Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
Gemeente Borsele
Stichting Landschapsbeheer Zeeland, eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen, kleine en middelgrote bedrijven, sportverenigingen en energieadviseurs in gemeente Borsele
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van gemeente Borsele voor investeringen in de verbetering van de leefkwaliteit in gebieden waar aanlandingen voor windenergie op zee worden gerealiseerd. De regeling bevat meerdere titels met verschillende doelgroepen en subsidieplafonds, waaronder steun voor Stichting Landschapsbeheer Zeeland, woningisolatie, bedrijfsadvisering en sportverenigingen.
Voor wie is het bedoeld?
Stichting Landschapsbeheer Zeeland, eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen, kleine en middelgrote bedrijven, sportverenigingen en energieadviseurs in gemeente Borsele
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor leefkwaliteitsverbeteringen in windenergie-aanlandingsgebieden
- Steun voor woningisolatie met natuurvriendelijke materialen
- Financiering van bedrijfsadvisering en verduurzaming voor mkb
- Subsidie voor sportverenigingen in het gebied
Voorwaarden
- Projecten moeten bijdragen aan doelstellingen van programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
- Naleving van HVF-verordening en Europese staatssteunregels
- Compliance met de-minimisplafond en aanmeldingsdrempel
- Naleving van Do no significant harm-principe (Taxonomieverordening)
- Activiteiten moeten gericht zijn op gemeente Borsele en haar ingezetenen
- Voor woningisolatie: eigenaar-bewoner van slecht geïsoleerde woning, WOZ-waarde ≤ €500.000, natuurvriendelijke isolatie, aanvraag binnen 12 maanden na factuurdatum
- Voor bedrijven: minimaal twee subsidiabele maatregelen waarvan één uit deze titel
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“Artikel 2.1.5: € 140.000; Artikel 3.1.5: € 87.000; Artikel 4.1.5: € 675.000; Artikel 5.1.5: € 106.250; Artikel 6.1.5: € 382.500; Artikel 7.1.5: € 450.000”
Toon brontekst
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2024 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); - college: het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Borsele; - de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831); - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld; - gebiedsinvesteringen Netten op Zee (NoZ): een kabinetsprogramma ten aanzien van investeringen in de verbetering van de leefkwaliteit van gebieden in regio’s waar aanlandingen voor windenergie op zee worden gerealiseerd. - grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; - Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) verordening: verordening (EU) nr. 2021/241 van de Commissie van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PbEU L 57/18); - mkb: kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124); - onderneming: elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - penvoerder: door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband; - project: het specifieke, praktische middel waarmee een aanvrager een actie geheel of gedeeltelijk uitvoert; - samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden rechtspersonen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten; - taxonomieverordening: een raamwerk om te beoordelen of een economische activiteit als ecologisch duurzaam kan worden aangemerkt. Artikel 1.2. Doel en reikwijdte 1.. Het doel van deze regeling is het bijdragen aan het behalen van de doelstelling van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee onder het Herstel- en Veerkrachtplan en het behalen van een of meerdere beleidsdoelstellingen van de provincie Zeeland door middel van het verstrekken van subsidie. 2.. Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van subsidie ter uitvoering van activiteiten gericht op: - het behouden en het versterken van de natuur in Borsele; - het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele; - het versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie in Borsele; en - het versterken van de regionale economie in Borsele. Artikel 1.3. Subsidieverstrekking 1.. Het college verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten ter uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee. 2.. Het college legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardiging berust neer in een document dat ze in haar administratie bewaart en dat beschikbaar en raadpleegbaar is indien een subsidieverstrekking staatssteun kan opleveren en deze kan worden gerechtvaardigd door: - de de-minimisverordening; - artikel 55 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. - artikel 18 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; - artikel 38 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of - artikel 38bis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; 3.. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door het college vastgesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in elk van de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken vermelde website. 4.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt in de vorm van een bijdrage aan een financieringsinstrument. Artikel 1.4. Subsidieaanvrager Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken. Artikel 1.5. Gebiedsbepaling De uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee vindt plaats in de gemeente Borsele. Artikel 1.6. Openstelling 1.. Het college kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken, indien de mogelijkheid tot het doen van een subsidieaanvraag is opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag. 2.. In de onderliggende hoofdstukken worden subsidietitels opgenomen voor de individuele NoZ-subsidies, waarin specifieke openstellingen, de aard van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verleend en eventuele aanvullende voorwaarden worden geregeld. 3.. Het college kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers en voor een of meer financieringsinstrumenten. Artikel 1.7. Subsidiabele kosten 1.. Alle kosten voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project zoals bedoeld in artikel 1.2 komen in aanmerking voor subsidie. 2.. Enkel incidentele kosten zijn subsidiabel. 3.. Tenzij anders bepaald in deze regeling, komen vóór indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten niet voor subsidie in aanmerking. 4.. De subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de btw, indien de subsidieontvanger de btw niet als belasting als bedoel in artikel 2 van de Wet op de omzetbelasting in aftrek kan brengen. Artikel 1.8. Niet-subsidiabele kosten 1.. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid: - administratieve en financiële sancties en boetes; - winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband; - fooien en geschenken; - representatiekosten en -vergoedingen; - kosten van personeelsactiviteiten; - kosten van overboekingen en annuleringen; - gratificaties en bonussen; en - kosten van outplacementtrajecten. Artikel 1.9. Cumulatie Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan. Artikel 1.10. Subsidieplafond en wijze van verdeling Het college verdeelt een subsidieplafond als bedoeld in artikel 1.6 op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.11. Artikel 1.11. Volgorde van ontvangst 1.. Als bedoeld in artikel 1.10 vindt verdeling van het subsidieplafond plaats op volgorde van ontvangst en komt de eerst ontvangen aanvraag het eerst voor beoordeling van de subsidieaanvraag in aanmerking. 2.. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst. 3.. Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge volgorde van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 1.12. Subsidievereisten 1.. Een project dient te voldoen aan de volgende vereisten: - bijdrage aan minimaal een van de vier doelen als bedoeld in artikel 1.2 onder 2; - hoge mate van uitvoeringsgereedheid; - afronding ten laatste eind 2030; - hoge mate van haalbaarheid; - weinig risico’s in de uitvoering; - bijdrage aan het verbeteren van de leefkwaliteit van inwoners; en Artikel 1.13. Subsidieaanvraag 1.. Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling bevat ten minste: - gegevens over de aanvrager, waaronder de voorna(a)m(en, achterna(a)m(en), geboortedatum/-data (geboortedag, geboortemaand en geboortejaar) van de eindbegunstigde(n) van de ontvanger van middelen, het post- en of bezoekadres, het e-mailadres, het telefoonnummer, het rekeningnummer, en voor zover van toepassing het burgerservicenummer of het nummer waaronder de rechtspersoon is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager; - een projectomschrijving en/of projectplan; en - voor zover van toepassing, een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partijen en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de partijen, alsmede een bewijsstuk waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om namens de partijen in het samenwerkingsverband te handelen en subsidie te ontvangen. 2.. Het projectplan bevat in ieder geval: - een begroting; - een sluitend financieringsplan; - een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; - een beschrijving van de doelen en resultaten die met die activiteit worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; - een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd, verantwoord en geadministreerd; - de duur van de projectperiode; - een beschrijving van de benodigde en beschikbare operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; en - indien van toepassing, een beschrijving van de mijlpalen en tussentijdse momenten waarop besloten wordt over het al dan niet voortzetten van activiteiten van het project, inclusief output- en resultaatindicatoren en de voorziene risico’s. 3.. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. Artikel 1.14. Beslissing op de aanvraag 1.. Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. 2.. Indien de subsidie wordt verleend aan partijen in een samenwerkingsverband, verzendt het college de beschikking tot subsidieverlening aan de penvoerder. Artikel 1.15. Afwijzingsgronden Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht beslist het college afwijzend op een aanvraag, indien: - het project niet voldoende bijdraagt aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen binnen het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee of het gedeelte van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee waarvoor het deelplafond beschikbaar is gesteld; - de subsidieverlening in strijd is met de HVF-verordening; - de subsidieverlening niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels of in strijd is met wettelijke bepalingen rond subsidieverstrekking, het algemeen belang of de openbare orde; - de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond of de aanmeldingsdrempel, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader; - de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader; - niet voldaan wordt aan de eisen inzake stimulerend effect, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader; - de subsidie bestemd is voor een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader, tenzij het op grond van het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan aan een onderneming in moeilijkheden subsidie te verlenen; - de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in het […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.