Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025

Gemeente Breda

Culturele organisaties zonder winstoogmerk (rechtspersonen) in Breda die activiteiten en beheerslasten willen subsidiëren.

Ook bekend als Subsidieverordening Cultuur Breda 2025, Verordening meerjarige subsidies Cultuur

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Meerjarige subsidieregeling voor culturele organisaties zonder winstoogmerk in Breda. Subsidies voor exploitatie (beheers- en activiteitenlasten) voor 2 of 4 jaar. Maximaal 95% voorschot, definitieve vaststelling aan einde subsidieperiode.

Voor wie is het bedoeld?

Culturele organisaties zonder winstoogmerk (rechtspersonen) in Breda die activiteiten en beheerslasten willen subsidiëren.

Culturele instelling

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Meerjarige financiering voor culturele instellingen
  • Subsidie voor beheerslasten en activiteiten van cultuurorganisaties
  • Strategisch partnerschap met culturele partners
  • Reserves opbouwen voor culturele organisaties

Voorwaarden

  • Rechtspersoon zonder winstoogmerk
  • Activiteiten en/of beheerslasten moeten worden uitgevoerd
  • Meerjarige subsidies voor 2 of 4 kalenderjaren
  • Begrotingsvoorbehoud van toepassing
  • Jaarlijkse rapportage verplicht bij gemiddeld € 125.000 of meer per jaar
  • Wijzigingen tussen subsidiejaren maximaal 20% van gemiddelde jaarbedrag
  • Definitieve vaststelling pas aan einde subsidieperiode

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een culturele instelling
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Breda.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025
    De raad van de gemeente Breda;
    gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda van 21 november 2023;
    gelet op de artikelen 149 en 156, lid 1, van de Gemeentewet en gelet op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht,
    besluit vast te stellen:
    Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025
    
    Artikel 1 Betekenissen
    In deze verordening en de subsidieregelingen wordt verstaan onder:
    - begrotingspostsubsidie: subsidie op grond van artikel 4:23, lid 3, onder c, van de wet, waarbij de naam van de subsidieontvanger, de activiteit(en) en het maximale subsidiebedrag in de begroting staan;
    - bestemmingsreserve: een specifieke reserve waaraan vooraf een bestemming is gegeven. Het maakt onderdeel uit van het eigen vermogen.
    - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;
    - cultuurbeleid: het geldend cultuurbeleid met een uitvoeringsagenda zoals vastgesteld door de raad;
    - culturele codes: de actuele gedragscodes van de cultuursector, zoals de Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en eventuele andere geldende codes;
    - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
    - exploitatielasten: de exploitatie omvat de gehele bedrijfsvoering, dus zowel beheerslasten als activiteitenlasten;
    - egalisatiereserve: de egalisatiereserve is een buffer gerelateerd aan de verleende subsidie, waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met overschotten uit het andere jaar. Het maakt onderdeel uit van het eigen vermogen;
    - materiële activiteitenlasten: de materiële lasten die direct samenhangen met de activiteiten van de subsidieaanvrager. Hieronder vallen zaken als zaalhuur (voor repetities en uitvoeringen), educatie, reis- en transportkosten, specifieke publiciteitskosten en kosten van vergunningen;
    - materiële beheerlasten: alle materiële lasten die samenhangen met het beheer en de algemene bedrijfsvoering van de organisatie en niet direct toe te wijzen zijn aan activiteiten. Hieronder vallen zaken als huisvesting, kantoorkosten, publiciteitskosten en afschrijvingskosten;
    - personele activiteitenlasten: de personele lasten die direct samenhangen met de activiteiten van de subsidieaanvrager. Hieronder vallen bijvoorbeeld de programma- en projectleider en productiemedewerkers. Personele lasten omvatten tenminste de brutosalarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld, kosten pensioenpremie en kosten inhuur;
    - personele beheerlasten: alle personele lasten die samenhangen met het beheer en de algemene bedrijfsvoering van de subsidieaanvrager. Hieronder vallen bijvoorbeeld de staffuncties. Personele lasten omvatten tenminste de brutosalarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld, kosten pensioenpremie en kosten inhuur;
    - raad: gemeenteraad van Breda;
    - resultaat: het netto bedrijfsresultaat, dat wil zeggen het finale resultaat na aftrek van alle kosten, rentelasten en rentebaten en belastingen;
    - subsidie: artikel 4:21 Awb omschrijft subsidie als 'de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten';
    - uitvoeringsagenda: hierin staat beschreven hoe we het cultuurbeleid 2025-2040 uitvoeren in de periode 2025-2028;
    - verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
    - wet: Algemene wet bestuursrecht.
    
    Artikel 2 Bereik van deze verordening
    1..
    De Algemene subsidieverordening van de gemeente Breda is niet van toepassing op het verstrekken van subsidies waarvoor deze verordening geldt.
    2..
    Deze verordening geldt voor de verstrekking van meerjarige subsidies voor subsidiabele activiteiten en beheerslasten die passen binnen het door de raad vastgestelde cultuurbeleid en de uitvoeringsagenda.
    3..
    Op het verstrekken van begrotingspostsubsidies met de aanduiding Cultuur zijn artikel 1, artikel 3 leden 2, 3 en 4 en de artikelen 4 tot en met 19 van toepassing.
    
    Artikel 3 Bevoegdheden van het college
    1..
    Het college is bevoegd tot:
    - het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de wet, deze verordening en subsidieregelingen;
    - het vaststellen van subsidieregelingen voor het verstrekken van meerjarige subsidies die passen binnen het cultuurbeleid;
    - het vaststellen van subsidieplafonds;
    - het vaststellen van een accountantsprotocol;
    - het vaststellen van beleidsregels.
    2..
    Het college kan bij of volgens subsidieregelingen afwijken van de bepalingen in deze verordening en deze aanvullen, behalve van de artikelen 1 en 2 lid 1 en artikel 3 lid 1.
    3..
    Als dat voor het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van alle bepalingen van deze verordening en deze aanvullen.
    4..
    Het college kan afwijken van een artikel uit deze verordening of een artikel buiten toepassing laten. Dat kan alleen als toepassing van dat artikel volgens het college een onredelijke uitkomst heeft voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger.
    
    Artikel 4 Subsidieaanvraag meerjarige subsidie
    1..
    In de subsidieregeling staat wanneer een subsidieaanvraag voor een meerjarige subsidie ingeleverd moet zijn.
    2..
    Een subsidieaanvraag voor een begrotingspostsubsidie levert de subsidieaanvrager in via de website voor 1 oktober voor de kalenderjaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, tenzij het college een andere termijn voor het inleveren bepaalt.
    3..
    Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente Breda staat.
    4..
    Bij de aanvraag zit in ieder geval:
    - een meerjaren activiteitenplan: een artistiek-inhoudelijk plan met doelstellingen en aandacht voor de criteria en doelstellingen uit het cultuurbeleid, de uitvoeringsagenda, de culturele codes en de subsidieregeling;
    - een meerjarenbegroting bestaande uit vier onderdelen:gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;gespecificeerd overzicht van de beheerslasten;gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking); ensamenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
    5..
    Een subsidieaanvrager die voor het eerst een meerjarige subsidie aanvraagt, levert bij de aanvraag ook nog aan:
    - een kopie van de oprichtingsakte of de statuten;
    - een jaarverslag, jaarrekening en balans van het vorige jaar;
    - een uittreksel van de Kamer van Koophandel van maximaal 3 maanden oud;
    - een de-minimisverklaring (als de Europese de-minimisverordening van toepassing is).
    6..
    Welke overige gegevens en documenten de subsidieaanvrager moet inleveren, staat in de subsidieregeling of op het aanvraagformulier.
    7..
    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend ingediend worden door een rechtspersoon zonder winstoogmerk.
    
    Artikel 5 Beslissing en termijn
    1..
    Het college beslist op een subsidieaanvraag binnen 13 weken na ontvangst.
    2..
    Het college mag zijn beslissing één keer voor maximaal 13 weken verlengen.
    3..
    Bij aanvragen die volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie, verlengt het college de beslistermijn totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
    
    Artikel 6 BTW en subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt alleen verstrekt voor BTW als deze niet verrekend kan worden op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 of niet gecompenseerd kan worden op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds 2003. Als aanvrager hiervan gebruik wil maken, dan verstrekt de aanvrager hiervoor een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de aanvrager aan de voorwaarde voldoet.
    2..
    Deze kosten komen voor subsidie in aanmerking:
    - materiële activiteitenlasten;
    - personele activiteitenlasten;
    - materiële beheerslasten;
    - personele beheerslasten.
    
    Artikel 7 Redenen om subsidie te weigeren
    1..
    Naast andere redenen om een subsidie te weigeren die in de wet of andere wet- of regelgeving zijn genoemd, kan het college de subsidie weigeren als:
    - subsidieverstrekking niet past binnen het cultuurbeleid of de uitvoeringsagenda;
    - de activiteiten niet in de eerste plaats een culturele doelstelling hebben. Hiervan is in ieder geval sprake als uit de statuten niet blijkt dat de aanvrager een culturele doelstelling heeft;
    - de subsidieaanvrager niet kan laten zien dat er behoefte aan de activiteiten is;
    - voor dezelfde activiteiten al een subsidie is verstrekt;
    - de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift.
    2..
    Verder kan het college de subsidie weigeren als het waarschijnlijk is dat:
    - de activiteiten van de subsidieaanvrager zich niet of niet genoeg richten op de gemeente Breda of niet genoeg voordelen opleveren voor de inwoners van de gemeente Breda;
    - de subsidieaanvrager doelstellingen heeft of activiteiten zal uitvoeren die in strijd zijn met de goede zeden, het algemeen belang of de openbare orde;
    - de activiteiten van de subsidieaanvrager partijpolitieke of godsdienstige vorming als doel hebben;
    - de subsidieaanvrager de culturele codes niet onderschrijft en toepast;
    - binnen de organisatie van de subsidieaanvrager of binnen de activiteiten waarvoor de subsidieaanvrager alleen of medeverantwoordelijk is, discriminatie plaatsvindt of zal plaatsvinden en de subsidieaanvrager niet de nodige maatregelen neemt om te zorgen dat dit niet gebeurt;
    - als redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
    - de subsidieaanvrager met de uitvoering van de activiteiten winst wil maken.
    
    Artikel 8 Europese redenen om subsidie te weigeren
    Het college weigert de subsidie verder als subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader, omdat:
    - een bevel tot terugvordering uitstaat tegen een subsidieaanvrager volgens een eerder besluit van de Europese Commissie waarin staat dat de steun onrechtmatig en niet verenigbaar met de interne markt is;
    - subsidie verstrekt zou worden aan een subsidieaanvrager met een onderneming in moeilijkheden, als bedoeld in het geldende steunkader; of
    - de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het geldende steunkader.
    
    Artikel 9 Algemene verplichtingen voor subsidieontvangers
    1..
    De subsidieontvanger moet het meteen schriftelijk aan het college melden als:
    - de gesubsidieerde activiteiten niet, niet op tijd of niet helemaal zullen worden uitgevoerd;
    - niet, niet op tijd of niet helemaal aan de verplichtingen zal worden voldaan.
    2..
    De subsidieontvanger is verplicht:
    - de activiteiten overeenkomstig wetten, regelgeving, de goede zeden, in het algemeen belang en niet in strijd met de openbare orde uit te voeren;
    - de activiteiten niet te richten of mede te richten op partijpolitieke of godsdienstige vorming, tenzij de subsidie voor deze vorming is verstrekt;
    - discriminatie binnen de organisatie te voorkomen en zo nodig maatregelen te treffen tegen discriminatie.
    3..
    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
    - besluiten of procedures die zijn gericht op wijziging of beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;
    - relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden, met gevolgen voor de organisatorische situatie, de financiële situatie of de verhoudingen met derden;
    - wijziging van de statuten voor zover het de vorm van de rechtspersoon betreft;
    - wijziging in samenstelling van bestuur en of directie.
    4..
    De subsidieontvanger heeft de toestemming van het
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Toelichting Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025
    
    Aanleiding voor deze nieuwe Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025
    In het Cultuurbeleid is opgenomen dat subsidies een belangrijk instrument zijn om het cultuurbeleid en de culturele infrastructuur die de stad nodig heeft mede mogelijk te maken. Culturele instellingen en makers zijn ondernemers. Maar niet alle partijen die een belangrijke bijdrage leveren aan de doelen van dit beleid kunnen kostendekkend of winstgevend te werk gaan. De overheid en ook de gemeente Breda stelt daarom subsidies beschikbaar. Deze sluiten aan bij de programma’s van het cultuurbeleid en maken de uitvoering van de verschillende beleidsonderdelen mogelijk. Door diverse (deel)regelingen bieden we makers, projecten en organisaties de mogelijkheid te ondernemen, aanbod te creëren, en zich in verschillende fases te ontwikkelen.
    Voor meerjarige cultuursubsidies is een specifieke Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025 ontwikkeld. Hiermee maken we mogelijk dat een deel van de beheerslasten van organisaties gesubsidieerd kan worden door de gemeente Breda. Met deze subsidieverordening zorgen we er tevens voor dat afstemming op het gebied van meerjarensubsidies in BrabantStad kan worden voortgezet. Door de regelingen, aanvraag- en verantwoordingskaders te vereenvoudigen en zoveel mogelijk af te stemmen op andere overheden, zorgen we voor een goede positionering van Bredase instelling voor provinciale en (inter)nationale cofinanciering en realiseren we lastenverlichting voor subsidieaanvragers. Voor andere dan meerjarige cultuursubsidies geldt de Algemene Subsidieverordening Breda (ASV).
    Doelen van de nieuwe Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025
    De doelen van deze nieuwe verordening zijn:
    - de subsidieverordening leesbaar te maken;
    - meerjarige subsidie te verstrekken voor de exploitatie (zowel beheers- als activiteitenlasten) van enkele culturele organisaties;
    - de culturele organisaties de mogelijkheid te bieden om met subsidie reserves op te bouwen;
    - meerjarige zekerheid en lastenverlichting in te zetten om zo vorm te geven aan strategisch partnerschap.
    De Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025 en andere subsidieregels
    In Nederland geldt de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de regels over subsidies. Er staat bijvoorbeeld in wat een subsidie is en wanneer je een subsidie moet terugbetalen. Die regels gelden ook in Breda. En dat geldt ook voor regels van de Europese Unie.
    Daarnaast geldt de Algemene Subsidieverordening Breda (ASV). In die ASV legt de gemeenteraad de procedures vast voor de meeste Bredase subsidies. Daarnaast is er deze specifieke Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025 (hierna Subsidieverordening Cultuur). Daarop is de ASV niet van toepassing. Hierin wordt ook geregeld wat het college van burgemeester en wethouders mag doen als het om meerjarige culturele subsidies gaat. Het college van burgemeester en wethouders noemen we hierna alleen nog maar “het college”.
    Het college mag bijvoorbeeld beslissen op subsidieaanvragen. En het college mag ook subsidieregelingen vaststellen voor speciale doelen. In de subsidieregelingen staan dan ook weer regels opgenomen voor dat speciale subsidiedoel.
    Zo zijn er dus op veel niveaus regels over subsidies:
    - vanuit Europa in verschillende wetgeving;
    - door de landelijke overheid in Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
    - door de gemeenteraad van Breda in de Subsidieverordening Cultuur;
    - door het college in Subsidieregelingen.
    Waarom deze aparte Subsidieverordening Cultuur?
    Anders dan de Algemene Subsidieverordening, maakt deze Subsidieverordening Cultuur het mogelijk om naast de culturele activiteiten, ook de instandhouding van een organisatie te subsidiëren.
    Subsidieproces
    Het subsidieproces bestaat meestal uit de volgende stappen:
    - Aanvraag: Een subsidieaanvraag komt binnen. Zonder aanvraag kan nooit subsidie worden gegeven.
    - Beslissing: Het college beslist op de aanvraag door de subsidie (gedeeltelijk) toe te kennen of te weigeren. Als het gaat om subsidiebedragen tot en met € 10.000 verstrekt het college de subsidie direct definitief (we noemen dat direct vaststellen). Veel andere subsidies betalen we eerst in voorschotten. Het kan ook voorkomen dat het college de subsidie betaalt na afloop van de activiteiten, wanneer het definitieve subsidiebedrag vaststaat.
    - Activiteit: De activiteiten gaan van start.
    - Verantwoording: Na afloop laat de subsidieontvanger zien hoe de subsidie is besteed. Dit heet een aanvraag tot vaststelling.
    - Definitief: De subsidie wordt definitief. Dit heet de subsidie vaststellen. Als alles goed is verlopen, is het bedrag waarop de subsidie wordt vastgesteld hetzelfde als het bedrag dat is verleend. Zijn niet alle activiteiten uitgevoerd, was de subsidie (voor een deel) niet nodig, niet alle verplichtingen nageleefd of is er iets anders aan de hand, dan stelt het college de subsidie op een lager bedrag vast. Betaalde de gemeente voorschotten dan kijkt het na de vaststelling of het nog een bedrag moet betalen. Als de gemeente te veel voorschotten betaalde, kan het college dat terugvorderen.
    De artikelen toegelicht
    Hieronder staat een toelichting op de artikelen uit de Subsidieverordening Cultuur, maar alleen als een uitleg nodig is.
    Artikel 1 Betekenissen
    In artikel 1 leggen we uit wat bepaalde begrippen betekenen. Soms verwijzen we naar artikelen uit de Awb. Dat doen we omdat die begrippen landelijk vaststaan en we daar niet van af mogen wijken. We leggen hier een paar subsidiebegrippen verder uit.
    Begrotingspostsubsidie: Soms zet de gemeenteraad een organisatie met naam, activiteiten en subsidiebedrag in de begroting. Bijvoorbeeld een bibliotheek of schouwburg. Als de gemeente dat doet, is voor iedereen duidelijk dat alleen die organisatie in aanmerking komt voor die subsidie. Met deze partijen maken we vooraf duidelijke afspraken en die leggen we ook vast in het verleningsbesluit.
    Artikel 2 Bereik van deze verordening
    In artikel 2 staat voor welke subsidies de ASV geldt en waarvoor deze aparte Subsidieverordening Cultuur geldt.
    Deze Subsidieverordening Cultuur maakt het mogelijk om meerjarige subsidies (voor vier of twee jaar) te verstrekken aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Met deze verordening is het mogelijk om, naast activiteiten, een deel van de beheerslasten van cultuurinstellingen te subsidiëren. Overige subsidies vallen onder de Algemene subsidieverordening. Daarin worden uitsluitend de activiteitenlasten gesubsidieerd.
    Schematisch is de toepasselijkheid van de verordeningen als volgt:
    Naam | Verordening | Looptijd
    Subsidie Professionele Kunsten Breda | Subsidieverordening Cultuur | 4 kalenderjaren
    Tweejarige subsidieregeling cultuur | Subsidieverordening Cultuur | 2 kalenderjaren
    Activiteitensubsidies | Algemene subsidieverordening | 1 kalenderjaar/ duur van de activiteit
    Artikel 3 Bevoegdheden van het college
    In dit artikel staan de bevoegdheden die de gemeenteraad het college geeft als het om subsidies gaat. Zo mag het college bijvoorbeeld beslissen op subsidieaanvragen. Ook mag het college subsidies intrekken of een subsidierelatie beëindigen.
    Welke subsidies in de toekomst beschikbaar komen, staat niet vast. Het kan zijn dat niet alle regels uit de Subsidieverordening Cultuur voor al die subsidies geschikt zijn. Dan moet het collegeregels op maat kunnen maken. Daarom mag het college soms afwijken van de Subsidieverordening Cultuur of deze aanvullen.
    Artikel 4 Subsidieaanvraag
    Het begint altijd met het indienen van een aanvraag via de website. Het aanvraagformulier en de subsidieregeling staan op onze website. In de regeling staan de spelregels en vaak ook welke informatie en stukken het college nodig heeft voor het beoordelen van de aanvraag. Ook in het aanvraagformulier kan staan wat het college nodig heeft en wat de aanvrager mee moet sturen.
    Artikel 5 Beslissing, termijn en meerjarige subsidies
    De gemeente beslist zo snel als mogelijk op een aanvraag, maar sowieso binnen 13 weken. Soms is er meer tijd nodig. Dan laten wij dat aan de aanvrager weten. Als we te maken hebben met Europese regels, dan kunnen we niet zeggen wat de behandeltermijn is.
    Het college verstrekt subsidies onder deze Subsidieverordening Cultuur voor meerdere jaren tegelijk. Dat is een manier om het subsidieproces makkelijker te maken en meerjarige ‘zekerheid’ te geven. Deze zekerheid gaat echter wel gepaard met een begrotingsvoorbehoud.
    Artikel 6 BTW en subsidiabele kosten
    In dit artikel komt duidelijk naar voren waarin de Subsidieverordening Cultuur afwijkt van de ASV.
    Voor culturele instellingen die meerjarig gesubsidieerd worden vanuit deze Subsidieverordening Cultuur gelden de volgende uitgangspunten als we kijken naar de begroting:
    - Zowel activiteitenlasten als beheerslasten komen in aanmerking voor subsidie. Dat betekent dat ook kosten die niet direct zijn toe te wijzen aan de culturele activiteiten in aanmerking komen voor subsidie.
    - De materiële activiteitenlasten zijn lasten die direct samenhangen met de activiteiten van de subsidieaanvrager. Hieronder vallen zaken als zaalhuur (voor repetities en uitvoeringen), educatie, reis- en transportkosten, specifieke publiciteitskosten en kosten van vergunningen. De personele activiteitenlasten hangen samen met de personele inzet bij de activiteiten van de subsidieaanvrager;
    - De materiële beheerlasten zijn alle materiële lasten die samenhangen met het beheer van de organisatie en niet direct toe te wijzen zijn aan activiteiten. Hieronder vallen zaken als huisvesting, kantoorkosten, algemene publiciteitskosten en afschrijvingskosten. De personele beheerslasten omvatten alle personele lasten die samenhangen met het beheer van de subsidieaanvrager en niet direct toe te wijzen zijn aan activiteiten.
    Hiermee wordt aangesloten bij de subsidiesystematiek van OCW en de provincie Brabant.
    Eerste lid – De hoogte van het subsidiebedrag wordt gewoonlijk berekend op basis van een begroting van de kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van een subsidieactiviteit. Wanneer de aanvrager btw-plichtig is, dan mag de btw niet worden opgevoerd in de begroting. De aanvrager verrekent de btw in dan in de aangifte omzetbelasting. Wanneer de aanvrager niet btw-plichtig is, kan de btw over bepaalde kostenposten worden meegenomen in de begroting. Er dient dan door de aanvrager worden aangetoond dat dit het geval is.
    Artikel 7 en 8 Redenen om subsidie te weigeren
    In de artikelen 7 en 8 staan de redenen om een subsidie te weigeren: weigeringsgronden. Het is belangrijk om te weten dat de Awb en Europese regelgeving ook weigeringsgronden hebben. In subsidieregelingen kunnen ook weigeringsgronden staan. Het college mag die allemaal gebruiken.
    Artikel 9 Algemene verplichtingen voor subsidieontvangers
    Met subsidie wil de gemeente culturele activiteiten mogelijk te maken. Maar soms loopt het anders dan gepland. De subsidieontvanger moet dit direct melden bij de gemeente.
    Houdt de subsidieontvanger zich niet aan de verplichtingen die horen bij de subsidie, dan kan het college de subsidie intrekken of veranderen.
    Artikel 10 Bijzondere verplichtingen voor subsidieontvangers
    Hiervoor noemden we al de algemene verplichtingen dat de subsidieontvanger het moet melden als de activiteiten anders verlopen dan verwacht. Daarnaast kan het college andere verplichtingen opleggen. Deze kunnen in de beschikking staan of in de aparte subsidieregelingen. De Awb kent 3 soorten verplichtingen:
    - Standaardverplichtingen mag je nog op het moment van subsidieverlening opleggen. Bijvoorbeeld een meldplicht of verplichting over het afleggen van verantwoording;
    - Naast de standaardverplichtingen zijn er andere doelgebonden verplichtingen. Met die verplichtingen wil de gemeente er ook voor zorgen dat het doel van de subsidie wordt bereikt. Een voorbeeld is de verplichting dat bepaalde medewerkers beschikken over een verklaring omtrent het gedrag (VOG).
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.