GeslotenGemeente · Subsidie

Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2020-2021

Gemeente Midden-Delfland

Voor grondgebonden landbouwbedrijven (veeteelt voor koeien, schapen, geiten en paardenhouderijen) in Midden-Delfland die bovenwettelijke maatregelen treffen tegen erfafspoeling.

Ook bekend als Verordening erfafspoeling 2020-2021

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 10k
per aanvraag
Percentage
60%
van de kosten

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor agrarische bedrijven in Midden-Delfland voor bovenwettelijke maatregelen ter beperking van erfafspoeling. Maximaal €10.000 per bedrijf (40% van kosten). Regeling vervalt op 1 juni 2021.

Voor wie is het bedoeld?

Voor grondgebonden landbouwbedrijven (veeteelt voor koeien, schapen, geiten en paardenhouderijen) in Midden-Delfland die bovenwettelijke maatregelen treffen tegen erfafspoeling.

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor maatregelen tegen erfafspoeling op het boerenerf
  • Financiering van investeringen in waterkwaliteit op agrarische bedrijven
  • Steun voor bovenwettelijke milieumaatregelen in de landbouw

Voorwaarden

  • Aanvrager moet bedrijfsmatige agrarisch ondernemer zijn
  • Werkzaamheden mogen niet zijn gestart voordat op aanvraag is beslist
  • Maatregelen moeten bovenwettelijk zijn
  • Geen vervangingsinvesteringen
  • Geen ondernemingen in moeilijkheden
  • Verzoek tot vaststelling moet uiterlijk één jaar na toekenning worden ingediend
  • Subsidie moet in overeenstemming zijn met EU-verordening 702/2014

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwbedrijf
Uw sector/SBI valt onder: 0111, 0112, 0113, 0121, 0122
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Midden-Delfland.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De maximale toe te kennen en uit te betalen subsidie op basis van deze verordening per agrarisch bedrijf is € 10.000,-.
Verordening van het college van burgemeester en wethouders houdende regels omtrent de gevolgen van erfafspoeling (Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2020-2021)
  • Toon brontekst
    Verordening van het college van burgemeester en wethouders houdende regels omtrent de gevolgen van erfafspoeling (Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2020-2021)
    Burgemeester en wethouders van Midden-Delfland:
    Overwegende dat:
    het Hoogheemraadschap van Delfland met andere overheden, zoals binnen de Bestuurlijke Watertafel, samenwerkt om de waterkwaliteit in haar werkingsgebied te verhogen;
    de kwaliteit van water één van de basisvoorwaarden is om de gebiedskwaliteit in groene landschappen te vergroten;
    de grondgebonden landbouw in Midden-Delfland, de economisch en landschappelijk gezien belangrijkste drager van het gebied, gebaat is bij schoon en kwalitatief goed water;
    het Hoogheemraadschap, de gemeente Midden-Delfland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp zich gezamenlijk willen inzetten om agrarische bedrijven te stimuleren voor 2030 te voldoen aan de verwachte nieuwe zwaardere milieuvoorschriften;
    de samenwerkende overheden dit willen stimuleren door subsidie beschikbaar te stellen voor het treffen van bovenwettelijke maatregelen;
    de samenwerkende overheden zich gezamenlijk richten op afspoeling van afvalstoffen van het boerenerf naar het oppervlakte- en grondwater;
    LTO Nederland in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) aangeeft samen te werken met overheden voor het realiseren van belangrijke wateropgaven;
    het project beperken van erfafspoelwater aansluit op de uitgangspunten van het DAW;
    op 23 juni 2006 het Convenant IODS en op 2 september 2010 de bestuursovereenkomst IODS door diverse partijen, waaronder het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Midden-Delfland, zijn ondertekend;
    in de bestuursovereenkomst is vastgelegd dat de gemeente Midden-Delfland bestuurlijk verantwoordelijk is voor de realisatie van ‘Kwaliteitsproject 4: Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’;
    de gemeente Midden-Delfland voor het werkingsgebied van Landschapsontwikkelingsperspectief Midden-Delfland®2025 de gebiedskwaliteit wil vergroten door actief bij te dragen aan maatregelen die zorgen voor een duurzame verbetering van de waterkwaliteit;
    het beperken van erfafspoelwater het natuurlijke milieu van landbouwbedrijven verbetert zoals bedoeld in artikel 14, lid 3 sub b. van de Landbouwvrijstellingsverordening;
    dat laatstelijk met de Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2018-2019 het treffen van bovenwettelijke maatregelen is bevorderd om afspoeling van afvalstoffen van het boerenerf te verminderen;
    dat laatst genoemde regeling een positief resultaat heeft opgeleverd en het beschikbare subsidiebudget nog niet geheel is uitgegeven;
    dat in verband met de positieve milieueffecten en de stimulerende werking van de Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2018-2019 wenselijk is het daarvoor bestemde budget in te zetten voor het verder stimuleren van maatregelen op het boerenerf en daarom is besloten de werkingsduur te verlengen van die verordening door het vaststellen van deze gelijkluidende Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2020-2021.
    B E S L U I T :
    Vast te stellen de Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2020-2021
    
    Paragraaf 1 Inleiding en algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    Deze verordening verstaat onder:
    - Erfafspoeling: het in oppervlaktewater of bodem terecht komen van hemelwater dat is verontreinigd met voer(resten), mest(resten), mestvocht en perssappen, organisch materiaal en andere schadelijke stoffen van het erf van landbouwbedrijven als gevolg van opslag van materialen en werkzaamheden bij de agrarische opstallen;
    - Erfscan: een plan dat beschrijft welke bovenwettelijke maatregelen een agrarisch ondernemer kan verrichten om de algehele prestaties en duurzaamheid van het bedrijf te vergroten, welke maatregelen gericht zijn op de verbetering van het natuurlijk milieu, de hygiëneomstandigheden of het dierenwelzijn;
    - Perssap: vloeistof die na het inkuilen uit het ingekuilde product vrijkomt;
    - Percolaat(water): regenwater dat op het erf of in de voeropslag in contact met voer(resten) en mest(resten);
    - Mestvocht: vloeistof dat uit de opgeslagen vaste mest en vanaf het koepad vrijkomt;
    - Koepad: dat gedeelte van de route dat is gelegen op het erf van het landbouwbedrijf en dat de koe dagelijks gebruikt om zich te verplaatsen van de wei naar de stal;
    - Agrarisch ondernemer: een ondernemer waar zijn hoofdactiviteit bestaat uit grondgebonden veeteelt voor koeien, schapen en geiten en paardenhouderijen;
    - Landbouwvrijstellingsverordening: verordening (EU) 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (LVV), zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 1 juli 2014 (L193/1);
    - Onderneming in moeilijkheden: de onderneming als bedoeld in artikel 2, onder 18 van de Verordening (EU), nr. 651/2014 van de Europese Commissie;
    - College: het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland.
    
    Artikel 2 Doelstelling
    De subsidie op basis van deze verordening is gericht op :
    - het stimuleren van agrarische ondernemers om bovenwettelijke maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren en daarmee bijdragen aan betere kwaliteit van water voor het vergroten van de mogelijkheden gericht op het versterken van de biodiversiteit;
    - een verbetering van de algehele milieu- en hygiëneomstandigheden bij te dragen aan de versterking van de kwaliteit van het landschap binnen het werkingsgebied van deze verordening.
    
    Paragraaf 2 Procedurele bepalingen
    
    Artikel 3 Werkingsgebied verordening
    Voor de toepassing van deze verordening geldt als werkingsgebied het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland.
    
    Artikel 4 Subsidieplafond
    1..
    Voor de uitvoering van deze verordening stelt het college een subsidieplafond vast.
    2..
    Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen met betrekking tot de verdeling die dag geldt als datum van ontvangst.
    3..
    Het college zorgt voor publicatie van het subsidieplafond en de wijze waarop het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld.
    4..
    Het college kan met één of meerdere tranches het subsidieplafond verhogen. Aanvragen om subsidie die zijn afgewezen op basis van overschrijding van het subsidieplafond worden bij een nieuwe tranche op volgorde van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag als eerste betrokken.
    
    Artikel 5 Staatssteun
    1..
    Het college verstrekt uitsluitend subsidie indien dit in overeenstemming met de bepalingen van de LVV is geoorloofd. Deze bepalingen zijn met name:
    - de algemene en procedurele bepalingen in hoofdstuk I en II,
    - de bepalingen in artikel 14 lid 3 onder b.
    2..
    Subsidie wordt niet verstrekt aan:
    - een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
    - een onderneming in moeilijkheden,
    3..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien deze een stimulerend effect heeft. Het stimulerend effect wordt aangenomen indien de aanvraag wordt ingediend voordat de werkzaamheden in het kader van het project zijn gestart.
    
    Artikel 6 Aanvraag en begunstigden subsidie
    1..
    Het college stelt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor subsidie op basis van deze verordening een formulier vast. De aanvraag is minimaal voorzien van een offerte waaruit blijkt wat de kosten van de te treffen maatregelen zijn en een schets van de huidige en toekomstige situatie op het erf.
    2..
    Een aanvraag die niet is ingediend op het in het eerste lid bedoelde formulier, maar wel de benodigde gegevens voor de beoordeling bevat, wordt eveneens in behandeling genomen.
    3..
    Voor subsidie komen in aanmerking agrarische ondernemers en samenwerkingsverbanden daarvan, zoals een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.
    
    Artikel 7 Vaststelling subsidie
    1..
    Het verzoek tot vaststelling van de definitieve subsidie moet uiterlijk één jaar na toekenning van de voorlopige subsidie bij het college worden ingediend. Zo niet, dan vervalt het recht op de subsidie.
    2..
    In bijzondere omstandigheden kan het college de termijn als bedoeld in het eerste lid ambtshalve of op verzoek verlengen.
    3..
    Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie verstrekt de agrarische ondernemer minimaal de betalingsbewijzen van de verrichte werkzaamheden en overige documenten, zoals foto’s, waaruit blijkt dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. In geval van eigen inzet van urengelden de uren die bij de aanvraag zijn geaccordeerd als werkelijk gemaakte uren.
    
    Artikel 8 Erfscan
    1..
    Bij de aanvraag als bedoeld in artikel 6 moet een erfscan toegevoegd worden.
    2..
    Uit de erfscan moet blijken dat met de subsidiering van bovenwettelijke maatregelen uit dat plan een positieve bijdrage wordt geleverd aan de doelen als bedoeld in artikel 2.
    3..
    Bij de beoordeling van de erfscan betrekt het college in ieder geval de bijdrage aan de doelen als bedoeld in artikel 2 en de baten, zoals:
    - verlaging van de productiekosten en verbetering van de productie op het agrarisch bedrijf;
    - verbetering van het natuurlijk milieu, in het bijzonder gericht op de waterkwaliteit;
    - verbetering van de hygiëneomstandigheden op het agrarisch bedrijf en de bijdrage aan het verbeteren van het dierenwelzijn;
    - verbetering van de infrastructuur gericht op de ontwikkeling, verduurzaming en modernisering van de landbouw.
    
    Artikel 9 Weigeringsgronden
    De subsidie wordt niet toegekend wanneer:
    - opdracht voor de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 10 als is gegeven voordat op het verzoek om subsidie is beslist;
    - het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4 al is bereikt;
    - het uitvoeren van de maatregelen op basis van de erfscan niet of in beperkte mate bijdraagt aan de doelen als bedoeld in artikel 2;
    - er sprake is van een vervangingsinvestering;
    - er sprake is van maatregelen om te voldoen aan een geldende wettelijke verplichting;
    - aanvrager geen bedrijfsmatige agrarisch ondernemer is;
    - aanvrager een ondernemer in moeilijkheden is;
    - aanvrager in surseance van betaling of in staat van faillissement is;
    - op de aanvrager de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard of dat daartoe een verzoek bij de rechtbank is ingediend.
    
    Paragraaf 3 Subsidie maatregelen erfscan
    
    Artikel 10 Subsidie uitvoering maatregelen erfscan
    1..
    Aan de agrarische ondernemer kan door het college subsidie worden verstrekt voor de aanleg van een opvangvoorziening voor vrijkomend perssap bij al bestaande opslagen voor ruwvoer onder de 40% droge stof en/of de opvang van percolaat dat vrijkomt bij de opslag van kuilvoer of bij producten.
    2..
    Aan de agrarische ondernemer kan door het college subsidie worden verstrekt voor het op afschot brengen van de vloer van de ruwvoeropslag bij renovatie of vervanging.
    3..
    Aan de agrarische ondernemer kan door het college subsidie worden verstrekt voor de aanleg van een gescheiden afvoersysteem voor schoon water en/of perssap en percolaat in de ruwvoeropslag bij renovatie of vervanging van deze opslag.
    4..
    Aan de agrarische ondernemer kan door het college subsidie worden verstrekt voor de aanleg van straatkolken, riolering en aansluiting op een opvangvoorziening voor de opvang van mest en mestvocht vanaf het koepad.
    5..
    Aan de agrarische ondernemer kan door het college subsidie worden verstrekt voor de aanleg van een opvangvoorziening voor vaste mest, waarbij deze voorziening wordt voorzien van een vloeistofkerende vloer of het realiseren van een rechtstreekse aansluiting op de mestkelder.
    6..
    Aan de agrarische ondernemer kan d
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.