Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Voor jonge landbouwers (onder de 40 jaar) die bedrijfshoofd zijn van een landbouwbedrijf in de provincie Utrecht en beschikken over een landbouwdiploma of aantoonbare vakbekwaamheid.

Ook bekend als Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025, GLB productieve investeringen, Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Utrecht, GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers provincie Utrecht

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via provincie-utrecht.nl
Max. bedrag
€ 3,5 mln
per aanvraag
Percentage
41,7%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 2,1 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidie voor fysieke investeringen in bedrijfsverduurzaming gericht op groen-blauw beheer en dierenwelzijn voor jonge landbouwers in Utrecht. Subsidieplafond € 2.101.977,00 waarvan € 564.573,00 EU-overhevelingsmiddelen, € 661.083,72 ELFPO en € 876.320,28 provinciale cofinanciering.

Voor wie is het bedoeld?

Voor jonge landbouwers (onder de 40 jaar) die bedrijfshoofd zijn van een landbouwbedrijf in de provincie Utrecht en beschikken over een landbouwdiploma of aantoonbare vakbekwaamheid.

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Investeren in regelbare drainage en waterconservering op het landbouwbedrijf
  • Aanschaffen van waterbesparende beregening en irrigatiesystemen
  • Installeren van waterbeheervoorzieningen ter voorkoming van verontreiniging
  • Investeren in autonome en semi-autonome niet-chemische bestrijding
  • Overschakelen op strokenteelt met vaste rijpaden
  • Agroforestry-investeringen combineren met akkerbouw of veeteelt
  • Investeren in waterbeheersystemen op het landbouwbedrijf
  • Aanschaffen van duurzame irrigatie- en beregeningsapparatuur
  • Verbeteren van bodemkwaliteit en waterkwaliteit
  • Implementeren van biologische bestrijdingsmethoden
  • Verminderen van erfafspoeling en verontreiniging

Voorwaarden

  • Aanvrager moet jonger zijn dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd
  • Aanvrager moet bedrijfshoofd zijn op het moment van aanvraag
  • Aanvrager moet beschikken over een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid (minimaal 2 jaar aantoonbare ervaring aangevuld met cursus bedrijfsovername/agrarische bedrijfsvoering)
  • Investeringen moeten zijn opgenomen in de investeringslijst
  • Investeringen moeten worden geplaatst/gebruikt in de provincie Utrecht
  • Maximaal één investeringscategorie per aanvraag
  • Bij financial lease moet subsidieontvanger eigenaar zijn voordat de instandhoudingstermijn afloopt

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwbedrijf
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Openstellingen en rondes

Ronde 2025Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
€ 2,1 mln
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
het subsidieplafond voor het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025 vast te stellen op € 3.500.000 volledig bestaande uit provinciale middelen
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 11 november 2025, nr. UTSP-4437239-5383 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn jonge landbouwers provincie Utrecht 2025
  • Toon brontekst
    Overslaan en naar de inhoud gaan Zoeken Menu Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn 2025/2026 Status: Aanvraagperiode gesloten Aanvraagperiode: 3 december 2025 09:00 - 26 februari 2026 17:00 De regeling ‘Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn’ is bedoeld als stimulans voor de aanschaf van moderne, innovatieve installaties en machines. Waarmee landbouwers hun bedrijven kunnen verduurzamen. De investeringen dragen bij aan de milieu- en klimaatdoelen van de provincie Utrecht. In het openstellingsbesluit Productieve investeringen niet-jonge landbouwers staat bij de subsidiehoogte voor waterbeheervoorzieningen per ongeluk 80% vermeld. Dit klopt niet. Het juiste subsidiepercentage voor deze investeringen is 70%. Alleen jonge landbouwers kunnen voor deze categorie 80% subsidie krijgen. Voor wie? Landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers in de provincie Utrecht. Ben je een jonge landbouwer (onder 40)? Dan kan je aanspraak doen op de subsidie jonge landbouwers. De voorwaarden hiervoor worden genoemd in het openstellingsbesluit jonge landbouwers 2025 (artikel 1 lid 3). Dit openstellingsbesluit vindt u onderaan deze pagina. Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden? Deze subsidie is bedoeld voor investeringen in slimme en veerkrachtige landbouw, met als doel bij te dragen aan milieuverbetering, biodiversiteit en klimaatdoelstellingen. Aanvragen doet u vanuit de investeringslijst. Deze is te vinden in het openstellingsbesluit onderaan deze pagina. Voorwaarden voor aanvragen subsidieverlening De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie, of om aanspraak te doen op de regeling voor jonge landbouwers zijn te vinden op de website van RVO. Hoogte van subsidie/maximaal subsidiebedrag Het totale subsidiebedrag voor de reguliere openstelling bedraagt 4,5 miljoen euro. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 40 procent van de kosten. Jonge landbouwers kunnen aanspraak doen op de jongerenregeling dit subsidiebedrag bedraagt 3,5 miljoen euro. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 55 procent van de kosten. Hoe kan ik subsidie aanvragen? Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) neemt uw aanvraag in behandeling. U kunt vanaf 3 december 2025 subsidie aanvragen. Meer informatie is te vinden op de website van RVO. Vragen of hulp nodig? Voor vragen over de investeringslijst kunt u contact opnemen met RVO via: plattelandsinterventies@rvo.nl Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met glb@provincie-utrecht.nl Goed om te weten Op 26 november is er een online informatiebijeenkomst. Aanmelden kan via dit aanmeldformulier. Openstellingsbesluit Openstellingsbesluit jonge landbouwers Openstellingsbesluit niet jonge landbouwers Wet- en regelgeving Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht Algemene subsidieverordening Deel deze pagina Deel op Bluesky Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Deel op X Link kopiëren Link gekopieerd naar klembord. Zoeken: doorzoek de website Zoek
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 11 november 2025, nr. UTSP-4437239-5382 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers provincie Utrecht 2025
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Gelet op artikel 1.2 van hoofdstuk 1 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: de “Verordening”);
    Besluiten:
    - het subsidieplafond voor het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers provincie Utrecht 2025 vast te stellen op € 4.500.000 volledig bestaande uit provinciale middelen.
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 3 december 2025 9.00 uur tot en met 26 februari 2026 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepaling
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    - Investeringslijst: de investeringslijst in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.
    - Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en –machines.
    - Landbouwbedrijf: alle bij de Kamer van Koophandel ingeschreven eenheden ondernemingen op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten (als bedoeld in bijlage 1 VWEU) worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd.
    - Regelbare drainage: drainage waarbij overtollig, ondiep grondwater niet meteen wordt afgevoerd maar langer wordt vastgehouden in de bodem en waarbij de intensiteit van de drainage worden ingesteld door de ontwateringsbasis in hoogte te variëren.
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Utrecht.
    - Voedselbos: een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten die deels voor de mens als voedsel dienen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels).
    - Zelfrijdende werktuigen: werktuigen gecombineerd met een voertuig met een eigen aandrijving.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor de in de investeringslijst als subsidiabel genoemde activiteiten die worden geplaatst of gebruikt in de provincie Utrecht.
    2..
    Een aanvraag om subsidie kan betrekking hebben op meerdere investeringscategorieën.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Overeenkomstig artikel 2.2.3 van de Verordening kan subsidie worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    1..
    Onverminderd artikel 2.2.4 van de Verordening en artikel 1.6 van de Verordening, wordt de aanvraag om subsidie vergezeld van:
    - een heldere beschrijving van de investering en de investeringscategorie, alsmede een onderbouwing waaruit blijkt dat de investering binnen de categorie past;
    - één of meerdere offertes als onderdeel van de toelichting op de begroting;
    - in het geval het project vergunningsplichtig is: een bewijsstuk van het starten van de vergunningprocedure dan wel de reeds verkregen vergunning.
    2..
    In afwijking van artikel 1.6, tweede lid sub c wordt het financieringsplan ingediend middels het digitale aanvraagformulier zoals beschikbaar is in het GLB-webportal.
    3..
    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van een erkend SKAL-certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt.
    4..
    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.
    5..
    Aanvragen worden ingediend via het online GLB-webportal.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteiten, komen voor subsidie in aanmerking de kosten voor de investeringen met betrekking tot de investeringscategorieën zoals vastgelegd in de investeringslijst.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.2.5, eerste lid van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder e van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    3..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a uit de Verordening.
    
    Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
    In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
    - kosten voor de aanschaf van zelfrijdende werktuigen;
    - kosten voor abonnementen op software-updates en servicecontracten;
    - kosten voor apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones; en
    - kosten voor energieopwekking welke niet uitsluitend wordt ingezet ten behoeve van de eigen landbouwonderneming.
    
    Artikel 7 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.2.7 tweede lid van de Verordening, bedraagt de subsidie 40% van de subsidiabele kosten.
    2..
    De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten indien sprake is van investeringen in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico's van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling.
    3..
    De subsidie bedraagt maximaal € 100.000 per aanvraag.
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de te beschikken subsidie bij verlening lager is dan € 10.000.
    2..
    Per landbouwer kan op grond van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd.
    3..
    Indien een landbouwbedrijf uit meerdere landbouwers bestaat kan in het kader van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden verstrekt aan het landbouwbedrijf.
    
    Artikel 9 Selectie en rangschikking
    1..
    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de investeringslijst.
    2..
    Overeenkomstig met artikel 1.12, vijfde lid, onderdeel d van de Verordening wordt bij een aanvraag bestaande uit investeringen binnen meerdere investeringscategorieën voor de rangschikking het per investeringscategorie aan de investeringen toegekende aantal punten opgeteld en vervolgens door het aantal investeringscategorieën gedeeld.
    3..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 sub c en artikel 2.2.8 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst.
    4..
    In overeenstemming met artikel 2.2.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw bij de rangschikking een extra punt toegekend.
    5..
    De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van puntenaantal beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.
    6..
    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, zal selectie van deze aanvragen plaatsvinden door middel van loting.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetalingen
    1..
    Wanneer sprake is van financial lease dient subsidieontvanger wel eigenaar te zijn voordat de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening is afgelopen. Dat betekent dat hij voor die tijd alle termijnen moet hebben voldaan.
    2..
    In afwijking van artikel 1.17 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot.
    3..
    In afwijking van artikel 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen deelbetalingen.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    Wanneer sprake is van financial lease dient de subsidieontvanger eigenaar te zijn voordat de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening is afgelopen. Dat betekent dat hij voor die tijd alle termijnen moet hebben voldaan.
    2..
    In aanvulling op artikel 1.15 en artikel 1.20 lid 2 van de Verordening loopt de projectperiode tot één jaar na dagtekening van de verleningsbeschikking.
    3..
    Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de projectperiode, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot en met uiterlijk 31 december 2028.
    4..
    Overeenkomstig artikel 1.7, vijfde lid van de Verordening gelden voor de vaststelling van subsidies welke zijn verleend in het kader van dit openstellingsbesluit, de regels voor arrangement 2 zoals opgenomen in artikel 1.20 van de Verordening.
    5..
    De subsidieontvanger toont door middel van een prestatieverklaring aan dat aan de subsidie verbonden verplichtingen, genoemd in artikel 1.20, vierde lid, onder b van de Verordening, is voldaan.
    6..
    In aanvulling op artikel 1.22 van de Verordening is het niet mogelijk om van investeringscategorie te wisselen.
    7..
    In geval het project vergunningsplichtig is, wordt uiterlijk bij vaststelling de verleende vergunning meegezonden.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Werkingsduur
    Dit besluit vervalt van rechtswege op 31 december 2029.
    
    Artikel 14 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als Openstellingsbesluit GLB Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers provincie Utrecht 2025.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 11 november 2025.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol- van Leeuwen
    
    Toelichting bij het Openstellingsbesluit GLB Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers provincie Utrecht 2025
    LEESWIJZERVoorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Utrecht. Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 2 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor niet jonge landbouwers – opengesteld. De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.8 van paragraaf 2 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en slotbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
    - Algemeen
    Voorliggende regeling is een regeling vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de Provincie Utrecht. Het GLB loopt van 2023 tot en met 2027. Alle projecten moeten voor 1 april 2029 worden vastgesteld. Het programma is gericht op slimme veerkrachtige landbouw, milieu-, biodiversiteits- en klimaatdoelen en brede plattelandsontwikkeling.
    De maatregel voor productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn (gericht op bedrijfsverduurzaming) is vooral bedoeld om de aanschaf van moderne installaties en machines te stimuleren, waarmee landbouwers het eigen bedrijf kunnen verduurzamen. Dit doen zij door met specifieke investeringen een bijdrage te leveren aan de milieu- en klimaatdoelen en het efficiënt gebruiken van natuurlijke hulpbronnen, zoals water en bodem en biodiversiteit. Ook is er binnen deze regeling ruimte voor investeringen met b
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 11 november 2025, nr. UTSP-4437239-5383 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn jonge landbouwers provincie Utrecht 2025
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Gelet op artikel 1.2 van hoofdstuk 1 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: de “Verordening”);
    Besluiten:
    - het subsidieplafond voor het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025 vast te stellen op € 3.500.000 volledig bestaande uit provinciale middelen;
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 3 december 2025 9.00 uur tot en met 26 februari 2026 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepaling
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    - Investeringslijst: de investeringslijst in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.
    - Jonge landbouwer: conform artikel 2.1.1 van de Verordening; iemand die: jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd; bedrijfshoofd is op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, wat betekent dat hij: als natuurlijk persoon een landbouwbedrijf uitoefent in eigen naam; mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering, en; als natuurlijk persoon langdurige blokkerende zeggenschap heeft als bestuurder van een rechtspersoon, beherende vennoot, maat in de maatschap of als bestuurder van een vereniging of stichting, en; een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid heeft, bestaande uit: een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw, of aanverwant op mbo-, hbo- of wo-niveau, of een bewijs van ten minste 2 jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername, agrarische bedrijfsvoering of aanverwant.
    - Langdurige blokkerende zeggenschap: van langdurige blokkerende zeggenschap is sprake als de jonge landbouwer ten minste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan 25.000 euro. Van langdurige blokkerende zeggenschap als bedoeld onder iii, is geen sprake als:de jonge landbouwer een commanditaire vennoot van het betreffende landbouwbedrijf is; ofde door alle maten of vennoten ondertekende schriftelijke overeenkomst door elk der partijen eenzijdig kan worden gewijzigd of opgezegd.
    - Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en –machines.
    - Landbouwbedrijf: alle bij de Kamer van Koophandel ingeschreven eenheden ondernemingen op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten (als bedoeld in bijlage 1 VWEU) worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd.
    - Regelbare drainage: drainage waarbij overtollig, ondiep grondwater niet meteen wordt afgevoerd maar langer wordt vastgehouden in de bodem en waarbij de intensiteit van de drainage worden ingesteld door de ontwateringsbasis in hoogte te variëren.
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht.
    - Voedselbos: een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten die deels voor de mens als voedsel dienen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels).
    - Zelfrijdende werktuigen: werktuigen gecombineerd met een voertuig met een eigen aandrijving.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor de in de investeringslijst als subsidiabel genoemde activiteiten die worden geplaatst of gebruikt in de provincie Utrecht.
    2..
    Een aanvraag om subsidie kan betrekking hebben op meerdere investeringscategorieën.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Overeenkomstig artikel 2.2.3 van de Verordening kan subsidie worden verstrekt aan jonge landbouwers of een samenwerkingsverband van jonge landbouwers.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    1..
    Onverminderd artikel 2.2.4 van de Verordening en artikel 1.6 van de Verordening, wordt de aanvraag om subsidie vergezeld van:
    - een heldere beschrijving van de investering en de investeringscategorie, alsmede een onderbouwing waaruit blijkt dat de investering binnen de categorie past;
    - één of meerdere offertes als onderdeel van de toelichting op de begroting;
    - in het geval het project vergunningsplichtig is, een bewijsstuk van het starten van de vergunningprocedure dan wel de reeds verkregen vergunning;
    - de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de bv en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten;
    - een kopie van een identiteitsdocument van de jonge landbouwer; en
    - een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op mbo-, hbo- of wo-niveau, of een bewijs van ten minste 2 jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername, agrarische bedrijfsvoering of aanverwant.
    2..
    In afwijking van artikel 1.6, tweede lid sub c wordt het financieringsplan ingediend middels het digitale aanvraagformulier zoals beschikbaar is in het GLB-webportal.
    3..
    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van een erkend SKAL-certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt.
    4..
    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.
    5..
    Aanvragen worden ingediend via het online GLB-webportal.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteiten, komen voor subsidie in aanmerking de kosten voor de investeringen met betrekking tot de investeringscategorieën zoals vastgelegd in de investeringslijst.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.2.5, eerste lid van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder e van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    3..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a uit de Verordening.
    
    Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
    In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
    - kosten voor de aanschaf van zelfrijdende werktuigen;
    - kosten voor abonnementen op software-updates en servicecontracten;
    - kosten voor apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensortechniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones; en
    - kosten voor energieopwekking welke niet uitsluitend wordt ingezet ten behoeve van de eigen landbouwonderneming.
    
    Artikel 7 Hoogte subsidie
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.2.7 tweede lid van de Verordening, bedraagt de subsidie 55% van de subsidiabele kosten.
    2..
    De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten indien sprake is van investeringen in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico's van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling.
    3..
    De subsidie bedraagt maximaal € 100.000 per aanvraag.
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de te beschikken subsidie bij verlening lager is dan € 10.000.
    2..
    Per jonge landbouwer kan op grond van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd.
    3..
    Indien een landbouwbedrijf uit meerdere landbouwers bestaat kan in het kader van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden verstrekt aan het landbouwbedrijf.
    
    Artikel 9 Selectie en rangschikking
    1..
    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de investeringslijst.
    2..
    In overeenstemming met artikel 1.12, vijfde lid, onderdeel d van de Verordening wordt bij een aanvraag bestaande uit investeringen binnen meerdere investeringscategorieën voor de rangschikking het per investeringscategorie aan de investeringen toegekende aantal punten opgeteld en vervolgens door het aantal investeringscategorieën gedeeld.
    3..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 sub c en artikel 2.2.8 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst.
    4..
    In overeenstemming met artikel 2.2.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw bij de rangschikking een extra punt toegekend.
    5..
    De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van puntenaantal beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.
    6..
    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, zal selectie van deze aanvragen plaatsvinden door middel van loting.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetalingen
    1..
    In afwijking van artikel 1.17 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot.
    2..
    In afwijking van artikel 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen deelbetalingen.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    Wanneer sprake is van financial lease dient de subsidieontvanger eigenaar te zijn voordat de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening is afgelopen. Dat betekent dat hij voor die tijd alle termijnen moet hebben voldaan.
    2..
    In aanvulling op artikel 1.15 en artikel 1.20 lid 2 van de Verordening loopt de projectperiode tot één jaar na dagtekening van de verleningsbeschikking.
    3..
    Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de projectperiode, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot en met uiterlijk 31 december 2028.
    4..
    Overeenkomstig artikel 1.7, vijfde lid van de Verordening gelden voor de vaststelling van subsidies welke zijn verleend in het kader van dit openstellingsbesluit, de regels voor arrangement 2 zoals opgenomen in artikel 1.20 van de Verordening.
    5..
    De subsidieontvanger toont door middel van een prestatieverklaring aan dat aan de subsidie verbonden verplichtingen, genoemd in artikel 1.20, vierde lid, onder b van de Verordening, is voldaan.
    6..
    In aanvulling op artikel 1.22 van de Verordening is het niet mogelijk om van investeringscategorie te wisselen.
    7..
    In geval het project vergunningsplichtig is, wordt uiterlijk bij vaststelling de verleende vergunning meegezonden.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Werkingsduur
    Dit besluit vervalt van rechtswege op 31 december 2029.
    
    Artikel 14 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als Openstellingsbesluit
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 10 december 2024, nr. UTSP-4437239-4819 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025 (Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Gelet op artikel 1.2 van hoofdstuk 1 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht;
    Besluiten:
    - Het subsidieplafond voor het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn voor jonge landbouwers provincie Utrecht 2025 vast te stellen op € 1.401.320,- welk bestaat uit € 564.573,- (voor 100% aan Europese middelen) en uit € 836.747,- (waarvan € 359.801,21 Europese middelen (43% ELFPO) en € 476.945,79 aan provinciale middelen (57%));
    - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 2.101.977,00, waarvan € 564.573,00 EU-overhevelingsmiddelen en € 661.083,72 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 876.320,28 uit provinciale cofinancieringsmiddelen;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepaling
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
    - Agroforestry: landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten (bomen en struiken) bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, daaronder mede begrepen voedselbossen, waarbij een ecologische en economische wisselwerking plaats vindt tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen.
    - Investeringslijst: de investeringslijst in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.
    - Jonge landbouwer: conform artikel 2.1.1. van de Verordening; iemand diejonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd;bedrijfshoofd is op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, wat betekent dat hij:als natuurlijk persoon een landbouwbedrijf uitoefent in eigen naam;mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering, en;als natuurlijk persoon langdurige blokkerende zeggenschap heeft als bestuurder van een rechtspersoon, beherende vennoot, maat in de maatschap of als bestuurder van een vereniging of stichting, en;een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid heeft, bestaande uit:een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouwof aanverwant op mbo-, hbo- of wo-niveau, ofeen bewijs van ten minste 2 jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername, agrarische bedrijfsvoering of aanverwant.van langdurige blokkerende zeggenschap als bedoeld onder iii, is sprake als de jonge landbouwer ten minste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan 25.000 euro.van langdurige blokkerende zeggenschap als bedoeld onder iii, is geen sprake als:de jonge landbouwer een commanditaire vennoot van het betreffende landbouwbedrijf is; ofde door alle maten of vennoten ondertekende schriftelijke overeenkomst door elk der partijen eenzijdig kan worden gewijzigd of opgezegd.
    - Kleinschalige windmolens: turbines met een tiphoogte tot maximaal 15 meter en een vermogen tot maximaal 20 kW die windenergie omzetten in elektriciteit door middel van een generator ten behoeve van gebruik op het eigen bedrijf.
    - Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines;
    - Landbouwbedrijf: alle bij de Kamer van Koophandel ingeschreven ondernemingen op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten (als bedoeld in bijlage 1 VWEU) worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd.
    - NSP: Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027.
    - Regelbare drainage: drainage waarbij overtollig, ondiep grondwater niet meteen wordt afgevoerd maar langer wordt vastgehouden in de bodem en waarbij de intensiteit van de drainage worden ingesteld door de ontwateringsbasis in hoogte te variëren.
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Utrecht.
    - Voedselbos: een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten die deels voor de mens als voedsel dienen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels).
    - Zelfrijdende werktuigen: werktuigen gecombineerd met een voertuig met een eigen aandrijving.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor de fysieke investeringen die zijn opgenomen in de investeringslijst en worden geplaatst/gebruikt in de provincie Utrecht.
    2..
    Subsidie wordt verstrekt voor de in de investeringslijst als subsidiabel genoemde activiteiten.
    3..
    Een aanvraag om subsidie kan betrekking hebben op maximaal een investeringscategorie.
    Wanneer sprake is van financial lease dient subsidieontvanger wel eigenaar te zijn voordat de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening is afgelopen. Dat betekent dat hij voor die tijd alle termijnen moet hebben voldaan.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Overeenkomstig artikel 2.2.3 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan jonge landbouwers of een samenwerkingsverband van jonge landbouwers.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    Onverminderd artikel 2.2.4 van de Verordening en in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening zijn de volgende subsidievereisten van toepassing:
    - De aanvraag is voorzien van:een heldere nadere beschrijving die ten minste de volgende informatie bevat: de investering, de categorie en een onderbouwing waaruit blijkt dat de investering binnen de categorie past;één of meerdere offertes als onderdeel van de toelichting op de begroting;in het geval het project vergunningsplichtig is: een bewijsstuk van het starten van de vergunningprocedure dan wel reeds verkregen vergunning.
    - Het financieringsplan als bedoeld in artikel 1.6 van de Verordening moet voorzien in volledige dekking van de kosten van het project.
    - Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van een erkend SKAL-certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt.
    - Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.
    - Om te beoordelen of de aanvrager voldoet aan de criteria voor een ‘jonge landbouwer’ als vastgelegd in artikel 2.1.1. van de Verordening, wordt de aanvraag vergezeld van volgende documenten:de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de bv en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten;een kopie van een identiteitsdocument van de jonge landbouwereen diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op mbo-, hbo- of wo-niveau, of een bewijs van ten minste 2 jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername, agrarische bedrijfsvoering of aanverwant.
    - Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een investering in de productie van biobrandstoffen of hernieuwbare energie dient de aanvrager bewijs aan te leveren dat het gemiddelde jaarverbruik (brandstof/energie) van het landbouwbedrijf van de aanvrager aantoont.
    - Aanvragen worden ingediend via het online portaal van RVO.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidiabel zijn kosten van nieuwe machines en installaties met betrekking tot de investeringscategorieën zoals vastgelegd in de investeringslijst.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.2.5, eerste lid van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder e van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    3..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a uit de Verordening.
    
    Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
    1..
    In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking:
    - kosten voor de aanschaf van zelfrijdende werktuigen met uitzondering van investeringen die ingediend worden onder categorie 2 (Biodiversiteit en biologische bestrijding) en categorie 1 (Energie en klimaat) van de investeringslijst.
    - kosten voor abonnementen op software-updates en servicecontracten.
    - kosten voor apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones.
    2..
    Een investering ten behoeve van energieopwekking komt niet voor subsidie in aanmerking, als de energie wordt opgewekt ten behoeve van levering aan derden.
    
    Artikel 7 Hoogte subsidie
    Onverminderd de artikelen 1.2 en 2.2.7 van de Verordening geldt dat:
    - De subsidie 55% van de subsidiabele kosten bedraagt;
    - De subsidie minder dan € 100.000,- bedraagt.
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 10.000,-.
    2..
    Onverminderd artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de aanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak al voor dezelfde investeringen een aanvraag om subsidie heeft ingediend op grond van deze paragraaf.
    3..
    Per landbouwer kan op grond van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd.
    4..
    Indien een landbouwbedrijf uit meerdere landbouwers bestaat wordt in het kader van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie verstrekt aan het landbouwbedrijf.
    
    Artikel 9 Selectie en rangschikking
    1..
    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de investeringslijst.
    2..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 sub c en artikel 2.2.8 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst.
    3..
    In overeenstemming met artikel 2.2.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend.
    4..
    De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van puntenaantal beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.
    5..
    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, zal selectie plaatsvinden door middel van loting.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetalingen
    In afwijking van de artikelen 1.17 en 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot of deelbetaling.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen één jaar na dagtekening van subsidieverlening in te dienen.
    2..
    Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de projectperiode, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van di
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 10 december 2024, nr. UTSP-4437239-4820 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen voor bedrijfsverduurzaming groen-blauw en dierenwelzijn provincie Utrecht 2025 (Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn provincie Utrecht 2025)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Gelet op artikel 1.2 van hoofdstuk 1 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 uit de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht;
    Besluiten:
    - het subsidieplafond voor het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn provincie Utrecht 2025 vast te stellen op € 1.966.013,60, welk bedrag bestaat uit: € 931.251,21(voor 100% aan Europese middelen) en uit € 1.034.762,39 (waarvan € 444.947,83 Europese middelen (43% ELFPO) en € 589.814,56 aan provinciale middelen (57%));
    - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 2.949.020,40, waarvan € 931.251,21 EU-overhevelingsmiddelen en € 867.640,75 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 1.150.128,44 uit provinciale cofinancieringsmiddelen;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Begripsbepaling
    In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder:
    - Agroforestry: landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten (bomen en struiken) bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, daaronder mede begrepen voedselbossen, waarbij een ecologische en economische wisselwerking plaats vindt tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen.
    - Investeringslijst: de investeringslijst in de bijlage bij dit openstellingsbesluit.
    - Kleinschalige windmolens: turbines met een tiphoogte tot maximaal 15 meter en een vermogen tot maximaal 20 kW die windenergie omzetten in elektriciteit door middel van een generator ten behoeve van gebruik op het eigen bedrijf.
    - Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines;
    - Landbouwbedrijf: alle bij de Kamer van Koophandel ingeschreven eenheden ondernemingen op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten (als bedoeld in bijlage 1 VWEU) worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd.
    - NSP: Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027.
    - Regelbare drainage: drainage waarbij overtollig, ondiep grondwater niet meteen wordt afgevoerd maar langer wordt vastgehouden in de bodem en waarbij de intensiteit van de drainage worden ingesteld dooroor de ontwateringsbasis in hoogte te variëren.
    - Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Utrecht.
    - Voedselbos: een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten die deels voor de mens als voedsel dienen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels).
    - Zelfrijdende werktuigen: werktuigen gecombineerd met een voertuig met een eigen aandrijving.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor de fysieke investeringen die zijn opgenomen in de investeringslijst en worden geplaatst/gebruikt in de provincie Utrecht.
    2..
    Subsidie wordt verstrekt voor de in de investeringslijst als subsidiabel genoemde activiteiten.
    3..
    Een aanvraag om subsidie kan betrekking hebben op maximaal een investeringscategorie.
    4..
    Wanneer sprake is van financial lease dient subsidieontvanger wel eigenaar te zijn voordat de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening is afgelopen. Dat betekent dat hij voor die tijd alle termijnen moet hebben voldaan.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Overeenkomstig artikel 2.2.3 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    Onverminderd artikel 2.2.4 van de Verordening en in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening zijn de volgende subsidievereisten van toepassing:
    - De aanvraag is voorzien van:een heldere nadere beschrijving die ten minste de volgende informatie bevat: de investering, de categorie en een onderbouwing waaruit blijkt dat de investering binnen de categorie past;één of meerdere offertes als onderdeel van de toelichting op de begroting;in het geval het project vergunningsplichtig is: een bewijsstuk van het starten van de vergunningprocedure dan wel reeds verkregen vergunning.
    - Het financieringsplan als bedoeld in artikel 1.6 van de Verordening moet voorzien in volledige dekking van de kosten van het project.
    - Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van een erkend SKAL-certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt.
    - Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.
    - Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een investering in de productie van biobrandstoffen of hernieuwbare energie dient de aanvrager bewijs aan te leveren dat het gemiddelde jaarverbruik (brandstof/energie) van het landbouwbedrijf van de aanvrager aantoont.
    - Aanvragen worden ingediend via het online portaal van RVO.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidiabel zijn kosten van nieuwe machines en installaties met betrekking tot de investeringscategorieën zoals vastgelegd in de investeringslijst.
    2..
    Overeenkomstig artikel 2.2.5, eerste lid van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder e van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
    3..
    Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a uit de Verordening.
    
    Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
    1..
    In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking:
    - kosten voor de aanschaf van zelfrijdende werktuigen met uitzondering van investeringen die ingediend worden onder categorie 2 (Biodiversiteit en biologische bestrijding) en categorie 1 (Energie en klimaat) van de investeringslijst.
    - kosten voor abonnementen op software-updates en servicecontracten.
    - kosten voor apparatuur benodigd voor het aflezen van de ICT en sensor techniek waaronder computers, laptops, tablets en smartphones.
    2..
    Een investering ten behoeve van energieopwekking komt niet voor subsidie in aanmerking, als de energie wordt opgewekt ten behoeve van levering aan derden.
    
    Artikel 7 Hoogte subsidie
    Onverminderd de artikelen 1.2 en 2.2.7 van de Verordening geldt dat:
    - De subsidie 40% van de subsidiabele kosten bedraagt;
    - De subsidie minder dan € 100.000,- bedraagt.
    
    Artikel 8 Weigeringsgronden
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 10.000,-.
    2..
    Onverminderd artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de aanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak al voor dezelfde investeringen een aanvraag om subsidie heeft ingediend op grond van deze paragraaf.
    3..
    Per landbouwer kan op grond van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd.
    4..
    Indien een landbouwbedrijf uit meerdere landbouwers bestaat wordt in het kader van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie verstrekt aan het landbouwbedrijf.
    
    Artikel 9 Selectie en rangschikking
    1..
    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de investeringslijst.
    2..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 sub c en artikel 2.2.8 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst.
    3..
    In overeenstemming met artikel 2.2.8 lid 3 krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend.
    4..
    De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van puntenaantal beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.
    5..
    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, zal selectie plaatsvinden door middel van loting.
    
    Artikel 10 Voorschot en deelbetalingen
    In afwijking van de artikelen 1.17 en 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot of deelbetaling.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    1..
    In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen één jaar na dagtekening van subsidieverlening in te dienen.
    2..
    Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de projectperiode, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot en met uiterlijk 31 december 2028.
    3..
    Ongeacht het te verstrekken subsidiebedrag, en in aanvulling op artikel 1.7 van de Verordening gelden voor de vaststelling van subsidies welke zijn verleend in het kader van dit openstellingsbesluit, de regels voor arrangement 2 zoals opgenomen in artikel 1.20 van de Verordening.
    4..
    De subsidieontvanger toont aan dat de verplichting, genoemd in artikel 1.20, vierde lid, onder b van de Verordening, is voldaan door middel van een prestatieverklaring.
    5..
    In aanvulling op artikel 1.22 van de Verordening is het niet mogelijk om van investeringscategorie te wijzigen.
    6..
    In geval het project vergunningsplichtig is: bij vaststelling wordt de verleende vergunning meegezonden.
    
    Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 13 Werkingsduur
    Dit besluit vervalt op 31 december 2029.
    
    Artikel 14 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als Openstellingsbesluit GLB Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn provincie Utrecht 2025.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 10 december 2024.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    Mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol- van Leeuwen
    
    Toelichting bij het Openstellingsbesluit GLB Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn provincie Utrecht 2025
    LEESWIJZERVoorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Utrecht. Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 2 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn – opengesteld. De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.8 van paragraaf 2 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en slotbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
    - Algemeen
    Voorliggende regeling is een regeling vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de Provincie Utrecht. Het
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.