Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Buurt- en opbouwwerk Apeldoorn

Gemeente Apeldoorn

Voor organisaties zonder winstoogmerk die werkzaam zijn op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en buurt- en opbouwwerk willen uitvoeren in Apeldoorn.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via apeldoorn.nl
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 2,4 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor buurt- en opbouwwerk in Apeldoorn gericht op versterking van sociale cohesie, inclusie en zelf- en samenredzaamheid van inwoners in wijken, buurten en dorpen. Subsidieplafond 2026: € 2.434.500. Aanvragen via tender van 15 juni tot 15 augustus 2025.

Voor wie is het bedoeld?

Voor organisaties zonder winstoogmerk die werkzaam zijn op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en buurt- en opbouwwerk willen uitvoeren in Apeldoorn.

Non-profit

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor buurt- en opbouwwerk in Apeldoorn
  • Financiering voor coördinatoren, buurtregisseurs en opbouwwerkers
  • Ondersteuning van activiteiten gericht op sociale cohesie en leefbaarheid in wijken

Voorwaarden

  • Organisatie moet rechtspersoonlijkheid bezitten
  • Organisatie moet werkzaam zijn op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn
  • Organisatie moet zonder winstoogmerk activiteiten verrichten
  • Indiening via tenderperiode (15 juni - 15 augustus 2025 voor eerste tijdvak)
  • Volledige aanvraag met Theory of Change, meerjarige visie, begroting en intentieverklaring samenwerkingsovereenkomst
  • Subsidiabele kosten: loonkosten coördinator (max 32 uur/week), buurtregisseurs (5 per stadsdeel/dorpen) en opbouwwerkers, organisatiekosten
  • Hoofdaannemer laat minimaal 15% van begrote loonkosten door onderaannemer(s) uitvoeren

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een non-profit
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
Uitgesloten: BV, Eenmanszaak, Zzp'er, Particulier
Deze rechtsvormen komen niet in aanmerking.
Uw sector/SBI valt onder: zorg, ondersteuning, welzijn
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Apeldoorn.

Zo vraagt u aan

Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.

Indienen
Online formulier

Stappen

  1. Dien aanvraag in via tender tussen 15 juni en 15 augustus 2025

Benodigde documenten

  • Buurtplan
  • Jaarplan
  • Theory of Change
  • Begroting

Aan te leveren gegevens

  • Organisatiegegevens
  • Samenwerkingsverband details
  • Onderaannemer informatie

Aanvraag via tender; minimaal 15% van subsidiebedrag moet beschikbaar zijn voor onderaannemers; alleen hoofdaannemer van samenwerkingsverband kan aanvragen.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Staatssteun en de-minimis

Geen de-minimis van toepassing volgens onze registratie.

Documenten

  • formulier-financiele-verantwoording-algemene-voorzieningen.pdf · 1 pag.
    Toon documenttekst
    Financiële verantwoording subsidieregeling Algemene Voorzieningen
    Verleende subsidie: €
    Ontvangen subsidie: €
    FINANCIEEL Begroot 1) Werkelijk
    Kosten:
    - Personeel
    - Materiaal of activiteiten
    - Huisvesting
    - Overige
    Inkomsten:
    - Andere subsidies
    - Bijdragen van derden
    TOTAAL
    Toelichting op de verschillen:
    Omvang van de uit subsidiegelden gevormde
    reserve
    €
    Toevoeging (+) of onttrekking (-) van subsidiegelden
    aan de reserves
    €
    1) Overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening
    Handtekening (namens) bestuur:
    Waarmerk accountant:
    -- 1 of 1 --
  • uitgangspuntennotitie-welzijn.pdf · 24 pag.
    Toon documenttekst
    UITGANGSPUNTEN
    SUBSIDIE WELZIJN 2026-2029
    JONGERENWERK, BUURT- EN OPBOUWWERK,
    WIJKTEAMONDERSTEUNING EN ONAFHANKELIJKE
    CLIËNTONDERSTEUNING
    Versie: 5 juni 2025
    -- 1 of 24 --
    1
    1. Inleiding
    1.1 Aanleiding
    We informeren u graag over de uitgangspunten voor de bekostiging van het welzijnswerk vanaf 2026.
    De afspraken met onze huidige partners lopen eind 2025 af. Om tot nieuwe afspraken met partners te
    komen stellen we eerst uitgangspunten op. Hiermee willen we onze inwoners, samenwerkingspartners
    en andere belanghebbenden informeren over de richting van het welzijnswerk per 2026. We stellen de
    uitgangspunten op voor de volgende onderdelen:
    1. Jongerenwerk;
    2. Buurt- en opbouwwerk;
    3. Wijkteamondersteuning;
    4. Onafhankelijke cliëntondersteuning.
    Deze onderdelen vormden tot en met 2025 onderdeel van de Subsidieregeling Algemene voorzieningen
    Basisontmoetingsplekken en Inwonersondersteuning Wmo en Jeugd 2021- 2024. Hierna kortweg:
    subsidieregeling Inwonersondersteuning (IWO) genoemd.
    Met het vernieuwen van de subsidies wil de gemeente ook op verschillende ontwikkelingen inspelen:
    • Het jongerenwerk duidelijkheid en zekerheid bieden over de kaders en de financiële middelen;
    • Het buurtgericht werken aan community building;
    • De wijze van organiseren van de onafhankelijke cliëntondersteuning;
    • De wijze waarop wij omgaan met onze samenwerkingspartners en de voorwaarden die wij in
    de subsidie stellen.
    • De taken en bezetting vanuit welzijnswerk binnen Samen55 en het breder kijken naar de
    ondersteuningsvraag binnen Samen055 per 2026.
    1.2 Functie van deze uitgangspuntennotitie
    Om nieuwe subsidies voor onze partners mogelijk te maken, stelt de gemeente eerst een aantal
    uitgangspunten op. Deze uitgangspunten zijn op een meer strategisch/tactisch niveau beschreven en
    vormen een basis bij het opstellen van de daadwerkelijke subsidievoorwaarden. De subsidie-
    voorwaarden richten zich op een meer operationeel niveau. Dit document biedt duidelijkheid over:
    • Overkoepelende uitgangspunten voor het welzijnswerk;
    • Het financiële overzicht en de wijze van verdeling over de vier te subsidiëren onderdelen;
    • Specifieke uitgangspunten voor elk van de vier onderdelen, waaronder:
    o Welke subsidievorm wordt toegepast;
    o Belangrijke accenten en beleidsmatige afwegingen bij de uitvoering;
    o Voorwaarden voor subsidiëring.
    1.3 De context van het Welzijnswerk en de kadernota als vertrekpunt
    In de kadernota maatschappelijke ontwikkeling 2022-2030 staat het volgende:
    “Samen kun je meer. En daarom gaan we als gemeente meer ruimte geven aan de samenredzaamheid
    en eigen verantwoordelijkheid van de Apeldoornse inwoners. We gaan niet uit van onze eigen
    dienstverlening, maar van de kracht van de Apeldoornse gemeenschap. Ook sluiten we aan op de
    bewegingen in de samenleving. Het doel: gezamenlijk ervoor zorgen dat alle inwoners meedoen op een
    manier die bij hen past.”
    Om de bovenstaande zienswijze te realiseren versterken we de Sociale basis. De Sociale basis is het
    geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen)
    aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen, die het
    mogelijk maakt dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een
    manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. De Sociale basis in Apeldoorn
    wordt mede gevormd door een brede variatie aan beleid en financiële voorzieningen waarmee een groot
    aantal organisaties een positieve impact voor onze inwoners realiseren. Voor een diepgaande
    beschrijving van dit beleid verwijzen wij naar de kadernota maatschappelijke ontwikkeling 2022-2030.
    Deze is te vinden op de website van gemeente Apeldoorn.
    Binnen deze kaders zijn de vier onderdelen uit deze notitie beschreven onder de noemer
    inwonersondersteuning’ (Jongerenwerk; Buurt- en opbouwwerk; Wijkteamondersteuning; en
    Onafhankelijke cliëntondersteuning). Samen vormen zij een essentieel onderdeel van het welzijnswerk.
    -- 2 of 24 --
    2
    De doelen en uitgangspunten voor deze vier onderdelen worden nader beschreven in hoofdstukken 4,
    5, 6 en 7. In figuur 1 over de Sociale Basis wordt het werkveld getoond waarin inwonersondersteuning
    plaatsvindt. Voor een uitgebreide beschrijving van de sociale basis verwijzen wij naar het artikel van
    Movisie.
    Figuur 1: De Sociale Basis vormt het werkveld voor inwonersondersteuning
    In het coalitieakkoord ‘Handen uit de mouwen aan de slag’ is opgenomen dat Welzijn (voorheen werd
    hiervoor de term Inwonersondersteuning gebruikt) moet bijdragen aan de volgende zaken:
    • Het bieden van efficiënte en effectieve zorg door middel van preventie.
    • Een transitie in de jeugdzorg.
    • Eén regisseur per gezin
    • Inwoners ondersteunen bij het begrijpen en toepassen van regelgeving.
    • Een gebiedsgerichte of buurtgerichte aanpak, met een belangrijke rol voor Samen055.
    • Het combineren van vitaliteitsagenda’s met gebiedsvisies.
    • Het streven naar minder zorgaanbieders
    1.4 Huidige partners in het Welzijnswerk
    In de huidige situatie vervullen de organisaties MEE en Stimenz de rol van hoofdaannemer. Zij werken
    samen met de volgende onderaannemers:
    • VluchtelingenWerk
    • Don Bosco
    • Mee Samen
    • Kemi Ra
    • De Kap
    • Buurtcoöperatie
    MEE en Stimenz fungeren ook zelf als onderaannemers voor elkaar. Het hoofd- en
    onderaannemerschap verschilt per stadsdeel.
    -- 3 of 24 --
    3
    1.5 Evaluatie van het welzijnswerk
    In 2023/2024 is een onafhankelijk cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau
    Senseguide. Een verdieping van de bevindingen (evenals bevindingen van andere bijhorende evaluatie
    en onderzoek) zijn te vinden in Bijlage 1: Resultaten evaluatie en onderzoek.
    Daarnaast zijn er evaluatiegesprekken gevoerd met bestaande subsidierelaties en zijn de ervaringen
    van de pilot Buurt Aan Zet meegenomen. Conclusie na deze onderzoeken is dat inwoners en
    professionals over het algemeen tevreden zijn. Toch zijn er aandachtspunten en verbeteringen nodig:
    1. Hulp bij complexe problemen: Samenwerking tussen organisaties moet worden verbeterd om
    beter in te spelen op complexe hulpvragen.
    2. Duidelijkheid in samenwerking: Er is behoefte aan een duidelijke rolverdeling en regelmatige
    evaluaties. De gemeente kan hierin een faciliterende en coördinerende rol spelen.
    3. Duurzame relaties: Werk aan duurzame relaties met zowel inwoners als tussen organisaties.
    4. Toegankelijkheid: Zorg voor laagdrempelige toegang, vooral voor inwoners in kwetsbare
    posities.
    5. Prioritering en data: Stel prioriteiten in werkzaamheden en stuur meer op basis van data.
    6. Minder bureaucratie: Verminder bureaucratie en vind een balans tussen verantwoording en
    vertrouwen.
    De evaluatie van de pilot Buurt Aan Zet, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, verwachten we
    het eerste kwartaal van 2025. Uit het leefbaarheidsonderzoek BuurtBelever 2022 en 2024 blijkt dat de
    sociale cohesie in Apeldoorn relatief hoog is voor een grote gemeente. Inwoners gaven het leven in hun
    buurt gemiddeld een 7,8 in 2022 en een 7.6 in 2024. Toch staat de leefbaarheid in sommige buurten
    onder druk.
    1.6 Leeswijzer
    In deze notitie beschrijven we eerst de overkoepelende uitgangspunten en het financiële overzicht.
    Vervolgens beschrijven we de vier subsidieonderdelen: Jongerenwerk, Buurt- en opbouwwerk,
    Wijkteamondersteuners en Onafhankelijke cliëntondersteuners.
    In de bijlagen geven we meer uitleg over:
    • Bijlage 1: Resultaten evaluatie en onderzoek.
    • Bijlage 2: Welzijnswerk in relatie tot andere voorzieningen en subsidies.
    • Bijlage 3: De basisprincipes van de Theory of Change.
    • Bijlage 4: Subsidievormen en voor- en nadelen begrotingssubsidie
    -- 4 of 24 --
    4
    2. Overkoepelende uitgangspunten Welzijn
    2.1 De doelen van het welzijnswerk
    Welzijnswerk speelt een cruciale rol in het bevorderen van de brede welvaart. In de
    Meerjarenprogrammabegroting (MPB) 2025-2028 is voor subjectief welzijn de volgende
    hoofddoelstelling geformuleerd: “Meer inwoners, en mensen die in Apeldoorn verblijven, zijn betrokken,
    doen mee, doen ertoe en voelen zich veilig en gelukkig.” Het vertrekpunt daarbij is dat we aansluiten bij
    datgene dat de inwoner zelf aan kan en doet.
    De professionals die bij binnen dit werkveld werken dragen gezamenlijk bij aan:
    • Het vergroten van kansen en mogelijkheden voor alle inwoners (inclusie) met speciale aandacht
    voor inwoners in kwetsbare posities;
    • Het versterken van sociale netwerken en gemeenschapszin met focus op minder veerkrachtige
    wijken en buurten;
    • Het voorkomen en vroegtijdig aanpakken van problemen;
    • Het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid.
    2.2 Welzijnswerk en de sociale basis in Apeldoorn
    Welzijnsprofessionals richten zich op het versterken van de sociale basis op drie niveaus: persoonlijk,
    gemeenschappelijk en institutioneel (zie Figuur 2).
    Figuur 2: De sociale Basis (Movisie)
    De welzijnsprofessionals zijn de spin in het web wat betreft het verbinden, toeleiden, sturen en
    beïnvloeden van zowel inwoners onderling als van de institutionele omgeving. Maar hebben ook een
    taak in het beschermen, versterken, stem geven aan en verheffen van individuen en groepen in een
    kwetsbare positie. En het initiëren, stimuleren, verbinden en ondersteunen van actieve betrokkenheid
    van inwoners. Vaak gaat het erom sociaal sterkere inwoners te activeren verantwoordelijkheid te nemen
    om samen met inwoners in een kwetsbare positie vorm te geven aan participatie.
    Met de invoering van de Wmo is hierbij nadrukkelijk de vraag bijgekomen om de inzet van actieve
    inwoners, mantelzorgers en vrijwilligers te faciliteren en te ondersteunen en daarbij de verbinding te
    maken tussen het eigen netwerk van cliënten, de informele steunstructuur en de professionele
    dienstverlening. Daarnaast is inzet nodig om individuele vragen collectief te maken, de eigen kracht van
    de bewoner hierop aan te spreken en om integraal te werken. In bijlage 2 staat meer informatie over het
    welzijnswerk in relatie tot de Wmo, andere zorgwetten, maar ook de relaties met andere voorzieningen
    die gemeente Apeldoorn financiert in de sociale basis.
    -- 5 of 24 --
    5
    2.3 Overkoepelende uitgangspunten
    Hieronder zijn een aantal overkoepelende uitgangspunten geformuleerd. Voor elk van de vier
    onderdelen zijn in de volgende hoofdstukken specifieke aanvullende uitgangspunten geformuleerd.
    Sturing en bekostiging
    • Ten aanzien van de welzijnsorganisaties hanteert de gemeente als sturingstijl een combinatie van
    de ‘netwerkende overheid’ en ‘de responsieve, participerende overheid’. Hierbij staat ruimte
    geven voor het initiatief van onderop centraal (zie hiervoor het NOSB-model1. De gemeente stelt
    de overkoepelende doelen op (wat willen we bereiken), en de organisaties en inwoners bepalen
    de uitvoering (hoe gaan we de doelen bereiken). De gemeente neemt een actieve aanjaagfunctie
    in ten aanzien van netwerksamenwerking.
    • Subsidies worden gebruikt als instrument om strategische doelen te behalen;
    • Doelen en regels zijn helder geformuleerd zodat de organisaties weten aan welke
    maatschappelijke problemen zij kunnen werken met de subsidie en welke bewegingsvrijheid ze
    hebben. Doelen, regels en samenwerking worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld zodat ze
    effectief blijven. De gemeente faciliteert, het eigenaarschap ligt bij de organisaties.
    • Financiële controle rondom de subsidie wordt efficiënt ingericht . Waar mogelijk wordt vertrouwen
    gegeven om de management- en administratiedruk te beperken.
    Theorie of Change
    • We maken waar mogelijk gebruik van de Theory of Change (ToC) als hulpmiddel om samen met
    onze samenwerkingspartners impact te maken.
    • Met de ToC maken we onderscheid en verbinding tussen het strategische niveau (heeft ons beleid
    impact) en het uitvoerende niveau (welke activiteiten worden uitgevoerd). De ToC helpt onze
    maatschappelijke partners ook om kritisch na te gaan welke activiteiten relatief goed werken en
    welke activiteiten minder goed werken. We maken hiermee ook verbinding met het volgen van
    ontwikkelingen bij onze doelgroepen en de maatschappelijke problematiek waarmee zij te maken
    hebben.
    • De Theory of Change maak je idealiter samen met de belanghebbenden. Om deze reden kiest
    de gemeente er bewust voor om enkel de doelen op een hoger abstractieniveau vooraf vast te
    leggen. Er wordt daarmee meer ruimte gegeven voor de doelen en effecten op lager niveau en
    de daarop aansluitende activiteiten.
    • In bijlage 3 worden de basisprincipes van de Theory of Change uitgelegd.
    Meerjarige subsidieafspraken
    Voor het maken van impact zijn vaak meerjarige plannen nodig. Datzelfde geldt voor het opbouwen van
    samenwerking en vertrouwen tussen organisaties en inwoners. In de samenwerking en planvorming
    met onze subsidierelaties richten we ons daarom op de periode 2026 tot en met 2029. In de praktijk
    betekent dat voor het Buurt- en opbouwwerk een tendersubsidie met de mogelijkheid om meerjarig te
    subsidiëren. En voor de overige onderdelen betekent dat een begrotingssubsidie die een lange-termijn-
    focus heeft. Op deze wijze creëren we een langere periode financiële zekerheid voor onze
    subsidiepartners en borgen we continuïteit van dienstverlening voor kwetsbare inwoners in Apeldoorn.
    Ook voor die onderdelen die in de periode 2023-2025 incidentele subsidie ontvangen of ontvangen
    hebben (Jongerenwerk en Buurt- en opbouwwerk). Behoud van personeel is belangrijk in deze krappe
    arbeidsmarkt evenals het in partnerschap werken aan opgaven.
    Flexibele aanvullend budget Algemene voorzieningen
    Binnen de Algemene voorzieningen van de gemeente een budget gereserveerd om in te spelen op
    nieuwe ontwikkelingen. Dit budget bedraagt €287.257,- en heeft de volgende functies:
    1. Als flexibele schil om de langlopende subsidies; Gedurende de looptijd subsidieregelingen
    kunnen inspelen op nieuwe kansrijke initiatieven en ontwikkelingen in de samenleving. Er
    ontstaan projecten die we willen ondersteunen omdat ze een meerwaarde zijn voor inwoners en
    ons helpen doelen te behalen.
    2. Als aanvullingen op bestaande langlopende subsidies nodig zijn; bijvoorbeeld tijdelijk extra
    inzet onafhankelijke cliëntondersteuning vanwege een toenemende vraag.
    1 https://www.communicatierijk.nl/vakkennis/netwerkende-overheid
    -- 6 of 24 --
    6
    3. Financieel overzicht en wijze van verdeling
    3.1 Overzicht huidige situatie en nieuwe situatie
    In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen te zien wat de huidige wijze van subsidiëren is voor 2025 en
    wat de nieuwe wijze van subsidiëren wordt vanaf 2026.
    Subsidie Huidige situatie
    2025
    Nieuwe situatie
    2026-2027-2028-2029
    1. Jongerenwerk Subsidieregeling IWO
    + aanvullende incidentele subsidie
    Subsidie per stadsdeel/dorpen,
    verdeeld onder hoofd- en
    onderaannemers
    Begrotingssubsidie
    Gemeente-brede subsidie voor 2
    samenwerkende gelijkwaardige
    partners (Don Bosco en Stimenz)
    2. Buurt- en
    opbouwwerk
    Subsidieregeling IWO
    + aanvullende incidentele subsidie
    Subsidie per stadsdeel/dorpen,
    verdeeld onder hoofd- en
    onderaannemers
    Subsidieregeling met
    tenderprocedure
    Inschrijving door hoofdaannemer
    in samenwerking met
    onderaannemers. Hoge mate van
    gelijkwaardigheid en
    samenwerking.
    Gemeentebrede-subsidie
    3. Wijkteam-
    ondersteuning
    Samen055
    Subsidieregeling IWO
    Subsidie per stadsdeel/dorpen,
    verdeeld onder hoofd- en
    onderaannemers
    Begrotingssubsidie
    Gemeente-brede subsidie voor
    de bemensing van de wijkteams
    Samen055
    (Stimenz en MEE Samen)
    4. Onafhankelijke
    cliënt-
    ondersteuning
    Subsidieregeling IWO
    Subsidie per stadsdeel/dorpen,
    verdeeld onder hoofd- en
    onderaannemers
    Begrotingssubsidie
    Gemeente-brede subsidie
    (MEE Samen)
    3.2 De belangrijkste financiële wijzigingen voor de nieuwe situatie per 2026 zijn:
    • Voor 3 onderdelen gaan we werken met begrotingssubsidies, omdat hiermee meer stabiliteit
    wordt gerealiseerd voor de inwoners die gebruik maken van de bijhorende voorzieningen. In
    bijlage 4 leest u meer over subsidievormen en de voor- en nadelen van begrotingssubsidies;
    • We gaan het hoofd- en onderaannemerschap doorontwikkelen, waarbij we als gemeente meer
    regie nemen op de kaders en planvoering, daarmee meer ruimte bieden voor de
    onderaannemers om vooraf deel uit te maken van de planvorming en waarbij samenwerking
    centraal staat gedurende de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten;
    • De aanvullende incidentele subsidies worden voor de periode 2026-2027-2028-2029 omgezet
    in structurele subsidies.
    3.3 Opbouw budget subsidies Welzijn 2026
    In de tabel op de volgende pagina staat een prognose welke budgetten voor 2026 beschikbaar zijn. De
    definitieve subsidiebedragen staan in de gemeentebegroting en zijn leidend. Het college kan
    subsidieplafonds vaststellen of sturen op bedragen in de subsidieregeling. De bedragen voor 2027,
    2028 en 2029 worden opgebouwd aan de hand van de bedragen van 2026 en de geldende indexatie,
    maar kunnen onderhevig zijn aan veranderingen door financiële keuzes in de begroting geldend voor
    die jaren. De hier weergegeven budgetten zijn inclusief materiaal- en coördinatiekosten en
    huisvestingskosten.
    -- 7 of 24 --
    7
    Verdeling budgetten Welzijn 2026
    Jongerenwerk € 1.646.407
    Buurt- en opbouwwerk € 2.434.599
    Wijkteamondersteuning (inclusief huisvesting) € 2.890.463
    Onafhankelijke cliëntondersteuning € 174.575
    Extra inzet gemeente en doorontwikkeling ABCD (incl.
    opleiding- en coördinatiekosten) € 158.187
    Totaal € 7.304.231
    De daadwerkelijke hoogte van het jaarlijkse budget en de hoogte van indexatie worden door de
    gemeente aan de subsidiepartners jaarlijks bekendgemaakt. In onderstaand tabel is het beschikbare
    budget 2026 opgenomen. Het bedrag voor het jaar 2029 zal in de MPB 2027-2029 bekend worden.
    Beschikbaar budget MPB
    2025-2028
    2026
    Inwonersondersteuning € 6.038.951
    MPB 2025-2028 Jongerenwerk € 780.486
    MPB 2025-2028 Welzijn (Buurt- en opbouwwerk) € 484.794
    Totaal € 7.304.231
    In 2026 is er €100.000 extra beschikbaar voor de pilot in De Horsten. Daarna stoppen de extra middelen
    en is de inzet in De Horsten onderdeel van de subsidieregeling voor buurt- en opbouwwerk.
    3.4 Overige financiële informatie
    Bezwaar
    In het kader van NvO is het budget geschrapt dat beschikbaar is om te kunnen anticiperen op bezwaren
    uit tender procedures. Als er bezwaren komen dan bekostigen we de afhandeling en in geval van verlies
    van procedure ook schade of toegekende subsidie daarvan uit de algemene reserve.
    Maximum tarieven
    Het college gaat opnieuw maximum uurtarieven vaststellen die gehanteerd moeten worden binnen de
    subsidieverleningen. De AMvB 'reële prijs Wmo 2015' regelt nader hoe een reële kostprijs moet worden
    vastgesteld. Ondanks dat de AMvB reëel tarieven momenteel niet van toepassing zijn op de algemene
    voorzieningen, trekt het college de lijn van de maatwerkvoorzieningen door. Zo komt het college op een
    zorgvuldige wijze tot een reële prijs.
    Indexatie
    Het college onderzoekt of het wenselijk is om aan te sluiten op de indexatiesystematiek die gehanteerd
    wordt voor de maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen Jeugdwet. Voor de personele
    kosten hanteert het college per 2024 het OVA-percentage. Het Rijk gebruikt ook het OVA-percentage
    om de tarieven in de Zvw en de Wlz te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg en
    ondersteuning in meerdere domeinen leveren, is het voor hen van belang dat de tarieven in de
    verschillende domeinen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden geïndexeerd. Bovendien sluit het
    percentage waarmee het accres in het gemeentefonds de afgelopen jaren toenam aan bij het OVA-
    percentage.
    Volumeontwikkelingen
    Wat als het beroep op de algemene voorzieningen meer toeneemt dan het beschikbare budget als
    gevolg van bevolkingsgroei en vergrijzing? Volumeontwikkelingen zijn voor Welzijn niet meegenomen
    in de MPB 2025-2028 voor de maatwerkvoorzieningen Wmo wel. We monitoren daarom de
    ontwikkelingen en komen zo nodig met voorstellen om het budget bij te stellen. Ook het prioriteren van
    activiteiten en het meer en intensiever met andere professionals en vrijwilligers samenwerken is daarbij
    belangrijk.
    -- 8 of 24 --
    8
    4. Jongerenwerk
    4.1 Wat is het Jongerenwerk in Apeldoorn?
    Het jongerenwerk ond
    
    […tekst ingekort]

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het college stelt subsidieplafonds voor het kalenderjaar 2026 vast op: € 2.434.500,-
Subsidieregeling Buurt- en opbouwwerk Apeldoorn
  • Toon brontekst
    - Subsidie buurt- en opbouwwerk | Gemeente Apeldoorn # Subsidie Buurt- en opbouwwerk In gemeente Apeldoorn zetten we buurt- en opbouwwerk in om de betrokkenheid, sociale cohesie, inclusie en zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen, met als doel de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken, buurten en dorpen te versterken. Deze subsidieregeling werkt op basis van een subsidietender waarbij gebruik wordt gemaakt van de Theory of Change. De subsidie biedt de subsidieontvanger de ruimte activiteiten te ontwikkelen die zij kansrijk vinden en waarbij de kans groot is dat de activiteiten een sterke bijdrage leveren aan de beoogde doelen. Gesloten De regeling is gesloten en geldt van 17 juni 2025 tot en met 31 december 2035. Stichting Stimenz is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze subsidieregeling. Lees meer Vaststellen Home | Regelen en weten | Subsidies | Subsidies organisaties | Maatschappelijke organisaties | Subsidie Buurt- en opbouwwerk Lees voor ## Doel ### Doel van buurt- en opbouwwerk in gemeente Apeldoorn In gemeente Apeldoorn zetten we buurt- en opbouwwerk in om inwoners meer met elkaar te verbinden, iedereen mee te laten doen en mensen te helpen om zelfredzamer te worden. Zo willen we de leefbaarheid en samenhang in wijken, buurten en dorpen verbeteren. Het buurt- en opbouwwerk is er voor alle inwoners, met extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. We stimuleren actieve deelname in de wijk en moedigen sociaal sterkere inwoners aan om samen met anderen bij te dragen aan een betrokken en inclusieve gemeenschap. ### Wat willen we bereiken met buurt- en opbouwwerk? We richten ons op de volgende doelen: Inwoners helpen om meer voor zichzelf te kunnen zorgen en hun sociale netwerk te versterken, bijvoorbeeld via woonzorgcirkels.
    
    - Bewoners stimuleren om zelf initiatieven te nemen en actief mee te doen in hun buurt.
    
    - De onderlinge verbondenheid en het gevoel van saamhorigheid in de wijk vergroten.
    
    - Inwoners ondersteunen bij het samen oplossen van problemen in de wijk, zodat ze sterker en veerkrachtiger worden.
    
    - Het gevoel van veiligheid in de buurt vergroten door gezamenlijke acties te ondersteunen.
    
    - Eenzaamheid verminderen door ontmoetingen en sociale contacten te bevorderen.
    
    - Problemen in de wijk vroegtijdig signaleren en het werk hierop afstemmen, zodat er op tijd hulp geboden kan worden.
    
    - Inwoners een stem geven in wat zij nodig hebben, en dit vertalen naar passende activiteiten of ondersteuning in de wijk.
    
    - Activiteiten en voorzieningen in de wijk beter op elkaar afstemmen, zodat ze beter aansluiten bij wat bewoners nodig hebben.
    
    ### Subsidie en werkwijze
    
    Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan bovenstaande doelen. Organisaties krijgen de ruimte om zelf te bepalen welke activiteiten zij willen uitvoeren, zolang duidelijk is dat deze bijdragen aan de doelen. Dit moet onderbouwd worden met behulp van de Theory of Change.
    
    ## Vaststellen van de subsidie
    
    n principe dient u tijdens de looptijd van de subsidie elk jaar vóór 1 mei een aanvraag in om de subsidie voor het voorgaande kalenderjaar vast te stellen. Het college kan besluiten hiervan af te wijken. In de verleningsbeschikking beschrijven wij op welke wijze de subsidie vastgesteld wordt. U dient een aanvraag tot vaststelling in via de knop ‘Vaststellen subsidie’ bovenaan deze pagina.
    
    ### Wat moet u aanleveren?
    
    U toont aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd, en dat u heeft voldaan aan de bijbehorende verplichtingen. Dit doet u door het aanleveren van:
    
    Een jaarlijkse evaluatie, met daarin:
    
    - Een beoordeling van de buurtplannen, ingevuld volgens het format van de Theory of Change, voor alle buurten in de veerkrachtgebieden;
    
    - Een toelichting op eventuele verschillen tussen de geplande en daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten;
    
    - Uw zienswijze op hoe de activiteiten en buurtplannen aangepast kunnen worden om in de nieuwe subsidieperiode effectiever te zijn;
    
    - Een evaluatie van de samenwerking tussen hoofd- en onderaannemers, en het functioneren van de netwerksamenwerking rondom buurt- en opbouwwerk in gemeente Apeldoorn, inclusief eventuele verbeterpunten;
    
    - Een financiële verantwoording van de gesubsidieerde activiteiten of jaarrekening. Het jaarverslag of de jaarrekening verantwoord in ieder geval de financiële gegevens/posten die bij de aanvraag tot subsidie zijn ingediend. Tevens vult u het Financiële verantwoording subsidieregeling Algemene Voorzieningen (pdf, 8 kB) in.
    
    Voor de financiële verantwoording dient u ook een accountantsverklaring in.
    
    ## Volledige inhoud subsidie buurt- en opbouwwerk
    
    De volledige regeling met alle voorwaarden is te lezen op  lokaleregelgeving.overheid.nl
    
    ## Meer informatie
    
    - Uitgangspuntennotitie welzijn (pdf, 1 MB)
    
    
    
    
    
    
    
    ### Meer informatie
    
    - Stimenz
    
    ### Gerelateerd
    
    - Subsidies organisaties
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Buurt- en opbouwwerk Apeldoorn
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
    Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;
    BESLUIT:
    Vast te stellen de volgende regeling:
    Subsidieregeling Buurt- en opbouwwerk Apeldoorn
    
    Artikel 1 Algemene bepalingen en begripsomschrijvingen
    1..
    Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen in de Asv.
    2..
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - Algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Onder de begripsomschrijving ‘Algemene voorzieningen’ wordt tevens verstaan de ‘Overige voorzieningen’ zoals bedoeld in de Jeugdwet;
    - Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;
    - Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
    - ABCD: staat voor Asset-Based Community Development en is een benadering van gemeenschapsontwikkeling die uitgaat van de kracht en capaciteiten van de gemeenschap zelf, in plaats van te focussen op problemen of behoeften. Deze visie is gericht op het benutten van de reeds aanwezige middelen, talenten en mogelijkheden binnen een gemeenschap om verandering te bewerkstelligen;
    - Beroepsregister Sociaal Werk Nederland: beroepsregister voor sociaal werkers, waarmee zij zich verbinden met de normen en standaarden die de beroepsgroep zelf stelt aan goede professionals;
    - Buurtplan: een plan op buurtniveau waarin beschreven is welke activiteiten er ondernomen gaan worden om de buurt veerkrachtiger te laten zijn;
    - Hoofdaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die subsidie op basis van deze subsidieregeling ontvangt en een deel van de subsidiabele activiteiten, ter waarde van minimaal 15% van de begrote loonkosten, door één of meerdere onderaannemer(s) laat uitvoeren;
    - Jaarplan: Een beschrijving van stappen die voorgenomen worden om de doelen behorend bij dat jaar te realiseren. Jaarplannen kunnen gemaakt worden voor buurten, wijken en voor de subsidie-ontvangende organisatie;
    - Kwetsbare wijk/buurt: een wijk/buurt waar de veerkracht onder druk staat;
    - Leefbaarheid: de aantrekkelijkheid en kwaliteit van een gebied om er te leven, te wonen en te werken;
    - Onderaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die op grond van een bindende overeenkomst met de hoofdaannemer in opdracht van de hoofdaannemer op grond van deze regeling subsidiabele activiteiten verricht; onderaannemer ontvangt geen subsidie voor deze subsidiabele activiteiten direct van de gemeente, maar krijgt een vergoeding van hoofdaannemer;
    - Opbouwwerk: onderdeel van het welzijnswerk dat zich richt op versterken van de sociale cohesie en inclusie in wijken en dorpen door initiatieven van inwoners te stimuleren en te faciliteren en daarmee de leefbaarheid en veiligheid in wijken en dorpen te vergroten;
    - Organisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten;
    - Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijf Samen055 locaties in de vijf stadsdelen en de dorpen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;
    - Subsidieregeling: subsidieregeling Algemene voorzieningen buurt- en opbouwwerk 2026-2029;
    - Theory of Change: een schematische weergave van hoe en waarom verschillende activiteiten leiden tot de gewenste lagere en hogere effecten;
    - Veerkrachtgebied: In een veerkrachtig gebied (buurt of wijk) is de balans tussen zelfredzame en kwetsbare mensen zodanig dat de leefbaarheid en vitaliteit niet onder druk komt te staan;
    - Vitaliteitsagenda: een gezamenlijk document van buurtbewoners en de gemeente waarin beschreven wordt hoe ze gaan werken aan verbetering van de leefomgeving. In de buurt- en jaarplannen wordt de input vanuit de vitaliteitsagenda’s verwerkt;
    - Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
    
    Artikel 2 Doelstelling
    Inzet van buurt- en opbouwwerk met als doel de betrokkenheid, sociale cohesie, inclusie en zelf- en samenredzaamheid van inwoners te bevorderen, en daarmee de leefbaarheid, sociale samenhang en veerkracht in wijken, buurten en dorpen te versterken.
    Het buurt- en opbouwwerk richt zich op alle inwoners (met bijzondere aandacht voor diegenen in kwetsbare posities) en stimuleert hun actieve participatie in de wijk. Het buurt- en opbouwwerk zet zich in om sociaal sterkere inwoners te activeren en hen verantwoordelijk te maken voor het gezamenlijk vormgeven van participatie, samen met inwoners die in een kwetsbare positie verkeren. Buurt- en opbouwwerk vormt een wezenlijk onderdeel van de versterking van het maatschappelijk voorveld, welke cruciaal is voor het terugdringen van de financiële overschrijdingen in de geïndiceerde zorg.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten en subsidievereisten
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die de realisatie beogen van de doelstelling van deze subsidieregeling (inclusief toelichting).
    2..
    Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    - Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de hoofdaannemer van een samenwerkingsverband waarbij er minimaal 15% van het te ontvangen subsidiebedrag beschikbaar is voor 1 of meerdere onderaannemers.
    - Aanvrager is in staat vanaf de start van het subsidiejaar 2026 alle onder lid 1 van artikel 3 genoemde activiteiten uit te voeren en alle doelstellingen van deze subsidieregeling te realiseren.
    - Aanvrager is een non-profit organisatie;
    - Aanvrager heeft een meerjarige visie op het Buurt- en opbouwwerk in Apeldoorn en werkt vanuit Asset Based Community Development (ABCD);
    - De professionals van de aanvrager zijn (bij aanvang van het subsidietijdvak) geschoold, en blijven gedurende het subsidietijdvak (bij) geschoold in het werken vanuit de ABCD;
    - Aanvrager kan aannemelijk maken dat zij beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel om de beoogde inspanningen en resultaten genoemd in de aanvraag te realiseren;
    - De professionals van de aanvrager beschikken over een aantoonbaar netwerk met de lokale doelgroepen;
    - De professionals van de aanvrager werken aantoonbaar op de wijze dat zij zich inbedden in sociale netwerken die relevant zijn voor de beoogde doelgroepen;
    - Het werving- en selectiebeleid van de aanvrager richt zich zowel op het kennisniveau als de werkervaring en skills (vaardigheden) van potentiële buurt- en opbouwwerkers. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van ervaringsdeskundigen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk betekent dat een combinatie van Hbo en Mbo professionals. Het werving- en selectiebeleid zorgt voor een goede aansluiting van eigenschappen op de doelgroep (cultuur, taal, opleiding, interesse, etc.);
    - De aanvrager is geen door Apeldoorn gecontracteerde aanbieder maatwerkvoorzieningen Wmo of Jeugd.
    3..
    Zowel de hoofdaannemer als de door de hoofdaannemer gecontracteerde onderaannemers dienen bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:
    - aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort;
    - beschikken over een vrijwilligersbeleid, waarin onder andere aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid;
    - geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een toegankelijke bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en een kostendekkende bijdrage voor de inzet van bijvoorbeeld vakdocenten, huur of overige kosten bij activiteiten;
    - beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B1 beheersen;
    - een regeling vastgesteld en bij cliënten bekend gemaakt hebben voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;
    - medewerkers en vrijwilligers inzetten die in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens. Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hier door de aanbieder, in overleg met de gemeente, een uitzondering op worden gemaakt.
    - hebben een vertrouwenspersoon aangesteld;
    - Aanvrager toont aan dat een gedragscode, ter voorkoming van grensoverschrijdend gedrag en (professionele-) integriteitskwesties, van toepassing is op alle in te zetten, betaalde en vrijwillige, medewerkers en levert de gedragscode aan als onderdeel van de aanvraag;
    - Aanvrager maakt gebruik van de Theory of Change bij de uitvoering van de activiteiten.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
    - Loonkosten van:Coördinator van het Buurt-en opbouwwerk met een maximum van 32 uur per week;Eén buurtregisseur per stadsdeel en de dorpen (in totaal 5: West, Oost, Zuid, Noord en de dorpen);Opbouwwerkers.
    - Organisatiekosten (kosten die gemaakt worden voor het organiseren van een activiteit, exclusief de loonkosten).
    2..
    De hoofdaannemer berekent de subsidiabele kosten met gebruikmaking van de in de toelichting op dit artikel omschreven declarabele ureninzet, de maximale uurtarieven en bijbehorende staffels, maximale bedragen voor organisatiekosten.
    3..
    Alle overige kosten, anders dan in lid 1 benoemd, zijn niet subsidieerbaar.
    
    Artikel 5 Subsidietijdvak
    1..
    Het college kan een subsidie verlenen voor een tijdvak voor het kalenderjaar 2026.
    2..
    Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal vier kalenderjaren.
    3..
    Het college kan de subsidie jaarlijks vaststellen.
    
    Artikel 6 Aanvraagperiode
    1..
    Subsidieaanvragen voor het eerste tijdvak (2026) worden ingediend binnen de tenderperiode. De tenderperiode loopt van 15 juni 2025 tot en met 15 augustus 2025.
    2..
    De winnaar van de subsidietender genoemd in lid 1 vraagt voor andere subsidietijdvakken subsidie aan uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het beginjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
    3..
    Gedurende de looptijd van de subsidieregeling kan er geen aanspraak op subsidie gemaakt worden door nieuwe aanvragers voor de in de subsidieregeling subsidiabel gestelde activiteiten.
    
    Artikel 7 Subsidieplafond
    1..
    Het college stelt subsidieplafonds voor het kalenderjaar 2026 vast op: € 2.434.500,-
    2..
    Voor andere tijdvakken stelt het college per kalenderjaar subsidieplafonds vast.
    3..
    Het college kan subsidieplafonds verhogen of verlagen.
    
    Artikel 8 Verdeelcriteria
    1..
    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in het artikel 8 te boven gaan, maakt het college voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de criteria in tweede lid van dit artikel.
    2..
    De rangschikking tussen verschillende volledige aanvragen voor de verdeling van de subsidie wordt gemaakt op basis van de volgende criteria:
    Onderdeel | Toelichting opbouw punten | Maximaal aantal punten per onderdeel
    Meerjarige visie | 10 punten = De aanvrager presenteert een heldere meerjarige visie, met een sterke koppeling naar strategische doelen en maakt een koppeling naar de Theory of Change.5 punten = Uit de meerjarige visie blijkt dat de input van professionals en de inwoners actief is meegenomen in de visie. 5 punten = De meerjarige visie beschrijft de samenwerking tussen hoofd- en onderaannemers | 20
    Theory of Change | 10 punten = De ToC geeft een be
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.