Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2026
Gemeente Borsele
Kinderopvangvoorzieningen (kindercentra) in de gemeente Borsele die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen van 2 tot 4 jaar.
Ook bekend als Kindgebonden financiering peuteropvang en VVE Borsele 2026
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kinderopvangvoorzieningen in Borsele die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden. Subsidie bestaat uit een bijdrage per uur en/of per geplaatst kind, aangevuld met een bijdrage voor HBO-pedagogisch medewerker. Voor 2026 geldt een maximum van 320 uur per jaar voor reguliere kinderen en 640 uur voor kinderen met VVE-indicatie.
Voor wie is het bedoeld?
Kinderopvangvoorzieningen (kindercentra) in de gemeente Borsele die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen van 2 tot 4 jaar.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang in Borsele
- Financiering voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters
- Ondersteuning kinderopvangvoorzieningen met HBO-pedagogisch medewerker
Voorwaarden
- Kinderopvangvoorziening moet wettelijk geregistreerd zijn in de gemeente Borsele
- Aanbod moet een door Nederlands Jeugdinstituut erkend voorschools programma zijn
- Peuteropvang: maximaal 8 uur per week verdeeld over 2 dagdelen, minimaal 40 weken per jaar
- Voorschoolse educatie: maximaal 16 uur per week verdeeld over minimaal 3 dagdelen, minimaal 40 weken per jaar
- HBO pedagogisch medewerker moet voldoen aan kwalificatie-eisen cao kinderopvang
- Verantwoording via tussentijdse rapportage (voor 1 mei) en vaststelling (voor 1 juli volgend jaar)
- Bij overschrijding budget: evenredige verlaging van alle subsidies
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Borsele; Gezien het voorstel; Overwegende dat het gewenst is subsidie te verstrekken voor het voorschoolse aanbod in Borsele, zodat ouders gestimuleerd kunnen worden om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan een voorschools programma; In aanmerking nemend dat een afzonderlijke subsidieregeling daarvoor gewenst is; Gelet op de Wet Kinderopvang, de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 en de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Borsele 2016; BESLUIT: vast te stellen: Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2026 Artikel 1. Begripsbepaling en toepassingsbereik 1.. In deze regeling wordt verder verstaan onder: - kinderopvangvoorziening: kindercentrum in de gemeente Borsele, waar bedrijfsmatig, of anders dan om niet, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, plaatsvindt; - kinderopvangtoeslag: wat hieronder wordt verstaand in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; - peuteropvang: aanbod voor peuters tussen 2 en 4 jaar voor in totaal maximaal 8 uur per week verdeeld over 2 dagdelen op verschillende weekdagen per week en minimaal 40 weken per jaar; - voorschoolse educatie (VE): aanbod voor doelgroeppeuters voor in totaal maximaal 16 uur per week, verdeeld over minimaal 3 dagdelen op verschillende weekdagen per week en minimaal 40 weken per jaar; - peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; - doelgroeppeuter: een peuter met een indicatie voor VE van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland, zie sub h; - voorschools programma: een door het Nederlands Jeugdinstituut erkend gestructureerd programma, van voorschoolse educatie aangeboden. Gericht op ontwikkelingsstimulering en ter voorbereiding op de basisschool; - verklaring voorschoolse educatie (VVE): een door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan voorschoolse educatie geïndiceerd is (indicatie); - ouder: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; - ouderbijdrage: het bedrag dat als vaste eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang; - Landelijk Register Kinderopvang (LRK): een register op grond van artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang met gegevens van alle geregistreerde kinderopvangvoorzieningen in Nederland; - fiscaal maximumuurtarief: de maximale uurprijs voor dagopvang in een kindercentrum zoals vastgelegd in het Besluit kinderopvangtoeslag. 2.. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2 bedoelde activiteiten. Artikel 2. Activiteiten Subsidie kan worden verleend aan de kinderopvangvoorziening, welke een voorschools programma aanbiedt voor reguliere peuteropvang en/of voorschoolse educatie aan kinderen met een VVE indicatie. Artikel 3. Doelgroep 1.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een kinderopvangvoorziening in de gemeente Borsele, zoals bedoeld in artikel 2, welke voldoet aan de volgende voorwaarden: - de kinderopvangvoorziening is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK); - de kinderopvangvoorziening voldoet aan de wettelijke eisen van de Wet Kinderopvang voor het exploiteren van een voorschools aanbod; - de kinderopvangvoorziening voldoet aan de wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen, zoals neergelegd in onder meer het Besluit Kwaliteit Kinderopvang en het Besluit Basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie1 2.. Het college kan in de subsidiebeschikking aanvullende voorschriften over de kwaliteit van het voorschoolse programma en/of de voorschoolse educatie. Artikel 4 HBO pedagogisch medewerker 1.. Krachtens artikel 1.50 van de Wet kinderopvang en de onderliggende regelgeving, zet een kinderopangvoorziening, waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, een hbo pedagogisch beleidsmedewerker in ten behoeve van de kwaliteitsverhoging van voorschoolse educatie. 2.. Het takenpakket van de HBO pedagogische betreft minimaal één of meerdere van onderstaande taken: implementeren, of uitvoeren van beleidsvoornemens gericht op de doorgaande lijn, ouderbetrokkenheid, interne kwaliteitszorg, toeleiding en externe zorg; - coaching en instrueren van beroepskrachten voorschoolse educatie; - verrichten van pedagogische educatieve werkzaamheden voor de doelgroeppeuter. 3.. De inzet van de HBO pedagogische beleidsmedewerker, zoals bedoeld in lid 2 sub a tot en met c, omvat maximaal 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. 4.. De subsidie heeft betrekking op doelgroeppeuters. 5.. Het subsidiebedrag ten behoeve van de inzet van de HBO pedagogisch beleidsmedewerker bedraagt een jaarlijks vastgesteld maximaal bedrag per doelgroeppeuter per jaar. 6.. De HBO pedagogisch beleidsmedewerker voldoet aan de kwalificatie-eisen van het functieboek van de cao kinderopvang en is minimaal in het bezit van één van onderstaande opleidingen: - HBO-, of bachelorsdiploma; - Associate Degree-opleiding; - Bijscholing van MBO-4-opgeleiden in de vorm van een certificaat door een door de branche-erkende scholing of evc-procedure op het gebied van coaching en pedagogiek. Artikel 5. Subsidiegrondslag 1.. De subsidie bestaat uit: - een bijdrage per uur en/of per geplaatst kind. De hoogte van de bijdrage wordt voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar (kalenderjaar) vastgesteld door het college. De subsidie wordt verleend voor het tijdvak van een jaar. - een bijdrage per doelgroeppeuter per jaar voor de inzet van een HBO-geschoolde medewerker. 2.. Bij de vaststelling van de subsidiebijdrage wordt rekening gehouden met de tegemoetkoming van het Rijk op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag. In bijlage A is de subsidieopbouw nader uitgewerkt. Artikel 6. Wijze van betaling 1.. De toegekende subsidie wordt bij wijze van bevoorschotting uitbetaald tot maximaal 100% van het toegekende subsidiebedrag. 2.. In het besluit tot subsidieverlening worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten vastgelegd. Artikel 7. Wijze van verdeling Als het totaal van de subsidieaanvragen het jaarlijkse subsidiebudget overtreft, worden alle subsidies naar evenredigheid verminderd, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Artikel 8. Aanvraag 1.. De subsidie wordt aangevraagd door de kinderopvangvoorziening, middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.. De subsidieaanvraag bevat: - het aantal kinderen in de voorschoolse leeftijd en aantal opvanguren per locatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - daarbij dient een onderverdeling naar de volgende categorieën te worden gemaakt:met aanspraak op kinderopvangtoeslag (KOT),zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag (NKOT),VVE-geïndiceerd (VVE) enniet VVE-geïndiceerd (NVVE); 3.. Bij een eerste subsidieaanvraag moet worden overlegd: - de laatste jaarrekening van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert; - een recent uittreksel (dagtekening minder dan 3 maanden voor de aanvraag) van de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert. 4.. In afwijking van artikel 7 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Borsele 2016 dient de aanvraag vóór 1 oktober te zijn ingediend, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Artikel 9. Verantwoording en vaststelling 1.. De kinderopvangvoorziening levert jaarlijks, voor 1 mei, een tussentijdse voortgangsrapportage aan bij het college. 2.. Aanvragen tot vaststelling worden alleen in behandeling genomen indien deze zijn ingediend middels het door het college vastgestelde verantwoordingsformulier. 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 1 en artikel 15 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Borsele 2016 dient een aanvraag tot vaststelling uiterlijk door de aanvrager te zijn ingediend op 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden. 4.. De subsidie wordt vastgesteld voor het kalender jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden op basis van het daadwerkelijk aantal kinderen in de voorschoolse leeftijd en opvanguren per kind aan de hand van het afgesproken subsidietarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 8, lid 2 onder a. en b. Artikel 10. Zaken waarin de verordening niet voorziet In alle gevallen waarin de Algemene Subsidieverordening Borsele 2016 en deze subsidieregeling niet voorzien, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel 11. Slotbepalingen 1.. Deze subsidieregeling treedt in werking op de eerste dag na publicatie in het Gemeenteblad en werkt terug tot 1 januari 2026. Ze is voor het eerst van toepassing op de subsidieaanvraag voor activiteiten die in het jaar 2026 worden uitgevoerd. 2.. De subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2022 wordt ingetrokken. 3.. De subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2026. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Borsele in haar vergadering van 28 april 2026 dhr. J. Jansen secretaris dhr. G. Dijksterhuis burgemeester Bijlage A Subsidie opbouw De subsidie opbouw van de subsidieregeling Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Borsele 2026 is opgebouwd uit verschillende componenten. Volume in aantal uren per kind per jaar Jaarlijks stelt het college het maximum aantal te subsidiëren uren kinderopvang per kind per jaar vast. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden: - Regulier (voor 2026 geldt een maximum van 320 uur per jaar): kinderen waarvoor geen indicatie voor voorschoolse educatie geldt; - VVE (voor 2026 geldt een maximum van 640 uur per jaar): kinderen waarvoor wel een indicatie voor voorschoolse educatie geldt. Maximale subsidiebijdrage per uur Jaarlijks stelt het college de maximale subsidiebijdrage per uur vast. Deze is gekoppeld aan de indexering van de landelijke kinderopvangtoeslagregeling en bestaat uit een inkomensafhankelijke component en een vaste component. - Inkomensafhankelijke subsidiebijdrage per uurDe inkomensafhankelijke subsidiebijdrage is gelijk aan de subsidiebijdrage per uur minus de vastgestelde ouderbijdrage en geldt uitsluitend voor kinderen van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage voor 2026 wordt vastgesteld op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag 2026. - Vaste subsidiebijdrage per uurDe vaste subsidiebijdrage per uur is een subsidiebijdrage die geldt voor alle kinderen en dient om de ouderbijdrage te dempen. Deze subsidiebijdrage dekt - tot een vastgesteld maximum uurtarief - het verschil tussen het kostendekkend uurtarief van de aanbieder en het normtarief voor de ouderbijdrage dat aanbieders bij ouders in rekening brengen.Deze regeling is standaard van toepassing op het VVE-aanbod met beperkte openingstijden (40 weken per jaar, maximaal 16 uur per week). Voor doelgroeppeuters die gebruik maken van een VVE-aanbod in combinatie met hele dagopvang (52 weken per jaar en meer dan 16 uur per week) zijn aangepaste subsidievoorwaarden van toepassing als het college deze mogelijkheid expliciet heeft opengesteld. Die luiden als volgt: - De maximale vaste subsidiebijdrage per uur bedraagt 0,56 (320/572) maal het verschil tussen de subsidiebijdrage en het normtarief voor de ouderbijdrage (zie b.) voor maximaal 572 uur per jaar. - Aanvullend wordt een subsidie verstrekt voor een extra dagdeel zonder ouderbijdrage van maximaal 286 uur per jaar tegen het uurtarief voor de subsidiebijdrage. Maximale ouderbijdrage per kindplaats Jaarlijks stelt het colle […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.