Open voor aanvragenVVEGemeente · Subsidie

Nadere regels subsidie voor Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Gemeente Borger-Odoorn

Voor kinderopvangorganisaties gevestigd in gemeente Borger-Odoorn die zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en voorschoolse educatie en/of peuteropvang aanbieden aan kinderen van 2 tot 4 jaar (VVE voor 2,5 tot 4 jaar) woonachtig in de gemeente.

Ook bekend als VVE, Peuteropvang Borger-Odoorn

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kinderopvangorganisaties in gemeente Borger-Odoorn voor het aanbieden van peuteropvang en voorschoolse educatie (VVE) aan kinderen van 2 tot 4 jaar. De subsidie wordt per uur berekend op basis van het fiscale uurtarief van de Belastingdienst, verminderd met de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Voor geïndiceerde peuters bedraagt de maximale subsidie € 400,00 per peuterplaats op peildatum 1 januari.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kinderopvangorganisaties gevestigd in gemeente Borger-Odoorn die zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en voorschoolse educatie en/of peuteropvang aanbieden aan kinderen van 2 tot 4 jaar (VVE voor 2,5 tot 4 jaar) woonachtig in de gemeente.

Kinderopvangorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie aanvragen voor het aanbieden van peuteropvang in mijn kinderopvangorganisatie
  • Ik zoek financiering voor voorschoolse educatie (VVE) voor geïndiceerde peuters
  • Ik wil weten welke subsidie beschikbaar is voor kinderopvang in Borger-Odoorn

Voorwaarden

  • Kinderopvangorganisatie moet gevestigd zijn in gemeente Borger-Odoorn
  • Organisatie moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang
  • Voor VVE-subsidie moet organisatie gecertificeerd zijn voor VVE
  • Minimaal 40 weken per jaar voorschoolse educatie aanbieden (voor VVE: 16 uur per week verdeeld over minimaal 3 dagen)
  • Voor reguliere peuteropvang: maximaal 8 uur per week verdeeld over minimaal 2 dagen
  • Peuters moeten woonachtig zijn in gemeente Borger-Odoorn (grensverkeer mogelijk met toestemming)
  • Aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar worden ingediend
  • Vaststelling op basis van werkelijk aantal bezette peuterplaatsen met accountantsverklaring voor bedragen boven € 50.000

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangorganisatie
Uw sector/SBI valt onder: 8891
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Borger-Odoorn.

Zo vraagt u aan

Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.

Beslistermijn
uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar

Stappen

  1. Dien de aanvraag in vóór 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het subsidiejaar

Openstellingen en rondes

Ronde 2024Open
Start
1 jan 2024
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Nadere regels subsidie voor Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2024 en verder gemeente Borger-Odoorn
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    1.1.
    ASV: Algemene Subsidie Verordening 2022 gemeente Borger-Odoorn.
    1.2.
    AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur.
    1.3.
    Beroepskracht voorschoolse educatie: pedagogisch beleidsmedewerker VE (voorschoolse educatie) als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvangen artikel van 4 het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
    1.4.
    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn.
    1.5.
    Geïndiceerde peuter (doelgroep peuter): kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, die woont in de gemeente Borger-Odoorn met een risico op (taal)achterstand, waarvoor de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD)/Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een indicatie heeft afgegeven en die in aanmerking komt voor een VVE-peuterplaats.
    1.6.
    Doorgaande lijn: ononderbroken ontwikkelingsgang van kinderen, door samenwerking en afstemming tussen peuteropvang en school, inclusief overdracht van gegevens.
    1.7.
    Fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang.
    1.8.
    Geïndiceerde peuterplaats: één of meerdere peuter(s) die alleen of gezamenlijk 40 weken gebruik maken van geïndiceerde voorschoolse educatie.
    1.9.
    Houder/aanbieder: degene aan wie een onderneming, als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, toebehoort en die met die onderneming een kinderopvang exploiteert.
    1.10.
    Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK): de Wet IKK verbetert de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderopvang.
    1.11.
    Kinderopvangorganisatie: organisatie, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet, die gevestigd is in de gemeente Borger-Odoorn en die is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang.
    1.12.
    Kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming van de Belastingdienst, bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang.
    1.13.
    Landelijk Register Kinderopvang (LRK): het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
    1.14.
    Locatie: voorschoolse voorziening voor kinderopvang, die staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang met een geregistreerde voorziening in de gemeente Borger-Odoorn.
    1.15.
    Ouder: de bloed- of aanverwanten in opgaande lijn of de adoptief- of pleegouder van een kind dat opgevangen wordt in een peuterplaats of VE-peuterplaats.
    1.16.
    Ouderbijdrage: financiële vergoeding die de ouder(s)/verzorger(s) moeten betalen voor de deelname van hun kind aan een peuterplaats of VE-peuterplaats.
    1.17.
    Ouderbetrokkenheid: activiteiten geïnitieerd door de kinderorganisatie en ouders, gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van het kind door ouders.
    1.18.
    PBM VE is de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PMB VE).
    1.19.
    Peuterplaats: een aanbod voor peuters, niet zijnde geïndiceerde peuters (doelgroep peuters).
    1.20.
    Reguliere peuter: een peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, die woont in de gemeente Borger-Odoorn en die gebruik maakt van kinderopvang.
    1.21.
    Subsidie uurtarief: het uurtarief dat de gemeente hanteert bij het berekenen van de subsidie, gebaseerd op het fiscaal uurtarief kinderopvang van de Belastingdienst.
    1.22.
    Verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3, verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het hele gezin.
    1.23.
    VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie.
    1.24.
    VE: Voorschoolse Educatie: een aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden, gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
    1.25.
    VVE-peuterplaats: een aanbod aan voorschoolse educatie voor doelgroep peuters.
    1.26.
    VVE-locatie: een locatie van een kinderopvangorganisatie die VVE aanbiedt conform wettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie en als VVE-gecertificeerde locatie is opgenomen in het Landelijke Register Kinderopvang.
    1.27.
    Wet: Wet kinderopvang.
    
    Artikel 2 Doel regeling
    Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van voorschoolse educatie en peuteropvang in de gemeente Borger-Odoorn, zodat er gelijke en optimale ontwikkelkansen voor alle kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar (VVE voor 2,5 tot 4 jaar) in de gemeente zijn.
    
    Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    Subsidie wordt verleend aan een kinderopvangorganisatie in de gemeente Borger-Odoorn, waar:
    - Voorschoolse educatie wordt geboden aan door de GGD-/JGZ-geïndiceerde peuters die woonachtig zijn in de gemeente in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;
    - Voorschoolse educatie wordt geboden aan door de GGD-/JGZ-geïndiceerde peuters die woonachtig zijn in de gemeente in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, waarvan de ouders wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;
    - Peuteropvang wordt geboden aan reguliere peuters die woonachtig zijn in de gemeente in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
    
    Artikel 3a Aanvullende activiteit die voor subsidie in aanmerking komt
    Aan de kinderopvangorganisatie waar voorschoolse educatie wordt aangeboden aan GGD-/JGZ-geïndiceerde peuters die woonachtig zijn in de gemeente in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar wordt een subsidie verleend voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PBM VE).
    
    Artikel 4 Aanvraag- en beslistermijn
    4.1.
    De aanvraag voor de subsidie voor het betreffende subsidiejaar, dient uiterlijk vóór 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het subsidiejaar, ingediend te worden.
    4.2.
    De beslistermijn op de aanvraag voor de subsidie voor het betreffende jaar, is uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.
    
    Artikel 5 Aanvraag subsidie
    5.1.
    Subsidie op grond van deze Nadere regels kan uitsluitend worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Borger-Odoorn.
    - Subsidie voor peuters die niet woonachtig zijn in de gemeente, dient overlegd te worden met de gemeente. Wanneer het om grensverkeer gaat, kan de gemeente toestemming geven, mits de gemeente dit heeft afgestemd met de woonachtige gemeente.
    5.2.
    Subsidie op grond van deze Nadere regels kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kinderopvangorganisatie die is gevestigd in de gemeente Borger-Odoorn en die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.
    - De gemeente kan toestemming geven voor subsidie voor VE-aanbod voor een peuter woonachtig in de gemeente en die naar VE-aanbod buiten de gemeente gaat, mits de gemeente een verzoek / advies hiervoor van de GGD / JGZ (de indicatiesteller en regiehouder op de ontwikkeling van het kind) heeft ontvangen.
    5.3.
    Subsidie voor geïndiceerde peuters, artikel 3.1 en 3.2, kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kinderopvangorganisatie die is gevestigd in de gemeente Borger- Odoorn, die gecertificeerd is voor VVE en als zodanig is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.
    5.4.
    De aanvraag geschiedt op basis van een door de gemeente ontwikkeld aanvraagformulier, waarin het aantal te verwachten peuterplaatsen (reguliere peuters en geïndiceerde peuters door de GGD/JGZ voor de duur van een heel kalenderjaar), de locatie en de samenwerkende basisschool opgenomen is.
    5.5.
    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 3.1 en 3.2, dient de kinderopvangorganisatie minimaal 40 weken per jaar voorschoolse educatie aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van 16 uur, verdeeld over tenminste 3 dagen, waardoor aan de wettelijke norm van 960 uur voor geïndiceerde peuters van 2,5 en 3 jaar wordt voldaan.
    5.6.
    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 3.3, dient de kinderopvangorganisatie 40 weken per jaar peuteropvang aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van maximaal 8 uur, verdeeld over minimaal 2 dagen.
    5.7.
    Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 3a, moet de kinderopvangorganisatie bij de aanvraag het aantal te verwachten geïndiceerde peuterplaatsen op peildatum 1 januari van het komende jaar opgeven. Daarbij moet de PBM VE voldoen aan de hiervoor gestelde eisen in de wet (Staatsblad 2019, 315).
    5.8.
    De organisatie verrekent zelf de subsidie met de ouders.
    
    Artikel 6 Hoogte van de subsidie
    Er wordt gesubsidieerd per uur voor een geïndiceerde peuter die gebruik maakt van voorschoolse educatie (VE-peuterplaats):
    - Aan een kinderopvangorganisatie die staat geregistreerd in het LRK als kinderopvang met voorschoolse educatie;
    - Voor de doelgroep, genoemd in artikel 3.1 en 3.3, bedraagt de maximale subsidie per bezet uur per peuter in de leeftijd van 2 jaar (2,5 jaar) en 3 jaar maximaal 8 uur per week en voor maximaal 40 weken per kalenderjaar het maximale uurtarief dat voor het subsidiejaar door de belastingdienst is vastgesteld, minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk;Het uurtarief VVE zal jaarlijks worden geïndexeerd vergelijk het fiscale uurtarief kinderopvang, mits dit gemeentelijk financieel haalbaar blijkt. Als geen financiële haalbaarheid blijkt, zal de gemeente het besluit nemen welk bedrag wel haalbaar is;
    - Voor de doelgroep, genoemd in artikel 3.1 en 3.2, bedraagt de maximale subsidie per bezet uur per geïndiceerde peuter in de leeftijd van 2,5 jaar en 3 jaar maximaal 8 uur in de week en voor maximaal 40 weken per kalenderjaar het VVE tarief dat voor dat subsidiejaar is opgenomen in het aanvraagformulier mits dit extra uren zijn die worden afgenomen boven op de uren genoemd in artikel 6.2;
    - Voor de activiteit, genoemd in artikel 3a, bedraagt de maximale subsidie € 400,00 per geïndiceerde peuterplaats op peildatum 1 januari van het subsidiejaar;
    - Het college behoudt zich het recht voor om bij de vaststelling van de subsidiebedragen, zowel positief als negatief af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief;
    - Voor wat betreft de genoemde bedragen vindt geen indexering plaats, anders dan genoemd in artikel 6.2.1.
    
    Artikel 7 Subsidieduur
    7.1.
    De subsidie wordt verstrekt aan de houder die voldoet aan deze Nadere regels.
    7.2.
    De subsidie gaat in op de dag dat de (geïndiceerde) peuter start en voor de duur van maximaal 40 weken in het kalenderjaar.
    7.3.
    De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de (geïndiceerde) peuter, om welke reden dan ook, de kinderopvang verlaat.
    
    Artikel 8 Vaststelling subsidie
    8.1.
    De vaststelling en verantwoording van subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen. Daaronder wordt verstaan: het aantal werkelijk afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats voor maximaal 40 weken in het kalenderjaar (regulier en VE-/geïndiceerde peuters) op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en vastgesteld met een accountantsverklaring betreffende subsidiebedragen boven de 50.000 euro, aanvullend aan de in de ASV opgenomen verplichtingen rondom eindverantwoording, ook al is dat in het voorgaande jaar niet gebeurd.
    8.2.
    Uiterlijk 15 maart van het jaar, volgend op het jaar waarin de subsidie is besteed, rapporteert de houder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening over het totaal van de hierna vermelde per halfjaar verkregen gegevens.
    8.3.
    Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder bezette VE- of reguliere peuterplaatsen (het aantal afgenomen uren per werkelijke bezette peuterplaats regulier en VVE), wordt het teveel aan verleende subsidie teruggevorderd.
    8.4.
    De vaststelling en verantwoording van subsidie voor de activiteit in artikel 3a (PBM VE) vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal geïndiceerde peuters op peildatum 1 januari 2van het subsidiejaar. Wanneer bij de ve
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.