GeslotenProvincie · Subsidie

VIA 2016 Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen

Voor MKB-ondernemingen (micro, kleine en middelgrote ondernemingen) in Drenthe, Fryslân en Groningen die onderzoeks- en ontwikkelingprojecten uitvoeren.

Ook bekend als VIA 2016, Versneller Innovatieve Ambities 2016

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 100k
per aanvraag
Percentage
50%
van de kosten
Budget
€ 10 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor onderzoeks- en ontwikkelingprojecten in het MKB in Noord-Nederland (Drenthe, Fryslân, Groningen) gericht op innovatie en valorisatie, met aanvraagperiode van 1 juli tot 31 december 2016. Totaal budget van €10 miljoen (€7 miljoen voor valorisatie/innovatie, €3 miljoen voor koolstofarme economie). Subsidiepercentage 35% voor individuele projecten en 50% voor samenwerkingsprojecten.

Voor wie is het bedoeld?

Voor MKB-ondernemingen (micro, kleine en middelgrote ondernemingen) in Drenthe, Fryslân en Groningen die onderzoeks- en ontwikkelingprojecten uitvoeren.

Ondernemingen

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor R&D-project in het MKB
  • Innovatieproject financieren met Europese steun
  • Samenwerkingsproject tussen MKB-bedrijven starten
  • Prototype-ontwikkeling subsidiëren

Voorwaarden

  • Project moet bijdragen aan RIS3 (Research and Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland)
  • Minimale subsidiabele kosten: €10.000 (individueel) of €20.000 (samenwerkingsproject)
  • Project moet binnen 18 maanden na subsidieverlening gerealiseerd zijn
  • Geen verplichting aangegaan of werkzaamheden aangevangen vóór aanvraag
  • Producten/diensten niet op verzoek van specifieke klant
  • Aanvrager mag niet meer dan tweemaal subsidie in dezelfde periode ontvangen
  • Verplichte publicatie op website met EU-embleem en EFRO-vermelding
  • Verplichte affiche op zichtbare plaats

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een onderneming
U bent een mkb-onderneming
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
de maximale subsidie per project € 100.000,00.
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende VIA 2016 Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities 2016
  • Toon brontekst
    Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende VIA 2016 Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities 2016
    Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij in hun vergadering van 28 juni 2016, nr. A.11, zaaknummer 63902, het volgende besluit hebben genomen:
    Gedeputeerde Staten van Groningen:
    Gelet op:
    • op de ASV SNN 2016;
    • artikel 25 van verordening nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”);
    • de gemeenschappelijke regeling SNN;
    • het Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020
    BESLUITEN:
    Vast te stellen hetgeen volgt:
    Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities 2016
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - MKB-onderneming: kleine onderneming, middelgrote of micro onderneming in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - de algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening nr. 651/2014 van de commissie van 17 juni 2014, publicatieblad EU L187/1, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
    - prototype: fysiek model voor het aantonen van het werkingsprincipe van een te ontwikkelen nieuw product dat aan productie of dienstverlening vooraf gaat en niet wordt gebruikt voor (industriële) toepassing of commerciële exploitatie, niet zijnde een softwarematig prototype;
    - softwarematig prototype: een digitale code, uitsluitend voor het aantonen van het werkingsprincipe van een voorgestelde oplossing;
    - samenwerkingsproject: een project dat wordt uitgevoerd door minimaal twee MKB-ondernemingen en waarin geen van de ondernemingen meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt;
    - RIS3: Research and Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland;
    - NIA: de Noordelijke Innovatie Agenda.
    
    Artikel 2 Doel van de regeling
    De subsidieregeling heeft als doel: zowel
    - valorisatie en innovatie, als
    - het bijdragen aan een koolstofarme economie, door het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen dat bijdraagt aan de RIS3.
    
    Artikel 3 Doelgroep en subsidiabele activiteit
    1.
    Subsidie wordt verstrekt aan een MKB-onderneming, die volgens het handelsregister een vestiging heeft in de provincies Drenthe, Fryslân of Groningen en daar ondernemingsactiviteiten uitvoert.
    2.
    Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit die:
    - bijdraagt aan de RIS3 en NIA en
    - ziet op experimentele ontwikkeling van: een nieuw product, een nieuwe dienst of een nieuw procedé; het aanmerkelijk vernieuwen van bestaande producten, procedés of diensten. De vernieuwing heeft betrekking op een oplossing voor een wetenschappelijke of technische onzekerheid; of onderzoek ten behoeve hiervan. Onder bovengenoemde experimentele ontwikkeling en onderzoek valt ook het ontwikkelen, bouwen en testen van een fysiek prototype en het testen en valideren in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, zolang het doel het aanbrengen van verdere technische verbeteringen aan producten, procedés of diensten is, die niet grotendeels vast staan, en het ontwikkelen en testen van een softwarematig prototype.
    3.
    Voor zover de activiteit als bedoeld in het vorige lid betrekking heeft op een koolstofarme economie, dient het te gaan om vernieuwingen in producten, diensten, concepten en technologieën, die direct gerelateerd zijn aan koolstofarme technologieën en die bijdragen aan de reductie van broeikasgassen. In dat geval gaat het nadrukkelijk niet om activiteiten die slechts zijn gericht op verduurzaming of vermindering van koolstof in het eigen productieproces van de aanvrager.
    
    Artikel 4 Aanvraagperiode
    Subsidie kan worden aangevraagd van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016.
    
    Artikel 5 Subsidieplafonds
    1.
    Het subsidieplafond, voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet zijnde een activiteit gericht op een koolstofarme economie, bedraagt € 7.000.000,00.
    2.
    Het subsidieplafond, voor een activiteit gericht op een koolstofarme economie als bedoeld in artikel 3, derde lid, bedraagt € 3.000.000,00.
    3.
    Het dagelijks bestuur SNN verdeelt de in de vorige leden bedoelde bedragen op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
    4.
    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen als bedoeld in het vorige lid, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    De subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 2.4 van de ASV SNN 2016, in ieder geval geweigerd indien:
    - ter zake van de subsidiabele kosten vóór ontvangst van de aanvraag verplichtingen zijn aangegaan of de werkzaamheden in het subsidieproject zijn aangevangen vóór de ontvangst van de aanvraag;
    - producten of diensten op verzoek van of specifiek voor een bepaalde klant worden ontwikkeld;
    - het project niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling;
    - het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;
    - de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - één onderneming reeds tweemaal subsidie in de aanvraagperiode heeft gekregen op grond van deze regeling, waarbij voor de toepassing van dit artikelonderdeel één onderneming alle rechtspersonen omvat die de volgende band met elkaar onderhouden: de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders; of de meerderheid van vennoten van een andere onderneming;
    
    Artikel 7 Hoogte van de subsidie
    1.
    Voor een project dat door één MKB-onderneming wordt uitgevoerd bedraagt het subsidiepercentage 35 van de in aanmerking komende kosten.
    2.
    Voor een samenwerkingsproject bedraagt het subsidiepercentage 50 van de in aanmerking komende kosten.
    3.
    Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd indien de normen van de Europese Commissie daartoe nopen.
    
    Artikel 8 Minimale subsidiabele kosten en maximale subsidie voor een activiteit gericht op valorisatie en innovatie
    1.
    Indien geen sprake is van een samenwerkingsproject en in geval van een activiteit bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet zijnde een activiteit gericht op koolstofarme economie is:
    - het bedrag aan subsidiabele kosten per project minimaal € 10.000,00;
    - de maximale subsidie per project € 50.000,00.
    2.
    Indien sprake is van een samenwerkingsproject en in geval van een activiteit bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet zijnde een activiteit gericht op een koolstofarme economie is:
    - het bedrag aan subsidiabele kosten per project minimaal € 20.000,00.
    - de maximale subsidie per project € 75.000,00.
    
    Artikel 9 Minimale subsidiabele kosten en maximale subsidie voor een activiteit gericht op valorisatie en innovatie en op een koolstofarme economie
    1.
    Indien geen sprake is van een samenwerkingsproject en in geval van een activiteit bedoeld in artikel 3, derde lid, gericht op een koolstofarme economie is:
    - het bedrag aan subsidiabele kosten per project minimaal € 10.000,00;
    - de maximale subsidie per project € 100.000,00.
    2.
    Indien sprake is van een samenwerkingsproject en in geval van een activiteit bedoeld in artikel 3, derde lid, gericht op een koolstofarme economie is
    - het bedrag aan subsidiabele kosten per project minimaal € 20.000,00;
    - de maximale subsidie per project € 100.000,00.
    
    Artikel 10 Subsidiabele kosten
    Als subsidiabele kosten komen de volgende, in redelijkheid ten behoeve van de activiteit zoals opgenomen in artikel 3, tweede lid, te maken, kosten in aanmerking:
    - het inschakelen van een onafhankelijke organisatie, die is ingeschreven in een handelsregister;
    - materialen die onderdeel zijn van een prototype;
    - de loonkosten van werknemers en bijdrage eigen uren van de onderzoekers, technici en ander ondersteund personeel voor zover zij zich met de activiteit bezighouden; Loonkosten of de bijdrage in eigen uren worden berekend door het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met een volgens één van de volgende methodieken berekend tarief. Deze zijn: een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend op basis van bruto jaarloon, vermeerderd met een opslag van 32% voor werkgeverslasten, waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend en dat bedrag vervolgens door 1720 uur op basis van een 40-urige werkweek wordt gedeeld. Het bruto jaarloon wordt berekend exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen; eigen arbeid. Indien er geen sprake is van een dienstverband wordt er geacht geen sprake te zijn van loonkosten als hiervoor bedoeld onder sub c onder 1°. Er is in dat geval sprake van eigen arbeid, die gezien moet worden als een bijdrage in natura, waarvoor een uurtarief van € 39,00 geldt. De betaalde overheidssteun aan een project dat bijdragen in natura bevat, mag aan het einde van het project niet hoger zijn dan de totale subsidiabele uitgaven exclusief de bijdragen in natura.
    - kosten van octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen;
    - huurkosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project;
    - reis- en verblijfkosten binnen Nederland tot een maximum van 15% van de subsidiabele kosten onder artikel 10 sub a tot en met e.
    
    Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten
    In ieder geval niet subsidiabel is omzetbelasting in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 en vergelijkbare belasting van andere staten.
    
    Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
    Bij de subsidieverlening worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd:
    - de kosten van de uitvoering van het project dienen op een eenduidige wijze in de administratie van de subsidieontvanger weer zijn gegeven;
    - het project dient binnen een termijn van 18 maanden vanaf de datum van de subsidieverlening gerealiseerd te zijn;
    - het plaatsen van een korte beschrijving van het project op de website van de aanvrager, met het embleem van de Europese Unie, en vermelding van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO); in geval van de bouw van een fysiek prototype dient ook het door het SNN verstrekte logo zichtbaar te worden geplaatst;
    - het plaatsen van ten minste één affiche met informatie over het project (minimaal in A3-formaat) met vermelding van de steun door de Europese Unie op een voor het publiek goed zichtbare plaats. Het format hiervoor wordt beschikbaar gesteld door het SNN.
    
    Artikel 13 Voorschotten
    1.
    Een voorschot kan op aanvraag van de subsidieontvanger eenmaal worden verleend naar evenredigheid met de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten. Het voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag.
    2.
    Bij de verlening van een voorschot wordt in ieder geval de verplichting opgelegd dat als
    
    Artikel 14 Wijzigings- of intrekkingsgronden
    De subsidie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien:
    - het project niet wordt uitgevoerd in overeenstemming met het doel of de voorschriften van deze regeling;
    - de aanvrager niet de minimale subsidiabele kosten per project heeft gemaakt en betaald, die zijn vastgesteld conform artikel 8 en 9;
    - producten of diensten op verzoek van of specifiek voor een klant zijn of worden ontwikkeld;
    - tegen de uitvoering van het project overwegende bezwaren bestaan.
    
    Artikel 15 Subsidievaststelling
    1.
    De subsidieaanvrager dient uiterlijk 4 weken na de realisatie van het project een verzoek om definitieve vaststelling van de subsidie in, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld aanvraagformu
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.