Nadere regels Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten
Gedeputeerde Staten van Flevoland
Voor ondernemingen en samenwerkingsverbanden (minimaal 2 partijen waarvan minstens één onderneming en één met vestiging in Flevoland) die vrijetijdsproducten ontwikkelen gericht op groeiende Nederlandse bevolking, verblijfstoeristen, Duitse en Belgische bezoekers en inkomende toeristen.
Ook bekend als Belevingswaarde vrijetijdsproducten, Vrijetijdsproducten Flevoland
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van de provincie Flevoland voor ondernemingen en samenwerkingsverbanden die vrijetijdsproducten ontwikkelen of doorontwikkelen met als doel de beleving van het Verhaal van Flevoland ('Nieuw Land op de Zeebodem') te vergroten. Maximaal € 50.000 per project, tot 75% van subsidiabele kosten. Jaarlijks budget € 150.000 voor de periode 2018-2022.
Voor wie is het bedoeld?
Voor ondernemingen en samenwerkingsverbanden (minimaal 2 partijen waarvan minstens één onderneming en één met vestiging in Flevoland) die vrijetijdsproducten ontwikkelen gericht op groeiende Nederlandse bevolking, verblijfstoeristen, Duitse en Belgische bezoekers en inkomende toeristen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor ontwikkeling van een nieuw vrijetijdsproduct in Flevoland
- Doorontwikkeling van bestaande recreatieve of toeristische producten
- Samenwerkingsverbanden voor vrijetijdsproducten die het Verhaal van Flevoland vertellen
Voorwaarden
- Vrijetijdsproduct moet bijdragen aan aantrekken meer bezoekers, langer verblijf of hogere bestedingen
- Product moet beleving van Verhaal 'Nieuw Land op de Zeebodem' vergroten
- Samenwerkingsverband met minimaal 2 partijen, waarvan minstens 1 onderneming en 1 met vestiging in Flevoland
- Alle samenwerkingspartners dragen financieel bij (minimaal 25% gezamenlijk)
- Product moet minimaal 2 jaar na subsidieperiode in stand blijven
- Minimale subsidie € 5.000, maximale subsidie € 50.000
- Subsidie maximaal 75% van subsidiabele kosten
- Minimaal 10 punten op scoretabel voor toekenning
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“De subsidieaanvraag voor een vrijetijdsproduct bedraagt maximaal € 50.000,-.”
Toon brontekst
Nadere regels Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten 2018-2022 Gedeputeerde Staten maken gelet op het bepaalde in artikel 136, eerste lid van de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 30 januari 2018 onder nummer 2182067 hebben vastgesteld Nadere regels ‘Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten 2018-2022’ Gedeputeerde Staten van Flevoland, overwegende dat: Provinciale Staten bij besluit van 7 december 2016 het Beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland hebben vastgesteld; één van de doelen van dit beleidsplan is om de belevingswaarde in bestaande en nieuwe recreatieve en toeristische producten te vergroten; daarbij aangegeven is dat het wenselijk is om hiervoor budget in te zetten via een stimuleringsregeling; zij deze stimulering plaats willen laten vinden door het beschikbaar stellen van subsidie voor activiteiten die de belevingswaarde van het Verhaal van Flevoland bij de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe recreatieve en toeristische producten ( hierna: “vrijetijdsproducten”) vergroten; de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2012 een procedureel kader geeft voor subsidiering van activiteiten die passen in het provinciaal beleid; in deze Algemene Subsidieverordening Flevoland 2012 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria; het wenselijk is om voor het beschikbaar stellen van subsidie voor activiteiten die de belevingswaarde bij bestaande en nieuwe vrijetijdsproducten vergroten deze nadere regels vast te stellen; gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2012, BESLUITEN: De volgende nadere regels vast te stellen: Nadere regels ‘Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten 2018-2022’ Artikel 1. Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: - ASF 2012: De Algemene Subsidieverordening Flevoland 2012. - Vrijetijdsproduct: combinatie van vrijetijds-economische producten of diensten die het Verhaal van Flevoland als ‘NIEUW LAND OP DE ZEEBODEM’ (zie artikel 1f) vertellen en als doel hebben het aantrekken van meer bezoekers of de bezoeker langer in Flevoland laat verblijven en / of het doen toenemen van de bestedingen. - Bezoekers: dagbezoekers die vrijetijdsactiviteiten buitenshuis ondernemen en waarbij men minimaal een uur van huis is en verblijfsbezoekers die minimaal 1 overnachting in een accommodatie verblijven in Flevoland. - Projectplan: een document met de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te nemen over het wel of niet realiseren van een vrijetijdsproduct. - Kansrijke doelgroepen, zoals beschreven op p.17 van het Beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland: de groeiende Nederlandse bevolking, in Flevoland en in de nabijgelegen Metropoolregio Amsterdam;verblijfstoeristen in Flevoland;verblijfstoeristen in de omliggende regio’s;nabije markten, met name Duitsland en België;inkomende toeristen die verblijven in Amsterdam. - Verhaal van Flevoland: verwijst naar het Verhaal van ‘NIEUW LAND OP DE ZEEBODEM’, zoals beschreven op p.16 van het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Flevoland. - Onderneming: bij de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtsvormen die een economische activiteit uitoefenen. Hiervan zijn rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld uitgezonderd. Als een onderneming wordt beschouwd de groep of fiscale eenheid waartoe de aanvrager behoort. - Organisatie: het geheel van productiefactoren, procedures en mensen die samenwerken om bepaalde doelstellingen te bereiken. - Samenwerkingsverband: samenwerking voor een vrijetijdsproduct van minimaal 2 partijen, waaronder ondernemingen, organisaties en/of overheden, waarvan tenminste één van de partijen een onderneming is en tenminste één van de partijen een vestiging in Flevoland heeft. - Samenwerkingspartner: een partner binnen het samenwerkingsverband die aantoonbaar verantwoordelijkheid heeft in de ontwikkeling en uitvoering, blijkend uit een samenwerkingsverklaring. - Samenwerkingsverklaring: verklaring waarin alle partners aangeven het product met elkaar te ontwikkelen en aan te bieden, en waarin ze één partij machtigen om het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen. Artikel 2. Reikwijdte nadere regels Deze nadere regels zijn van toepassing op subsidies die Gedeputeerde Staten kunnen verstrekken in het kader van het ondersteunen van de doorontwikkeling van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe vrijetijdsproducten om de beleving van het Verhaal van Flevoland, zoals bedoeld in artikel 1f, te vergroten. Artikel 3. Doel van de nadere regels Deze nadere regels hebben tot doel om aan potentiële aanvragers duidelijkheid te verschaffen over de inhoudelijke criteria waaraan subsidieaanvragen worden getoetst. Artikel 4. Aanvrager 1.. Subsidie wordt aangevraagd door de partij die door het samenwerkingsverband gemachtigd is. 2.. Publiekrechtelijke organisaties en natuurlijke personen kunnen namens het samenwerkingsverband geen aanvraag indienen. Artikel 5. Subsidievorm Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze nadere regels een incidentele subsidie verstrekken voor een periode van maximaal 4 jaar. Artikel 6. Hoogte van de subsidie 1.. De subsidieaanvraag voor een vrijetijdsproduct bedraagt maximaal € 50.000,-. 2.. De aangevraagde subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Artikel 7. Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor de periode 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022 € 150.000 per jaar. 2.. Wanneer het subsidieplafond voor enig jaar niet volledig wordt benut, wordt het subsidieplafond voor het daaropvolgende jaar met het niet benutte bedrag opgehoogd. 3.. Wanneer de in het tweede lid genoemde situatie zich voordoet, maken Gedeputeerde Staten dit tijdig bekend. Artikel 8. Aanvraagtermijn 1.. Voor subsidieaanvragen met een startdatum in 2018 geldt dat de volledige aanvraag op uiterlijk 1 april 2018 in het bezit van Gedeputeerde Staten moet zijn. Voor de daaropvolgende jaren geldt dat de volledige aanvraag op uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het project plaatsvindt in het bezit van Gedeputeerde Staten dient te zijn. 2.. Aanvragen met een startdatum in 2018 en die voor 1 april 2018 zijn ingediend, worden indien zij volledig zijn, als eerste afgehandeld waarbij zij tegen elkaar worden afgewogen. Indien na de afhandeling van deze aanvragen nog budget resteert, worden later binnengekomen aanvragen die betrekking hebben op 2018 in volgorde van binnenkomst behandeld. 3.. Aanvragen die voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het project start zijn ingediend, worden indien zij volledig zijn, als eerste afgehandeld waarbij zij tegen elkaar worden afgewogen. Indien na afhandeling van deze aanvragen nog budget resteert worden later ontvangen aanvragen in volgorde van binnenkomst afgehandeld. Artikel 9. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op de in te dienen gegevens op grond van art. 13 van de ASF 2012 worden bij de aanvraag de volgende gegevens overlegd: - Bij de aanvraag wordt een projectplan gevoegd. Het projectplan bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen: Een inhoudelijk plan: een concrete omschrijving van het vrijetijdsproduct, waaronder de doelstellingen van het product en een onderbouwing van het samenwerkingsverband. Het plan geeft tevens een onderbouwing van de ‘5 B’s’ (zoals benoemd in de Beleidsplan Recreatie en Toerisme): Bekendheid: de wijze waarop bekendheid wordt gegeven aan het vrijetijdsproduct.Beleving: de manier waarop het Verhaal van Flevoland, zoals bedoeld in artikel 1f, door de bezoeker kan worden ervaren. Bereikbaarheid: hoe de bezoeker het vrijetijdsproduct bereikt. Beschikbaarheid: hoe en wanneer het product wordt aangeboden; de momenten waarop en de locaties. Betaalbaarheid: de gevraagde investering vanuit de bezoeker om het vrijetijdsproduct af te nemen. Een marktanalyse met een onderbouwing van de doelgroepen: welke doelgroepen zoals genoemd in art. 1e worden bereikt en het verwachte aantal afnemers of publieksbereik.Een concurrentieanalyse: in hoeverre gaat het om een nieuw of innovatief product? Welke concurrerende aanbieders zijn er?Een werkplan met tijdspad: een beknopte weergave van de uitwerking van het plan en fasering vanaf de eventuele honorering van de aanvraag tot het tijdstip van voltooiing. Onderbouwing duurzame instandhouding: toelichting op welke wijze het te ontwikkelen product gedurende een periode van ten minste twee jaar in stand wordt gehouden.Een sluitende begroting die inzicht geeft in de kosten en opbrengsten van realisatie van het vrijetijdsproduct, inclusief een onderbouwing en de financiering. Overzicht van de risico’s en mitigerende maatregelen. Indien er sprake is van kosten van derden, een getekende offerte waaruit de subsidiabele kosten blijken. - Bij de aanvraag wordt een ondertekende Samenwerkingsverklaring gevoegd, zoals bedoeld in artikel 1k. - Uit de aanvraag moet nadrukkelijk blijken dat er sprake is van cofinanciering door het samenwerkingsverband. Artikel 10. Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 8 van de ASF 2012, wordt een subsidieaanvraag in ieder geval afgewezen wanneer: - deze is ingediend door een natuurlijk persoon of publiekrechtelijke rechtspersoon; - de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet passen binnen de reikwijdte van deze nadere regels, dat wil zeggen als het project niet voldoet aan de subsidiecriteria zoals benoemd in artikel 11 lid 1; - de te verstrekken subsidie minder is dan € 5.000,– ; - voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verstrekt op basis van deze nadere regel; - de samenwerkingspartners gezamenlijk minder dan 25% van de subsidiabele kosten bijdragen; - het subsidieplafond van de desbetreffende tranche is bereikt omdat andere ingediende subsidieaanvragen hoger hebben gescoord op basis van de scoretabel 1 zoals opgenomen in artikel 11, lid 2. Artikel 11. Subsidiecriteria en puntensysteem 1.. Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoen aan de volgende subsidiecriteria: - Het vrijetijdsproduct draagt bij aan het aantrekken van meer bezoekers naar Flevoland of de bezoeker langer in Flevoland te laten verblijven, en/of het doen toenemen van de bestedingen door deze bezoekers. - Het vrijetijdsproduct vergroot de beleving van het Verhaal NIEUW LAND OP DE ZEEBODEM, zoals bedoeld in artikel 1f. - Het vrijetijdsproduct is doelgroepsgericht, dat wil zeggen, houdt rekening met de doelgroepen zoals omschreven in artikel 1e. - Het vrijetijdsproduct wordt gerealiseerd door een samenwerkingsverband, zoals bedoeld in 1i, met minimaal één samenwerkingspartner (zoals bedoeld in 1j) met een vestiging in Flevoland. - Het vrijetijdsproduct heeft betrekking op Flevoland, en speelt zich af in minimaal één gemeente in Flevoland. - Alle samenwerkingspartners, zoals bedoeld in artikel 1j, dragen (financieel) bij aan de realisatie en van het vrijetijdsproduct. - Het vrijetijdsproduct wordt minimaal gedurende een periode van twee jaar in stand gehouden, dat wil zeggen blijft na de subsidieperiode door de samenwerkingspartner(s) minimaal twee jaar aangeboden. 2.. Aan de bovenstaande criteria zijn punten gekoppeld. Per criterium kent Gedeputeerde Staten een aantal punten toe. In tabel 1 is opgenomen hoe de puntentelling er per criterium uitziet. Toelichting: Scoretabel 1 CRITERIUM | Punten Het product: Draagt bij aan het aantrekken van meer bezoekers naar Flevoland of de bezoeker langer in Flevoland te laten verblijven, en/of het doen toenemen van de bestedingen door deze bezoekers. het product draagt bij aan het aantrekken van meer bezoekers of de bezoeker langer te laten verblijven en het doen toenemen van bestedingen door deze bezoekers | 4 het product draagt bij aan het aantrekken van meer bezoekers of de bezoeker langer laten verblijven of het doen toenemen van bezoe […tekst ingekort]
Toon brontekst
Nadere regels Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten vanaf 2023 Gedeputeerde Staten van Flevoland, overwegende dat: Provinciale Staten bij besluit van 7 december 2016 het Beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland hebben vastgesteld; één van de doelen van dit beleidsplan is om de belevingswaarde van het Verhaal van Flevoland in bestaande en nieuwe recreatieve en toeristische producten te vergroten; daarbij aangegeven is dat het wenselijk is om hiervoor budget in te zetten via een stimuleringsregeling; zij deze stimulering plaats willen laten vinden door het beschikbaar stellen van subsidie voor activiteiten die de belevingswaarde van het Verhaal van Flevoland bij de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe recreatieve en toeristische producten (hierna: “vrijetijdsproducten”) vergroten; de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 een procedureel kader geeft voor subsidiering van activiteiten die passen in het provinciaal beleid; in deze Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria; het wenselijk is om voor het beschikbaar stellen van subsidie voor activiteiten die de belevingswaarde bij bestaande en nieuwe vrijetijdsproducten vergroten deze nadere regels vast te stellen; gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023, BESLUITEN: De volgende nadere regels vast te stellen: Nadere regels ‘Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten vanaf 2023’ Artikel 1. Begripsbepalingen In de Nadere regels ’Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten staan een aantal begrippen/afkortingen. In deze nadere regels wordt verstaan onder: - ASF 2023: de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023. - Vrijetijdsproduct: combinatie van vrijetijds-economische producten of diensten die het Verhaal van Flevoland (zie artikel 1f) vertellen en als doel hebben het aantrekken van meer bezoekers, de bezoeker langer in Flevoland laten verblijven en/of het zorgen voor een toename van de bestedingen in Flevoland. - Bezoekers: dagbezoekers die vrijetijdsactiviteiten ondernemen waarbij men minimaal een uur van huis is of verblijfsbezoekers die minimaal 1 overnachting in een accommodatie verblijven in of rondom Flevoland. - Projectplan: een concrete omschrijving van het vrijetijdsproduct (zie artikel 11.1 A). - Kansrijke doelgroepen, zoals beschreven op pagina 17 van het Beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland:de groeiende Nederlandse bevolking, in Flevoland en in de nabijgelegen Metropoolregio Amsterdam;verblijfstoeristen in Flevoland;verblijfstoeristen in de omliggende regio’s, zoals inkomende toeristen die verblijven in Amsterdam;nabije markten, met name Duitsland en België; - Verhaal van Flevoland: het verhaal dat ingaat op de eigenheid van Flevoland. Als je de provinciegrens passeert, weet je immers meteen dat je in Flevoland bent. Flevoland is Nederlands meest herkenbare provincie: gelegen op de voormalige zeebodem, zo’n vier meter onder de zeespiegel en beschermd door vele kilometers dijk. Hoe Flevoland zich toeristisch-recreatief positioneert met dit unieke verhaal van Flevoland is terug te lezen is in het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Flevoland, p.16 ‘NIEUW LAND OP DE ZEEBODEM’ en in Perspectief Bestemming Flevoland 2030 waarin de vier verhaallijnen van Nieuw Land (op de zeebodem) in beschreven staan. - Belevingswaarde: de wijze waarop het Verhaal van Flevoland, zoals bedoeld in artikel 1f, een rol heeft in het vrijetijdsproduct en hoe deze door de bezoeker ervaren wordt. - Onderneming: bij de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtsvormen die economische activiteiten uitoefenen. Als een onderneming wordt beschouwd; de groep of fiscale eenheid waartoe de aanvrager behoort. - Cofinanciering: bijdrage van de aanvrager en/of bijdragen van derden (andere bestuursorganen, ondernemingen en/of organisaties). - Instandhouding: het operationeel houden en aanbieden van het vrijetijdsproduct aan potentiële bezoekers. - Samenwerkingspartner: een andere onderneming of organisatie die samen met de aanvrager meedoet in de realisatie en exploitatie van het vrijetijdsproduct. Artikel 2. Reikwijdte nadere regels Deze nadere regels zijn van toepassing op subsidies die Gedeputeerde Staten kunnen verstrekken in het kader van het ondersteunen van de doorontwikkeling van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe vrijetijdsproducten om de beleving van het Verhaal van Flevoland, zoals bedoeld in artikel 1f, te vergroten. Het gaat om vrijetijdsproducten waarbij een minimale instandhouding van twee jaar is voorzien. Artikel 3. Doel van de nadere regels Deze nadere regels hebben tot doel om aan potentiële aanvragers duidelijkheid te verschaffen over de inhoudelijke criteria waaraan subsidieaanvragen worden getoetst. Artikel 4. Aanvrager De subsidie kan op basis van deze nadere regels worden aangevraagd door een onderneming zoals in artikel 1 lid h staat beschreven. Publiekrechtelijke organisaties kunnen geen aanvraag indienen. Artikel 5. Subsidiabele en niet subsidiabele kosten 1.. Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de kosten die redelijkerwijs als noodzakelijk kunnen worden beschouwd voor de ontwikkeling en realisatie van een vrijetijdsproduct zoals bedoeld in artikel 1b. Bij vaste activa die mogelijk ingezet kunnen worden voor algemeen gebruik van de onderneming of verkocht kunnen worden aan derden, kan maximaal 25% van de investeringskosten meegenomen worden in de begroting. 2.. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: - kosten die voortvloeien uit en/of te maken hebben met de inzet van personele capaciteit van de aanvragende onderneming en/of samenwerkende partijen; - de reguliere exploitatiekosten; - kosten in de projectvoorbereiding en het opstellen van een projectplan ten behoeve van een vrijetijdsproduct; - boekingsmodules; - debetrente, financiële sancties, gerechtskosten en soortgelijke kosten; - de kosten zoals benoemd in artikel 9 van de ASF 2023; - vaste activa zoals grond, bedrijfsgebouwen, woningen, weg- en waterbouwkundige werken. Artikel 6. Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 12 van de ASF 2023, wordt een subsidieaanvraag in ieder geval afgewezen wanneer: - de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet passen binnen het bepaalde in deze nadere regels; - het vrijetijdsproduct geen betrekking op Flevoland heeft en/of zich niet afspeelt op minimaal één locatie in Flevoland; - er niet aan de instandhoudingsverplichting van twee jaar voldaan kan worden; - voor hetzelfde vrijetijdsproduct reeds subsidie is verstrekt op basis van deze nadere regels - de cofinanciering minder dan 25% bedraagt; - het subsidieplafond van de desbetreffende tranche is bereikt omdat andere subsidieaanvragen eerder zijn ingediend of hoger hebben gescoord op basis van de scoretabel 1 zoals opgenomen in artikel 12; - de aanvrager meer dan één keer in de twee jaar op basis van deze nadere regels een aanvraag indient; - eerder aan de onderneming een subsidie is verstrekt op basis van deze nadere regels of de vorige Nadere regels ‘Vergroten van de belevingswaarde in vrijetijdsproducten 2018-2022’en deze eerdere aanvraag nog niet definitief is vastgesteld. Artikel 7. Subsidievorm Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze nadere regels een éénmalige subsidie verstrekken. Artikel 8. Hoogte van de subsidie 1.. De te verstrekken subsidie voor een vrijetijdsproduct bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten. 2.. Het subsidiebedrag is minimaal € 5.000 en maximaal € 30.000. Artikel 9. Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 160.000 per jaar (prijspeil 2023). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. 2.. Indien na de behandeling van de binnengekomen aanvragen het subsidieplafond voor enig jaar nog niet volledig is benut, kan dit door de provincie worden ingezet voor andere activiteiten op het gebied van verhogen van de belevingswaarde bij vrijetijdsproducten. Indien er in een jaar sprake is van resterend budget, zal dit tijdig kenbaar gemaakt worden op www.flevoland.nl en via overige communicatiekanalen. Artikel 10. Aanvraagtermijn 1.. Voor subsidieaanvragen met een startdatum in 2023 geldt dat de volledige aanvraag vóór 1 mei 2023 in het bezit van Gedeputeerde Staten moet zijn. Voor de daaropvolgende jaren geldt een aanvraagperiode van 1 november tot 1 december. De aanvraag moet dus voor 1 december binnen zijn. 2.. Subsidieaanvragen die zijn ingediend na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, worden - nadat de in het eerste lid genoemde aanvragen zijn afgehandeld en er nog budget resteert - , in volgorde van binnenkomst afgehandeld. Voor deze subsidieaanvragen geldt de uiterste indiendatum van 31 augustus. Artikel 11. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op de gevraagde in te dienen gegevens op grond van artikel 15 van de ASF 2023 worden bij de aanvraag de volgende gegevens door de aanvrager overlegd: A. Projectplan Een uitgebreide omschrijving van het vrijetijdsproduct. In het projectplan worden in ieder geval de volgende onderwerpen beschreven en vragen uitgewerkt: - Korte omschrijving: wat is het plan voor het (door) te ontwikkelen vrijetijdsproduct? - Doel: wat wordt er met het project beoogt? Hoe zorgt het vrijetijdsproduct voor het aantrekken van meer bezoekers naar Flevoland, blijft de bezoeker langer in Flevoland of zorgt het voor een toename van de bestedingen in Flevoland? - Doelgroep: voor welke kansrijke doelgroep(en) is dit vrijetijdsproduct bedoeld, zie artikel 1, lid e? - Belevingswaarde: hoe wordt het Verhaal van Flevoland, zoals bedoeld in artikel 1, lid f, verwerkt in het vrijetijdsproduct, en hoe zal deze door de bezoeker worden ervaren? - Samenwerkingspartner(s): welke andere partijen zijn betrokken bij de realisatie en exploitatie van het vrijetijdsproduct en wat is hun bijdrage (inhoudelijk en financieel) in de samenwerking? - Bekendheid: hoe wordt bekendheid gegeven aan het vrijetijdsproduct? Hoe worden de kansrijke doelgroepen zoals genoemd in artikel 1, lid e, bereikt en wat is de verwachting als het gaat om het aantal afnemers of publieksbereik? - Bereikbaarheid: hoe kan de bezoeker het vrijetijdsproduct fysiek en digitaal bereiken? - Beschikbaarheid: hoe vaak, waar in Flevoland en wanneer wordt het product aangeboden? - Betaalbaarheid: wat zijn de (eventuele) kosten van het vrijetijdsproduct voor de bezoeker? - Duurzaamheid: hoe duurzaam is het vrijetijdsproduct in termen van zowel klimaat/milieu/energie? Is de realisatie van het product duurzaam? - Instandhouding: hoe wordt het vrijetijdsproduct minimaal 2 jaar (in stand) gehouden en aangeboden aan de bezoeker? B. Werkplan met tijdspad Een beknopte weergave van de uitwerking van het plan en fasering vanaf de eventuele honorering van de aanvraag tot het tijdstip van voltooiing. C. Sluitende begroting Een sluitende (investerings-)begroting die inzicht geeft in de kosten en financiering van de ontwikkeling en realisatie van het vrijetijdsproduct, inclusief een onderbouwing. Hierbij geeft de aanvrager aan voor welke subsidiabele kosten de aanvraag wordt gedaan. Uit de begroting moet duidelijk blijken dat er sprake is van minimaal 25% cofinanciering door de aanvrager. D. Uitgewerkte offertes bij kosten van derden Indien er sprake is van kosten van derden, een gedetailleerde offerte waaruit tenminste blijkt: - naam van de aanvrager en de aanbieder; - voor welke vrijetijdsproduct het wordt geleverd; - specificatie van de kosten - specificatie van de diensten of leveringen. Artikel 12. Subsidiebeoordeling en puntensysteem 1.. Bij de beoordeling van de aanvraag maakt de provincie gebruik van een puntensysteem. In scoretabel 1 is opgenomen hoe de puntentelling er per criterium uitziet. 2.. Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet het vrijetijdsproduct, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, minimaal bij elk criterium punten scoren. 3. […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.