Subsidieregeling voorschoolse educatie Geldrop-Mierlo 2022
Gemeente Geldrop-Mierlo
Voor geregistreerde kindercentra in Geldrop-Mierlo die voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 jaar en 3 maanden tot schoolleeftijd, met extra ondersteuning voor locaties met meer dan 50% doelgroeppeuters.
Ook bekend als VE Geldrop-Mierlo
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor geregistreerde kindercentra in Geldrop-Mierlo die voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 jaar en 3 maanden tot schoolleeftijd. De subsidie wordt berekend op basis van contractueel afgenomen uren verminderd met de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Het budget is gebaseerd op de specifieke uitkering van het Rijk voor onderwijsachterstandenbeleid.
Voor wie is het bedoeld?
Voor geregistreerde kindercentra in Geldrop-Mierlo die voorschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2 jaar en 3 maanden tot schoolleeftijd, met extra ondersteuning voor locaties met meer dan 50% doelgroeppeuters.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil subsidie aanvragen voor mijn kindercentrum voor voorschoolse educatie
- Ik wil weten welke kwaliteitseisen gelden voor voorschoolse educatie
- Ik wil inzicht in de berekening van de subsidie per uur
Voorwaarden
- Kindercentrum moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Kindercentrum moet VVE-gecertificeerd zijn (met uitzondering van artikel 2 lid 5)
- Voorschoolse educatie moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen en bovenwettelijke eisen van Geldrop-Mierlo
- Houder moet jaarlijks voor 1 november subsidieaanvraag indienen
- Houder moet kwartaalrapportages via Peutermonitor indienen
- Houder moet verantwoording afleggen op basis van werkelijk aantal contractueel afgenomen uren
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling voorschoolse educatie Geldrop-Mierlo 2022 Gelet op: - titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 3 tweede lid van de Algemene Subsidie Verordening Geldrop-Mierlo 2017; - Wet Kinderopvang; - Besluit kwaliteit kinderopvang; - Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; - Beleidskader Voor- en vroegschoolse educatie Geldrop-Mierlo 2022- 2023; overwegende dat voorschoolse educatie jonge kinderen optimale ontplooiingskansen biedt en eventuele achterstanden tegengaat; Besluit vast te stellen de volgende nadere regel: “Subsidieregeling voorschoolse educatie Geldrop-Mierlo 2022” Artikel 1 Begripsomschrijvingen College Het college van burgemeester en wethouders. Geregistreerd kindercentrum Een in het Landelijk Register Kinderopvang ingeschreven kindercentrum. Houder Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kinderdagverblijf exploiteert die staat vermeld in het Landelijk Register Kinderopvang. Inkomensverklaring Een officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar. Kinderopvangtoeslag De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang. LRK Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Maximum uurprijs dagopvang Het bedrag dat als maximum uurprijs voor dagopvang is opgenomen in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag. Ouderbijdrage Een inkomensafhankelijke bijdrage volgens het Besluit kinderopvangtoeslag dat de ouder moet betalen voor kinderopvang. Ouders Ouder(s) of verzorger(s) van de peuter. Voorschoolse educatie (VE) Een ontwikkelingsgerichte kinderopvang, conform artikel 5 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling aan peuters van 2,5 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool gaan. Voorschoolse educatie is kortdurende opvang voor maximaal 480 uur gedurende anderhalf jaar. Voor peuters met een VVE- indicatie is de kortdurende opvang maximaal 960 uur gedurende anderhalf jaar. VVE-indicatie Een door het consultatiebureau afgegeven indicatie dat een peuter in aanmerking komt voor extra uren voorschoolse educatie. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verleend voor voorschoolse educatie voor peuters uit de gemeente Geldrop-Mierlo in de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden tot het moment dat zij naar de basisschool gaan. 2.. VVE-locaties met gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters per jaar, met een minimum van 7 doelgroeppeuters per groep, kunnen een beroep doen op een extra subsidie. Deze subsidie kan door de locatie naar eigen inzicht in worden gezet t.b.v. de doelgroeppeuters. 3.. Op voorspraak van het consultatiebureau kan het college toestaan dat in het belang van de peuter afgeweken wordt van de leeftijdsgrens van 2 jaar en 3 maanden. 4.. Subsidie wordt uitsluitend verleend indien: - voorschoolse educatie plaats vindt in een geregistreerd kindercentrum; - het kindercentrum in het LRK een registratie heeft van voorschoolse educatie. 5.. Een kindercentrum dat niet voldoet aan lid 4 onder b, ontvangt alleen subsidie voor peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag tot aan de maximum uurprijs voor dagopvang voor maximaal 8 uur per week gedurende de schoolweken. Artikel 3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het aantal uren dat peuters uit de gemeente Geldrop-Mierlo contractueel gebruik maken van de opvang op geregistreerde VVE-kindercentra (of reguliere dagopvang indien het subsidie betreft voor peuters vallend onder artikel 2 lid 5) die gevestigd zijn in de gemeente Geldrop-Mierlo. Artikel 4 Omvang en looptijd subsidie 1.. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van: - de maximum uurprijs dagopvang en - een opslag per uur voor voorbereidings- en evaluatietijd en de uitvoering van de door de gemeente Geldrop-Mierlo gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen. 2.. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. 3.. Voor de bepaling van de ouderbijdrage wordt gebruik gemaakt van de voor het betreffende jaar vastgestelde VNG-tabel en de bijbehorende maximum uurprijs, bedoeld in het Besluit kinderopvangtoeslag. 4.. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet- betalers. 5.. De subsidie wordt verleend per kalenderjaar of gedeelte daarvan, waarbij er bevoorschotting plaatsvindt per kwartaal . 6.. Het geldende uurtarief voor peuters zonder VVE-indicatie wordt berekend zoals in tabel 1. . Tabel 1: Ouder recht op kinderopvangtoeslag | Uurtarief vanaf0 tot en met 8 uur perweek Nee | subsidiabel uurtarief -/-ouderbijdrage Ja | subsidiabel uurtarief -/- maximum uurprijs dagopvang 7.. Het geldende uurtarief voor peuters met VVE-indicatie wordt berekend zoals in tabel 2. . Tabel 2: Ouder recht op kinderopvangtoeslag | Uurtarief vanaf0 tot en met 8 uur perweek | Uurtarief vanaf 8 uur tot en met 16 uurper week Nee | subsidiabel uurtarief -/-ouderbijdrage | subsidiabel uurtarief Ja | subsidiabel uurtarief -/- maximum uurprijs dagopvang | subsidiabel uurtarief 8.. Het geldende uurtarief voor kinderen van een reguliere locatie wordt berekend zoals in tabel 3 . Tabel 3: Ouder recht op kinderopvangtoeslag | Uurtarief vanaf0 tot en met 8 uur perweek | Uurtarief vanaf 8 uur tot en met 16 uurper week Nee | Maximum uurprijs dagopvang -/- ouderbijdrage | n.v.t. Ja | n.v.t. | n.v.t. 9.. Subsidie voor VVE-locaties met gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters met een minimum van 7 doelgroeppeuters per groep conform artikel 2 lid 2 ontvangen per groep van minimaal 4 dagdelen extra subsidie op basis van 8 uur per week, 40 weken per jaar vermenigvuldigd met de geldende loonkosten van een pedagogisch medewerker CAO Kinderopvang schaal 6 hoogste trede. Artikel 5 Subsidieplafond 1.. De gemeenteraad stelt jaarlijks in november de gemeentelijke begroting vast. In de gemeentelijke begroting is het budget opgenomen dat beschikbaar is voor subsidie voorschoolse educatie. Het budget is gebaseerd op de specifieke uitkering van het Rijk voor het onderwijsachterstandenbeleid. 2.. Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor deze regeling. Artikel 6 Aanvraag 1.. De subsidie wordt aangevraagd door de houder van het geregistreerd kindercentrum, gevestigd in de gemeente Geldrop-Mierlo. 2.. De aanvraag om verlening van subsidie wordt uiterlijk ingediend op 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.. Voor een nieuw gevestigd kindercentrum wordt de subsidieaanvraag uiterlijk drie maanden voor de start van de activiteiten ingediend. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om verlening van de subsidie: - het nummer waaronder het kindercentrum in het LRK geregistreerd staat; - een prognose van het aantal peuters dat gebruik zal maken van voorschoolse educatie, uitgesplitst in wel of geen VVE-indicatie, wel of geen recht op kinderopvangtoeslag en te factureren ouderbijdragen in het volgend kalenderjaar; - een meest recent beleidsplan in de zin van artikel 4a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Artikel 7 Aanvullende verplichtingen 1.. Het geregistreerde kindercentrum: - voldoet aan de kwaliteitseisen voor kindercentra, genoemd in de artikelen 2 tot en met 10 van het Besluit kwaliteit kinderopvang; - voldoet aan de eisen genoemd in de artikelen 2 tot en met 6 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; - voldoet en werkt mee aan de (bovenwettelijk) gestelde kwaliteitseisen en ambities conform het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie Geldrop-Mierlo 2022-2023 inclusief bijbehorende bijlagen. 2.. De houder van het geregistreerde kindercentrum vult ieder kwartaal de Peutermonitor in op een door het college in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde wijze. Artikel 8 Weigerings- en intrekkingsgronden 1.. In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv kan een aanvraag geweigerd worden: - als niet aan de eisen in deze regeling en/ of alle wettelijke eisen voor peuteropvang en/ of voorschoolse educatie wordt voldaan; - als een houder toelatingseisen invoert, die de algemene toegankelijkheid van de peuteropvang of voorschoolse educatie in gevaar brengt of dreigt te brengen; 2.. Een subsidieaanvraag voor voorschoolse educatie wordt geweigerd als de houder: - niet VVE-gecertificeerd is, met uitzondering van subsidie in de zin van artikel 2 lid 5; - voorschoolse educatie aanbiedt die niet voldoet aan de kwaliteitseisen zoals benoemd in de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de extra kwaliteitseisen specifiek voor de gemeente Geldrop-Mierlo; - geen uitvoering geeft aan kwaliteitseisen en ambities conform het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie Geldrop-Mierlo 2022-2023 inclusief bijbehorende bijlagen. . 3.. In aanvulling op de intrekkingsgronden van artikel 4:48 en 4:50 van de Awb en artikel 9 van de Asv kan de toegekende subsidie worden ingetrokken indien bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt voor het kindercentrum dat subsidie is toegekend. Artikel 9 Verantwoording en vaststelling 1.. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal contractueel afgenomen uren voorschoolse educatie en de gefactureerde ouderbijdragen. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een overzicht van het aantal bezette peuterplaatsen, waarbij gespecificeerd wordt: - het aantal peuters inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag; - het aantal peuters inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag. 3.. Voor het te overleggen overzicht genoemd in lid 2, kan verwezen worden naar de Peutermonitor. 4.. De houder beschikt over onderliggende gegevens en overlegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rapport van de accountant waarin per categorie zoals benoemd in artikel 9 lid 2a en 2b van 10% van het totale aantal met een minimum van 5 per categorie de volgende gegevens gecontroleerd zijn: - een gedagtekende overeenkomst tussen de houder van het geregistreerde kindercentrum en de ouder van het kind; - het in de overeenkomst opgenomen aantal uren voorschoolse educatie; - van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage; - van peuters met een VVE-indicatie een indicatieformulier van het consultatiebureau. 5.. De houder stelt een kwalitatieve omschrijving en analyse op van de activiteiten en de resultaten van voorschoolse educatie wat betreft de kwaliteit van uitvoering en de reflectieve monitoring. Houder ontvangt hiervoor van de gemeente een in te vullen format. 6.. De gegevens genoemd in lid 4 moeten minimaal één kalenderjaar na het jaar waarover verantwoording is afgelegd door de houder bewaard blijven. Artikel 10 Hardheidsclausule Het college kan deze regeling buiten toepassing laten of van deze subsidieregeling afwijken, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 11 Inwerkingtr […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.