Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Heeze-Leende 2008
Gemeente Heeze-Leende
Voor eigenaren van beschermde gemeentelijke monumenten in Heeze-Leende die onderhoudswerkzaamheden willen uitvoeren.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening voor eigenaren van beschermde gemeentelijke monumenten in Heeze-Leende. De gemeente verstrekt bijdragen in subsidiabele onderhoudskosten van maximaal 35% (tot €7.500 eenmaal per 3 jaar) en aanvullende vergoedingen voor schilderwerk, legeskosten en boomonderhoud.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren van beschermde gemeentelijke monumenten in Heeze-Leende die onderhoudswerkzaamheden willen uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Onderhoud van beschermde monumenten financieel ondersteunen
- Restauratiewerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten subsidiëren
- Boomonderhoud en groenmonumenten behouden
Voorwaarden
- Monument moet beschermd gemeentelijk monument zijn volgens monumentenverordening
- Werkzaamheden moeten beginnen binnen 6 maanden na subsidieverlening
- Werkzaamheden moeten voltooid zijn binnen 24 maanden na subsidieverlening
- Aanvang werk moet van tevoren gemeld worden bij het college
- Eigenaar moet monument na restauratie goed onderhouden
- Controle door college moet mogelijk zijn
- Voor bepaalde werkzaamheden is monumentenvergunning vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“De bijdrage in de onderhoudskosten bedraagt 35% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste € 7.500,-- éénmaal per 3 jaar.”
Toon brontekst
Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Heeze-Leende 2008 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - Monument:1 zaak die van algemeen belang is wegens zijn architectonische schoonheid, bijzondere situering, betekenis voor de wetenschap of lokaal cultuurhistorische waarde;2 terrein, al dan niet met bestaande bebouwing daarop, dat van algemeen belang is wegens daar aanwezige, of op grond van historische gegevens en/of archeologisch onderzoek in redelijkheid te vermoeden zaken als bedoeld onder 1. - Monumentenverordening: monumentenverordening Heeze-Leende 2007; - Raad: de gemeenteraad van de gemeente Heeze-Leende; - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze-Leende; - Monumentencommissie: de door het college van B&W ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak het college op verzoek of uit eigener beweging te adviseren over onder andere de toepassing van de Monumentenwet 1988, de monumentenverordening, de subsidieverordening en het monumentenbeleid; - Beschermd gemeentelijk monument: monument dat overeenkomstig de bepalingen van de monumentenverordening als zodanig is aangewezen; - Gemeentelijke monumentenlijst/gemeentelijke lijst groenmonumenten: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig de monumentenverordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken, groen, bomen en terreinen;Gemeentelijk groenmonument: een boom of een groep van bomen, en/of landschapselementen (heggen, windsingels, houtwallen etc.) al dan niet een compositie vormend met de directe omgeving, welke door de cultuurhistorische context en verschijning, beeldbepalend en kenmerkend is voor het karakter van de openbare ruimte binnen de gemeente Heeze-Leende; - Beeldbepalend object: een object, dat een kenmerkend onderdeel vormt van de historische bebouwing en dat is opgenomen in de monumentenlijst als bedoeld in de Monumentenverordening Heeze-Leende 2007; - Beeldondersteunend object: een object, dat een passend onderdeel vormt van de historische bebouwing en dat is opgenomen in de monumentenlijst als bedoeld in de Monumentenverordening Heeze-Leende 2007; - Beschermde gevelwand: een groep van gevels van objecten, die een samenhangend geheel vormt en/of die van belang is wegens haar schoonheid, het karakter van het geheel, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang en/of de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; - Dorpsgezicht: gebied, of groep van onroerende zaken, bomen en/of landschapselementen welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, het historisch beeld dan wel haar wetenschappelijke, historische of cultuurhistorische waarde; - Beschermd gemeentelijk dorpsgezicht: dorpsgezicht dat door het college als zodanig ingevolge artikel 14 van de monumentenverordening is aangewezen; - Gemeentelijk archeologisch monument: een monument als bedoeld onder 1. sub 2 en dat overeenkomstig de bepalingen van de monumentenverordening op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst; - Gemeentelijk archeologisch meldingsgebied: zaak en/of terrein waarvan het algemene belang wegens zijn betekenis voor de archeologische monumentenzorg vast staat of vermoed wordt op grond van historische gegevens en/of door archeologische vondsten en onderzoek; - Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische en monumentale waarde van een monument; - Eigenaar: degene, die het recht van eigendom heeft, alsmede:de houder van het recht van opstal;de houder van het recht van erfpacht;de eigenaar van een appartementsrecht;de toekomstige eigenaar, die in het bezit is van een notarieel opgemaaktkoopcontract. - Subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Algemene wet bestuursrecht, inhoudende de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan te verstrekken met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager. - Subsidieplafond: het door de raad als onderdeel van de gemeentebegroting vastgestelde bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. - Onderhoudswerkzaamheden: de werkzaamheden, niet zijnde reguliere onderhoudswerkzaamheden, die met het oog op het behoud van het monument en/of monumentale karakter dienen om een beschermd gemeentelijk monument in goede staat te behouden. - Subsidiabele onderhoudskosten: de kosten, die moeten worden gemaakt om die onderdelen van een monument, welke genoemd zijn in de redengevende beschrijving of onderdelen welke van monumentale waarde zijn doch niet omschreven maar onlosmakelijk verbonden zijn met het monument, (dit ter beoordeling van de monumentencommissie) in goede staat te houden en die naar oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn. Als een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van onderhoud verricht, zijn de materiaalkosten subsidiabel. Wanneer een monumenteigenaar een door hem gedreven onderneming heeft die de noodzakelijk geachte onderhoudswerkzaamheden kan uitvoeren, kunnen de onderhoudskosten als subsidiabel worden aangemerkt.In bijzondere gevallen, de kosten verbonden aan het opstellen van een bouwkundig inspectierapport door de Monumentenwacht Noord-Brabant voor zover het college een dergelijk rapport van belang acht. Artikel 2 Grondslag en doelstelling 1. Op grond van deze verordening kan het college subsidie beschikbaar stellen voor het treffen van werkzaamheden aan onderdelen welke genoemd zijn in de redegevende beschrijving van gemeentelijke monumenten, groenmonumenten, beeldbepalende objecten en beschermde dorpsgezichten. 2. De subsidiabele kosten van de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.1 worden door het college bepaald aan de hand van beoordeling op authenticiteit, noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid. 3. De subsidie wordt berekend over de subsidiabele onderhoudskosten met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere regeling of verzekering een bijdrage in de kosten kan worden verkregen. 4. De subsidie wordt verleend aan de eigenaar van het object waaraan de voorzieningen worden getroffen dmv een bank- of giro overschrijving. 5. De volgende werkzaamheden worden als onderhoudswerkzaamheden aangemerkt: - het dak: reparaties van dakbedekking (vervangen pannen, repareren van de dakbedekking, dakbeschot, zink of lood); - schoorstenen: partieel herstel en reparaties; - goten of hemelwaterafvoeren: partieel herstel en reparaties; - gevels: partieel herstel en reparaties van voegen, pleister- en metselwerk of natuursteen; - buitenkozijnen, ramen, deuren en vensters: partieel herstel en reparaties; - buitenschilderwerk: vensters, goten, luiken en muren; - rieten daken: reparatiewerkzaamheden aan rieten daken; - reparatiewerkzaamheden aan fundering en kelder; - regulier onderhoud aan monumentale bomen en houtopstanden zoals kroonsnoei (herstel en stabilisatie) en preventieve maatregelen zoals ziektebestrijding en dergelijke; - duurzame maatregelen aan monumentale bomen en houtopstanden zoals kroonverankering, groeiplaatsverbetering, grondverbetering en ziektebestrijding; - werken en/of werkzaamheden welke betrekking hebben op het behoud en het herstel van een tot beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied. Artikel 3 Toezicht en controle 1. Het college is bevoegd ambtenaren aan te wijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van die subsidie bij de subsidieverordening opgelegde verplichtingen. 2. De ontvanger van de subsidie is verplicht door het college aangewezen ambtenaren inzage te geven in zijn restauratieboekhouding en de administratie, alle gevraagde inlichtingen te verstrekken en medewerking te verlenen in het vormen van inzicht in het stadium en de kwaliteit van de aangevraagde restauratie- of onderhoudswerkzaamheden. Hoofdstuk 2 Uitvoering Artikel 4 Bevoegdheden college Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. Uitvoering houdt mede in het vaststellen en verlenen van subsidies, alsmede toezicht en controle daarop. Artikel 5 Beleidsregels Het college is bevoegd beleidsregels vast te stellen voor zover het bevoegd is te besluiten op grond van deze verordening. Artikel 6 Subsidieplafond De raad stelt jaarlijks in de gemeentelijke begroting de hoogte van het subsidieplafond m.b.t. monumenten voor het volgende jaar vast. Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 7 Subsidieaanvraag 1. Een eigenaar van een monument, opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst, dient de aanvraag om subsidie, vergezeld van een restauratieplan respectievelijk een omschrijving van de werkzaamheden alsmede een begroting van de onderhoudswerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd, in bij het college. 2. Het restauratieplan respectievelijk de omschrijving van de werkzaamheden bestaat uit: - een beschrijving van de bouwtechnische staat van het monument waarin de gebreken van het object nauwkeurig vermeld staan; - tekeningen van de bestaande en de nieuwe toestand waardoor in ruimtelijke zinduidelijkheid ontstaat over de plannen, waar nodig voorzien van beeldmateriaal; - een op de beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking hiervan; - een naar arbeidsuren en materialen uitgesplitste en gespecificeerde actuele begroting van de kosten; - de naam en het adres van de voor de uitvoering hoofdelijk verantwoordelijkeonderneming; - naar het oordeel van het college: een actueel, dan wel niet ouder dan 2 jaar, rapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant; - naar het oordeel van het college: een rapport betreffende een bouwhistorisch onderzoek; - naar het oordeel van het college: een rapport betreffende een archeologisch onderzoek. 3. De belangrijkste voorwaarden voor een bijdrage aan het instandhoudingsplan groenmonument zijn: - het groenmonument is opgenomen in het Landelijk Register van monumentale bomen of in het Gemeentelijk Register van Monumentaal en Waardevol groen; - het groenmonument is particulier eigendom; - de levensverwachting van bomen en beplantingen bedraagt na het onderhoud nog minimaal tien jaar. 4. Een aanvraag moet mede omvatten: - een beschrijving van de staat van het groen waarin de gebreken van het object nauwkeurig vermeld staan; - plaatsaanduiding van het groen waardoor in ruimtelijke zin duidelijkheid ontstaat over de plannen, met ondersteuning van het nodige beeldmateriaal; - een op de beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen werkzaamheden, materialen, afwerkingen alsmede van de wijze van verwerking hiervan; - een naar arbeidsuren en materialen uitgesplitste en gespecificeerde actuele kostenbegroting; - de naam en het adres van de voor de uitvoering hoofdelijk verantwoordelijke onderneming; - naar het oordeel van het college: een onderzoeksrapport, niet ouder dan 2 jaar, van een gecertificeerd boomtechnisch bureau c.q. rapport van de bomenstichting. Artikel 8 Subsidiehoogte 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een monument een bijdrage toekennen in de subsidiabele onderhoudskosten. 2. De bijdrage in de onderhoudskosten bedraagt 35% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste € 7.500,-- éénmaal per 3 jaar. 3. De subsidiabele kosten met betrekking tot de in artikel 2 genoemde voorzieningen worden bepaald aan de hand van beoordeling op noodzakelijkheid, doelmatigheid en de monumentenverordening. 4. De kosten voor het reguliere schilderwerk (materiaalkosten en/of uurloonkosten gemaakt door een officieel erkend schildersbedrijf), alsmede de materiaalkosten bij zelfwerkzaamheid, worden eenmaal per 3 jaar voor 25% vergoed tot een maximum van € 300,--.De subsidieaanvraag wordt geweigerd indien de materiaalkosten minder dan € 350,-- bedragen. 5. Legeskosten voor het verkrijgen van een monumentenvergunning zullen in zijn geheel vergoed worden. 6. De kosten voor het lidmaats […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.