Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie gemeente Nijmegen 2025

Gemeente Nijmegen

Voor aanbieders van peuteropvang met voorschoolse educatie (voorscholen) en basisscholen met vroegschoolse educatie (vroegscholen) in de gemeente Nijmegen.

Ook bekend als VVE Nijmegen, Peuteropvang VVE Gemeente Nijmegen

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 5,7 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor aanbieders van peuteropvang met voorschoolse educatie in Nijmegen. Financiering voor kindgebonden educatie, pedagogische coaching, en aanvullende subsidies voor kwaliteit, inclusie en professionalisering. Jaarlijks budget van €5,7 miljoen (prijsniveau 2025).

Voor wie is het bedoeld?

Voor aanbieders van peuteropvang met voorschoolse educatie (voorscholen) en basisscholen met vroegschoolse educatie (vroegscholen) in de gemeente Nijmegen.

KinderopvangOnderwijs

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Financiering van voorschoolse educatie voor peuters in Nijmegen
  • Subsidie voor pedagogische coaching en professionalisering
  • Ondersteuning van kwaliteit en inclusie in peuteropvang
  • Bevordering van samenwerking tussen voor- en vroegschool

Voorwaarden

  • Aanbieder moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
  • Voorscholen moeten werken met een door het NJI erkend VVE-programma
  • Peuters met VE-indicatie moeten minimaal 960 uur VE-programma krijgen aangeboden in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar
  • Nauwe samenwerking tussen voor- en vroegschool gericht op doorgaande leerlijn
  • Naleving van het Nijmeegse Kwaliteitskader VVE
  • Voldoen aan eisen van de Wet Kinderopvang en Besluit kwaliteit kinderopvang

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvang of onderwijs
Uw sector/SBI valt onder: onderwijs, kinderopvang
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Nijmegen.

Openstellingen en rondes

Ronde 2025Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 5,7 mln
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad is jaarlijks € 5,7 miljoen (prijsniveau 2025) beschikbaar voor de uitvoering van deze subsidieregeling.
Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie gemeente Nijmegen 2025
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie gemeente Nijmegen 2025
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen,
    overwegende dat:
    het gemeentebestuur deelname aan peuteropvang met voorschoolse educatie wil bevorderen door het verstrekken van subsidies die daaraan bijdragen;
    het gemeentebestuur de educatieve kwaliteit en inclusie van peuteropvang met voorschoolse wil bevorderen door het verstrekken van subsidies die daaraan bijdragen;
    het gemeentebestuur de samenwerking tussen voorscholen en vroegscholen ten behoeve van de doorgaande leerlijn wil bevorderen door het verstrekken van subsidies die daaraan bijdragen;
    Gelet op
    - artikel 3 lid 5 de Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019;
    - de Wet kinderopvang
    - het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid
    - het Besluit kwaliteit kinderopvang
    Vast te stellen de volgende beleidsregels: Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie gemeente Nijmegen 2025.
    
    Hoofdstuk 1 Algemene artikelen
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - aanbieder: De aanbieder van peuteropvang met voorschools educatie op locatie(s) die zijn geregistreerd in het LRK.
    - bestuur: Het bestuur, management of eigenaar van aanbieder van VE-peuteropvang.
    - college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen.
    - doelgroeppeuter: Een peuter woonachtig in de gemeente Nijmegen die op VE-indicatie van het consultatiebureau vanwege (het risico op) een onderwijs- of ontwikkelachterstand, in aanmerking komt voor een peuteropvang met voorschoolse educatie.
    - doorgaande leerlijn: Term die verwijst naar een ononderbroken ontwikkeling voor peuters tijdens hun deelname aan voorschoolse en vroegschoolse educatie.
    - VE-indicatie: een door het consultatiebureau van de GGD afgegeven verklaring dat er sprake is van een ontwikkelingsachterstand bij een peuter, die afname van 4 dagdelen VE-peuteropvang rechtvaardigt.
    - inkomensafhankelijke ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders betalen bij afname van een kindplaats op en VE-peuteropvang. Voor de eerste 8 uur per week betalen ouders een inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
    - kinderopvangtoeslag (KOT): de vergoeding van de Belastingdienst die ouders kunnen aanvragen indien zij voldoen aan de voorwaarden van de Wet Kinderopvang.
    - landelijk register kinderopvang (LRK): een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen in Nederland; hierin staat tevens vermeld of voorschoolse educatie wordt aangeboden.
    - NKS: Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019.
    - ouder: persoon met ouderlijk gezag als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang.
    - voor-en vroegschoolse educatie (vve): een aanbod voor peuters en kleuters tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een door het NJI erkend VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal en andere ontwikkelingsgebieden.
    - voorschoolse educatie: Het gedeelte van de vve op de peuteropvang tijdens de peuterperiode.
    - vroegschoolse educatie: Het gedeelte van de vve tijdens de eerste (twee) jaren op de basisscholen, voorafgaand aan groep 3.
    - vroegschool: Basisschool met dergelijk schoolgewicht dat in groep 1 en 2 vroegschoolse educatie wordt geboden.
    - peuteropvang met voorschoolse educatie (VE-peuteropvang): een voorziening voor kinderopvang die zowel aan de geldende wettelijke eisen van de Wet Kinderopvang als aan de in Nijmegen van toepassing zijnde kwaliteitseisen voor de voorschoolse periode van vve (Nijmeegse Kwaliteitskader VVE). Deze voorzieningen staan ook wel bekend als ‘voorscholen’.
    
    Artikel 2 Doel
    Verstrekte subsidies hebben als doel:
    - Deelname aan de peuteropvang te stimuleren en voldoende aanbod van VE-peuteropvang te realiseren. Hiermee worden peuters goed voorbereid op de start in het basisonderwijs.
    - Taal- en of ontwikkelachterstand dan wel een risico daarop bij kinderen van 2,5 tot 4 jaar te voorkomen en/of te verminderen.
    
    Artikel 3 Reikwijdte
    Het college kan op basis van deze subsidieregeling subsidie verstrekken voor:
    - De kindgebonden financiering VE-peuteropvang.
    - Wettelijke uren VE-coaching.
    - Aanvullende subsidies conform het uitvoeringsplan voor- en vroegschoolse educatie 2025-2029 voor:Het versterken van kwaliteit en inclusie op locaties met een hoog aandeel doelgroeppeuters.Het bevorderen van de samenwerking tussen voor- en vroegschool t.b.v. de doorgaande leerlijn.Professionalisering binnen voor- en/of vroegschool.
    
    Artikel 4 Subsidieplafond en volgorde
    1..
    Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad is jaarlijks € 5,7 miljoen (prijsniveau 2025) beschikbaar voor de uitvoering van deze subsidieregeling.
    2..
    Voor de kindgebonden financiering voorschoolse peuteropvang en wettelijke uren VE-coaching geldt geen subsidieplafond.
    3..
    Als na het verlenen van de subsidie genoemd in lid 2 het subsidieplafond nog niet is bereikt, geldt de volgende volgorde:
    - Aanvragen voor het versterken van kwaliteit en inclusie op locaties met een hoog aandeel doelgroeppeuters en aanvragen voor het bevorderen van de samenwerking tussen voor- en vroegschool ten behoeve van de doorgaande leerlijn.
    - Aanvragen voor professionalisering binnen voor- en/of vroegschool.
    
    Hoofdstuk 2 Kindgebonden financiering VE-peuteropvang
    
    Artikel 5 Indicatie voor deelname aan VE-peuteropvang
    Het consultatiebureau van de GGD stelt een indicatie voor deelname aan VE-peuteropvang. Deze VE indicatie wordt afgegeven als er sprake is van een taal en/of ontwikkelachterstand bij een peuter, die afname van 4 dagdelen VE-peuteropvang rechtvaardigt.
    
    Artikel 6 Aantal uren VE-peuteropvang
    1..
    Alle peuters ingeschreven in de gemeente Nijmegen mogen 8 uur per week, verdeeld over 2 dagdelen van 4 uur, gedurende 40 weken per jaar deelnemen aan voorschoolse educatie.
    2..
    Een peuter met een VE-indicatie die minimaal twee dagdelen per week gebruik maakt van de peuteropvang komt in aanmerking voor twee extra dagdelen peuteropvang per week. Ofwel in totaal 16 uur per week, verdeeld over 4 dagdelen van 4 uur, gedurende 40 weken per jaar.
    3..
    De aanbieder dient een peuter met VE-indicatie minimaal 960 uur VE-programma aan te bieden in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar.
    4..
    Voor kinderdagopvang met VE-programma kan dit programma flexibel worden ingevuld onder de voorwaarde dat de peuter met VE-indicatie minimaal 960 uur VE-programma krijgt aangeboden in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar. Voor de berekening van het aantal uren mag men maximaal 6 uur per dag voorschoolse educatie aanbieden.
    
    Artikel 7 Grondslag subsidie kindgebonden VE-peuteropvang
    1..
    De grondslag voor de kindgebonden subsidie VE-peuteropvang is het aantal geplaatste peuters en het aantal uren dat deze peuters deelnemen aan de VE-peuteropvang.
    2..
    Aanspraak op subsidie kan slechts bestaan voor een kind met een VE-indicatie vanaf 2 jaar en voor een kind zonder VE-indicatie vanaf 2 jaar en 6 maanden. Voor beide deze categorieën kan dit tot de dag dat het kind 4 jaar wordt.
    3..
    De subsidie wordt uitgekeerd aan de aanbieder van de VE-peuteropvang waar de peuter is geplaatst.
    
    Artikel 8 Opbouw subsidie kindgebonden VE-peuteropvang
    1..
    Het college stelt jaarlijks de tarieven vast waarop de subsidie voor kindgebonden VE peuteropvang is gebaseerd.
    2..
    De subsidie kindgebonden VE-peuteropvang bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter en wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijk deelgenomen uren per peuter en een door het college vast te stellen maximaal uurtarief en onderverdeling naar categorieën.
    3..
    Het maximaal uurtarief (VE-kostprijs) per geplaatste peuter per uur bestaat uit twee componenten:
    - De door het Rijk vastgestelde maximale uurtarief dagopvang (normtarief).
    - Een VE-kwaliteitsopslag per uur.Voor 2025 is de VE-kwaliteitsopslag vastgesteld op € 2,04 per uur. Het college is voornemende jaarlijks de VE-kwaliteitsopslag te verhogen met het percentage loonsverhoging van de cao-kinderopvang. Maar kan hiervan afwijken.
    4..
    De gemeente Nijmegen hanteert de volgende vier categorieën:
    - Geen recht op WKO, met VE-indicatie: Maximaal deel te nemen uren (16 uren per week gedurende 40 weken per jaar) maal de VE-kostprijs, minus de gefactureerde ouderbijdrage over de eerste 8 uren per week.
    - Geen recht op WKO, geen VE-indicatie: Maximaal deel te nemen uren (8 uren per week gedurende 40 weken per jaar) maal de VE-kostprijs, minus de gefactureerde ouderbijdrage over deze uren.
    - Recht op WKO, met VE-indicatie: Voor het eerste en tweede dagdeel geldt: ouders vragen kinderopvangtoeslag aan, gemeente vult deze aan met de VE-kwaliteitsopslag voor maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken. De kwaliteitsopslag wordt uitgekeerd aan de aanbieder. Voor het derde en vierde dagdeel geldt: Maximaal deel te nemen uren (8 uren per week gedurende 40 weken per jaar) maal de VE-kostprijs.
    - Recht op WKO, geen VE-indicatie: Ouder vragen kinderopvangtoeslag aan, gemeente vult deze aan met de VE-kwaliteitsopslag voor maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken. Dit wordt uitgekeerd aan de aanbieder.
    
    Artikel 9 Ouderbijdrage
    1..
    De aanbieder hanteert voor de ouderbijdrage de Kinderopvangtoeslagtabel van het betreffende jaar, zoals vastgesteld door het Rijk.
    2..
    De aanbieder int zelf de ouderbijdragen en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
    
    Artikel 10 Meldingsplicht ouders
    De ouder moet de aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag onverwijld melden bij de aanbieder. Indien blijkt dat toch recht op kinderopvangtoeslag bestaat en deze wijziging niet is doorgegeven, dan vordert de aanbieder de subsidie terug.
    
    Artikel 11 Subsidieduur
    1..
    De subsidie gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een kindplaats op een VE-peuteropvang bezet. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook, de VE-peuteropvang verlaat.
    2..
    De subsidie VE-peuteropvang wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt. Na de vierde verjaardag van het kind is verlenging slechts mogelijk indien:
    - het kind nog niet naar de basisschool kan en verlenging noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het kind dat blijkt uit een VE-indicatie van de GGD.
    - het om mei, juni kinderen gaat in verband met de instroomleeftijd, hierbij volstaat een verklaring van de aanbieder waarmee de ouder een contract betreffende een peuteropvang heeft, waaruit blijkt dat na de vierde verjaardag ter overbrugging naar het begin van de basisschool nog een bepaalde tijd een VE-peuteropvang wordt afgenomen.
    
    Artikel 12 Aanvraag subsidie
    1..
    De aanbieder maakt voor het aanvragen van subsidie gebruik van het hiervoor bestemde aanvraagformulier, zoals vastgesteld door het college.
    2..
    De subsidie wordt aangevraagd voorafgaand aan het jaar dat de aanvraag betreft.
    3..
    De aanvraag wordt gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal deel te nemen dagdelen VE-peuteropvang en te factureren ouderbijdragen.
    4..
    In aanvulling op de NKS bevat de aanvraag in elk geval:
    - Informatie over het aantal peuters per locatie met als peildatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.
    - Een onderverdeling naar categorieën: wel/geen kinderopvangtoeslag en wel/niet VVE geïndiceerd. Conform artikel 8 lid 4.
    5..
    De subsidie wordt aangevraagd door het bestuur van de VE-peuteropvang, waarmee de ouder een overeenkomst is aangegaan.
    6..
    Een subsidie aanvraag kan alleen worden gedaan door een aanbieder die gevestigd is in de gemeente Nijmegen en voldoet aan de eisen van de Wet Kinderopvang evenals aan het ‘Nijmeegse Kwaliteitskader VVE’.
    7..
    Het college kan de aanvraag weigeren als de levensvatbaarheid van de VE-peuteropvang door het college als onvoldoende wordt beoordeeld.
    
    Artikel 13 Verplichtingen aanbieder VE-peuteropvang
    1..
    De aanbieder rapporteert middels de peutermonitor per kwartaal over de realisatie van het lopend
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.