GeslotenGemeente · Subsidie

Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-B

Gemeente Midden-Groningen

Voor inwoners en hun organisaties in de voormalige gemeente Slochteren die activiteiten uitvoeren ter verbetering van de leefbaarheid.

Ook bekend als Leefbaarheidsfonds 2019-B, Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds, Leefbaarheidsfonds 2019, Nadere regels 2019 Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 2.000
per aanvraag
Percentage
25%
van de kosten
Budget
€ 32k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Incidentele subsidie voor activiteiten die bijdragen aan leefbaarheid en sociale/culturele kwaliteit in de voormalige gemeente Slochteren, alsmede voor plaatsing of vervanging van speeltoestellen. Maximaal €2.000 per activiteit; minimaal 25% eigen bijdrage (zelfwerkzaamheid, eigen financiering of cofinanciering) vereist.

Voor wie is het bedoeld?

Voor inwoners en hun organisaties in de voormalige gemeente Slochteren die activiteiten uitvoeren ter verbetering van de leefbaarheid.

InwonersOrganisaties

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor activiteiten die de sociale en culturele leefkwaliteit verbeteren
  • Financiering voor plaatsing of vervanging van speeltoestellen op openbare speellocaties
  • Ondersteuning van buurt- en wijkinitiatieven gericht op leefbaarheid
  • Subsidie aanvragen voor buurtactiviteiten die leefbaarheid verbeteren
  • Ondersteuning van sociale en culturele initiatieven in de wijk
  • Subsidie aanvragen voor leefbaarheidsprojecten
  • Financiering van welzijnsinitiatieven
  • Ondersteuning van lokale gemeenschapsprojecten
  • Subsidie aanvragen voor leefbaarheidsprojecten in Midden-Groningen
  • Inzicht in beschikbare subsidiebudgetten per periode
  • Inzicht in beschikbare subsidiebedragen per tijdvak

Voorwaarden

  • Activiteit moet bijdragen aan leefbaarheid (sociale en culturele kwaliteit)
  • Minimaal 25% eigen bijdrage via zelfwerkzaamheid (€25/uur), eigen financiering of cofinanciering
  • Aanvraag moet worden ondersteund door minimaal 10 bewoners uit het betreffende gedeelte van de gemeente
  • Activiteit mag niet eerder in hetzelfde kalenderjaar en gedeelte van de gemeente gesubsidieerd zijn
  • Voor speeltoestellen: moet aangetoond zijn dat andere financieringsbronnen (bijv. Jantje Beton) zijn benaderd
  • Gemeentelijke belastingen, leges en kosten voor genotsmiddelen/voedingswaren zijn niet subsidiabel

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een inwoners of organisaties
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Midden-Groningen.

Openstellingen en rondes

Ronde 2024-tijdvak-1Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 26,9k
Verdeling
Wie het eerst komt
Ronde 2024-tijdvak-5Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 44,8k
Verdeling
-
Ronde 2024-tijdvak-3Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 44,8k
Verdeling
-
Ronde 2024-tijdvak-2Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 17,9k
Verdeling
-
Ronde 2024-tijdvak-4Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 26,9k
Verdeling
-
Ronde 2024-tijdvak-6Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 17,9k
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Een activiteit wordt tot en met een bedrag van € 2.000,00 gesubsidieerd.
Nadere regels 2019-B Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds
  • Toon brontekst
    Nadere regels 2019 Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    Besluit vast te stellen de:
    Nadere regels 2019 Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds
    
    Artikel 1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    Op grond van deze regeling kan een incidentele subsidie worden verstrekt:
    a. voor activiteiten die een bijdrage leveren aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid, waaronder verstaan de sociale en culturele leefkwaliteit, van inwoners of hun organisaties op het grondgebied van de voormalige gemeente Slochteren;
    b. voor het plaatsen of het vervangen van een speeltoestel op een openbare speellocatie, voor zover deze activiteiten niet subsidiabel zijn op grond van de Nadere regels Accommodatiefonds.
    
    Artikel 2 Begripsbepalingen
    Onverminderd artikel 1.1 van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    a. de verordening: Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    b. gedeelte van de gemeente: een kern, wijk, buurt, straat of deel van een straat;
    c. leefbaarheid: de kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving van inwoners;
    d. subsidiabel bedrag: het bedrag dat door de aanvrager als tekort in bij de aanvraag behorende begroting wordt aangeduid, verminderd met de kosten die krachtens artikel 8, derde lid van deze nadere regels niet subsidiabel zijn;
    e. zelfwerkzaamheid: de door de aanvrager uit eigener kracht of beweging verrichte activiteiten;
    f. speeltoestel: een permanent geïnstalleerde inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;
    g. speellocatie: een speeltuin of een locatie waar sport en spel ongeorganiseerd kunnen worden beoefend.
    
    Artikel 3 Verdeling van de beschikbare middelen
    1. Van het in de begroting voor deze regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt 15% toegekend aan tijdvak 1 en 10% aan tijdvak 2. Tijdvakken 3 tot en met 6 als bedoeld in het derde lid worden voor het jaar 2019 (nog) niet opengesteld in afwachting van harmonisatie van welzijnssubsidies in de gemeente Midden-Groningen.
    2. Als aan het einde van een tijdvak subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak.
    3. De tijdvakken als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende:
    a. tijdvak 1: 1 januari tot en met 28 februari;
    b. tijdvak 2: 1 maart tot en met 30 april;
    c. tijdvak 3: 1 mei tot en met 30 juni;
    d. tijdvak 4: 1 juli tot en met 31 augustus;
    e. tijdvak 5: 1 september tot en met 31 oktober;
    f. tijdvak 6: 1 november tot en met 31 december.
    4. Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is de datum waarop de activiteit plaatsvindt bepalend.
    5. Subsidieaanvragen worden, aangaande de hoogte van de subsidie, verleend en vastgesteld conform de aanvraag, tenzij het in totaal aangevraagde subsidiebedrag in één tijdvak hoger is dan de beschikbare middelen in het desbetreffende tijdvak als bedoeld in het derde lid. In dat geval vindt toekenning naar rato plaats.
    
    Artikel 4 Indieningstermijn
    In afwijking van artikel 2.1 van de verordening wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten die plaatsvinden in:
    a. tijdvak 1 ingediend vanaf 30 oktober 2018 tot en met 13 november 2018;
    b. tijdvak 2 ingediend vanaf 7 december 2018 tot en met 21 december 2018.
    
    Artikel 5 De aanvraag tot subsidieverlening
    1. Naast hetgeen genoemd in artikel 2.1, vijfde lid van de verordening wordt de aanvraag voorzien van:
    a. de hoogte van het te vragen subsidiebedrag;
    b. een omschrijving waaruit het doel en de noodzaak van de activiteit blijkt in relatie tot de doel van deze regeling zoals verwoord in artikel 1 van deze nadere regels;
    c. een motivering in hoeverre de aanvraag wordt ondersteund door meerdere bewoners in het gedeelte van de gemeente waarop de activiteit betrekking heeft.
    2. De aanvrager verschaft bij de aanvraag inzicht in de mate van zelfwerkzaamheid, de eigen financiële bijdrage of cofinanciering bij de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
    3. De aanvrager verschaft in het geval van een aanvraag om een bijdrage voor het plaatsen of vervangen van een speeltoestel gegevens waaruit blijkt dat geprobeerd is via andere financieringsbronnen, bijvoorbeeld Jantje Beton, (een gedeelte van) de benodigde middelen te verkrijgen.
    
    Artikel 6 Voorwaarden voor subsidieverlening
    Het college is bevoegd ten laste van het fonds op aanvraag subsidie te verlenen indien:
    a. de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de doelstelling van deze regeling als verwoord in artikel 1 van deze nadere regels;
    b. de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college doelmatig en noodzakelijk is ten behoeve van leefbaarheid;
    c. de activiteit voor ten minste 25% wordt gefinancierd door zelfwerkzaamheid (waarbij een uurtarief van € 25,00 wordt gehanteerd), een eigen financiële bijdrage of cofinanciering, of een combinatie van deze;
    d. de aanvraag wordt gesteund door ten minste tien bewoners in dat gedeelte van de gemeente waar de aanvraag betrekking op heeft.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 3.3 van de verordening wordt de subsidie geweigerd indien:
    a. de aanvraag niet is ingediend binnen de indieningstermijnen als bedoeld in artikel 4;
    b. de aanvraag niet voldoet aan een of meerdere voorwaarden als genoemd in artikel 6;
    c. de aanvraag ziet op een activiteit waarvoor reeds in hetzelfde kalenderjaar en in hetzelfde gedeelte van de gemeente een subsidie is verleend.
    
    Artikel 8 Hoogte subsidie
    1. Een activiteit wordt tot en met een bedrag van € 2.000,00 gesubsidieerd.
    2. De subsidie is niet hoger dan het door de aanvrager aangevraagde subsidiebedrag.
    3. Door de gemeente Slochteren opgelegde belastingen of leges en kosten voor genotsmiddelen en voedingswaren zijn niet subsidiabel.
    4. De zelfwerkzaamheid, eigen financiële bijdrage en cofinanciering als bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel c wordt berekend over het subsidiabele bedrag.
    
    Artikel 9 Toelichting, citeertitel, inwerkingtreding en overgangsbepaling
    1. De Toelichting bij artikel 3, vijfde lid, Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019 maakt integraal onderdeel uit van deze nadere regels.
    2. Deze nadere regels worden aangehaald als Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019.
    3. Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking en per die datum worden de Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2018 ingetrokken.
    4. De Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2018 blijven van toepassing voor subsidieaanvragen voor activiteiten die in 2018 plaatsvinden.
    Aldus vastgesteld op 23 oktober 2018.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris
    
    Toelichting bij artikel 3, vijfde lid, Nadere regels leefbaarheidsfonds
    Met ingang van het jaar 2016 wordt een subsidie voor het leefbaarheidsfonds niet meer toegekend volgens het systeem ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. In plaats daarvan wordt een subsidie toegekend aan iedere aanvrager die tijdig een aanvraag in heeft gediend en aan de voorwaarden voldoet. Per tijdvak is een bedrag beschikbaar (artikel 3, eerste lid). Als blijkt dat het totaalbedrag aan aangevraagde subsidies hoger is dan de beschikbare middelen, worden de beschikbare middelen naar rato verdeeld over de aanvragers. Iedere aanvrager ontvangt een bedrag dat overeenkomt met het aandeel van zijn aanvraag binnen het totaal van aanvragen tijdens het desbetreffende tijdvak. Hieronder staat een voorbeeld:
    Aanvrager A vraagt € 1.500,- aan, aanvrager B € 2.000,-, aanvrager C € 2.000,-, aanvrager D € 1.000,- en aanvrager E € 500,-. Het totaalbedrag aan aanvragen bedraagt € 7.000,-. Er is echter € 6.000,- aan middelen beschikbaar. Het subsidiebedrag dat aanvrager A aanvraagt, is 21,43% van het totaalbedrag. Aanvragers B en C vragen beide 28,57% van het totaalbedrag aan, aanvrager D 14,29% en aanvrager E 7,14%. Aanvrager A krijgt een subsidie toegekend van 21,43% van € 6.000,-. Dit is € 1.285,80. Aanvragers B en C krijgen € 1.714,20 toegekend, aanvrager D € 857,40 en aanvrager E € 428,40. In tabel 1 staat deze uitleg schematisch weergegeven.
    Tabel 1: voorbeeld van een verdeling naar rato als het aangevraagde subsidiebedrag de beschikbare middelen overschrijdt
    Aangevraagd subsidiebedrag | Percentage van aangevraagd subsidiebedrag | Verdeling van beschikbare middelen naar rato
    Aanvrager A | € 1.500,- | 21,43% | € 1.285,80 (21,43% van € 6.000,-)
    Aanvrager B | € 2.000,- | 28,57% | € 1.714,20 (28,57% van € 6.000,-)
    Aanvrager C | € 2.000,- | 28,57% | € 1.714,20 (28,57% van € 6.000,-)
    Aanvrager D | € 1.000,- | 14,29% | € 857,40 (14,29% van € 6.000,-)
    Aanvrager E | € 500,- | 7,14% | € 428,40 (7,14% van € 6.000,-)
    Totaal | € 7.000,- | 100% | € 6.000,-
  • Toon brontekst
    Nadere regels 2019-B Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    Besluit vast te stellen de:
    Nadere regels 2019-B Subsidieverordening Welzijn: leefbaarheidsfonds
    
    Artikel 1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    Op grond van deze regeling kan een incidentele subsidie worden verstrekt:
    a. voor activiteiten die een bijdrage leveren aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid, waaronder verstaan de sociale en culturele leefkwaliteit, van inwoners of hun organisaties op het grondgebied van de voormalige gemeente Slochteren;en
    b. voor het plaatsen of het vervangen van een speeltoestel op een openbare speellocatie in de voormalige gemeente Slochteren, voor zover deze activiteiten niet subsidiabel zijn op grond van de Nadere regels Accommodatiefonds.
    
    Artikel 2 Begripsbepalingen
    Onverminderd artikel 1.1 van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    - de verordening: Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    - gedeelte van de gemeente: een kern, wijk, buurt, straat of deel van een straat in de voormalige gemeente Slochteren;
    c. leefbaarheid: de kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving van inwoners;
    d. subsidiabel bedrag: het bedrag dat door de aanvrager als tekort in bij de aanvraag behorende begroting wordt aangeduid, verminderd met de kosten die krachtens artikel 8, derde lid van deze nadere regels niet subsidiabel zijn;
    e. zelfwerkzaamheid: de door de aanvrager uit eigener kracht of beweging verrichte activiteiten;
    f. speeltoestel: een permanent geïnstalleerde inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;
    g. speellocatie: een speeltuin of een locatie waar sport en spel ongeorganiseerd kunnen worden beoefend.
    
    Artikel 3 Verdeling van de beschikbare middelen
    1. Van het in de begroting voor deze Regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt 25% toegekend aan tijdvak 5 en 10 % aan tijdvak 6.
    2. Als aan het einde van een tijdvak subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak.
    3. De tijdvakken als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende:
    a. tijdvak 5: 1 september tot en met 31 oktober;
    b. tijdvak 6: 1 november tot en met 31 december.
    4. Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is de datum waarop de activiteit plaatsvindt bepalend.
    5. Subsidieaanvragen worden, aangaande de hoogte van de subsidie, vastgesteld conform de aanvraag, tenzij het in totaal aangevraagde subsidiebedrag in één tijdvak hoger is dan de beschikbare middelen in het desbetreffende tijdvak als bedoeld in het derde lid. In dat geval vindt toekenning naar rato plaats.
    
    Artikel 4 Indieningstermijn
    In afwijking van artikel 2.1 van de verordening wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten die plaatsvinden in:
    - tijdvak 5 ingediend vanaf 24 juni 2019 tot en met 8 juli 2019;
    - tijdvak 6 ingediend vanaf 23 augustus 2019 tot en met 6 september 2019.
    
    Artikel 5 De aanvraag tot subsidieverlening
    1. Naast hetgeen genoemd in artikel 2.1, vijfde lid van de verordening wordt de aanvraag voorzien van:
    a. de hoogte van het te vragen subsidiebedrag;
    b. een omschrijving waaruit het doel en de noodzaak van de activiteit blijkt in relatie tot de doel van deze regeling zoals verwoord in artikel 1 van deze nadere regels; en
    c. een motivering in hoeverre de aanvraag wordt ondersteund door meerdere bewoners in het gedeelte van de gemeente waarop de activiteit betrekking heeft.
    2. De aanvrager verschaft bij de aanvraag inzicht in de mate van zelfwerkzaamheid, de eigen financiële bijdrage of cofinanciering bij de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
    3. De aanvrager verschaft in het geval van een aanvraag om een bijdrage voor het plaatsen of vervangen van een speeltoestel gegevens waaruit blijkt dat geprobeerd is via andere financieringsbronnen, bijvoorbeeld Jantje Beton, (een gedeelte van) de benodigde middelen te verkrijgen.
    
    Artikel 6 Voorwaarden voor subsidieverlening
    Het college is bevoegd ten laste van het fonds op aanvraag subsidie te verstrekken indien:
    - de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de doelstelling van deze regeling als verwoord in artikel 1 van deze nadere regels;
    - de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college doelmatig en noodzakelijk is ten behoeve van leefbaarheid;
    - de activiteit voor ten minste 25% wordt gefinancierd door zelfwerkzaamheid (waarbij een uurtarief van € 25,00 wordt gehanteerd), een eigen financiële bijdrage of cofinanciering, of een combinatie van deze; en
    - de aanvraag wordt gesteund door ten minste tien bewoners in dat gedeelte van de gemeente waar de aanvraag betrekking op heeft.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    Onverminderd het bepaalde in artikel 3.3 van de verordening wordt de subsidie geweigerd indien:
    a. de aanvraag niet is ingediend binnen de indieningstermijnen als bedoeld in artikel 4;
    b. de aanvraag niet voldoet aan een of meerdere voorwaarden als genoemd in artikel 6; of
    c. de aanvraag ziet op een activiteit waarvoor reeds in hetzelfde kalenderjaar en in hetzelfde gedeelte van de gemeente een subsidie is verstrekt.
    
    Artikel 8 Hoogte subsidie
    1. Een activiteit wordt tot en met een bedrag van € 2.000,00 gesubsidieerd.
    2. De subsidie is niet hoger dan het door de aanvrager aangevraagde subsidiebedrag.
    3. Door de gemeente Midden-Groningen opgelegde belastingen of leges en kosten voor genotsmiddelen en voedingswaren zijn niet subsidiabel.
    4. De zelfwerkzaamheid, eigen financiële bijdrage en cofinanciering als bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel c wordt berekend over het subsidiabele bedrag.
    
    Artikel 9 Toelichting, citeertitel, inwerkingtreding en overgangsbepaling
    1. De Toelichting bij artikel 3, vijfde lid, Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-B maakt integraal onderdeel uit van deze nadere regels.
    2. Deze nadere regels worden aangehaald als Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-B.
    3. Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking en per die datum worden de Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-A ingetrokken.
    4. De Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019 blijven van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in de periode 1 januari 2019 tot en met 30 april 2019 plaatsvonden en de Nadere regels Leefbaarheidsfonds 2019-A blijven van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in de periodes 1 mei 2019 tot en met 31 augustus 2019 plaatsvinden.
    Aldus vastgesteld op 18 juni 2019.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris
    
    Toelichting bij artikel 3, vijfde lid, Nadere regels leefbaarheidsfonds
    Met ingang van het jaar 2016 wordt een subsidie voor het leefbaarheidsfonds niet meer toegekend volgens het systeem ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. In plaats daarvan wordt een subsidie toegekend aan iedere aanvrager die tijdig een aanvraag in heeft gediend en aan de voorwaarden voldoet. Per tijdvak is een bedrag beschikbaar (artikel 3, eerste lid). Als blijkt dat het totaalbedrag aan aangevraagde subsidies hoger is dan de beschikbare middelen, worden de beschikbare middelen naar rato verdeeld over de aanvragers. Iedere aanvrager ontvangt een bedrag dat overeenkomt met het aandeel van zijn aanvraag binnen het totaal van aanvragen tijdens het desbetreffende tijdvak. Hieronder staat een voorbeeld:
    Aanvrager A vraagt € 1.500,- aan, aanvrager B € 2.000,-, aanvrager C € 2.000,-, aanvrager D € 1.000,- en aanvrager E € 500,-. Het totaalbedrag aan aanvragen bedraagt € 7.000,-. Er is echter € 6.000,- aan middelen beschikbaar. Het subsidiebedrag dat aanvrager A aanvraagt, is 21,43% van het totaalbedrag. Aanvragers B en C vragen beide 28,57% van het totaalbedrag aan, aanvrager D 14,29% en aanvrager E 7,14%. Aanvrager A krijgt een subsidie toegekend van 21,43% van € 6.000,-. Dit is € 1.285,80. Aanvragers B en C krijgen € 1.714,20 toegekend, aanvrager D € 857,40 en aanvrager E € 428,40. In tabel 1 staat deze uitleg schematisch weergegeven.
    Tabel 1: voorbeeld van een verdeling naar rato als het aangevraagde subsidiebedrag de beschikbare middelen overschrijdt
    Aangevraagd subsidiebedrag | Percentage van aangevraagd subsidiebedrag | Verdeling van beschikbare middelen naar rato
    Aanvrager A | € 1.500,- | 21,43% | € 1.285,80 (21,43% van € 6.000,-)
    Aanvrager B | € 2.000,- | 28,57% | € 1.714,20 (28,57% van € 6.000,-)
    Aanvrager C | € 2.000,- | 28,57% | € 1.714,20 (28,57% van € 6.000,-)
    Aanvrager D | € 1.000,- | 14,29% | € 857,40 (14,29% van € 6.000,-)
    Aanvrager E | € 500,- | 7,14% | € 428,40 (7,14% van € 6.000,-)
    Totaal | € 7.000,- | 100% | € 6.000,-
  • Toon brontekst
    Subsidieplafond leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikelen 4:22 en 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Midden-Groningen 2019;
    besluit het Subsidieplafond leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024 vast te stellen.
    
    Artikel 1 Beschikbare bedrag
    - Het subsidieplafond leefbaarheidsfonds voor 2024 wordt als volgt vastgesteld:€ 26.850 voor tijdvak 1 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel a van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024;€ 17.900 voor tijdvak 2 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel b van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024;€ 44.750 voor tijdvak 3 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel c van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024;€ 26.850 voor tijdvak 4 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel d van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024;€ 44.750 voor tijdvak 5 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel e van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024;€ 17.900 voor tijdvak 6 als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onderdeel f van de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024.
    - Als aan het einde van een tijdvak het subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak, met uitzondering van de middelen die resteren na tijdvak 6.
    
    Artikel 2 Wijze van verdeling
    - Als het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, wordt – in het geval een of meerdere aanvragers meerdere subsidieverzoeken heeft ingediend – alleen het subsidieverzoek met het hoogste subsidiabele bedrag per aanvrager toegekend. Mochten er vervolgens middelen resteren, dan worden deze naar rato verdeeld over de subsidiabele subsidieverzoeken van aanvragers die meerdere aanvragen hebben ingediend.
    - Als na toepassing van het eerste lid het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, vindt toekenning van subsidie naar rato plaats.
    
    Artikel 3 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieplafond leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024.
    Aldus vastgesteld op 31 oktober 2023.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris
    
    Bezwaar
    Als u het niet eens bent met dit besluit en u bent belanghebbende, dan kunt u bezwaar maken. Dit doet u door per brief of fax –dus niet per e-mail- een gemotiveerd bezwaarschrift te sturen aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.
    Uw bezwaarschrift dient aan een paar eisen te voldoen, anders kan het bestuursorgaan besluiten uw bezwaar niet in behandeling te nemen. U moet uw bezwaarschrift ondertekenen en u vermeldt in ieder geval:
    - Uw naam en adres
    - De datum van het bezwaarschrift
    - Een omschrijving van het besluit waartegen uw bezwaar is gericht
    - De gronden (motivering) van uw bezwaar
    Uw bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van het besluit door het bestuursorgaan zijn ingediend. Stuur zo mogelijk een kopie van het besluit mee.
    U kunt uw bezwaarschrift verzenden naar: de gemeente Midden-Groningen, Postbus 75, 9600 AB Hoogezand.
    Voorlopige voorziening
    Een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit waartegen u bezwaar maakt nog steeds geldig is en ook in werking treedt. Wanneer sprake is van grote spoed, bijvoorbeeld omdat uw belangen worden geschaad door de inwerkingtreding van het besluit, dan kunt u de rechtbank vragen een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bekijkt of een voorlopige tussenoplossing noodzakelijk is.
    U kunt een voorlopige voorziening aanvragen door een verzoekschrift te sturen aan de rechtbank Noord-Nederland, afdeling bestuursrecht, Postbus 150,9700 AD Groningen.
  • Toon brontekst
    Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019-A
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 4:22 en 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4 van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    Besluit het Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 3 en 4 vast te stellen.
    
    Artikel 1 Verdeling subsidiebedrag
    Het subsidieplafond Leefbaarheidsfonds voor tijdvakken 3 en 4 van 2019 wordt als volgt vastgesteld:
    Fonds | Bedrag
    Leefbaarheidsfonds
    tijdvak 3: 1mei 2019 tot en met 30 juni 2019 | € 20.000,-
    tijdvak 4: 1 juli 2019 tot en met 31 augustus 2019 | € 12.000,-
    
    Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel
    - Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
    - Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 3 en 4.
    Aldus vastgesteld op 19 februari 2019.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris
  • Toon brontekst
    Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2024-A
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Midden-Groningen 2019;
    Besluit de Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds gemeente Midden-Groningen 2024-A vast te stellen.
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - aanvrager: een individu, groep of organisatie als bedoeld in artikel 4;
    - ASV: de Algemene subsidieverordening Midden-Groningen 2019;
    - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    - duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die tijdens het verbruik niet onmiddellijk verloren gaan en voor meerdere activiteiten kunnen worden ingezet;
    - leefbaarheid: de sociale en culturele leefkwaliteit binnen de gemeente Midden-Groningen op het gebied van zorg, sport en beweging, cultuur en verenigingsleven.
    - subsidieplafond: het plafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht.
    
    Artikel 2 Toepassingsbereik
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 3 Activiteiten
    - Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor concrete activiteiten die een bijdrage leveren aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid. Onder leefbaarheid wordt verstaan de sociale en culturele leefkwaliteit van inwoners of hun organisaties en het bevorderen van het meedoen van kwetsbare inwoners aan de samenleving in de gemeente Midden-Groningen.
    - Subsidiabele activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden gecategoriseerd in:kleine, informele activiteiten die primair zijn gericht op bewoners van 1 of hooguit enkele straten. Een pleinfeest, buurtbarbecue, buurtfeest, burendag of gelijksoortige activiteiten behoren tot deze categorie;activiteiten die primair zijn gericht op enkele straten of 1 buurt, maar niet gericht op een volledige wijk of volledig dorp. Activiteiten van buurtverenigingen behoren tot deze categorie;activiteiten die primair gericht zijn op 1 wijk of dorp en eventueel de aangrenzende dorpen of wijken. Activiteiten die worden georganiseerd door of plaatsvinden in een jeugdhonk, dorpshuis of wijkcentrum behoren tot deze categorie, tenzij de aanvrager aannemelijk maakt dat de activiteit een activiteit is als bedoeld in onderdeel d. Activiteiten van gezelligheids-, sport- en muziekverenigingen en vergelijkbare verenigingen behoren tot deze categorie tenzij de aanvrager aannemelijk maakt dat de activiteit een activiteit is als bedoeld in onderdeel d. Activiteiten die naar hun aard in vele dorpen of wijken worden georganiseerd, behoren tot deze categorie. Voorbeelden hiervan zijn dorpsfeesten, sinterklaasintochten, carnavalsvieringen, kerstactiviteiten en nieuwjaarsvieringen;activiteiten die zijn gericht op meer dan 1 wijk of dorp en de aangrenzende dorpen of wijken. Hiermee wordt eveneens activiteiten met een bovengemeentelijke uitstraling bedoeld. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn jaarmarkten, festivals en sporttoernooien en -activiteiten die door meerdere sportverenigingen worden georganiseerd en/of aantoonbaar in ruime mate deelnemers trekken van verschillende dorpen en wijken en/of plaatsen buiten de gemeente Midden-Groningen. Activiteiten die een bijdrage leveren aan de emancipatie en/of deelname aan de samenleving van minderheidsgroeperingen die niet enkel gericht zijn op 1 dorp of wijk met de aangrenzende dorpen of wijken, behoren eveneens onder deze categorie.
    - In afwijking van het eerste lid is subsidie mogelijk voor het uitgeven van publicaties. Dit betreft jubileumpublicaties van organisaties gevestigd in de gemeente Midden-Groningen, publicaties met verhalen en/of gedichten van inwoners van de gemeente Midden-Groningen en publicaties die primair handelen over de gemeente Midden-Groningen.
    - Activiteiten als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, zijn toegankelijk voor alle bewoners van de straat of hooguit enkele straten, respectievelijk de buurt waarvoor de activiteit wordt georganiseerd.
    - Activiteiten als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c zijn toegankelijk voor alle leden van de organiserende vereniging dan wel alle inwoners van het dorp of de wijk waarvoor de activiteit wordt georganiseerd.
    - Activiteiten als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel d zijn toegankelijk voor alle geïnteresseerden.
    - Het is toegestaan om voor deelname aan een activiteit bij deelnemers een vergoeding in rekening te brengen.
    
    Artikel 4 Doelgroep
    De doelgroep bestaat uit individuen, groepen en organisaties die een activiteit als bedoeld in artikel 3 organiseren op het grondgebied van de gemeente Midden-Groningen. Het is hierbij niet van belang of deze individuen, groepen en organisaties in de gemeente Midden-Groningen zijn gevestigd.
    
    Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
    - Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
    - Oprichtingskosten en instandhoudingskosten voor organisaties komen voor subsidie in aanmerking onder de volgende voorwaarden:oprichtingskosten komen slechts eenmalig voor subsidie in aanmerking en de organisatie waarop deze kosten betrekking heeft is voornemens om activiteiten te organiseren als bedoeld in artikel 3, eerste lid;de instandhoudingskosten kunnen redelijkerwijs worden toegerekend aan de activiteit waarvoor subsidie is gevraagd.
    - Duurzame gebruiksgoederen worden enkel gesubsidieerd als de aanvrager aannemelijk maakt dat hij deze voor toekomstige activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid zal gebruiken.
    - De volgende kosten zijn niet subsidiabel:kosten voor genotsmiddelen, waaronder eveneens alcoholhoudende dranken worden verstaan, en:ureninzet van personen die betrokken zijn bij de organisatie van de activiteit.
    - Kosten voor eten en niet-alcoholhoudende dranken zijn niet subsidiabel, met uitzondering van:kosten voor koffie en thee;kosten voor eten en niet-alcoholhoudende dranken voor activiteiten waarbij eten en/of niet-alcoholhoudende dranken centraal staan en een bijdrage wordt geleverd aan de leefbaarheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid. Een voorbeeld is het uitdelen van soep om gesprekken en ontmoetingen te faciliteren. Kosten voor eten en drinken voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, waaronder buurtbarbecues, zijn niet subsidiabel. Kosten voor eten en drinken voor organisatoren, gasten en bezoekers van activiteiten die niet vallen onder de eerste volzin van dit onderdeel, zijn niet subsidiabel.
    - Niet-gespecificeerde kosten en kosten voor aandenkens aan de activiteit of prijzen voor deelnemers komen beperkt in aanmerking voor subsidie. Met niet-gespecificeerde kosten wordt bedoeld de post onvoorzien, de post diversen of een vergelijkbare kostenpost. De subsidie voor deze kostenposten wordt als volgt gemaximeerd:de subsidie voor aandenkens aan de activiteit of prijzen voor deelnemers bedraagt maximaal 10% van het totaal van de overige subsidiabele kosten. In de berekening worden eventuele niet-gespecificeerde kosten niet meegenomen;de subsidie voor niet-gespecificeerde kosten bedraagt maximaal 5% van het totaal van de overige subsidiabele kosten. In de berekening worden eventuele kosten voor aandenkens aan de activiteit of prijzen voor deelnemers niet meegenomen.
    
    Artikel 6 Hoogte van de subsidie
    - Een subsidie bedraagt maximaal:€ 100 voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a;€ 500 voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b;€ 1.000 voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c;€ 2.000 voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel d;€ 500 voor het uitgeven van een publicatie als bedoeld in artikel 3, derde lid.
    - Als het tekort op de begroting voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid lager is dan het betreffende maximum als bedoeld in het eerste lid, bedraagt de subsidie het lagere bedrag.
    - Een aanvrager kan meerdere keren een subsidie ontvangen voor verschillende activiteiten.
    De maximale jaarlijkse subsidieverlening per aanvrager is € 4.000.
    
    Artikel 7 Wijze van verdeling
    - Van het in de begroting voor deze regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt € 5.000 toegekend aan deelbudget 2 als bedoeld in het derde lid. De resterende middelen worden beschikbaar gesteld voor deelbudget 1 als bedoeld in het tweede lid.
    - Deelbudget 1, waaronder de andere subsidieaanvragen voor activiteiten leefbaarheid vallen dan die bedoeld in het derde lid, wordt voor 15% toegekend aan tijdvak 1, 10% aan tijdvak 2, 25% aan tijdvak 3, 15% aan tijdvak 4, 25% aan tijdvak 5 en 10% aan tijdvak 6.
    - Deelbudget 2 wordt toegekend aan het gehele kalenderjaar en daaronder vallen de aanvragen als bedoeld in artikel 9, derde en vierde lid. Voor dit deelbudget geldt het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’.
    - Als aan het einde van een tijdvak het subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag uit deelbudget 1 toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak, met uitzondering van de middelen die resteren na tijdvak 6.
    - De tijdvakken als bedoeld in het vierde lid zijn de volgende:tijdvak 1: 1 januari tot en met 28 februari, of in het geval van een schrikkeljaar, 29 februari;tijdvak 2: 1 maart tot en met 30 april;tijdvak 3: 1 mei tot en met 30 juni;tijdvak 4: 1 juli tot en met 31 augustus;tijdvak 5: 1 september tot en met 31 oktober;tijdvak 6: 1 november tot en met 31 december.
    - Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is de datum waarop de activiteit plaatsvindt bepalend.
    - Als het geheel van de subsidiabele kosten uit deelbudget 1 tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, wordt – in het geval een of meerdere aanvragers meerdere subsidieverzoeken heeft ingediend – alleen het subsidieverzoek met het hoogste subsidiabele bedrag per aanvrager toegekend. Mochten er vervolgens middelen resteren, dan worden deze naar rato verdeeld over de subsidiabele subsidieverzoeken van aanvragers die meerdere aanvragen hebben ingediend.
    - Als na toepassing van het zevende lid het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, vindt toekenning van subsidie naar rato plaats.
    
    Artikel 8 Aanvraag
    - Een aanvraag geschiedt met een voor het leefbaarheidsfonds vastgesteld aanvraagformulier.
    - Artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdelen d en e en artikel 6, derde lid van de ASV zijn niet van toepassing op deze regeling.
    - In afwijking van artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel c van de ASV verstrekt de aanvrager een eenvoudig kosten- en batenoverzicht van de activiteit waaruit het tekort op de begroting blijkt.
    - Naast hetgeen genoemd in artikel 6 van de ASV en het derde lid van dit artikel wordt de aanvraag voorzien van:de hoogte van het te vragen subsidiebedrag;een omschrijving waaruit het doel en de noodzaak van de activiteit blijkt in relatie tot het doel van deze Nadere regels zoals verwoord in artikel 3, eerste lid.
    
    Artikel 9 Aanvraagtermijn
    - In afwijking van artikel 7, derde lid van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor activiteiten ten laste van deelbudget 1:op zijn vroegst ingediend op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, en:uiterlijk 8 weken voor de start van het tijdvak als bedoeld in artikel 7, vijfde lid ingediend.
    - In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag om subsidie ten laste van deelbudget 1 voor activiteiten die plaatsvinden in 2024 in:tijdvak 1 ingediend vanaf 1 november 2023 tot en met 15 november 2023;tijdvak 2 ingediend vanaf 18 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019-B
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 4:22 en 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4 van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    Besluit het Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 5 en 6 vast te stellen.
    
    Artikel 1 Verdeling subsidiebedrag
    Het subsidieplafond Leefbaarheidsfonds voor tijdvakken 5 en 6 van 2019 wordt als volgt vastgesteld:
    Fonds | Bedrag
    Leefbaarheidsfonds
    tijdvak 5: 1september 2019 tot en met 31oktober 2019 | € 20.000,-
    tijdvak 6: 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 | € 8.000,-
    
    Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel
    - Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
    - Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 5 en 6.
    Aldus vastgesteld op 18 juni 2019.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris
  • Toon brontekst
    Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
    gelet op artikel 4:22 en 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4 van de Subsidieverordening Welzijn gemeente Slochteren;
    Besluit het Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 1 en 2 vast te stellen.
    
    Artikel 1 Verdeling subsidiebedrag
    Het subsidieplafond Leefbaarheidsfonds voor de eerste 2 tijdvakken in 2019 wordt als volgt vastgesteld:
    Fonds | Bedrag
    Leefbaarheidsfonds
    tijdvak 1: 1 januari 2019 tot en met 28 februari 2019 | € 12.000,-
    tijdvak 2: 1 maart 2019 tot en met 30 april 2019 | € 8.000,-
    
    Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel
    1. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
    2. Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieplafond Leefbaarheidsfonds 2019 tijdvakken 1 en 2.
    Aldus vastgesteld op 23 oktober 2018.
    Burgemeester
    Gemeentesecretaris

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.