Subsidieverordening Dorpsvernieuwing Blaricum 2000
Gemeente Blaricum
Eigenaren van monumenten en beeldbepalende of beeldondersteunende bebouwing in Blaricum die restauratie- of verbeteringswerkzaamheden willen uitvoeren.
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke subsidieregeling voor restauratie en verbetering van monumenten en beeldbepalende/beeldondersteunende bebouwing in het kader van dorpsvernieuwing in Blaricum. Subsidie bedraagt 50% van vastgestelde kosten tot maximaal €6.000 (of 25% tot €3.000 voor schilderwerken). Regeling is van kracht sinds 1 januari 2000.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van monumenten en beeldbepalende of beeldondersteunende bebouwing in Blaricum die restauratie- of verbeteringswerkzaamheden willen uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Restauratie van een gemeentelijk monument in Blaricum
- Verbetering van beeldbepalende bebouwing in het beschermd dorpsgezicht
- Schilderwerk aan een monument met subsidie
Voorwaarden
- Aanvraag moet vooraf worden ingediend voordat werkzaamheden beginnen
- Werkzaamheden moeten binnen 26 weken na subsidieverlening beginnen
- Eigenaar mag pand niet vervreemden gedurende de subsidieperiode zonder melding
- Gereedmelding moet plaatsvinden binnen 3 jaar na subsidieverlening
- Voor restauratie/verbetering: bouwtechnische opname, eigendomsbewijs en gedetailleerd plan vereist
- Subsidie voor schilderwerk bedraagt 25% tot maximaal €3.000
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“De subsidie bedraagt 50% van de door burgemeester en wethouders vastgestelde kosten tot een maximum van 6000,-”
Toon brontekst
Subsidieverordening Dorpsvernieuwing Blaricum 2000 De raad van de gemeente Blaricum, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders overwegende, dat de rijksbijdrage voor de stadsvernieuwing voor Blaricum is beëindigd; dat het gewenst is regels te stellen ter verdeling van de gemeentelijke subsidie voor bepaalde panden in het kader van de dorpsvernieuwing; gelet op artikel 147 Gemeentewet, de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: I. vast te stellen de Subsidieverordening dorpsvernieuwing Blaricum 2000: II. in te trekken de Subsidieverordening Stads- en dorpsvernieuwing, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 september 1995 met ingang van 1 januari 2000; Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Afdeling Begripsbepalingen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvraag: de aanvraag om subsidie op grond van deze subsidieverordening; b. beeldbepalende bebouwing: bouwwerken die door hun architectuur en ligging bepalendzijn voor de waarden van het beschermd dorpsgezicht, welke bouwwerken in de inventarisatielijsten van het bestemmingsplan zijn opgenomen; c. beeldondersteunende bebouwing: bouwwerken die door hun architectuur de waarden van het beschermd dorpsgezicht ondersteunen, welke bouwwerken in de inventarisatielijsten van het bestemmingsplan zijn opgenomen; d. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van Blaricum; e. dorpsvernieuwing: hetgeen hieronder in de Wet op de stad- en dorpsvernieuwing (1984) wordt verstaan; f. kosten: de door burgemeester en wethouders vast te stellen kosten van het voorgenomen plan waarvoor subsidie wordt verstrekt, exclusief btw en verminderd met bijdragen die op grond van andere regelingen of anderszins kunnen worden verkregen; g. monument: een beschermd gemeentelijk monument als vermeld op de gemeentelijke monumentenlijst overeenkomstig de Monumentenverordening, tevens wordt onder monument verstaan beeldbepalende bebouwing en beeldondersteunende bebouwing; h. plan: de omschrijving van activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; i. restauratie: hetgeen hieronder in de Monumentenwet 1988 wordt verstaan; j. subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. k. eigenaar: Vereniging van eigenaren, opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en die op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie toebehorende woning. Afdeling Prioriteiten Artikel 2 1. De gemeenteraad kan besluiten dat deze verordening of een deel daarvan slechts van toepassing is in door hem aangewezen gebieden; 2. De gemeenteraad stelt de termijn vast waarvoor de aanwijzing geldt. Artikel 3 Naast het bepaalde in artikel 2 kan de gemeenteraad tevens jaarlijks bijzondere activiteiten van dorpsvernieuwing aanwijzen waarop één of meer onderdelen van deze verordening al dan niet tijdelijk en eventueel bij voorrang van toepassing is. Artikel 4 1. De gemeenteraad stelt jaarlijks, vóór 1 januari van het jaar waarin de subsidies worden verleend, het subsidieplafond voor de dorpsvernieuwing vast. 2. Tevens stelt de gemeenteraad jaarlijks vast hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Afdeling Grondslag en werkingssfeer Artikel 5 1. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de dorpsvernieuwing aan natuurlijke of rechtspersonen subsidie verstrekken. 2. Burgemeester en wethouders houden bij hun besluit op grond van het eerste lid rekening met andere financiële middelen die door de aanvrager van subsidie voor dezelfde werkzaamheden op grond van enige regeling of anderszins kunnen worden verkregen. 3. Aan de eigenaar van een monument als bedoeld in artikel 1 onder g kan subsidie worden verleende ter tegemoetkoming in de door burgemeester en wethouders vast te stellen kosten van het restaureren van het casco van het monument, alsmede voor het verbeteren van het monument, welke verbetering het normaal onderhoud te boven gaan. 4. Per (rechts-)persoon kan per monument ten hoogste eenmaal per jaar aanspraak op een subsidie op grond van deze regeling worden gemaakt. 5. Burgemeester en wethouders kennen slechts een bijdrage toe voor zover de opgrond van artikel 2 lid 1 begrote financiële middelen toereikend zijn. 6. Alle aanvragen worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld, waarbij geldt dat voor onvolledige aanvragen die datum geldt waarop de aanvraag volledig is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6 1. Een aanvraag om subsidie moet worden ingediend bij burgemeester en wethouders. 2. Een aanvraag dient te worden ingediend voordat wordt overgegaan tot uitvoering van de activiteiten die tot verlening van subsidie kunnen leiden en voordat door of namens de gemeente de situatie voor het treffen van de voorzieningen is opgenomen. 3. Bij de aanvraag moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier. 4. Bij de aanvraag dient te worden overgelegd: a. een gespecificeerde begroting van de kosten; b. een werkomschrijving; c. tekeningen, aangevende zowel de bestaande als de te maken toestand van het pand; d. naam en adres van de aannemers. 5. Een aanvraag om verlening van subsidie voor restauratie of verbetering gaat vergezeld van: a. een bouwtechnische opname van het monument waaruit blijkt in welke bouwkundige toestand het monument zich bevindt; b. een bewijs van eigendom door middel van een authentiek afschrift van de koopakte en een gewaarmerkt recent uittreksel uit de kadastrale legger, danwel een door de ambtenaar bouw- en woningtoezicht gemaakte kopie van deze authentieke stukken, welke direct gewaarmerkt wordt; c. voor zover van toepassing een afschrift van de akte van splitsing; d. voor zover van toepassing een verklaring van de Vereniging van eigenaren welke bouwdelen gemeenschappelijk dan wel niet gemeenschappelijk zijn; e. een plan dat ten minste een omschrijving en een tekening van de te verrichten activiteiten en een begroting van de kosten omvat. Artikel 7 1. Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag; 2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen tien weken na ontvangst van een aanvraag omtrent het verlenen van subsidie. 3. Bij hun besluit omtrent subsidieverlening bepalen zij voorlopig de hoogte van de subsidie. 4. Zij kunnen hun beslissing tot verlenen van subsidie met ten hoogste tien weken verdagen. Artikel 8 Burgemeester en wethouders verlenen subsidie onder voorwaarde dat zonder hun Artikel 9 Burgemeester en wethouders honoreren een aanvraag om subsidie in ieder geval niet, indien: a. de in de artikel 4:25 lid 2 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden van toepassing zijn; b. indien artikel 2 lid 1 is toegepast en er gebieden zijn aangewezen, de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd niet plaatsvinden in een door de raad aangewezen gebied; c. de werkzaamheden warvoor subsidie wordt gevraagd niet zijn aangewezen als bijzondere activiteit als bedoeld in artikel 3. Artikel 10 Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen indien aan elk van de volgende beoordelingscriteria is voldaan: a. uit de bouwtechnische opname als bedoeld in artikel 6 lid 5 onder a blijkt dat het monument van slechte kwaliteit is; b. de kosten van de voorzieningen staan in redelijke verhouding tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde vna het monument; c. het plan is doelmatig; d. de voor het verrichten van de activiteiten noodzakelijke vergunningen zijn verleend; e. er niet reeds een begin met de activiteiten gemaakt is zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders; f. het monument voldoet na het treffen van de voorzieningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders aan redelijke eisen vanuit een oogpunt van monumentenzorg of levert een redelijke bijdrage aan het beschermde dorpsgezicht. Artikel 11 De subsidie wordt verleend onder de verplichting dat: a. binnen 26 weken na het besluit tot verlenen van de subsidie met de werkzaamheden is begonnen; b. de eigenaar de vervreemding van het pand waarvoor subsidie is gevraagd, gedurende de termijn die aanvangt op het moment van verlenen van subsidie en eindigt op het moment dat de burgemeester en wethouders de subsidie vaststellen, terstond meldt aan burgemeester en wethouders. Artikel 12 Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag die niet wordt gehonoreerd op grond van overschrijding van het subsidieplafond aanmerken als een aanvraag per 1 januari van het opvolgende jaar. Voor de bepaling van de volgorde van deze aanvragen is de volgorde van binnenkomst in het oorspronkelijke jaar van indiening bepalend. Artikel 13 In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komende gevallen kan op verzoek van de aanvrager, indien 50% of meer van de in de aanvraag vermelde werkzaamheden zijn verricht en akkoord bevonden, een voorschot op de subsidie worden verstrekt van maximaal 50% van de toegekende bijdrage. Artikel 14 Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders aanwijzen, die toezicht houden op het bepaalde in deze verordening. Artikel 15 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende en gemotiveerde aanvraag van de subsidieaanvrager ontheffing verlenen van de in deze verordening genoemde termijnen. Een dergelijke aanvraag wordt vóór het verstrijken van de betreffende termijn ingediend bij burgemeester en wethouders. 2. Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in het eerste lid honoreren geven zij een nieuwe termijn aan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de toestemming voor de in het tweede lid bedoelde nieuwe termijn nadere verplichtingen verbinden. Artikel 16 Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de aanvraag en de gereedmelding worden gedaan. Artikel 17 1. Indien toepassing van deze verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de bepalingen van deze verordening. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 11, 15 en 16. Artikel 18 Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks een verslag uit aan de gemeenteraad over de verleende ontheffingen op grond van deze verordening en over de toepassing van artikel 17. Artikel 19 1. Burgemeester en wethouders kunnen de in deze verordening genoemde bedragen, uitgezonderd de bedragen genoemd in artikel 4, jaarlijks aanpassen. 2. Burgemeester en wethouders zullen niet overgaan tot het bepaalde in lid 1 dan nadat de betreffende functionele raadscommissies zijn gehoord. Artikel 20 De intrekking en wijziging van de beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling geschieden overeenkomstig afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 21 De werking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgesloten. Afdeling Het vaststellen van subsidie Artikel 22 1. Na de voltooiing van de werkzaamheden, maar uiterlijk binnen drie jaar na het verlenen van de subsidie, meldt de subsidieaanvrager aan burgemeester en wethouders dat de bedoelde werkzaamheden gereed zijn. 2. De gereedmelding gaat vergezeld van een gespecificeerd overzicht van de kosten en van een verklaring omtrent de juistheid van alle gegevens. 3. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de kosten en bepaling van de hoogte van de subsidie. 4. De subsidieaanvrager houdt gedurende vijf jaar na de gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar. Artikel 23 Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding. Artikel 24 1. Binnen tien weken na ontvangst van de gereedmelding beslissen burgemeester en wethouders of zij met de gereedmelding kunnen instemmen en stellen z […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.