Subsidieregeling Groenblauwe Initiatieven
Gemeente Arnhem
Voor bewoners, ondernemers en organisaties in Arnhem die groenblauwe initiatieven willen uitvoeren zonder winstoogmerk.
Ook bekend als Subsidieregeling Groen-Blauwe Initiatieven Gemeente Arnhem
Waar is deze subsidie voor?
Laagdrempelige subsidieregeling van gemeente Arnhem voor groenblauwe initiatieven gericht op klimaatadaptatie, eetbare stad en vergroening. Ondersteunt bewoners, ondernemers en organisaties die zonder winstoogmerk groenblauwe activiteiten uitvoeren in de bebouwde kom van Arnhem.
Voor wie is het bedoeld?
Voor bewoners, ondernemers en organisaties in Arnhem die groenblauwe initiatieven willen uitvoeren zonder winstoogmerk.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Versteende terreinen vergroenen
- Regenpijp afkoppelen en water opvangen in regenton
- Gevels vergroenen of groen dak aanleggen
- Waterberging maken
- Buurtmoestuin aanleggen
- Fruitbomen of andere bomen aanplanten
- Groene speelplek maken
- Eetbaar groen telen (groenten, fruit, kruiden)
Voorwaarden
- Initiatief moet aantoonbaar bijdragen aan klimaatadaptatie, stadslandbouw/lokaal voedsel en/of leefbaarheid
- Alleen voor bestaande stad (voor 1 januari 2020) en binnen bebouwde kom
- Geen andere gemeentelijke subsidie voor hetzelfde initiatief
- Geen reis- en verblijfskosten, investeringskosten voor gereedschap
- Geen beheer- en onderhoudskosten
- Geen (half)verhardingen subsidiabel
- Bloem- of plantenbakken niet subsidiabel tenzij noodzakelijk vanuit bodemkwaliteit
- Voorafgaand overleg met bestuursadviseurs Klimaatadaptatie en Eetbare Stad/Stadslandbouw verplicht
- Subsidie moet aanvulling zijn op andere inkomsten en/of vrijwillige arbeid
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
SUBSIDIEREGELING GROENBLAUWE INITIATIEVEN GEMEENTE ARNHEM HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM; overwegende dat het wenselijk is initiatieven in de stad op het gebied van klimaatadaptatie, eetbare stad en andere vormen van vergroening optimaal te stimuleren en te ondersteunen met een laagdrempelige subsidieregeling om daarmee bij te dragen aan een leefbare, groene en klimaatadaptieve stad; Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 en 4 van de Algemene subsidieverordening Arnhem 2016; BESLUIT vast te stellen: SUBSIDIEREGELING GROENBLAUWE INITIATIEVEN GEMEENTE ARNHEM Artikel 1: Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: - het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem; - initiatiefnemer: een persoon, bewoner of ondernemer, of organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit of een samenwerkingsverband van bewoners en/of ondernemers en/of organisaties die het initiatief neemt voor een groenblauw plan, in alle gevallen stellen de initiatiefnemers zich ten doel zonder winstoogmerk groenblauwe activiteiten te verrichten binnen de bebouwde kom en ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente Arnhem; - belanghebbenden: bewoners, ondernemers en organisaties die mede gebruik maken van de locatie waar de maatregel(en) worden uitgevoerd dan wel (mede)eigenaar zijn van de locatie of de direct aangrenzende bebouwing; - groenblauw initiatief: een plan dat bestaat uit één of uit een samenhangende reeks van maatregelen, zoals weergegeven in artikel 6 van deze regeling, gericht op het verlagen van de gevoelstemperatuur op plekken die sterk opwarmen (hitteplekken) en/of het verminderen van wateroverlast en/of het verminderen van de overlast door droogte en/of het vergroenen van versteende terreinen voor ontspanning en ontmoeting en/of het aanplanten van eetbaar groen (ook wel eetbare stad, stadslandbouw) en daarmee ook kunnen bijdragen aan leefbaarheid en biodiversiteit; - hitteplek: plek in de stad die tijdens langdurige perioden van hitte (hittegolven) zodanig opwarmt dat er sprake is van hogere tot aanzienlijke hogere (gevoels)temperaturen dan buiten de stad, ook wel hitte-eiland genoemd; - wateroverlast: is overlast die ontstaat wanneer het regenwater bij hevige neerslag niet voldoende kan worden afgevoerd of kan infiltreren in de bodem en over grotere oppervlakken op het maaiveld (bestrating) blijft staan; - droogte: ontstaat bij langere perioden waarin geen of onvoldoende neerslag valt waardoor een tekort aan water ontstaat al of niet in combinatie met een te lage grondwaterstand; - focusgebied: een gebied binnen de bebouwde kom van Arnhem waar een opeenstapeling plaatsvindt van klimaat gerelateerde problemen (hitte, wateroverlast en droogte) in combinatie met problemen rond leefbaarheid (welzijn, gezondheid, sociaal-economisch); - eetbare stad: het duurzaam en gezamenlijk voortbrengen, verwerken en vermarkten van voedsel en daaraan gerelateerde producten en diensten, in en rond het stedelijk gebied, daarbij gebruik makend van stedelijke hulpbronnen en reststoffen door het vermeerderen van het areaal groen dan wel het verrijken van bestaand groen binnen de gemeentegrenzen waarbij de nadruk ligt op het aanplanten en telen van voor mensen eetbaar groen (kruiden, groenten, bessen, fruit, noten, granen, aardappelen, paddenstoelen et cetera inclusief mogelijke innovatieve voedselbronnen als algen, insecten et cetera); - 3-30-300-regel: een wetenschappelijk onderbouwde richtlijn die voor de leefbaarheid en het welzijn adviseert dat bewoners vanuit hun woning ten minste drie boomkronen van een bepaald volume kunnen zien, dat iedere buurt ten minste 30% kroonbedekking heeft en dat voor iedere bewoner op een afstand van maximaal 300 meter een groene plek van een bepaalde omvang met bomen voorhanden is die jaarrond kan worden gebruikt; - biodiversiteit: het stimuleren en in stand houden van een grote rijkdom aan soorten en het creëren van gezonde ecosystemen ook binnen de bebouwde kom van Arnhem; - boom: een relatief grote, 4 meter of meer, overblijvende plant met een stevige verhoute stam, en meestal een kroon die zich op enige hoogte boven de grond vertakt en daardoor schaduw geeft waar je in kunt zitten; - leefbaarheid: de mate waarin een buurt of wijk ‘geschikt’ is om in te leven en werken wat betreft de kwaliteit van de woon- en werkomgeving, de hoeveelheid groen (mede gerelateerd aan de 3-30-300 regel), het sociaal-economische profiel, welzijn en gezondheid; - bestaande stad is het geheel van gebouwen, bouwwerken en infrastructuur (openbaar en particulier) van de stad Arnhem zoals die bestond voor 1 januari 2020 binnen de bebouwde kom zoals bedoeld in artikel 1 lid o; - bebouwde kom: is de voor deze regeling gespecificeerde begrenzing van de bebouwde kom zoals weergegeven in het bijgevoegde kaartbeeld; - openbare ruimte: de ruimte die voor het publiek zonder belemmering de gehele dag door vrij toegankelijk is dan wel die ruimte (zoals schoolpleinen, binnenpleinen en binnenhoven) die voor het publiek zonder belemmering gedurende bepaalde delen van de dag vrij toegankelijk is (bijvoorbeeld tussen zonsopgang en zonsondergang); - private ruimte: ruimte die particulier eigendom is en daarom niet of slechts gedeeltelijk (bepaalde tijdstippen of gedeelten) toegankelijk is voor het publiek; - beheerkosten: de onderhoudskosten van de openbare ruimte op en rond die locaties waar een initiatief op het gebied van het verminderen van hitteplekken is gerealiseerd; - de wet: de Algemene Wet Bestuursrecht; - ASV: de Algemene Subsidieverordening Arnhem 2016. Artikel 2: Subsidiëring 1.. Op grond van artikel 3 van de ASV kan het college initiatiefnemers van een groenblauw initiatief dat plaatsvindt in Arnhem met inachtneming van deze regeling een subsidie verstrekken. 2.. Het in lid 1 genoemde initiatief dient aantoonbaar bij te dragen aan de klimaatadaptieve opgaven van de stad en/of aan opgaven op het gebied van stadslandbouw en lokaal voedsel en/of aan opgaven op het gebied van leefbaarheid. 3.. Alleen die initiatieven waarvoor niet al een gemeentelijke subsidie wordt of is verstrekt, komen in aanmerking voor subsidiëring op grond van deze regeling. 4.. Alleen die initiatieven die plaatsvinden in de bestaande stad (zoals bedoeld in artikel 1, lid n) en binnen de bebouwde kom (zoals bedoeld in artikel 1, lid o) komen in aanmerking voor subsidiëring op grond van deze regeling. 5.. Uitzondering op artikel 1, lid n is dat alle bewoners in de bestaande stad een subsidie kunnen aanvragen voor de aanschaf van een regenton, ongeacht het bouwjaar van de woning 6.. Alleen die kosten die in redelijkheid, naar oordeel van de gemeente, direct verband houden met de uitvoering van het groenblauwe plan komen voor subsidie in aanmerking. 7.. Reis- en verblijfskosten en investeringskosten, bijvoorbeeld voor de aanschaf van gereedschap en dergelijke, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. 8.. Kosten van beheer en onderhoud van de resultaten van het initiatief komen niet voor subsidiering in aanmerking. 9.. De subsidie dient een aanvulling te zijn op andere inkomsten dan wel vrijwillige arbeid en/of de inzet van kennis om niet. In het geval van eetbaar groen kunnen daartoe desgewenst de vrijwillige uren worden gekapitaliseerd. 10.. De initiatiefnemer heeft voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het verlenen van subsidie overlegd met de betreffende bestuursadviseurs Klimaatadaptatie en Eetbare Stad/Stadslandbouw van de gemeente (zie de toelichting). 11.. Toepassing van alle soorten (half-)verhardingen zijn niet-subsidiabel. 12.. De toepassing van bloem-of plantenbakken is niet subsidiabel, tenzij deze noodzakelijk zijn vanuit de bodemkwaliteit. Artikel 3: Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor subsidieregeling groenblauwe initiatieven bedraagt voor 2026 € 480.000. Vanaf 2027 zal het college het subsidieplafond jaarlijks vaststellen. 2.. Binnen het beschikbare budget is minimaal 50% gereserveerd voor initiatieven van bewoners en samenwerkingsverbanden van bewoners. Artikel 4: Aanvraag van subsidie 1.. De aanvraag dient ten minste acht weken vóór aanvang van de uitvoering van het groenblauwe initiatief bij het college te worden ingediend. 2.. De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag, hierbij is de dagstempel van ontvangst van de gemeente bepalend. 3.. De initiatiefnemer maakt bij de indiening van de aanvraag gebruik van de toelichting en het digitale invulformulier op de website van de gemeente. 4.. Bij de aanvraag wordt een beknopte toelichting in woord en beeld overlegd die voldoende inzicht geeft in wat de initiatiefnemer: a.. precies gaat doen; b.. waar de maatregel of maatregelen worden uitgevoerd; adres, locatie; c.. met wie dat wordt gedaan, als er sprake is van samenwerking; d.. hoe dat wordt gedaan, de aanpak; e.. welke resultaten, bij voorkeur in vierkante meters groen en aantallen bomen, en effecten van de maatregel of maatregelen worden verwacht; f.. en welke kosten aan de verschillende onderdelen van de maatregel(en) zijn verbonden, bij voorkeur onderbouwd met een offerte. 5.. Naast de gegevens en bescheiden die ingevolge de ASV door rechtspersonen moeten worden overgelegd dient een samenwerkingsverband ook overtuigend aan te tonen dat sprake is van een samenwerkingsverband. 6.. Binnen uiterlijk 6 weken na indiening van de aanvraag besluit het college. Binnen uiterlijk 2 weken na het besluit verzendt het college de beschikking. Artikel 5: Criteria 1.. Initiatieven kunnen worden gerealiseerd in de openbare ruimte, de private ruimte en op daken (de initiatiefnemer dient zelf te (laten) onderzoeken of het betreffende dak constructief hiervoor geschikt is). Ook een combinatie van locaties is mogelijk. 2.. Het gebouw, bouwwerk of terrein waar de maatregelen worden uitgevoerd ligt binnen de grenzen van de bebouwde kom van Arnhem (zie de toelichting). 3.. Het betreft een bestaand gebouw, bouwwerk of terrein waar de maatregelen worden uitgevoerd, nieuwbouw komt niet voor subsidie in aanmerking. 4.. Initiatiefnemers kunnen ieder jaar voor een nieuw initiatief subsidie aanvragen. 5.. De initiatiefnemers moeten overtuigend aantonen dat de continuïteit (beheer en onderhoud) van de resultaten zijn geborgen voor ten minste vijf jaar. 6.. Een initiatief moet aantoonbaar worden gedragen door de belanghebbenden. 7.. De te nemen maatregel of maatregelen moet bijdragen aan het verbeteren van de lokale gevoelstemperatuur en/of het verminderen van wateroverlast en/of het verminderen van droogte, dat kan bijvoorbeeld door middel van: a.. het vergroenen van versteende terreinen, al of niet met eetbaar groen, waarbij een bewoner ten minste 10 vierkante meter en een ondernemer, instelling of vastgoedeigenaar ten minste 25 vierkante meter terrein moet vergroenen, dat kan ook om de som van meerdere locaties gaan en mag ook gaan om een samenwerkingsverband van verschillende vastgoedeigenaren en/of gebruikers (woningen, winkels en/of bedrijfsgebouwen); b.. het aanbrengen van zogenoemd verticaal groen of gevelgroen aan de gevels van gebouwen en bouwwerken, waarbij een bewoner ten minste 10 vierkante meter en een ondernemer, instelling of vastgoedeigenaar ten minste 25 vierkante meter gevel moet vergroenen, dat kan ook om de som van meerdere locaties gaan en mag ook gaan om een samenwerkingsverband van verschillende vastgoedeigenaren en/of gebruikers (woningen, winkels en/of bedrijfsgebouwen); c.. het realiseren van één of meer plekken waar water kan worden opgevangen en vertraagd kan worden afgevoerd dan wel kan infiltreren in de ondergrond; d.. het realiseren van één of meer plekken waar water kan worden opgeslagen als buffer (hergebruik) voor droogte; e.. het afkoppelen van daken en andere oppervlakken van de lozing van neerslagwater op het vuilwaterriool; f.. het aanleggen van groene daken of het verven van witte daken boven woon- en werkruimten, waarbij een bew […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.