Garantie Ondernemingsfinanciering
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Voor middelgrote en grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en ondernemers in Bonaire, Sint Eustatius of Saba met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven; ook voor financiers (banken en schadeverzekeraars).
Ook bekend als GO, Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
Waar is deze subsidie voor?
Staatsgarantieregeling waarbij banken een 50% garantie kunnen krijgen op bedrijfsfinanciering (leningen en bankgarantiefaciliteiten) voor middelgrote en grote ondernemingen. Ondernemers kunnen minimaal €1,5 miljoen en maximaal €150 miljoen lenen, met een maximaal gegarandeerd bedrag van €75 miljoen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor middelgrote en grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en ondernemers in Bonaire, Sint Eustatius of Saba met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven; ook voor financiers (banken en schadeverzekeraars).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Bedrijfsfinanciering verkrijgen wanneer banklening of bankgarantie niet eenvoudig beschikbaar is
- Krediet uitbreiden wanneer limiet op één klant bijna bereikt is
- Dekkingstekorten opvangen via staatsgarantie
- Projectontwikkeling en bouwrealisatie financieren
- Financiering voor bedrijfsuitbreiding of investeringen met overheidsgarantie
- Kredietaanvraag indienen via een GO-toegelaten bank
- Risicovermindering bij bedrijfsfinanciering
Voorwaarden
- Substantiële activiteiten in Nederland of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba
- Bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven
- Lening en/of bankgarantiefaciliteit
- Garantiepercentage 50%
- Maximaal gegarandeerd bedrag €75 miljoen
- Aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in beoordelingsproces
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 30 jun 2026
- Sluit
- 1 jul 2031
- Budget
- € 200 mln
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Een onderneming kan met de GO-regeling minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen lenen.”
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Open voor aanvragen View this page in English De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 juli 2026 Heeft u krediet nodig maar krijgt u niet eenvoudig een banklening of bankgarantie? De overheid maakt dit makkelijker met de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO). Uw bank kan zo een 50% Staatsgarantie krijgen op middelgrote en grote leningen en verkleint daarmee haar risico. De Garantie Ondernemingsfinanciering houdt kredietstromen op gang zodat ondernemers kunnen blijven ondernemen. Budget en aanvraagperiode Startdatum: dinsdag 30 juni 2026 09:00 Einddatum: dinsdag 1 juli 2031 17:00 Totaal budget: € 200.000.000 Voor ondernemers De regeling is voor (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en voor ondernemers in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven. Het biedt bedrijven de mogelijkheid om financiering voor elkaar te krijgen die anders niet mogelijk was geweest. Een onderneming kan met de GO-regeling minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen lenen. Dit kan met een lening en/of een bankgarantiefaciliteit. Het garantiepercentage is 50%. Het garantiebedrag is maximaal € 75 miljoen. Projectontwikkeling en GO Ook de bouwrealisatie in de projectontwikkeling valt onder de GO-regeling. Dit kan alleen via gespecialiseerde banken met zeer ruime ervaring in financiering op het gebied van projectontwikkeling. Lees meer over: de vereisten om gebruik te kunnen maken van de GO-regeling Kenmerken GO-financiering Voor financiers Ook kan een kredietinstelling in de zin van de Wet Toezicht Bank- en Kredietwezen 1994 BES aan de regeling deelnemen. Dit kan: als deze op grond van de wet bevoegd is in Bonaire, Sint Eustatius of Saba het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen; én voor zover het leningen betreft die verstrekt zijn aan een ondernemer in Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Schadeverzekeraars als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht kunnen deelnemen aan de GO Bankgarantie regeling. Banken of schadeverzekeraars die mee willen doen moeten een toelatingsprocedure doorlopen. Redenen voor banken om de GO te gebruiken mogelijkheid om krediet uit te breiden als de limiet op één klant bijna is bereikt; bij grote dekkingstekorten is de GO-regeling een uitkomst; lager kapitaalsbeslag; het is een eenvoudige regeling. Deelnemen als financier Wilt u als bank of schadeverzekeraar deelnemen als financier? Neem dan contact op met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Meer informatie Fresh Money beginsel De door de bank verschuldigde provisies Verplichtingen van de bank en wijziging/beheer van verstrekte GO-faciliteiten Verliesdeclaratie door de bank Staatsgarantie Door de GO kunnen banken een 50% staatsgarantie krijgen op middelgrote en grote leningen. Leningen van maximaal € 150 miljoen zijn tot maximaal € 75 miljoen gegarandeerd. Die staatsgarantie verkleint het risico voor banken op te verstrekken bedrijfsfinanciering en vergroot hun mogelijkheden om geld uit te lenen. Sinds 2009 hebben de deelnemende banken voor ruim € 3,5 miljard GO-leningen verstrekt. De overheid heeft dus meer dan € 1,75 miljard aan garanties afgegeven. Aanvragen Financiers kunnen hun garantieaanvraag voor de GO tot en met 1 juli 2031, 17:00 uur indienen bij RVO. Voor een financiering met overheidsgarantie onder de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering kan een onderneming zich wenden tot één van de tot de GO-regeling toegelaten banken. Lees meer over het aanvraagproces Na uw aanvraag Uiterlijk 3 weken na indiening verneemt de bank het standpunt van de Staat. In de praktijk weet RVO een reactietermijn te hanteren die aanzienlijk korter is. Na het besluit over de garantstelling bepaalt de bank of de garantiefinanciering daadwerkelijk wordt verstrekt. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) In het beoordelingsproces van een aanvraag voor GO-garantie is er aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Lees meer over MVO Wet- en regelgeving Raadpleeg de publicatie van de regeling in de Staatscourant (11 juni 2026, titels 3.13 en 3.14). Of raadpleeg de overige officiële publicaties voor de GO. Meer weten? Wilt u op de hoogte gehouden worden over de GO-C regeling? Meld u dan aan voor onze GO-nieuwsbrief. In de brochure Garantie Ondernemingsfinanciering leest u meer over de werking van de regeling. Brochure Garantie Ondernemingsfinanciering PDF document | 220.08 KB In opdracht van: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs Zie ook Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) Kenmerken GO-financiering
- Wat zijn de vereisten om gebruik te kunnen maken van de GO-regeling?Uitvoerder/loket · rvo.nl7 jul 2026
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Wat zijn de vereisten om gebruik te kunnen maken van de GO-regeling? Wat zijn de vereisten om gebruik te kunnen maken van de GO-regeling? Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 10 juni 2025 Om gebruik te kunnen maken van de GO gelden de volgende criteria. Algemene criteria voor ondernemingen Nederlandse ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland in de kern gezond bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven alleen Fresh Money geen bovenmatige kapitaalonttrekking in de laatste 12 maanden GO alleen voor financiering eigen bedrijfsactiviteiten Uitgesloten sectoren landbouw, visserij en aquacultuur met uitzondering van toelevering en dienstverlening onroerend goed met uitzondering van bemiddeling en projectfinanciering de financiële sector met uitzondering van bemiddeling de gezondheidszorg voor zover de onderneming een zorgaanbieder is die diensten verleent zoals omschreven in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. In opdracht van: Ministerie van Economische Zaken Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Kenmerken GO-financiering Kenmerken GO-financiering Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 10 juni 2025 GO-financiering heeft de volgende kenmerken. Kenmerken GO-financiering Bankleningen, wel of niet achtergesteld, met een maximale looptijd van 8 jaar; de bank is leidend bij het vastleggen van zekerheden. Zowel leningen met een vaste rente als leningen met een variabele rente gebaseerd op Euribor-tarieven komen voor de GO-regeling in aanmerking. Bankgarantiefaciliteit voor het stellen van bankgaranties met een minimale looptijd van 6 maanden en tenminste € 250.000. De maximale looptijd van de gestelde garanties is 8 jaar na het afsluiten van de bankgarantiefaciliteit waar de bankgarantie onder valt. Per onderneming is de ondergrens € 1,5 miljoen voor zowel bankleningen als de bankgarantiefaciliteit onder de GO-financiering. Per onderneming is het totaal aan bankleningen en bankgaranties die onder de GO-financiering kan worden gegeven, € 150 miljoen (garantie Staat maximaal € 75 miljoen). In opdracht van: Ministerie van Economische Zaken Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Aanvraaginformatie Garantie Ondernemingsfinanciering Aanvraaginformatie Garantie Ondernemingsfinanciering Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 10 juni 2025 Voor een financiering met overheidsgarantie onder de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) dient een onderneming zich te wenden tot één van de tot de GO-regeling toegelaten banken. De bank bepaalt of de kredietaanvraag in behandeling wordt genomen. Nadat de bank deze kredietvraag heeft goedgekeurd, beslist de bank of een verzoek tot garantiestelling bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt ingediend. De bank bekijkt of aan de voorwaarden van de Garantie Ondernemingsfinanciering wordt voldaan. Voor het verzoek om de GO van toepassing te verklaren dient de bank bij RVO een ingevuld standaardformulier in plus de vereiste bijlagen, onder andere: Het kredietvoorstel met alle bijlagen zoals het door de bank in behandeling is genomen. De notulen van het goedkeuringsbesluit. De jaarrekening van de te financieren onderneming over de laatste 2 jaren, tussentijdse cijfers en de meerjaren prognose na financiering. Reactietermijn RVO Uiterlijk 3 weken na indiening verneemt de bank het standpunt van de Staat. In de praktijk weet RVO een reactietermijn te hanteren die aanzienlijk korter is. Na het besluit over de garantstelling bepaalt de bank of de garantiefinanciering daadwerkelijk wordt verstrekt. Wilt u weten welke banken meedoen aan de GO-regeling? U leest het op de pagina Welke financiers doen mee? In opdracht van: Ministerie van Economische Zaken Hoort bij: Innovatie, onderzoek en onderwijs
Toon brontekst
Aanhef Lichaam ARTIKEL I ARTIKEL II ARTIKEL III Ondertekening TOELICHTING I. Algemeen 1. Aanleiding 2. De GO 3. Staatssteun 4. Regeldruk 5. Vaste verandermomenten II Artikelen Artikel I, onderdeel A, artikel 3.13.1 Artikel I, onderdeel B, artikel 3.13.3 Artikel I, onderdeel C, artikel 3.13.6 Artikel I, onderdeel D, artikel 3.13.10 Artikel I, onderdeel E, artikel 3.13.11 Artikel I, onderdeel F, bijlage 3.13.1 Artikel II Artikel III Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 juli 2026, nr. WJZ/106466945, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies en van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 in verband met het toevoegen van instellingen die subsidie kunnen aanvragen op grond van de subsidiemodule Garantie ondernemingsfinanciering, en de openstelling van deze module De Minister van Economische Zaken en Klimaat, Gelet op de artikelen 2, 3, 4, 5, eerste en tweede lid, 10, 16, 17, 18 en 32 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies; Besluit: ARTIKEL I De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3.13.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid komt de begripsbepaling fundingkosten te luiden: fundingkosten: kosten die de financier maakt om geld aan te trekken op de kapitaalmarkt, waarvan de hoogte op de volgende wijze wordt vastgesteld: a. bij banken op basis van Euribor vermeerderd met een liquiditeitsopslag; b. bij door de minister aangewezen kredietverstrekkers op basis van de risicovrije rente;. 2. In het eerste lid komt onderdeel c van de begripsbepaling lening te luiden: c. is afgesloten met het oog op de financiering door deze onderneming van eigen activiteiten;. 3. In het eerste lid vervalt de begripsbepaling liquiditeitsopslag. 4. Aan het eerste lid wordt de volgende begripsbepaling toegevoegd: risicovrije rente: de rente op Nederlandse staatsobligaties met een looptijd die het beste aansluit bij de looptijd van de te verstrekken lening. 5. Aan het tweede lid wordt ‘en een door de minister aangewezen kredietverstrekker’ toegevoegd. B Aan artikel 3.13.3 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Een door de minister aangewezen kredietverstrekker verstrekt enkel vreemd vermogen financiering aan de ondernemer. C In artikel 3.13.6, eerste lid, wordt ‘Adviescommissie Kredietcommissie’ vervangen door ‘Adviescommissie Kredietcommissie Garantie Ondernemingsfinanciering’. D Artikel 3.13.10 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel c, vervalt ‘vermeerderd met een liquiditeitsopslag’. 2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid. E Aan artikel 3.13.11 wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel c, het volgende onderdeel toegevoegd: d. indien het gaat om een door de minister aangewezen kredietverstrekker: 1°. een brief van DNB en AFM waaruit blijkt dat de aanvrager aan de door hen gestelde eisen voldoet, dan wel dat deze eisen op hem niet van toepassing zijn; 2°. een ondernemersplan; 3°. een uittreksel uit het Handelsregister; 4°. een volledig C.V. van sleutelfunctionarissen; 5°. een overzicht van kosten die voortvloeien uit de overeenkomst met betrekking tot de funding van de lening alsmede een opgave van de risicovrije rente. F Bijlage 3.13.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. ‘Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies’ wordt telkens vervangen door ‘Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies’. 2. ‘Minister van Economische Zaken’ wordt telkens vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’. 3. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel c, komt het derde gedachtestreepje van de begripsbepaling lening te luiden: – is afgesloten met het oog op de financiering door deze onderneming van eigen activiteiten;. b. Onderdeel d vervalt, onder verlettering van onderdelen e tot en met j tot d tot en met i. c. In onderdeel g (nieuw) wordt aan de begripsbepaling financier toegevoegd ‘of een door de minister aangewezen kredietverstrekker’. d. In onderdeel i (nieuw) komt de begripsbepaling fundingkosten te luiden: fundingkosten: kosten die de financier maakt om geld aan te trekken op de kapitaalmarkt, waarvan de hoogte op de volgende wijze wordt vastgesteld: a. bij banken op basis van Euribor vermeerderd met een liquiditeitsopslag; b. bij door de minister aangewezen kredietverstrekkers op basis van de risicovrije rente;. e. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: j risicovrije rente: de rente op Nederlandse staatsobligaties met een looptijd die het beste aansluit bij de looptijd van de te verstrekken lening. 4. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: a. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt ‘vermeerderd met een liquiditeitsopslag’. b. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met negende lid tot tweede tot en met achtste lid. 5. In artikel 8, elfde lid, wordt ‘MKB-ondernemer’ vervangen door ‘ondernemer’. 6. In artikel 12a wordt ‘nader’ vervangen door ‘nadere’. 7. In artikel 15 wordt ‘Ministerie van Economische Zaken’ vervangen door ‘Ministerie van Economische Zaken en Klimaat’ en wordt ‘RVO.nlL’ vervangen door ‘RVO.nl’. ARTIKEL II In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt aan titel 3.13 de volgende rij toegevoegd: 3.13.2 & 3.14.2 13-07-2026 t/m 15-12-2026 € 300.000.000 ARTIKEL III Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage, 2 juli 2026 De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert TOELICHTING I. Algemeen 1. Aanleiding Deze wijzigingsregeling voorziet in de wijziging van de subsidiemodule Garantie ondernemingsfinanciering (hierna: de GO), opgenomen in titel 3.13 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: RNES), alsmede de openstelling en verhoging van het subsidieplafond van de GO en van de met de GO verband houdende subsidiemodule Garantstelling gericht op bankgaranties die in titel 3.14 van de RNES is opgenomen. Deze wijzigingsregeling voorziet niet in inhoudelijke wijzigingen van titel 3.14. 2. De GO De GO geldt voor het midden- en grootbedrijf. Zij beoogt de toegang tot krediet voor het Nederlandse bedrijfsleven te verbeteren. Op grond van de GO kunnen banken een garantstelling van de Nederlandse Staat verkrijgen voor kredieten die zij verstrekken aan ondernemers. Ook bevat de GO een faciliteit ter zake van bankgaranties die ervoor zorgt dat de Nederlandse Staat garant kan staan voor door banken af te geven garanties voor de nakoming van contractuele verplichtingen van de desbetreffende onderneming. Voor de garantstelling wordt een kostendekkende premie geheven. De wijzigingen in de onderhavige regeling subsidiemodules GO voorzien in het verruimen van de toegang tot de GO voor door de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: minister) aangewezen kredietverstrekkers. Hiermee wordt beoogd de toegang tot bedrijfsfinanciering voor het midden- en grootbedrijf te verbeteren. Non-bancaire financiers spelen namelijk in toenemende mate een belangrijke rol in de markt voor kredietverlening. Non-bancaire financiers die zich op kredietverstrekking richten dienen, om toegang tot de GO-regeling te krijgen, een verzoek in bij de minister (in de praktijk de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO)). RVO beoordeelt dit verzoek en legt het vervolgens ter advies voor aan de Adviescommissie Kredietcommissie Garantie Ondernemingsfinanciering, waarna een besluit volgt. Tussen de verstrekker van vreemd vermogen en de verstrekker van eigen vermogen (aandeelhouder) kan een belangenconflict ontstaan. Het belangenconflict tussen aandeelhouder en kredietverstrekker kan ontstaan bij zowel de verstrekking als bij het beheer van de lening. Bij verstrekking is de aandeelhouder gebaat bij zo laag mogelijke rentekosten en soepele kredietvoorwaarden, terwijl de kredietverstrekker een ander belang heeft. Ook bij een mindere gang van zaken na kredietverlening kan een belangenconflict ontstaan. Zo kan er geld bijgestort moeten worden om de continuïteit van de onderneming te behouden. De kredietverstrekker heeft er in zo’n situatie belang bij dat de aandeelhouder zich maximaal inzet voor de bijstorting, terwijl de aandeelhouder er belang bij kan hebben dat de benodigde bijstorting zoveel mogelijk wordt ingevuld met kredietuitbreiding. Ter voorkoming van dergelijke belangenconflicten mogen non-bancaire financiers enkel vreemd vermogen financiering aan de ondernemer verstrekken. Dit wordt door RVO gecontroleerd bij een aanvraag. Een tweede wijziging betreft dat het jaarlijkse garantieplafond voor de GO- en titel 3.14 vanaf 13 juli 2026 is vastgesteld op € 300.000.000. Met dit bedrag worden de GO en titel 3.14 (opnieuw) opengesteld vanaf 13 juli 2026 tot en met 15 december 2026. Hiertoe wordt de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 (hierna: ROES) aangepast. 3. Staatssteun De GO bevat geen staatssteun (zie artikel 3.13.12 van de RNES). De wijzigingen van de GO alsmede de openstelling en de ophoging van het subsidieplafond van de GO en titel 3.14 brengen hierin geen verandering, omdat de overige voorwaarden van de GO en van titel 3.14 ongewijzigd blijven. 4. Regeldruk De wijzigingen van de GO en ophoging van het subsidieplafond leiden niet tot een toename van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk voor financiers – de subsidieaanvragers op grond van de GO – of de bedrijven die een krediet bij de financier aanvragen. De GO leunt in haar vormgeving en uitvoering namelijk volledig op de reguliere ingerichte processen van financiers waarin zij per kredietaanvraag tot een gedegen afweging komen om tot het eventueel verstrekken van een financiering overgaan. Activiteiten die hier zoal onder vallen zijn het verrichten van een zorgvuldige analyse door financiers op de kredietwaardigheid van een bedrijf die financiering wenst te verkrijgen. Er is dan ook sprake van zogeheten bedrijfseigen kosten die volledig buiten de GO om reeds worden gemaakt door zowel de financiers die kredietaanvragen beoordelen en bedrijven die een kredietenaanvraag indienen. De verschillende (bewijs)stukken die bedrijven bij financiers voor een kredietaanvraag aanleveren, betreffen dezelfde stukken die financiers voor een GO-aanvraag dienen aan te leveren bij RVO. Ook de wijziging van artikel 3.13.11 betreft informatie die bedrijven bij een kredietaanvraag al hebben ingediend bij de financier. Voor de eenmalige accreditatie van formeel nog niet aangewezen kredietverstrekkers door de minister (in praktijk RVO) geldt een eenmalige tijdsinspanning. Deze bedraagt circa 60 uur in totaal per alternatieve financier die toegang tot de GO-regeling wil hebben. Hiertoe worden gerekend activiteiten als bijvoorbeeld het opstellen en indienen van het GO toelatingsverzoek door de alternatieve financier, een RVO bezoek op locatie van de alternatieve financier en tot slot een dagdeel waarin de financier haar accreditatieverzoek mondeling nader toelicht aan de Adviescommissie Kredietcommissie Garantie Ondernemingsfinanciering die aan de minister per toelatingsverzoek advies uitbrengt en het eventuele beantwoorden van vragen na afloop. De totale tijdsbesteding is in die zin binnen een beperkte proportie voor de alternatieve financier en de geschatte kosten op basis van deze tijdsbesteding bedraagt per geval, uitgaande van een uurtarief van € 85, in totaal € 5.100 per alternatieve financier (€ 85*60 uren). Uitgaande van twee jaarlijkse aanvragen van alternatieve financiers bedraagt dit op jaarbasis € 5.100*2=€ 10.200). Verder is de verwachting dat de tijdsbesteding bij de subsidiemodules GO twee uur bedraagt. Uitgaande van een uurtarief van € 85 en circa vijf verwachte aanvragen per jaar, leidt dit derhalve tot circa 2*85*5 = € 850 aan jaarlijkse regeldruk voor (cumulatief geschat voor […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.