Subsidieregeling pilot inclusieve kinderopvang Den Haag 2024
Gemeente Den Haag
Voor kindercentra in Den Haag die inclusieve kinderopvang willen realiseren voor kinderen van 2 tot 6 jaar met extra zorgbehoeften.
Waar is deze subsidie voor?
Eenmalige subsidie voor kindercentra in Den Haag die inclusieve kinderopvang voor kinderen van 2 tot 6 jaar met extra zorgbehoeften realiseren. Maximaal €10.000 per kindercentrum voor groepsgerichte activiteiten en maximaal €16.500 per gebied voor gebiedsplannen. Totaal budget €800.000 voor 2025.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra in Den Haag die inclusieve kinderopvang willen realiseren voor kinderen van 2 tot 6 jaar met extra zorgbehoeften.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil subsidie voor groepsgerichte activiteiten in mijn kindercentrum om inclusieve kinderopvang te realiseren
- Ik wil subsidie voor het ontwikkelen van een gebiedsplan voor inclusieve kinderopvang in mijn gebied
- Ik wil mijn kindercentrum geschikt maken voor kinderen met extra zorgbehoeften
Voorwaarden
- Aanvraag moet digitaal via het Onderwijsloket worden ingediend
- Voor activiteiten artikel 2:2: maximaal €10.000 per kindercentrum, subsidieplafond €600.000
- Voor gebiedsplannen artikel 3:2: maximaal €16.500 per aanvraag per gebied, subsidieplafond €200.000
- Activiteiten moeten groepsgericht zijn en aansluiten op behoeften van kinderen
- Samenwerking met ketenpartners en sleutelfiguren is een puntcriterium
- Gebiedsplan moet door minimaal één van drie grootste kindercentra in het gebied worden ondersteund
- Geen subsidie voor activiteiten gericht op individuele kinderen of uitbreiding regulier personeel
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Een subsidie wordt eenmalig verstrekt en bedraagt maximaal € 16.500,- per aanvraag en per gebied.”
Toon brontekst
Subsidieregeling pilot inclusieve kinderopvang Den Haag 2024 Toelichting Kinderen tussen 2 en 6 jaar met extra zorgbehoeften kunnen niet altijd terecht in de reguliere kinderopvang en vanwege wachtlijsten in de jeugdhulp ook niet in een formele jeugdhulpvoorziening. Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen bijvoorbeeld thuis komen te zitten of met een achterstand aan het onderwijs beginnen. Het kan ook zijn dat kinderen met extra zorgbehoeften in een groep in de reguliere kinderopvang niet de benodigde zorg en aandacht krijgen, wat ten koste gaat van zowel de ontwikkeling van deze kinderen, als de rest van de groep. Om kinderen tussen 2 en 6 jaar met extra zorgbehoeften de opvang, het onderwijs, de ondersteuning en de zorg te geven die past bij hun situatie, heeft de gemeente Den Haag een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om van de reguliere kinderopvang, eventueel met voorschoolse educatie, inclusieve kinderopvang te maken. Dit om deze kinderen binnen de reguliere kinderopvang een passende plek te bieden en te zorgen voor een soepele overgang naar het primair onderwijs. Om te onderzoeken of het de mogelijkheden voor het realiseren van inclusieve kinderopvang in de praktijk kunnen worden benut, wordt een pilot gestart. Op grond van deze subsidieregeling wordt in het kader van die pilot subsidie verstrekt voor activiteiten ten behoeve van inclusieve kinderopvang. Daarmee sluit de subsidieregeling aan op de bevindingen uit het onderzoek naar passende kinderopvang en de ambitie uit de Haags Educatieve Agenda 2022-2026 (RIS311077). Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; gelet op: - artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; besluit: - vast te stellen de navolgende Subsidieregeling pilot inclusieve kinderopvang Den Haag 2024: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - armoedeprobleemcumulatiegebied: | door het Centraal Bureau voor de Statistiek aangewezen 4-cijferige postcodegebied op basis van de postcodetabel “Armoedeprobleemcumulatiegebieden 2019”; - ASV: | Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: | Algemene wet bestuursrecht; - college: | college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; - gebied: | werkgebied zoals opgenomen in de bijlage ‘Gebieden samenwerkingsverbanden Jeugd en Onderwijs’; - gebiedsplan: | plan van een houder kinderopvang dat inzichtelijk maakt wat de kenmerken van een gebied zijn, welke sleutelfiguren en ketenpartners daarin actief zijn en welke kansen voor onderlinge samenwerking mogelijk zijn, voorzien van een omschrijving van een passend aanbod binnen de reguliere kinderopvang voor kinderen met extra zorg of ondersteuningsbehoeften; - groepsgerichte activiteiten: | activiteiten binnen een groep die gericht zijn op de zorgbehoefte van alle kinderen binnen de groep en zorgen voor de ontwikkeling en versterking van de groep als geheel; - houder van een kindercentrum: | houder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; - inclusieve kinderopvang: | passend aanbod om in de vertrouwde omgeving en samen met leeftijdsgenoten, binnen de reguliere kinderopvang zorg en ondersteuning te krijgen van medewerkers in de kinderopvang en andere professionals die past bij de ontwikkelbehoefte en het potentieel van kinderen met een zorgbehoefte; - JGZ: | Jeugdgezondheidszorg, preventieve gezondheidszorg voor kinderen; - ketenpartners: | andere partijen die een rol spelen in de ontwikkeling van kinderen zoals de kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, de buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, de basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, de specialistische zorgaanbieders Kracht & rondomJou, JGZ, het Centrum voor Jeugd en Gezin, lokaal kinderwerk en het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Haaglanden dat scholen en ouders helpt bij het vormgeven van passend en inclusief onderwijs; - kindercentrum: | kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; - kinderen: | kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar; - LRK: | landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid, van de Wet kinderopvang; - Onderwijsloket: | digitaal loket als bedoeld in artikel 1.1 van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019; - school: | school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; - sleutelfiguren: | personen met gezag of een goede positie in lokale gemeenschappen, die samenwerken en contact hebben met de lokale overheid zoals een brugfunctionaris, wijkfunctionaris, sociaal maatschappelijk werker, preventie coördinator, peuterconsulent of adviseur opvoedsteunpunt; - sociale kaart: | overzicht van ketenpartners en sleutelfiguren en hun bijbehoren taken en rollen; - voorschoolse educatie: | voorschoolse educatie voor peuters als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; - zorgbehoefte: | zorg of ondersteuning die nodig is voor het psychologisch of lichamelijk welbevinden van een kind. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in de artikelen 2:2 en 3:2 genoemde activiteiten. Artikel 1:3 Achterliggende maatschappelijke doel van de subsidie Het achterliggende maatschappelijke doel van subsidie op grond van deze regeling is om de onderwijskansen van kinderen met extra zorgbehoefte in het primair onderwijs te vergroten. Artikel 1:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen - De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 2:2 en 3:2. - Voor subsidie in aanmerking komen de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht. Artikel 1:5 Aanvraag subsidie Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend via het Onderwijsloket met behulp van het bijbehorend digitaal aanvraagformulier. Artikel 1:6 Aanvraagtermijn subsidie In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2025 uiterlijk op 30 november 2024 ingediend. Artikel 1:7 Beslistermijn subsidie Het college beslist, in afwijking van artikel 10, eerste lid, van de ASV, binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend. Artikel 1:8 Verplichtingen Onverminderd artikel 4:37 van de Awb en de artikelen 12 en 13, van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: - a. de subsidieontvanger is verplicht de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en de daarop gebaseerde regelgeving na te leven;b. de subsidieontvanger werkt mee aan inhoudelijk onderzoek ten behoeve van monitoring en evaluatie;c. de subsidieontvanger stelt, op verzoek van het college, de ervaringen en ontwikkelde producten ter beschikking aan andere kindercentra, scholen, leerlingen, ouders en professionals. Artikel 1:9 Bevoorschotting Subsidies worden bevoorschot met 100% van de verleende subsidie in één keer. Artikel 1:10 Termijn vaststelling subsidie Het college stelt in afwijking van artikel 20, eerste lid, van de ASV de subsidie vast binnen 12 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot vaststelling. Hoofdstuk 2 Eenmalige subsidie inclusieve kinderopvang Artikel 2:1 Doel van de subsidie Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is, om kinderen met extra zorgbehoefte binnen de reguliere kinderopvang kinderopvang te bieden en hun kansen in het primair onderwijs vergroten. Artikel 2:2 Activiteiten De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van inclusieve kinderopvang met één of meer van de onderstaande activiteiten: - a. groepsgerichte activiteiten voor kinderen met extra zorgbehoefte op basis van de behoefte van die kinderen;b. activiteiten voor een groep ouders van kinderen met extra zorgbehoefte op basis van de behoefte van die ouders en gericht op informeren, ondersteunen en beantwoorden van opvoedvragen in relatie tot eventuele problematiek in de wijk;c. groepsgerichte activiteiten gericht op advies of ondersteuning ten behoeve van kinderen waarbij zorgen over de ontwikkeling zijn. Artikel 2:3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een houder van een kindercentrum die ten minste twee jaar in Den Haag kinderopvang aanbiedt en voor de opvang van kinderen met extra zorgbehoefte ten minste met één school een bestaande samenwerkingsovereenkomst heeft. Artikel 2:4 Hoogte van de subsidie De subsidie wordt eenmalig verstrekt en bedraagt maximaal € 10.000,- per kindercentrum. Artikel 2:5 Subsidieplafond - Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2:2 geldt een subsidieplafond van € 600.000,- voor het kalenderjaar 2025. - Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV. - Het college kan de hoogte van het subsidieplafond jaarlijks bij afzonderlijk besluit wijzigen. Artikel 2:6 Wijze van verdeling - Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking waarbij:a. het college eerst subsidie per gebied verleent aan de aanvrager met het hoogste aantal punten van dat gebied;b. alle overige aanvragen worden gerangschikt, op basis van het toegewezen aantal punten. Het college verleent de subsidie aan die aanvragen in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor dit hoofdstuk vastgestelde subsidieplafond is bereikt. - Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:a. de activiteiten zijn groepsgericht en sluit aan op de behoeften van de kinderen; dit blijkt uit de beschrijving die de aanvrager van de activiteiten heeft gegeven: 1° de activiteiten zijn groepsgericht en sluiten meer dan bovengemiddeld aan op de behoeften van de kinderen: 20 punten; 2° de activiteiten zijn groepsgericht en sluiten bovengemiddeld aan op de behoeften van de kinderen: 15 punten;3° de activiteiten zijn groepsgericht en sluiten gemiddeld aan op de behoeften van de kinderen: 10 punten;4° de activiteiten zijn groepsgericht, maar sluiten beperkt aan op de behoeften van de kinderen: 5 punten;5° de activiteiten zijn niet groepsgericht of sluiten niet aan op de behoeften van de kinderen:0 punten;b. de aanvrager werkt samen met ketenpartners en sleutelfiguren; dit blijkt uit het aantal samenwerkingen dat met een ketenpartner of sleutelfiguur is aangegaan waarbij per samenwerking één punt wordt toegekend met een maximum van 10 punten;c. het percentage kinderen in het kindercentrum dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied is hoog; dit blijkt uit het percentage van het aantal kinderen uit een armoedeprobleemcumulatiegebied ten opzichte van het totaal aantal kinderen in het kindercentrum waarbij voor elke 10% binnen die verhouding één punt wordt toegekend met een maximum van 10 punten; d. de aanvrager biedt in het kindercentrum waar de activiteiten worden uitgevoerd voorschoolse educatie aan; dit blijkt uit registratie van de locatie in het LRK:1° geregistreerd: 5 punten;2° niet-geregistreerd: 0 punten. Artikel 2:7 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV: - a. weigert het college een subsidie als de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten gericht op individuele kinderen of uitbreiding van het reguliere personeel op de groep;b. kan het college de subsidie weigeren als uit rapporten van toezichthouders van de inspectie kinderopvang en voorschoolse educatie blijkt dat gedurende een langere periode zorg […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.