Hernieuwbare Energietransitie (HER+)
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Voor bedrijven en kennisinstellingen die innovatieprojecten uitvoeren gericht op CO2-vermindering via hernieuwbare energie of CO2-besparende technieken.
Ook bekend als HER+, Hernieuwbare Energietransitie
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor innovatieprojecten die CO2-uitstoot verminderen door hernieuwbare energie (zon, wind, water, biomassa, geothermie) of CO2-besparende technieken (afvang, waterstof, restwarmte). Voor industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en energiedemonstratieprojecten met totaal budget van €30 miljoen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor bedrijven en kennisinstellingen die innovatieprojecten uitvoeren gericht op CO2-vermindering via hernieuwbare energie of CO2-besparende technieken.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor innovatieproject met zonne-energie
- Financiering voor windenergie-op-zee demonstratieproject
- Steun voor CO2-afvang en opslagtechnologie
- Subsidie voor waterstofproject
- Financiering voor energiedemonstratieproject met hernieuwbare bronnen
Voorwaarden
- Project moet leiden tot CO2-vermindering in 2030
- Innovatie moet besparen op toekomstige SDE++-uitgaven (groter dan aangevraagde subsidie)
- Voor windenergie op zee: besparing op SDE++-uitgaven geen eis, maar wel kostenvoordelen groter dan subsidie
- Project moet passen binnen thema's hernieuwbare energie of CO2-besparende technieken
- Voor SDE++-technieken: basisbedrag lager dan maximale basisbedrag SDE++, subsidie-intensiteit lager dan €300 per ton CO2
- Aanvrager moet direct milieuvoordeel behalen voor eigen onderneming
- Geen subsidie voor projecten gericht op ontwerp/productie van milieuvriendelijke producten voor derden
- Geen subsidie voor CO2-afvang, -opslag en -hergebruik (inclusief blauwe waterstof)
- Geen subsidie voor biobrandstoffen onder bijmengverplichting
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Totaal budget: € 30.000.000”
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Hernieuwbare Energietransitie (HER+) Hernieuwbare Energietransitie (HER+) Gesloten voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 20 mei 2026 Bent u bezig met vernieuwende projecten die leiden tot CO2-vermindering in 2030? Mogelijk kunt u gebruikmaken van de subsidie Hernieuwbare Energietransitie (HER+). Aanvraag vanaf 1 april 2020 beheren Budget en aanvraagperiode Startdatum: maandag 3 april 2023 09:00 Einddatum: donderdag 31 augustus 2023 17:00 Totaal budget: € 30.000.000 Waar krijgt u subsidie voor? Uw innovatieproject vermindert de CO2-uitstoot door de inzet van hernieuwbare (duurzame) energie, zoals zonne-energie, windenergie of waterkracht. Of uw project verlaagt de kosten van CO2-vermindering door CO2-besparende technieken, zoals CO2-afvang en opslag, waterstof of restwarmte. Het kan gaan om een industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, energiedemonstratieproject of een combinatie hiervan. U krijgt subsidie voor de kosten van dit soort innovatieprojecten. Onder een energiedemonstratieproject vallen alle samenhangende activiteiten die het milieu beschermen en technisch en economisch risicovol zijn. Deze activiteiten kunnen maatregelen zijn die als doel hebben: energie-efficiëntie of energie uit hernieuwbare (duurzame) energiebronnen halen. Daarbij gebruikt u voor Nederland nieuwe apparaten, systemen of technieken of u gebruikt ze op een nieuwe manier. De innovatie in uw project moet leiden tot CO2-vermindering in 2030 en helpt daarmee de klimaatdoelstellingen behalen. Ook moet uw innovatie besparen op onze toekomstige uitgaven aan subsidies. Die besparing moet groter zijn dan de subsidie die u voor uw project heeft aangevraagd. Richt uw project zich op windenergie op zee? Dan is de besparing op de uitgaven voor subsidies geen eis. Uw project moet wel leiden tot CO2-vermindering in 2030. En tot kostenvoordelen leiden die groter zijn dan de aangevraagde subsidie. Dit geldt bij de bouw of het gebruik van te bouwen windparken op zee. Die moeten liggen in Nederlandse wateren en onze exclusieve economische zone. Voorwaarden Uw project moet passen binnen de zojuist genoemde thema's. Daarnaast moet u voldoen aan een aantal specifieke voorwaarden voor deze regeling. En aan de algemene voorwaarden van de Energy Innovation NL-regelingen. Uitgebreidere informatie over deze voorwaarden leest u in de handleiding. Welke bronnen van hernieuwbare energie? U kunt de volgende hernieuwbare energiebronnen inzetten voor deze subsidie: energie uit water (waterkracht, aquathermie, osmose) zonne-energie windenergie, geothermisch (bodem) verbranding en vergassing van biomassa vergisting van biomassa Welke CO₂-besparende technieken? U kunt deze subsidie aanvragen voor innovatieprojecten met CO2-besparende technieken die kostenverlaging van CO2-vermindering stimuleren. We volgen hierbij de categorieën van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Het doel daarvan is dat de overheid minder uitgeeft aan de subsidie SDE++. Welke projecten krijgen subsidie? U kunt subsidie krijgen als: uw project de productie van hernieuwbare energie voor een kalenderjaar goedkoper maakt. De techniek die u hiervoor gebruikt, staat in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie (SDE++), hierna: SDE++-technieken. uw project de productie van windenergie op zee goedkoper maakt. uw project de opwekking en opslag van duurzame energie combineert. uw project de opwekking en slimme regeling (smart grids) van duurzame energie combineert op decentraal niveau. uw project door innovatie meer hernieuwbare energie kan produceren. De techniek die u hiervoor gebruikt zit niet in de SDE++-regeling. Het gaat hierbij om zonnewarmte, kleinschalig (<15 kWp) of: a. niet op het net aangesloten zon-PV-systemen; b. ondiepe bodemenergie (<500m) met gebruik van een warmtepomp; c. buitenluchtwarmte met gebruik van een warmtepomp. Opties 3 tot en met 5 noemen we hierna 'Overige CO2-verminderingsopties'. Bij optie 1: voorwaarden bij SDE++-technieken Is uw innovatieproject voor een SDE++-techniek? Dan moet dit in 2030 leiden tot CO2-vermindering. Uw project mag hier ook van zijn afgeleid (een spin-off). De innovatie van de SDE++-techniek moet een besparing opleveren op de SDE++-uitgaven. Deze besparing moet groter zijn dan de subsidie die u krijgt uit de HER+-subsidieregeling. Het basisbedrag voor deze SDE++-techniek moet lager uitkomen dan het maximale basisbedrag voor dezelfde techniek uit de SDE++. Ook de subsidie-intensiteit moet lager zijn dan € 300 per vermeden ton CO2. De hoogte van die basisbedragen vindt u in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie (SDE++). Deze basisbedragen gebruiken we ook in de rekenmodellen voor de besparing. Bij optie 2: voorwaarden bij windenergie-op-zee-projecten Richt uw innovatieproject zich op windenergie op zee? Dan moet dit in 2030 leiden tot CO2-vermindering. Uw project mag ook een spin-off zijn van een ander project. Bijvoorbeeld een HER+-project als vervolg op een MOOI-project. De innovatie moet leiden tot kostenvoordelen. Die moeten groter zijn dan de subsidie die u ontvangt uit de HER+-subsidieregeling. Het gaat hier om de bouw en exploitatie van windparken in territoriale wateren en de exclusieve Nederlandse economische zone. Voor wind-op-zee-projecten geldt het kostenmodel van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor windenergie op zee. Dit model gebruikt u als het uitgangspunt bij de berekening van de kostenvoordelen. Dit is exclusief de kosten van de aansluiting van het net op zee op het landelijk hoogspanningsnet. Ook eventuele betalingen aan het Rijk als uitkomst van een veiling, vallen hierbuiten. Bij opties 3, 4 en 5: voorwaarden bij overige CO2-verminderingsopties Voor de overige CO2-verminderingsopties geldt dat uw project (of spin-off van een andere CO2-verminderingstechniek) moet besparen op de toekomstige SDE++-uitgaven. Deze besparing moet groter zijn dan de subsidie die u uit de subsidieregeling HER+ voor de innovatie ontvangt. In deze projecten hoeft u dus geen SDE++-techniek te gebruiken. De overheid moet minder betalen dan voor eenzelfde vermindering van CO2 via de SDE++. Het maximale bedrag van een SDE++-techniek is het basisbedrag van € 300/ton CO2. Uw innovatie moet in 2030 leiden tot extra CO2-vermindering. Dat wil hier zeggen: aanvullende hernieuwbare energieproductie. De reden hiervoor is dat we met de aanvullende hernieuwbare energieproductie de (extra) inzet van de duurste SDE++-technieken helpen voorkomen. Aanvullende hernieuwbare energieproductie kan ontstaan als er: bredere toepassingsmogelijkheden van de techniek zijn (de techniek komt binnen bereik van andere doelgroepen in de markt); een aantoonbare vergroting is van de mogelijkheid om CO2 te verminderen. Dat is mogelijk als op decentraal niveau de grenzen zijn bereikt van inpassing in het net; een schaalsprong in de techniek is die bij een normale uitontwikkeling van een techniek niet te verwachten is. Bijvoorbeeld in de effectiviteit van een warmtepomp. Welke projecten krijgen geen subsidie? Energiedemonstratieprojecten die met het toepasselijke steunkader (de algemene groepsvrijstellingsverordening) geen subsidie krijgen: Projecten gericht op het ontwerpen en maken van milieuvriendelijke producten, machines of vervoersmiddelen. Het gaat daarbij om de gebruiker van milieuvriendelijke producten. Demonstratieprojecten die de werking aantonen van productiemachines voor milieuvriendelijke producten krijgen dus geen subsidie; Projecten waarbij u als subsidieontvanger niet direct een milieuvoordeel behaalt voor uw onderneming. Het milieuvoordeel zit in de (productie)keten. Milieu-investeringssteun wordt gegeven om het uit eigen activiteiten voortvloeiende niveau van milieubescherming te verhogen. De overheid mag alleen milieu-investeringssteun inzetten voor de ondernemer die milieuvoordeel behaalt met eigen activiteiten. Dat moet gebeuren binnen de looptijd van het project. Dat wil zeggen: uiterlijk bij ingebruikname van de installatie. U, als aanvrager van de subsidie, bent en blijft als investeerder eigenaar van hetgeen waarin u investeert. Projecten waarin uw onderneming investeringen uitvoert om te voldoen aan vastgestelde maar nog niet in werking getreden Unienormen (een verplichte Europese norm, waarin de op milieugebied te halen normen voor iedere onderneming zijn vastgesteld). Projecten voor CO2-afvang, -opslag en -hergebruik. Inclusief projecten voor 'blauwe waterstof'. Demonstratieprojecten die groter zijn dan nodig om de werking van een innovatie in de praktijk aan te tonen. Daarnaast passen de volgende projecten (ook pilot- en demonstratieprojecten) niet binnen deze subsidie: Projecten voor biobrandstoffen die onder de bijmengverplichting vallen. Dit ligt vast in het Besluit en de Regeling hernieuwbare energie vervoer. Dit geldt ook voor bio-LNG-projecten. Projecten die zich richten op de tijdelijke opslag of permanente opslag van CO2 op land. Onderbouw uw kostenbesparing Voor alle projecten geldt dat u de verwachte kostenbesparing moet onderbouwen met een berekening. Daarvoor stellen wij rekenmodellen beschikbaar. PBL berekent de basisbedragen. Deze bedragen zijn het uitgangspunt voor de berekening van het verwachte verlaagde basisbedrag van een SDE++-techniek. Voor de besparing op de SDE++-uitgaven tellen niet alleen kostenbesparingen door het project zelf mee. Besparingen in spin-off-projecten, herhalingsprojecten en kostenverminderingen bereikt voor 2030 en doorlopend na 2030, tellen ook mee. De gehele looptijd van de SDE++-subsidie telt dus mee. Net als eerder voor innovatie gegeven subsidies uit de SDE++. Voor wind-op-zee-projecten maakt PBL ook een kostenmodel. Hiermee berekenen we de kostenvoordelen voor windenergie op zee. U geeft daarnaast voldoende inzicht in de resultaten van vooronderzoek. Het vooronderzoek toont de technische haalbaarheid aan van de voorgestelde innovatie. Het onderbouwt de uitspraken die u in het projectplan doet over de werking van de techniek. De kwaliteit van uw project blijkt uit de uitwerking van de aanpak en methodiek. Onderbouw uw slaagkans Het is belangrijk dat uw projectplan inzicht geeft in de businesscase. Zowel voor de producent of techniekontwikkelaar als voor de eindgebruiker. De slaagkans van de innovatie in de markt verbetert daardoor. Als aanvrager van deze subsidieregeling heeft u een strategische visie op het uitvoeringstraject. U geeft inzicht in de ontwikkeling en marketing van de technologie. Dit geldt voor de fase nadat u het project heeft afgerond, tot aan de introductie op de markt. U moet rekening houden met de niet-technologische aspecten die bij marktintroductie een rol spelen, bijvoorbeeld omgevingsfactoren. Het projectplan moet aantonen dat u ook hierover heeft nagedacht. Waar mogelijk en waar nodig neemt u activiteiten in het projectplan op om hiermee om te gaan. Wanneer wijzen wij uw aanvraag af? Er gelden algemene afwijzingsgronden voor alle subsidieaanvragen voor energie-innovatie. Daarnaast gelden er specifieke afwijzingsgronden voor de HER+: U maakt niet aannemelijk dat het project leidt tot CO2-reductie in 2030. U bespaart daarmee niet op de uitgaven aan SDE++-subsidies. Deze besparing moet groter zijn dan de aangevraagde subsidie. Bij een project voor windenergie op zee: u maakt niet aannemelijk dat de kostenvoordelen groter zijn dan de aangevraagde subsidie. Dit moet blijken uit een berekening. De kwaliteit van uw project is onvoldoende. Dat blijkt uit: de uitwerking van aanpak en methodiek; de omgang met risico’s; de uitvoerbaarheid; de deelnemende partijen; de mate waarin u het beschikbare geld effectief en efficiënt inzet. Uw project zorgt niet voor een kwalitatief goede kennisverspreiding. Er is al eerder subsidie gegeven voor een soortgelijk project. De samenwerking van verschillende partijen in uw project is onvoldoende evenwichtig. Dat blijkt uit bijvoorbeeld de verdeling van de kosten. Het m […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.