GeslotenProvincie · Subsidie

Samenwerking voor innovaties Groningen 2022

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen

Voor samenwerkingsverbanden (minimaal 2 organisaties) waarin minstens één landbouwer of landbouworganisatie participeert, samen met onderzoekers, onderwijsinstellingen, adviseurs en bedrijven uit de landbouw- en voedingssector.

Ook bekend als POP 3 Samenwerking voor innovaties, ELFPO innovaties Groningen

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 1 mln
per aanvraag
Budget
€ 1,5 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor samenwerkingsverbanden in de landbouw- en voedingssector die innovatieprojecten uitvoeren. Gericht op structurele bodemverbetering en duurzame landbouw. Totaalbudget €1.500.000 (€750.000 ELFPO + €750.000 provinciaal).

Voor wie is het bedoeld?

Voor samenwerkingsverbanden (minimaal 2 organisaties) waarin minstens één landbouwer of landbouworganisatie participeert, samen met onderzoekers, onderwijsinstellingen, adviseurs en bedrijven uit de landbouw- en voedingssector.

LandbouwerOnderzoeksinstellingOnderwijsinstellingAdviesbureauOndernemingen

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor innovatieprojecten in landbouw en voeding
  • Financiering voor structurele bodemverbetering
  • Steun voor natuurinclusieve en precisie-landbouw
  • Cofinanciering van samenwerkingsprojecten met Europese middelen

Voorwaarden

  • Samenwerkingsverband moet uit minimaal 2 organisaties bestaan
  • Minimaal 1 deelnemer moet landbouwer zijn of landbouworganisatie
  • Geen partij mag meer dan 70% van subsidiabele kosten voor haar rekening nemen
  • Deelnemers mogen niet onderling verbonden zijn
  • Project moet betrekking hebben op innovatie in landbouw- of voedingssector
  • Voor projecten met landbouwproducten: maximale subsidiabele kosten €1.000.000
  • Minimale score 33 punten (60%) op beoordelingscriteria

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwer of onderzoeksinstelling of onderwijsinstelling of adviesbureau of onderneming
Uw sector/SBI valt onder: 01, 02, 03
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Indien het project betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten wordt de subsidie geweigerd indien de totale subsidiabele projectkosten meer bedragen dan € 1.000.000,00
Openstellingsbesluit 'Samenwerking voor innovaties' Groningen 2022
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 'Samenwerking voor innovaties' Groningen 2022
    Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 12 juli 2022, nr. A.29, afdeling BELREG, dossiernummer K26348, het volgende besluit hebben genomen:
    Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:
    Gelet op artikel 1.3 van de Regeling POP 3 subsidies provincie Groningen 2014-2022;
    BESLUITEN:
    - Open te stellen: de maatregel ‘Samenwerking voor innovaties' Groningen 2022als nadere invulling van de algemene bepalingen zoals vastgesteld in de Regeling POP 3 subsidies provincie Groningen 2014-2022, in hoofdstuk 2, paragraaf 1, van de regeling.
    - De openstelling te laten gelden voor het tijdvak van 3 oktober 2022 9.00 uur tot en met 14 oktober 2022 17.00 uur voor het indienen van aanvragen.
    - Het subsidieplafond vast te stellen op € 1.500.000,-- (samengesteld uit € 750.000,-- Europese middelen (ELFPO) en € 750.000,-- provinciale middelen).
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In aanvulling op de definities, bepaald in artikel 1.1 van de regeling, wordt in dit besluit verstaan onder:
    - regeling: Regeling POP 3 subsidies provincie Groningen 2014-2022;
    - AgroAgenda Noord-Nederland: de AgroAgenda Noord Nederland, zoals ondertekend op 6 juli 2013. De doelstelling uit de AgroAgenda is binnen deze openstelling: Structurele bodemverbetering, zoals omschreven in bijlage 3 bij deze openstelling;
    - Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L187/1 van 26 juni 2014;
    - Experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - Haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onder 87, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - Innovatieproject: project, gericht op het ontwikkelen, valideren en/of verfijnen van een innovatie;
    - Landbouwproduct: alle producten die zijn genoemd in bijlage 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
    - Middelgrote en kleine onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
    - natuurinclusieve landbouw: een vorm van landbouw die gebruik maakt van het natuurlijk kapitaal; wat de natuur op, om en onder het bedrijf te bieden heeft, de biodiversiteit op en rond het boerenland versterkt en de natuur zo min mogelijk belast, zoals beschreven in de Kamerbrief Natuur-inclusieve landbouw van 10 juli 2017;
    - precisielandbouw: een vorm van landbouw die in kan spelen op verschillen binnen percelen en die probeert iedere te onderscheiden eenheid grond op het juiste tijdstip de optimale behandeling te geven;
    - TRL-niveau: Technology Readiness Level geeft een indicatie van de fase waarin een ontwikkelingsproject zich bevindt;
    - VWEU: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
    - Adviescommissie POP3: de Adviescommissie POP3 die is ingesteld door Gedeputeerde Staten en die belast is met de beoordeling van de subsidieaanvragen;
    
    Artikel 2 Doelgroep
    Subsidie op grond van deze openstelling kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband. In aanvulling op artikel 1.6 van de Regeling bestaat het samenwerkingsverband uit tenminste één landbouwer of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt en geen van de partijen neemt meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een innovatieproject dat bijdraagt aan minimaal één van onderstaande doelstellingen en wat zich bevindt in TRL-niveau 4, 5, 6 of 7.:
    - structurele bodemverbetering, zoals bedoelt in bijlage 3;
    - vergroten biodiversiteit in soorten en landschappen/landschapselementen, als bedoeld in bijlage 4;
    - precisielandbouw
    
    Artikel 4 Weigeringsgrond
    1..
    Onverminderd de artikelen 1.8 en 2.7.5 van de Regeling wordt subsidie geweigerd indien niet wordt voldaan aan de subsidievereisten bedoeld in artikel 5;
    2..
    Indien het project betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten wordt de subsidie geweigerd indien de totale subsidiabele projectkosten meer bedragen dan € 1.000.000,00;
    3..
    De subsidie wordt geweigerd indien de subsidieaanvraag niet is ingediend zoals omschreven in artikel 6 lid 1 en 2 van dit openstellingsbesluit.
    
    Artikel 5 Subsidievereisten
    1..
    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    - het project wordt geheel of grotendeels uitgevoerd in de provincie Groningen en de resultaten worden verspreid door kennisbijeenkomsten, experimenten, demovelden of studiegroepen;
    - aan het samenwerkingsverband neemt ten minste één landbouwer deel of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt;
    - de subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van de activiteit openbaar te maken en te verspreiden via het EIP-netwerk als bedoeld in artikel 57, derde lid, van Verordening EU 1305/2013 en andere geëigende netwerken;
    - het project heeft als doel het ontwikkelen, valideren en verfijnen van innovaties met betrekking tot minimaal twee van de onderstaande thema’s: verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie; beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen; maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht, grondwater en oppervlaktewater en vermindering van uitputting van hulpbronnen en grondstoffen; klimaatmitigatie; klimaatadaptatie; verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier; behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit.
    - het project scoort bij de puntentoekenning op de selectiecriteria, bedoeld in artikel 9, 33 punten of meer van de maximale 55 punten;
    2..
    Onverminderd het eerste lid, is het project, indien het project geen betrekking heeft op handel in en voortbrenging van landbouwproducten, om voor subsidie in aanmerking te komen gericht op experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
    
    Artikel 6 Aanvraag
    1..
    In afwijking van artikel 1.7 van de regeling en onverminderd artikel 5, liggen aan het project ten grondslag:
    - een projectplan overeenkomstig format SNN;
    - een begroting van de kosten en inkomsten van het project;
    - een toelichting op de begroting;
    - een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, met inbegrip van een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
    - indien de aanvraag betrekking heeft op een investering en de investering waarschijnlijk leidt tot negatieve omgevingseffecten bevat de aanvraag om subsidie een verkenning naar de mogelijke negatieve omgevingseffecten van de investering.
    2..
    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten, via het SNN. De aanvraag kan ingediend worden via het webportal op www.snn.nl/pop3.
    
    Artikel 7 Subsidiabele kosten
    In afwijking van artikel 2.7.6 van de regeling gelden de onderstaande subsidiabele kosten:
    - Voor de uitvoering van een innovatieproject wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten: coördinatiekosten voor het samenwerkingsverband; kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject; kosten voor projectmanagement en projectadministratie.
    - Indien voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, wordt subsidie verstrekt voor: kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Regeling.
    - In afwijking van artikel 1.12 van de Regeling kunnen de subsidiabele kosten genoemd in lid 1 en 2 slechts bestaan uit de volgende kostentypen: personeelskosten; kosten derden; bijdragen in natura, zijnde eigen uren als genoemd in art 1.11a.
    - Binnen dit openstellingsbesluit is het mogelijk om ‘de vereenvoudigde kostenoptie: totale overige kosten als percentage van de directe personeelskosten’, zoals bepaald in artikel 1.12b van de regeling, en ‘de vereenvoudigde kostenoptie: personeelskosten’ als bepaald in artikel 1.9a van de Regeling, te hanteren.
    De VKO voor totale kosten worden gehanteerd zoals beschreven in artikel 1.12b van de Regeling. Dit houdt in dat totale overige kosten als percentage van de directe personeelskosten kunnen worden berekend:
    - het totaal aan overige kosten wordt berekend door de totale directe personeelskosten te vermenigvuldigen met 40%.
    - de totale directe personeelskosten als bedoeld in lid 1 worden berekend door de som van de voor iedere medewerker te berekenen directe personeelskosten.
    De directe personeelskosten per medewerker als bedoeld in het hierboven beschreven punt 2 worden berekend conform artikel 1.9 eerste lid onder a, en het tweede en derde lid van de Regeling. Als alternatief kunnen de personeelskosten worden berekend middels de VKO zoals beschreven in artikel 1.9a van de Regeling.
    
    Artikel 8 Hoogte subsidie
    1..
    De te verstrekken subsidie aan een innovatieproject bedraagt maximaal € 1.500.000,00.
    2..
    Subsidie wordt niet verstrekt indien het subsidiebedrag na beoordeling lager is dan € 350.000,00.
    3..
    Indien de activiteit direct betrekking heeft op de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten bedraagt de hoogte van de subsidie:
    - voor kosten als bedoeld in artikel 7 lid 1: 70% van de subsidiabele kosten;
    - voor kosten als bedoeld in artikel 7 lid 2: 40% van de subsidiabele kosten voor productieve investeringen; 100% van de subsidiabele kosten voor niet-productieve investeringen.
    4..
    Indien het project geen (directe) betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van de subsidie:
    - 25% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling indien de subsidieontvanger een grote onderneming is;
    - 35% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling indien de subsidieontvanger een middelgrote onderneming is;
    - 45% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is.
    5..
    De percentages genoemd in het vierde lid, onder a tot en met c, kunnen worden verhoogd met 15% indien:
    - het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één kleine of middelgrote onderneming als omschreven in bijlage 1 bij Verordening 651/2014 (AGV) en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt en/of;
    - een onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt.
    6..
    De percentages, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden gehanteerd onder het voorbehoud dat het totaal van overheidsbijdragen aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan.
    
    Artikel 9 Selectiecriteria, weging en selectie
    1..
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de selectiecriteria en wegingsfactoren zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.
    2..
    In aanvulling op artikel 1.15 van de Regeling worden de projecten gerangschikt op volgorde van het aantal behaalde punten, van hoog naar laag.
    3..
    In 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.