Subsidieregeling herstelfonds cultuur Den Haag 2020
Gemeente Den Haag
Voor MJB-instellingen (culturele instellingen met exploitatiesubsidie van gemeente Den Haag) die financiële schade hebben ondervonden door COVID-19-maatregelen.
Waar is deze subsidie voor?
Incidentele financiële ondersteuning voor MJB-instellingen (culturele instellingen) in Den Haag die door COVID-19-maatregelen inkomstenderving of aanvullende kosten hebben ondervonden. Twee subsidieplafonds van elk € 3.000.000 voor twee aanvraagtijdvakken.
Voor wie is het bedoeld?
Voor MJB-instellingen (culturele instellingen met exploitatiesubsidie van gemeente Den Haag) die financiële schade hebben ondervonden door COVID-19-maatregelen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Compensatie voor gederfde inkomsten door COVID-19-sluitingen
- Dekking van aanvullende kosten door COVID-19-maatregelen
- Behoud van continuïteit van culturele instellingen
Voorwaarden
- Aanvrager moet MJB-instelling zijn (exploitatiesubsidie van gemeente Den Haag)
- Schade moet direct veroorzaakt zijn door COVID-19-maatregelen (maart 2020 – 1 januari 2021)
- Kosten moeten redelijkerwijs gemaakt zijn en niet eerder gesubsidieerd
- Aanvrager moet gebruik maken van generieke steunmaatregelen van het Rijk waar mogelijk
- Jaarrekening 2019 met accountantsverklaring vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 3 mln
- Verdeling
- Loting
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 3 mln
- Verdeling
- Loting
Bronnen en actualiteit
“Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, worden ingediend, een subsidieplafond van € 3.000.000. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, worden ingediend een subsidieplafond van € 3.000.000.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR642636 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR642636/2 sluiten Subsidieregeling herstelfonds cultuur Den Haag 2020 Geldend van 02-11-2020 t/m heden Intitulé Subsidieregeling herstelfonds cultuur Den Haag 2020 Toelichting De Subsidieregeling herstelfonds cultuur Den Haag 2020 heeft tot doel om MJB-instellingen incidenteel financieel te ondersteunen die als gevolg van de COVID-19 maatregelen minder inkomsten hebben kunnen genereren dan verwacht of als gevolg van deze maatregelen aanvullende kosten hebben moeten maken. Het achterliggende maatschappelijke doel dat met de subsidieregeling wordt beoogd is om het cultuurbeleid van de gemeente Den Haag te kunnen blijven uitvoeren. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op: - artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, besluit vast te stellen de Subsidieregeling herstelfonds cultuur 2020: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ASV: Algemene Subsidieverordening Den Haag 2014 - algemene reserve: de op de jaarrekening 2019 genoemde vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden om deze aan te houden op grond van wet, subsidievoorwaarden of statuten zoals deze gelden op datum inwerkingtreding van deze regeling; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; - continuïteitsreserves: de op de jaarrekening 2019 genoemde reserves die tot doel hebben de continuïteit van de MJB-instellingen te waarborgen; - eigen inkomsten: alle baten van de organisatie, met uitzondering van subsidies, bijdragen van fondsen en sponsorinkomsten, als percentage van de totale baten op de jaarrekening 2019; - exploitatietekort: het verwachte exploitatietekort van de MJB-instelling in de periode maart 2020 – 1 januari 2021, voor zover dat wordt veroorzaakt door de COVID-19 maatregelen; - gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Den Haag; - generieke maatregelen Rijk: maatregelen binnen het Noodpakket Banen en Economie (kamerbrief met kenmerk CE-AEP/20077147) en het Noodpakket Banen en Economie 2.0 zoals genoemd in de kamerbrief van het kabinet van 20 mei (kamerstukken II, 2019/2020,35420, nr 2); - MJB 17-20: Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 – Ruimte voor de Spelende Mens, vastgesteld door de gemeenteraad op 4 november 2016, RIS296149; - MJB 21-24: Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 – Zee aan Mogelijkheden, zoals dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld in het vierde kwartaal van 2020; - MJB-instellingen: organisaties die op grond van het meest recente door de gemeenteraad vastgestelde Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur een exploitatiesubsidie ontvangen van de gemeente Den Haag; - Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19: Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juni 2020, nr. 24686911, houdende voorschriften over aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector in verband met gederfde inkomsten in die sectoren als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan; - stroom 1: subsidies bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, en onder b, sub 1°, van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19; - stroom 3: subsidies bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, sub 2°, van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19; - weerstandsvermogen financiële buffer van een MJB- instelling voor het opvangen van calamiteiten, die wordt berekend door de som van de algemene reserve en continuïteitsreserves, zoals opgenomen in de jaarrekening 2019, te delen door het totaal van de gerealiseerde baten in 2019. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie 1. Het doel van de subsidieregeling is om MJB-instellingen incidenteel financieel te ondersteunen indien zij als gevolg van de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 minder inkomsten hebben kunnen genereren dan verwacht of als gevolg van deze maatregelen aanvullende kosten hebben moeten maken. 2. Het achterliggende maatschappelijke doel dat met deze subsidieregeling wordt beoogd is de continuering van het cultuurbeleid van de gemeente Den Haag. Artikel 1:4 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het verlagen van het exploitatietekort van MJB-instellingen in het jaar 2020 dat is ontstaan als gevolg van de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19. Artikel 1:5 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan MJB-instellingen, die in het kader van deze regeling in de volgende drie groepen worden onderverdeeld: a. groep A: MJB-instellingen die niet in aanmerking komen voor een subsidie op basis van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 van het ministerie van OCW; b. groep B: MJB- instellingen die in aanmerking komen voor subsidie op grond van stroom 3 en geen subsidie ontvangen op grond van stroom 1. c. groep C: MJB- instellingen die in aanmerking komen voor subsidie op grond van stroom 1 én waarbij het exploitatietekort van de MJB-instelling groter is dan de subsidie die zij op grond van stroom 1 ontvangen. Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en generieke maatregelen van het Rijk die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor het verlagen van het exploitatietekort bedoeld in artikel 1:4. 2. Voor subsidie in aanmerking komen: a. door de subsidieaanvrager gemaakte, niet terugvorderbare kosten die zijn gemaakt voordat de COVID-19 maatregelen bekend waren, voor activiteiten die door deze maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd; b. exploitatiekosten van de subsidieaanvrager die door inkomstenderving als gevolg van de COVID-19 maatregelen een exploitatietekort veroorzaken; c. aanvullende kosten die moeten worden gemaakt als gevolg van de COVID-19 maatregelen, voor zover deze niet vallen onder een andere subsidieregeling. 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. exploitatietekort dat is ontstaan vóór inwerkingtreding van de COVID-19 maatregelen en die niet daardoor zijn veroorzaakt; b. de BTW over de gesubsidieerde kosten; c. de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd. Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie 1. De hoogte van de subsidie voor groepen A en C, bedoeld in artikel 1:5 bedraagt maximaal het verwachte exploitatietekort over 2020, verminderd met 50% van de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves, behoudens voor zover dit leidt tot een weerstandsvermogen van minder dan 6%, in welk geval het percentage van 50% naar beneden wordt aangepast totdat het weerstandsvermogen 6% bedraagt. 2. De hoogte van de subsidie voor groep B, bedoeld in artikel 1:5 bedraagt 50% van de uitkomst van de in het eerste lid genoemde berekening. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag dat de aanvrager heeft ontvangen van de in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 genoemde fondsen. Artikel 1:8 Subsidieplafond 1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, worden ingediend, een subsidieplafond van € 3.000.000. 2. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, worden ingediend een subsidieplafond van € 3.000.000. 3. Het college kan de hoogte van het subsidieplafond binnen de in het eerste en tweede lid genoemde periode bij afzonderlijk besluit wijzigen. Artikel 1:9 Wijze van verdeling 1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt per subsidieplafond, per aanvraagtijdvak in volgorde van de volgende, door het college aangebrachte rangschikking. 2. Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen worden gerangschikt in: a. aanvragers die vallen binnen groep B zoals bedoeld in artikel 1:5, onder b; en b. aanvragers die vallen binnen groep A en groep C zoals bedoeld in artikel 1:5, onder a en onder c. 3. Als eerste wordt een lijst gemaakt van de aanvragen van aanvragers in groep B, met voor elke aanvrager een berekening zoals genoemd in artikel 1:7, tweede lid. 4. Indien nadat de in het vorige lid genoemde berekening is uitgevoerd, en bij optelling van de bedragen van alle aanspraken gezamenlijk, geen sprake is van overschrijding van het subsidieplafond, vindt verdeling plaats door honorering van alle aanvragen van aanvragers in groep B. 5. Indien nadat de in het derde lid genoemde berekening is uitgevoerd, en bij optelling van de bedragen van alle aanspraken gezamenlijk, sprake is van overschrijding van het subsidieplafond, vindt verdeling plaats door toepassing van een evenredige korting op het aanvraagbedrag op alle aanvragen uit groep B. 6. In aanvulling op het vierde lid wordt het nog niet toebedeelde deel van de subsidie verdeeld onder de groep aanvragers zoals bedoeld in het tweede lid, onder b. 7. Als eerste wordt een lijst gemaakt van de aanvragen van aanvragers zoals bedoeld in het vorige lid, met voor elke aanvrager een berekening zoals genoemd in artikel 1:7, tweede lid. 8. Indien nadat de in het zevende lid genoemde berekening is uitgevoerd, en bij optelling van de bedragen van alle aanspraken in deze groep gezamenlijk, geen sprake is van overschrijding van het beschikbare subsidiebedrag, vindt verdeling plaats door honorering van alle aanvragen volgens de berekening uit artikel 1:7, eerste lid. 9. Indien nadat de in het zevende lid genoemde berekening is uitgevoerd, en bij optelling van de bedragen van alle aanvragen in deze groep gezamenlijk, sprake is van overschrijding van het beschikbare subsidiebedrag, vindt verdeling van het nog beschikbare subsidiebedrag plaats volgens de berekening genoemd in het tiende lid en verder. 10. De hoogte van de subsidie per aanvrager wordt berekend aan de hand van de volgende, aangepaste berekening: de hoogte van de subsidie is gelijk aan maximaal het verwachte exploitatietekort over 2020, verminderd met 75% van de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves, behoudens voor zover dit leidt tot een weerstandsvermogen van minder dan 6%, in welk geval het percentage van 75% naar beneden wordt aangepast totdat het weerstandsvermogen 6% bedraagt. 11. Indien na toepassing van het vorige lid het subsidieplafond overschreden wordt, wordt het nog niet toebedeelde deel van de subsidie verdeeld volgens berekening genoemd in het twaalfde tot en met en met het vijftiende lid. 12 Het college brengt voor de verdeling op grond van het dertiende tot en met het zestiende lid telkens de volgende twee rangschikkingen aan: a. de eerste rangschikking is op basis van het weerstandsvermogen van de aanvrager waarbij de aanvrager met het laagste weerstandsvermogen 1 punt ontvangt en iedere daaropvolgende aanvrager het aantal punten ontvangt dat o […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.