Netwerk Businesscase 2d Toekomstbestendige Agri & Food Programmalijn 3 Doorontwikkeling regionale samenwerking en marketing: Businesscase 3b Regiomarketing Artikel 1 – Businesscases Subsidieregeling Versnellingsagenda Businesscase 1a Arbeidsmobiliteit Doelen Door de demografische veranderingen (ontgroening/vergrijzing en krimp) treedt een daling van het werknemerspotentieel op, waardoor bedrijven moeilijker aan personeel kunnen komen. Veel Noordoost Friese bedrijven verwachten nu en in de toekomst knelpunten op de arbeidsmarkt. Op dit moment is in vrijwel alle sectoren een tekort aan arbeidskrachten. Het tekort is niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief (vooral tekort aan MBO 3-4 en HBO in de Bouw, Metaal en Zorg). Er kunnen naast tekorten ook overschotten ontstaan, bijvoorbeeld in de administratieve sector. De (maak)industrie is sterk vertegenwoordigd in de regio en heeft behoefte aan goed opgeleid technisch personeel (bijvoorbeeld mbo-geschoolde procesoperators). Door verdergaande automatisering verdwijnt niet alleen werkgelegenheid, er komt ook werkgelegenheid bij. Dit vraagt wel iets anders van de werknemer van de toekomst. Zij moeten bijvoorbeeld kunnen omgaan met bepaalde machines of software. De arbeidsparticipatie is weliswaar hoog, maar een aantal mensen is toch nog werkloos. Zowel voor henzelf als voor de bedrijven in de regio is het van belang hen zoveel mogelijk te stimuleren om weer tot de arbeidsmarkt toe te treden en waar nodig daarin te begeleiden en bij- of om te scholen. Dat geldt ook voor mensen die vrijwillig het arbeidsproces hebben verlaten en weer aan het werk willen (herintreders/ nuggers). Er is beter zicht nodig op mensen die werk zoeken om over meer arbeidskrachten te beschikken. Een belangrijke vraag is hoe mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer goed kunnen meedraaien in een organisatie. Daarbij moet worden uitgegaan van een positieve insteek: de focus op wat werkzoekenden wel kunnen in plaats van op hun beperkingen. Door stages en werkervaring op te doen kan een soepelere verbinding gemaakt worden met werken. De businesscase richt zich niet alleen op werknemers die van baan (moeten) veranderen, maar ook op zij-instromers, mensen met een uitkering (zoals WW en bijstand), niet-uitkeringsgerechtigde (nuggers) werklozen en mensen zonder diploma/voldoende startkwalificaties. Voor een duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt is het bij zowel werkenden als niet-werkenden noodzakelijk om door om- en bijscholing nieuwe skills te ontwikkelen. Dat vraagt om nieuwe vormen van samenwerkingen tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden. Er is momenteel sprake van een versnipperde arbeidsbemiddeling (elke gemeente heeft zijn eigen kaartenbak). Samenwerking tussen UWV, gemeenten en bedrijven is daarvoor nodig. Het is gewenst te komen tot een gezamenlijk inzicht in de scholing- en arbeidsbemiddeling (Leerwerkloket Noordoost-Fryslân) om zowel mensen vanuit een uitkering aan werk te helpen als werknemers die van baan willen/moeten veranderen. Hierbij is samenwerking tussen de overheden, UWV, Fryslân Werkt, kennisinstellingen en ondernemers in de regio van groot belang. Resultaten en effecten: Er worden projecten opgestart die verbonden kunnen worden met het Leerwerkloket/Wurkstart in de regio Noordoost Fryslân; Er ontstaan projecten die bijdragen aan het verbeteren van de arbeidsmarktsituatie van mensen in een uitkeringssituatie, en/of herintreders, en/of, nuggers en/of intersectorale overstappers; Projecten om het aantal werkzoekende werklozen terug te brengen door hen actief te begeleiden en te stimuleren bij het (opnieuw) betreden van de arbeidsmarkt waarbij overheden en het UWV samenwerken met ondernemers in de regio; Projecten die bijdragen aan het gezamenlijk optrekken op het gebied van begeleiding van werkzoekenden/ het in beeld brengen en krijgen van de competenties van de doelgroepen; Projecten waarin specifiek aandacht is voor laaggeletterdheid; Projecten waarin stages en werkervaringsplaatsen geboden worden aan de doelgroepen om zo de kans op werk te vergroten; Projecten waarin partijen in de regio samenwerken aan het ontstaan van nieuw werk; Het organiseren van themagerichte bijeenkomsten waarin de samenwerking van de partijen in de regio versterkt wordt; Projecten die de mismatch op de arbeidsmarkt kunnen voorkomen dan wel verminderen; Projecten gericht op het toevoegen van arbeidspotentieel in de sectoren Bouw, Metaal, Techniek, Landbouw, Zorg en Recreatie en Toerisme; Projecten die gericht zijn op het verminderen van regeldruk, het onderzoek hiernaar en de samenwerking van de overheden/UWV/Fryslân Werkt met de betrokken ministeries. Businesscase 1b Wendbaar vakmanschap Doelen Voor het MKB in Noordoost Fryslân is het continue ontwikkelen van kennis en vaardigheden een grote uitdaging. Zonder een goede actuele opleiding en de focus op een leven lang ontwikkelen wordt het moeilijker in te spelen op de veranderingen in de economie en is het voor werkgevers zeer moeilijk om voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten te vinden. Ondernemers en onderwijs werken in deze casus aan goedgeschoold personeel (van de toekomst), met name in de sectoren metaal, bouw, agrofood, maar ook zorg en onderwijs, op vmbo en mbo-niveau. Het gaat om medewerkers, scholieren/studenten en specifieke doelgroepen. Specifieke doelgroepen zijn mensen die op dit moment geen baan hebben (bijstand, WW-uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers), herintreders of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Ook (kwetsbare) jongeren die (nog) niet over een startkwalificatie beschikken. De aansluiting tussen (beroeps-)onderwijs en arbeidsmarkt kan beter volgens velen. Zwart-wit gesteld vinden ondernemers het onderwijs niet van voldoende niveau, het onderwijs merkt juist te weinig van ondernemersbetrokkenheid. Door samenwerkingen te stimuleren tussen onderwijs en ondernemers kan het onderwijs beter aansluiten bij het bedrijfsleven, voor nu en in de toekomst. Wendbaar vakmanschap richt zich op verschillende doelgroepen: - Het begint op de basisschool. Met het project ‘Bouwen aan Ambitie’ (Businesscase 1C) worden leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs vroegtijdig voorbereid op de (technologische) wereld van morgen. Hiermee wordt de basis gelegd voor wendbaar vakmanschap. - Wie in zijn jeugd onvoldoende opleiding heeft gehad moet op latere leeftijd kunnen bijscholen, wie er pas op latere leeftijd achter komt dat hij of zij iets anders wil doen of talenten ontdekt, moet een opleiding kunnen volgen om een switch te maken en volwassenen moeten in een snel veranderende wereld hun kennis en competenties actueel kunnen houden om zo hun arbeidsmarktpositie op peil te houden en te werken aan verbetering van hun positie. Wendbaar vakmanschap houdt dan ook na de schoolperiode niet op. Werkgevers en werknemers zullen voortdurend moeten bijscholen. Dat kan door terug te gaan naar school. Maar het kan ook binnen bedrijven, bijvoorbeeld voor werknemers die op een lager niveau instromen en worden bijgeschoold door oudere vakbekwame werknemers die dan fysiek minder belastend werk gaan doen. - Voor mensen die in het bestand van het UWV zitten of hierin dreigen te komen, is het belangrijk dat zij bekend zijn met omscholingsmogelijkheden zowel binnen als tussen sectoren. Niet meer, zoals nu vaak het geval is, eerst werkloos worden en dan omscholen. Met andere woorden; werknemers moeten duurzaam inzetbaar zijn. Hierin is een raakvlak met businesscase 1a arbeidsmobiliteit. - Een extra aandachtspunt is het alfabetiseringsprobleem in de regio. Dit wordt als het om digitale vaardigheden gaat opgepakt met het Digilab (DigitaalhuisPlus - Digitaal Burgerschap). Zie businesscase 1C. Een knelpunt is dat de noodzaak van blijvend ontwikkelen vaak bij laag opgeleide werknemers en werkgevers niet urgent wordt gevonden en onvoldoende in beeld is. Voor wat betreft de bedrijven is bewustwording van zowel werknemers als werkgevers essentieel. Werkgevers en werknemers moeten vroegtijdig bekend zijn met de eventuele noodzaak om te scholen. Men moet meer inzicht krijgen in hun eigen loopbaan. Goede voorlichting en communicatie, en mogelijk incentives zijn dan ook heel belangrijk. In het onderwijs is essentieel dat er goede doorgaande leerlijnen komen vanuit het vmbo en avo naar het mbo (met de nadruk op techniek). Voor het mbo zullen er voldoende moderne, goed geoutilleerde techniekfaciliteiten moeten komen. Ook de haalbaarheid van een LTS 2.0 komt in beeld (een moderne versie van oude LTS, meer inzet op BBL-trajecten in de regio). In deze ontwikkelingen wordt nauw samengewerkt met Sterk Techniek Onderwijs. Dat vraagt om forse investeringen binnen het onderwijs en bedrijfsleven, om het aldaar beschikbaar stellen van faciliteiten. Dit kan leiden tot langere reistijden voor de leerlingen, met als mogelijke consequentie dat leerlingenvervoer noodzakelijk is. Ook doorgaande leerlijnen vanuit mbo naar hbo (en eventueel naar wo) verdient aandacht. Voor specialisatie van het mbo en de doorstroming naar het hbo en eventueel wo is bovenregionale samenwerking nodig (Drachten, Leeuwarden en Groningen). De kennisoverdracht hoeft ook niet alleen vanuit het onderwijs te komen, maar ook door deskundigen vanuit het bedrijfsleven. De bijdrage van het bedrijfsleven kan verder bestaan uit het bieden van voldoende gekwalificeerde stageplekken. De businesscase sluit aan en bouwt voort op al lopende initiatieven in onder andere de agrifoodsector (Kenniswerkplaats Noordoost Fryslân). De opbrengst hiervan wordt verbreed naar andere sectoren zoals de metaal, bouw en (mogelijk) zorg en onderwijs (daar waar behoefte aan is in de regio); Fjildlab kent in de agrifoodsector de kenniskring ’techniek in de landbouw’ en ontwikkelt daarbinnen initiatieven in de circulaire economie; Een landelijk voorbeeld is verder de versnellingsagenda die techniekbranches en het ministerie van OCW voor het techniekonderwijs gaan opstellen om de tekorten aan technische vakmensen terug te dringen; NHL Stenden in Leeuwarden heeft een lectoraat ‘wendbaar vakmanschap’, dat wetenschappelijke ondersteuning aan de businesscase kan leveren. Het Friesland College heeft een practoraat Leven Lang Ontwikkelen. De opgave is dan in eerste instantie ook niet het ontwikkelen van nieuwe initiatieven maar het verbinden en stroomlijnen van deze initiatieven, het bundelen van de krachten en inzetten op kennisdelen en -ontwikkeling. Resultaten en effecten: Het borgen van de continuïteit van Wendbaar Vakmanschap in de regio door het slim te koppelen aan bestaande structuren/initiatieven zoals het leerwerkloket en door samen te werken met de mbo's in de regio; en verder door met het leerwerkloket en de mbo's te werken aan een gezamenlijke agenda voor de regio en kennis te ontsluiten voor het bedrijfsleve […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.