Subsidieregeling Jeugdparticipatie Den Haag
Gemeente 's-Gravenhage
Voor rechtspersonen (stichtingen, verenigingen en bedrijven) die activiteiten organiseren voor jongeren tot 27 jaar.
Ook bekend als Jeugdparticipatie Den Haag
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor rechtspersonen die activiteiten organiseren voor jongeren tot 27 jaar, gericht op maatschappelijke participatie en ontwikkeling. Drie categorieën: eenmalige activiteiten (categorie C), jaarronde activiteiten (hoofdstuk 3) en schoolvakantieactiviteiten (hoofdstuk 4). Maximale subsidie varieert van €7.500 tot €186.000 per aanvraag.
Voor wie is het bedoeld?
Voor rechtspersonen (stichtingen, verenigingen en bedrijven) die activiteiten organiseren voor jongeren tot 27 jaar.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor eenmalige jeugdactiviteiten in de stad
- Financiering voor jaarronde jeugdparticipatieprogramma's
- Subsidie voor schoolvakantieactiviteiten voor jongeren
Voorwaarden
- Rechtspersoon (stichting, vereniging of bedrijf)
- Activiteiten voor jongeren tot 27 jaar
- Voor categorie C: activiteit 1 keer, zorgt voor participatie en ontplooiing
- Voor hoofdstuk 3: jaarronde activiteiten, groepsgewijze, 12-27 jaar, minimaal 3 stadsdelen
- Voor hoofdstuk 4: schoolvakantieactiviteiten, minimaal 25% vrijwilligers, 4-15 jaar, minimaal 500 deelnemers
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2025
- Sluit
- 31 dec 2026
- Budget
- € 1 mln
- Verdeling
- Tender
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 50k
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“2027: maximaal € 186.000 per aanvraag”
Toon brontekst
Subsidie jeugdparticipatie aanvragen Luister Organiseert u activiteiten voor jongeren tot 27 jaar? Die zorgen dat zij meedoen in de stad? Zodat ze als volwassene goed voor zichzelf kunnen zorgen? Vraag dan subsidie aan. De subsidieregeling voor hoofdstuk 3 en 4 is gesloten U kunt geen subsidie meer aanvragen voor Hoofstuk 3 en 4. Voor wie Rechtspersonen (stichtingen, verenigingen en bedrijven). Hoe werkt het U kunt subsidie krijgen als u activiteiten organiseert voor deze onderdelen: categorie C: activiteit voor 1 keer hoofdstuk 3: activiteiten die zorgen dat jongeren meedoen hoofdstuk 4: activiteiten in schoolvakanties Kies hieronder voor welk onderdeel u subsidie wilt aanvragen. En lees hoe het werkt. Categorie C: activiteit voor 1 keer Voorwaarden U organiseert uw activiteit 1 keer. Uw activiteit zorgt dat jongeren: meedoen in de stad contact maken met anderen ontdekken waar ze goed in zijn iets voor een ander willen doen Uw activiteit past bij nieuwe ontwikkelingen in de stad waar jongeren mee te maken hebben. Uw activiteit is voor jongeren tot 27 jaar. Hoogte subsidie U kunt maximaal € 7.500 aanvragen voor 2026. Hoofdstuk 3. Activiteiten die zorgen dat jongeren meedoen Voorwaarden Uw activiteit zorgt dat jongeren: contact maken met andere jongeren talenten ontwikkelen betrokken zijn bij de samenleving U organiseert het hele kalenderjaar door activiteiten. Uw activiteit is voor een groep. Uw activiteit is voor jongeren van 12 tot 27 jaar. U organiseert activiteiten in minimaal 3 Begin link: stadsdelen, einde link.. Hoogte subsidie 2027: maximaal € 75.000 per aanvraag 2028: maximaal € 75.000 per aanvraag Hoofdstuk 4. Activiteiten in schoolvakanties Voorwaarden Uw activiteit is tijdens Begin externe link: schoolvakanties (Externe link), eind externe link.. Uw activiteit zorgt dat jongeren: meedoen contact maken met anderen U voert uw activiteit uit met minimaal 25% vrijwilligers. Jongeren uit elk stadsdeel kunnen aan uw activiteit deelnemen. Uw activiteit is voor jongeren van 4 tot 15 jaar. Minimaal 500 jongeren nemen deel aan uw activiteiten. Hoogte subsidie 2027: maximaal € 186.000 per aanvraag 2028: maximaal € 186.000 per aanvraag Nodig bij uw aanvraag Categorie C ingevuld aanvraagformulier ingevuld formulier begroting (overzicht van de kosten) en dekkingsplan (hoe u de kosten gaat betalen) activiteitenplan: als u dat wilt een bewijs dat u btw moet betalen: als u een onderneming heeft Formulier begroting en dekkingsplan (PDF, 250,3 KB) Hoofdstuk 3 en 4 ingevuld formulier begroting (overzicht van de kosten) en dekkingsplan (hoe u de kosten gaat betalen) activiteitenplan: als u dat wilt een bewijs dat u btw moet betalen: als u een onderneming heeft Formulier begroting en dekkingsplan (PDF, 256,8 KB) Vraagt u voor het eerst subsidie aan? Stuur dan ook een kopie of scan mee van uw: laatste rekeningafschrift (u mag de bedragen onzichtbaar maken) inschrijving bij de Kamer van Koophandel laatste statuten (regels) Aanvragen Categorie C U kunt subsidie aanvragen tot 8 weken voordat de activiteit begint. Vul het aanvraagformulier in en stuur dit naar Begin link: subsidies@denhaag.nl, einde link. en Begin link: subsidies.jeugd@denhaag.nl, einde link.. Stuur hierbij ook de andere documenten mee die nodig zijn bij uw aanvraag. Aanvraagformulier categorie C (PDF, 96,3 KB) Hoofdstuk 3 en 4 U kunt geen subsidie meer aanvragen. Na uw aanvraag Categorie C U krijgt een bevestiging van uw aanvraag per brief. De gemeente behandelt aanvragen op volgorde van binnenkomst. En tot het subsidiegeld op is. Hoofdstuk 3 en 4 Wilt u weten hoe het met uw aanvraag gaat? Begin externe link: Log in bij het subsidieportaal (Externe link), eind externe link. en klik op uw aanvraag. Hoelang duurt het Categorie C Is uw aanvraag compleet? Dan beoordeelt de gemeente deze binnen 8 weken. Hoofdstuk 3 en 4 U krijgt op zijn laatst 30 augustus 2026 een besluit van de gemeente. Goed om te weten Heeft u hulp nodig? PEP Den Haag helpt u bij uw aanvraag. Lees meer op de Begin externe link: website van PEP Den Haag (Externe link), eind externe link.. Subsidieregels Voor categorie C: Begin externe link: subsidieregeling Jeugdparticipatie Den Haag 2024 (RIS319404 (Externe link), eind externe link.). Voor hoofdstuk 3 en 4: Begin externe link: subsidieregeling Jeugdparticipatie Den Haag 2026 (RIS325096) (Externe link), eind externe link.. Bekijk de algemene regels over subsidies in de Begin externe link: Algemene Subsidieverordening Den Haag (ASV) (Externe link), eind externe link.. Contact Heeft u vragen? Stuur een e-mail naar Begin link: subsidies.jeugd@denhaag.nl, einde link.. Veelgestelde vragen Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2026 (PDF, 73,6 KB) Gepubliceerd: 15 april 2026 Gewijzigd: 17 juni 2026 Contact Contact Hoe kunnen we helpen? Chat Open chatgesprek(Externe link) Telefoon 14070 Meer opties Naar contactpagina
Toon brontekst
Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, besluit vast te stellen de Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - cofinanciering: bijdrage die een aanvrager met eigen financiële middelen of eigen middelen in natura dan wel financiële middelen, subsidies of middelen in natura van derden levert aan de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij voornoemde middelen beschikbaar zijn gesteld door het college; - college: college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - kosten voor overhead: kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten; - maatschappelijke betrokkenheid van jeugdigen: bewuste en actieve deelname aan de samenleving, middels vrijwillige inzet van een jeugdigen voor het welzijn van anderen op stads-, wijk- of buurtniveau; - participeren: het kunnen uitoefenen van invloed op de invulling van de activiteit door mee te kunnen praten, organiseren of beslissen over de invulling of uitvoering; - professional: iemand die beroepsmatig een beroep beoefent, waaronder begrepen het uitoefenen van een beroep in stageverband; - talentontwikkeling: het versterken van aanwezige positieve eigenschappen van jeugdigen middels buitenschoolse activiteiten die buiten schooltijd plaatsvinden; - vakantieactiviteiten: activiteiten die plaatsvinden buiten schooltijd en in de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgestelde schoolvakanties; - vrijwilliger: een persoon die activiteiten voor jeugdigen organiseert of begeleidt zonder dat er sprake is van een (betaalde) dienstbetrekking, niet zijnde een stagiair. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3:2 en 4:2 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Achterliggend maatschappelijk doel van de subsidie Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is dat alle jeugdigen op een zinvolle manier kunnen participeren en ontdekken waar ze goed in zijn, wat ze kunnen bereiken, en wat ze kunnen betekenen voor een ander. Artikel 1:4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 1:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3:2 en 4:2 van deze subsidieregeling. 2.. De BTW over de gesubsidieerde kosten komt voor subsidie in aanmerking voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht. 3.. Niet voor subsidie in aanmerking komen: - vrijwilligersvergoedingen; - de kosten die gemaakt worden voor de waardering van vrijwilligers die meer bedragen dan € 25,00 per vrijwilliger per jaar tot een maximum van € 8.400,- per aanvraag; - onvoorziene kostenposten; - de kosten voor overhead die meer bedragen dan 15 % van de kosten van de subsidiabele activiteiten; - de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; - kosten voor activiteiten die in aanmerking komen voor financiering vanuit andere gemeentelijke of niet-gemeentelijke regelingen; - de kosten die eerder door het college zijn gesubsidieerd. Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Subsidietijdvak Een aanvraag voor subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt ingediend voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028. Artikel 2:2 Aanvraag subsidie 1.. Een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor het volledige subsidietijdvak. 2.. Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager de volgende gegevens over: - een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken; en - een specificatie van verrekenbare en niet verrekenbare BTW; en - een specificatie van de loonkosten met daarbij onderscheid tussen beroepskrachten en stagiairs; 3.. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college vastgestelde digitale aanvraagformulier en het begrotingsformat. Artikel 2:3 Aanvraagtermijn 1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV kan een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk ingediend worden vanaf 15 april 2026 tot en met 27 mei 2026. 2.. Het college stelt aanvragers die uiterlijk op 13 mei 2026 hun aanvraag hebben ingediend in de gelegenheid hun aanvraag uiterlijk op 27 mei 2026 aan te vullen en geeft daarbij aan welke stukken ontbreken. Artikel 2:4 Beslistermijn Het college beslist, in afwijking van artikel 10, eerste lid, van de ASV voor aanvragen op grond van dit hoofdstuk uiterlijk op 30 augustus 2026. Hoofdstuk 3 Bevorderen van de participatie, onderlinge verbinding, maatschappelijke betrokkenheid en de talentontwikkeling van jeugdigen Artikel 3:1 Doel van de subsidie Het doel van subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk is het bevorderen van participatie, de onderlinge verbinding, maatschappelijke betrokkenheid en talentontwikkeling van jeugdigen. Artikel 3:2 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarin jeugdigen participeren en die zijn gericht op het bevorderen van onderlinge verbinding, talentontwikkeling en de maatschappelijke betrokkenheid, waarbij geldt dat de activiteiten: - van structurele aard zijn, dat wil zeggen dat de activiteiten door het kalenderjaar heen plaatsvinden en geen eenmalig karakter hebben; en - in groepsverband plaatsvinden; en - voor jeugdigen in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 27 jaar worden georganiseerd; en - jeugdigen in minimaal 3 stadsdelen bereiken. Artikel 3:3 Hoogte van subsidie De subsidie voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt per aanvraag: - maximaal € 75.000,- voor het kalenderjaar 2027; en - maximaal € 75.000,- voor het kalenderjaar 2028. Artikel 3:4 Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt maximaal € 1.000.000,-, waarvan: - maximaal € 500.000,- voor het kalenderjaar 2027; en - maximaal € 500.000,- voor het kalenderjaar 2028. 2.. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7, tweede lid, van de ASV. 3.. In afwijking van het eerste lid hevelt het college, in geval van onderbesteding van het subsidieplafond van dit hoofdstuk, het resterende budget over naar het subsidieplafond van hoofdstuk. Artikel 3:5 Wijze van verdelen 1.. Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen op grond van dit hoofdstuk die in aanmerking komen voor subsidie. 2.. Bij de rangschikking van de aanvragen bedoeld voor activiteiten in dit hoofdstuk kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: - uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager inzicht heeft in welke behoeften jeugdigen hebben om talenten te kunnen ontwikkelen en betrokken te kunnen zijn bij de maatschappij en dat de activiteiten aansluiten bij deze behoeften:goede aansluiting: 6 punten;redelijke aansluiting: 3 punten; weinig tot geen aansluiting: 0 punten; - jeugdigen worden structureel betrokken bij het opzetten en uitvoeren van de activiteiten, wat blijkt uit welke rol de jeugdigen hebben en hoe de aanvrager ervoor gaat zorgen dat de jeugdigen actief betrokken worden bij het opzetten en uitvoeren van de activiteiten:actief betrokken: 8 punten;betrokken: 4 punten;beperkt betrokken: 2 punten;niet betrokken: 0 punten; - de aanvrager benadert de jeugdigen op een wijze die aansluit op de behoefte van de jeugdigen; dit blijkt uit de aanpak voor communicatie die de aanvrager gebruikt om de jeugdigen op diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten voor de jeugdigen zichtbaar en vindbaar zijn:de kans is groot dat met de beschreven aanpak voor communicatie de jeugdigen worden bereikt: 6 punten;de kans is redelijk dat met de beschreven aanpak voor communicatie de jeugdigen worden bereikt: 3 punten;de kans is klein dat met de beschreven aanpak voor communicatie de jeugdigen worden bereikt: 0 punten; - het aantal vrijwilligers dat betrokken is bij de uitvoering van de activiteiten, wat blijkt uit de verhouding tussen het aantal vrijwilligers en professionals die betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten:75% of meer vrijwilligers ten opzichte van professionals: 4 punten;50% tot 75% vrijwilligers ten opzichte van professionals: 2 punten;25% tot 50% vrijwilligers ten opzichte van professionals: 1 punt; - de aanvrager heeft een relevant netwerk en is in staat goed samen te werken met het netwerk om zo effectiever in samenhang de activiteiten uit te kunnen voeren; dit blijkt uit de contacten van de aanvrager met partners die ook werken met de jeugdigen, de mate waarin de onderlinge kennisdeling en doorverwijzing bij die contacten voorop staat en de actieve wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met die contacten:het netwerk en de samenwerking zijn bovengemiddeld: 6 punten;het netwerk en de samenwerking zijn gemiddeld: 3 punten; het netwerk of de samenwerking is onvoldoende: 0 punten; - de activiteiten zijn gericht op het bevorderen van onderlinge verbinding tussen jeugdigen met een zo groot mogelijke diversiteit, zoals culturele achtergrond, socio-economische status, onderwijsvorm en woonwijk. Dit blijkt uit de beschrijving hoe de aanvrager voor een zo groot mogelijke diversiteit in deelnemers van de activiteiten gaat zorgen:de kans is groot dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 6 punten;de kans is redelijk dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 3 punten; de kans is klein dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 0 punten; - de aanvrager beschikt over cofinanciering:50% of meer van de totale kosten van de activiteiten wordt gefinancierd vanuit cofinanciering: 3 punten;25% tot 50% van de totale kosten van de activiteiten wordt gefinancierd vanuit cofinanciering: 2 punten; minder dan 25% van de totale kosten van de activiteiten wordt gefinancierd vanuit cofinanciering: 0 punten. 3.. Een aanvraag waaraan minder dan 24 punten zijn toegekend komt niet voor subsidie in aanmerking. 4.. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen meer is dan het vastgestelde subsidieplafond, honoreert het college de aanvragen in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond in artikel 2:4 bereikt is. 5.. Als aanvragen na toepassing van het vierde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voor gaat. 6.. Als aanvragen na toepassing van het vijfde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Hoofdstuk 4 Vakantieactiviteiten Artikel 4:1 Doel van de subsidie Het doel van subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk is dat meer jeugdigen participeren en het bevorderen van de onderlinge verbinding tussen jeugdigen. Artikel 4:2 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor vakantieactiviteiten waarin jeugdigen participeren en onderlinge verbinding wordt bevorderd waarbij geldt dat de activiteiten: - met minimaal 25% vrijwilligers wordt uitgevoerd; - aantoonbaar toegankelijk is voor jeugd […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024 Toelichting Alle jeugdigen in Den Haag moeten de mogelijkheid hebben om kansrijk op te groeien en zich, ook buiten schooltijd, te vermaken, te ontwikkelen en in contact te komen met leeftijdsgenoten en stadsgenoten. Zo kan iedereen van jongs af aan iedereen in de stad op een zinvolle manier kan participeren en jeugdigen ontdekken waar ze goed in zijn, wat ze kunnen bereiken en kunnen betekenen voor een ander. Met deze subsidieregeling worden activiteiten gericht op jeugdparticipatie ondersteund. De Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024 volgt de Subsidieregeling jeugdparticipatie 2023 op en maakt het mogelijk om voor twee jaar subsidie aan te vragen voor activiteiten gericht op jeugdparticipatie die jaarrond worden uitgevoerd. Daarnaast is er de mogelijkheid om voor kortlopende activiteiten een subsidie aan te vragen. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - actuele ontwikkeling: | gebeurtenis die recent heeft plaatsgevonden of op korte termijn plaats zal vinden, die een belangrijke invloed heeft op dagelijks leven van de jeugdigen waarvoor de aanvrager activiteiten organiseert; - ASV: | Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: | Algemene wet bestuursrecht; - cofinanciering: | bijdrage die een aanvrager met eigen financiële middelen of middelen in natura, financiële middelen van derden of middelen in natura alsmede subsidie van derden levert aan de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - college: | college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; - jeugdige: | inwoner van Den Haag in de leeftijdscategorie van 4 tot en met 27 jaar; - jeugdparticipatie: | de betrokkenheid en actieve deelname van jeugdigen aan besluitvorming en activiteiten die van invloed zijn op hun leven en hun gemeenschap; - kosten van overhead: | alle kosten die naar oordeel van het college niet direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 1.4; - maatschappelijke betrokkenheid van jeugdigen: | bewuste en actieve deelname aan de samenleving, middels vrijwillige inzet van een jeugdige voor het welzijn van anderen op stads-, wijk- of buurtniveau; - spelactiviteiten: | georganiseerde activiteiten, niet zijnde sportactiviteiten, die gericht zijn op het ontwikkelen van talenten en vaardigheden van jeugdigen, die de onderlinge samenwerking tussen jeugdigen bevorderen en die grotendeels plaatsvinden in of gericht zijn op de natuur; - talentontwikkeling: | het versterken van aanwezige positieve eigenschappen van jeugdigen middels buitenschoolse activiteiten; - vakantieactiviteiten: | activiteiten die plaatsvinden in de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgestelde schoolvakanties; - vrijwilliger: | een persoon die activiteiten voor jeugdigen organiseert of begeleidt zonder dat er sprake is van een (betaalde) dienstbetrekking, niet zijnde een stagiair. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:1, 3:1 en 4:1 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie - Het doel van de subsidieregeling is het leveren van een bijdrage aan jeugdparticipatie, zorgen voor verbinding van jeugdigen onderling en met de stad en het stimuleren van maatschappelijke betrokkenheid onder jeugdigen. - Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is dat alle jeugdigen op een zinvolle manier kunnen participeren en ontdekken waar ze goed in zijn, wat ze kunnen bereiken en kunnen betekenen voor een ander. Artikel 1:4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 1:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen - De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:1, 3:1 en 4:1. - Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. vrijwilligersvergoedingen;b. de kosten die gemaakt worden voor de waardering van vrijwilligers die meer bedragen dan € 17.50 per vrijwilliger per jaar tot een maximum van € 5.900,- per aanvraag;c. de kosten voor overhead die meer bedragen dan 15% van de kosten van de subsidiabele activiteiten;d. onvoorziene kostenposten;e. de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;f. de BTW over de gesubsidieerde kosten;g. kosten voor activiteiten die in aanmerking komen voor financiering vanuit andere gemeentelijke of niet gemeentelijke regelingen;h. kosten voor activiteiten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd. Artikel 1:6 Indexatie - Verleende subsidies op grond van hoofdstuk 2 en 3 worden met ingang van 1 januari 2026 geïndexeerd voor het kalenderjaar 2026. - Indexatie vindt plaats ten aanzien van het deel van de subsidie dat nog niet als voorschot is uitgekeerd, en op de grondslag van het in het voorafgaande jaar geïndexeerd bedrag. - Als indexatiegrondslag geldt de in het jaar van vaststelling van de indexatie door de Rijksoverheid gepubliceerd Meicirculaire gemeentefonds, overeenkomstig de volgende indicatoren en wegingsfactoren:a. loonvoet overheid (60%);b. prijs bruto overheidsinvesteringen (20%); enc. prijs materiele overheidsconsumptie (20%). Hoofstuk 2 Bevorderen ontmoeting, talentontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid jeugdigen Artikel 2:1 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten gericht op ontmoeting, en het bevorderen van talentontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid, waarbij geldt dat de activiteiten van structurele aard zijn, in groepsverband plaatsvinden, voor jeugdigen in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 27 jaar worden georganiseerd en een bereik hebben van jeugdigen in minimaal 3 stadsdelen. Artikel 2:2 Hoogte van de subsidie De subsidie voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt per aanvrager: - a. maximaal € 75.000,- voor het kalenderjaar 2025; en b. maximaal € 75.000,- voor het kalenderjaar 2026. Artikel 2:3 Subsidieplafond - Het subsidieplafond voor activiteiten op grond van dit hoofdstuk bedraagt maximaal € 1.000.000,-, waarvan:a. maximaal € 500.000,- voor het kalenderjaar 2025; enb. maximaal € 500.000,- voor het kalenderjaar 2026. - Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV. - In afwijking van het eerste lid hevelt het college, in geval van onderbesteding van het subsidieplafond van dit hoofdstuk, het resterende budget over naar het subsidieplafond van hoofdstuk 3. Artikel 2:4 Wijze van verdelen - Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen op grond van dit hoofdstuk die in aanmerking komen voor subsidie. - Bij de rangschikking van de aanvragen bedoeld voor activiteiten in dit hoofdstuk kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:a. uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager inzicht heeft in welke behoeften jeugdigen hebben om talenten te kunnen ontwikkelen en betrokken te kunnen zijn bij de maatschappij en dat de activiteiten aansluiten bij deze behoeften:1◦ goede aansluiting: 6 punten;2◦ redelijke aansluiting: 3 punten;3◦ weinig tot geen aansluiting: 0 punten;b. jeugdigen worden structureel betrokken bij het opzetten en uitvoeren van de activiteiten, wat blijkt uit welke rol de jeugdigen hebben en hoe de aanvrager ervoor gaat zorgen dat de jeugdigen actief betrokken worden bij het opzetten en uitvoeren van de activiteiten:1◦ zeer betrokken: 8 punten;2◦ betrokken: 4 punten;3◦ beperkt betrokken: 2 punt;4◦ niet betrokken: 0 punten;c. het aantal vrijwilligers dat betrokken is bij de uitvoering van de activiteiten, wat blijkt uit de verhouding tussen het aantal vrijwilligers en professionals die betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten:1◦ meer dan 75% vrijwilligers ten opzichte van professionals: 4 punten;2◦ 50% tot 75% vrijwilligers ten opzichte van professionals: 2 punten;3◦ 25% tot 50% vrijwilligers ten opzichte van professionals: 1 punt;4◦ 25% of minder vrijwilligers ten opzichte van professionals: 0 punt;d. de aanvrager benadert de jeugdige op een wijze die aansluit op de behoefte van de jeugdige; dit blijkt uit de aanpak die de aanvrager gebruikt om de jeugdige op diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten voor de jeugdige zichtbaar en vindbaar zijn:1◦ de kans is groot dat met de beschreven aanpak de jeugdige wordt bereikt: 6 punten; 2◦ de kans is redelijk dat met de beschreven aanpak de jeugdige wordt bereikt: 3 punten; 3◦ de kans is klein dat met de beschreven aanpak de jeugdige wordt bereikt: 0 punten;e. de aanvrager heeft een relevant netwerk en is in staat goed samen te werken met het netwerk om zo effectiever in samenhang de activiteiten uit te kunnen voeren;; dit blijkt uit de contacten van de aanvrager met partners die ook werken met de jeugdigen, de mate waarin de onderlinge kennisdeling en doorverwijzing bij die contacten voorop staat en de actieve wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met die contacten:1◦ het netwerk en de samenwerking zijn bovengemiddeld: 6 punten; 2◦ het netwerk en de samenwerking zijn gemiddeld: 3 punten; 3◦ het netwerk of de samenwerking is onvoldoende: 0 punten;f. de activiteiten zijn gericht op ontmoeting tussen jeugdigen met een zo groot mogelijke diversiteit, zoals culturele achtergrond, socio-economische status, onderwijsvorm en woonwijk. Dit blijkt uit de beschrijving hoe de aanvrager voor een zo groot mogelijke diversiteit in deelnemers van de activiteiten gaat zorgen:1◦ de kans is groot dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 6 punten;2◦ de kans is redelijk dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 3 punten;3◦ de kans is klein dat aan de activiteiten een grote diversiteit van jeugdigen deelneemt: 0 punten;g. de aanvrager beschikt over cofinanciering; dit blijkt uit de mate waarin de activiteiten uit andere middelen dan deze subsidie worden gefinancierd:1◦ de cofinanciering bedraagt 50% of meer: 3 punten;2◦ de cofinanciering bedraagt tussen de 25 en 50%: 2 punten; 3◦ de cofinanciering bedraagt tussen minder dan 25%: 0 punt. - Een aanvraag waaraan minder dan 12 punten zijn toegekend komt niet voor subsidie in aanmerking. - Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen meer is dan het vastgestelde subsidieplafond, honoreert het college de aanvragen in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond in artikel 2:3 bereikt is. - Als aanvragen na toepassing van het derde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voor gaat. - Als aanvragen na toepassing van het vijfde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 2:5 Subsidietijdvak Een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor beide kalenderjaren 2025 en 2026 gezamenlijk. Artikel 2:6 Aanvraag - Een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor het tweejarige subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2025 en eindigt op 31 december 2026. - Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager de volgende gegevens over:a. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.