Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2030
Vervoerregio Amsterdam
Voor deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam die vrijwilligersvervoer willen subsidiëren voor mensen met mobiliteitsbeperkingen.
Ook bekend als Subsidieregeling vrijwilligersvervoer
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam, gericht op kleinschalige vervoersactiviteiten zonder vaste dienstregeling. Deelnemende gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor vrijwilligersvervoer in hun gemeente. Het subsidieplafond bedraagt € 300.000 per kalenderjaar, met maximaal € 75.000 per gemeente per jaar.
Voor wie is het bedoeld?
Voor deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam die vrijwilligersvervoer willen subsidiëren voor mensen met mobiliteitsbeperkingen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor vrijwilligersvervoer in uw gemeente
- Financiering van kleinschalige vervoersactiviteiten zonder vaste dienstregeling
- Ondersteuning van mobiliteit voor mensen met mobiliteitsbeperkingen
Voorwaarden
- Aanvraag moet betrekking hebben op vrijwilligersvervoer in een deelnemende gemeente van de Vervoerregio Amsterdam
- Vervoer moet op vraagafhankelijke basis zonder vaste dienstregeling plaatsvinden
- Vervoer moet toegankelijk zijn voor mensen met mobiliteitsbeperkingen
- Bij motorvoertuigen moeten minimaal Euro V/EEV normen worden nageleefd
- Vervoer moet gedurende minimaal 12 maanden worden uitgevoerd
- Maximaal één subsidie per gemeente per jaar
- Subsidie bedraagt maximaal 50% van subsidiabele kosten voor bestaand vrijwilligersvervoer, maximaal 70% voor nieuwe initiatieven
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2026
- Sluit
- 24 aug 2026
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
- Start
- 1 okt 2026
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“De aanvraag voor subsidie bedraagt maximaal € 75.000 per jaar.”
Toon brontekst
Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2030 Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam; gelet op de Subsidieverordening wet personenvervoer 2000 (2019), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam op 10 december 2019; besluit vast te stellen de Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2030: ARTIKEL 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN In deze regeling wordt verstaan onder: - dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; - regio: één van de deelgebieden Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland, die zijn gelegen binnen het gebied van de Vervoerregio Amsterdam; - subsidieontvanger: één van de deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam; - subsidieverordening: Subsidieverordening Wet personenvervoer 2000; - Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; - vrijwilliger: een particulier/ een individuele burger die een activiteit uitvoert dieniet bij wijze van beroep of bedrijf wordt uitgevoerd;geen winstoogmerk heeft;het algemeen belang of een bepaald maatschappelijk belang dient;niet in plaats komt van betaald werk. - vrijwilligersvervoer: Kleinschalige vervoersactiviteiten, zonder vaste dienstregeling en alleen op aanvraag, die zonder betaling als tegenprestatie, worden verricht door vrijwilligers, op vraagafhankelijke basis met als doel het vergroten van de mobiliteit van mensen die minder mobiel zijn. Het betreft geen openbaar vervoer als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 en is ook geenvervoer op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. ARTIKEL 2. TOEPASSINGSBEREIK Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. ARTIKEL 3. ACTIVITEITEN 1.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de uitvoering van vrijwilligersvervoer in het gebied van de Vervoerregio Amsterdam. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor vervoer uitgevoerd door vrijwilligers, primair gericht op mobiliteit over afstanden van maximaal 25 kilometer enkele reis, en dat toegankelijk voor alle minder mobiele inwoners van de regio. 3.. Bij het vrijwilligersvervoer wordt (indien van toepassing) uitsluitend gebruik gemaakt van voertuigen die: - gedurende de gehele subsidieperiode APK zijn gekeurd - verzekerd zijn met WA verzekering inclusief inzittendendekking ARTIKEL 4. DOELGROEP: SUBSIDIEAANVRAGER EN SUBSIDIEONTVANGER 1.. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door één van de deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam, die subsidie willen verstrekken aan vrijwilligersvervoer in hun gemeente. ARTIKEL 5. DE SUBSIDIE 1.. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten. 2.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3.. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering van de activiteiten voor een periode van maximaal één kalenderjaar, als voor dezelfde activiteiten in een eerder tijdvak, subsidie op basis van deze regeling (of diens voorganger) is verstrekt. 4.. In afwijking van het derde lid, bedraagt de subsidie ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering van de activiteiten voor een periode van maximaal één kalenderjaar, als voor deze activiteiten niet in een eerder tijdvak, subsidie op basis van deze regeling (of diens voorganger) is verstrekt. 5.. De subsidie wordt voor maximaal één jaar verleend. Bij voortzetting van dezelfde activiteiten, kan voor een opvolgend jaar subsidie worden aangevraagd. 6.. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de subsidiabele kosten en de duur van de activiteiten. ARTIKEL 6. SUBSIDIEPLAFOND 1.. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is per subsidiejaar van 1 januari tot en met 31 december het volgende subsidieplafond van toepassing: € 300.000,- (zegge: drie honderd duizend euro). 2.. Het dagelijks bestuur kan besluiten het subsidieplafond te wijzigen, deze regeling te verlengen en daarbij een nieuw subsidieplafond (per kalenderjaar) vast te stellen. 3.. Subsidie wordt slechts verleend, onder de voorwaarde, dat het door het dagelijks bestuur vastgestelde subsidieplafond voor vrijwilligersvervoer niet wordt overschreden. ARTIKEL 7. AANVRAAG OMTRENT SUBSIDIEVERLENING 1.. Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur. 2.. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op de website van de Vervoerregio Amsterdam vermelde e-mailadres. 3.. Een subsidieaanvraag dient betrekking te hebben op vrijwilligersvervoer in een deelnemende gemeente van de Vervoerregio Amsterdam. 4.. Een subsidieaanvraag voor het komende subsidiejaar dient uiterlijk op 1 oktober te zijn ingediend. 5.. In afwijking van het vierde lid, dient de subsidieaanvraag voor het subsidiejaar 2026 uiterlijk op 24 augustus 2026 te zijn aangevraagd. 6.. Aan één gemeente kan maximaal één subsidie per jaar worden verstrekt. 7.. De aanvraag voor subsidie bedraagt maximaal € 75.000 per jaar. 8.. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: - de aanvraag dan wel het aanvraagformulier (indien van toepassing) die de vrijwilligersorganisatie bij de gemeente heeft ingediend voor subsidie van het vrijwilligersvervoer en die voldoet aan de verplichtingen en voorwaarden van de hiervoor geldende subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer van de deelnemende gemeente, met daarbij een onderbouwing van de voorgenomen activiteiten voor vrijwilligersvervoer; - een onderbouwing van de kosten dan wel begroting van het vrijwilligersvervoer, ter beoordeling van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 5 lid 3 of lid 4 en artikel 9; - een onderbouwing in hoeverre aan de toetsingscriteria van artikel 8 lid 5 wordt voldaan; - eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd. 9.. In afwijking van het achtste lid, geldt voor een subsidieaanvraag voor dezelfde activiteiten, waar in het voorgaande tijdvak subsidie voor is verstrekt, dat deze aanvraag niet hoeft te zijn voorzien van de onderbouwing opgenomen in artikel, 8, aanhef en onder a en c. De aanvrager dient bij de aanvraag wel te verklaren dat het om precies dezelfde activiteiten gaat, waar direct voorafgaand aan het aangevraagde tijdvak subsidie voor is verstrekt. ARTIKEL 8. WIJZE VAN VERDELING 1.. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.. Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid 1 is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend. 3.. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. 4.. Indien twee of meer aanvragen op hetzelfde moment ingediend worden, maar verlening van deze aanvragen in verband met het subsidieplafond niet mogelijk is, dan zal als subsidiaire verdelingsmethode worden geloot. 5.. Toetsingscriteria - het project dient ten goede te komen aan de reiziger; - het vervoer zal op geen enkele wijze het lokale / regionale door de overige concessiehouders verrichte bus- en tramvervoer hinderen; - de uitvoering van het project is gelegen in de Vervoerregio Amsterdam; - het vervoer dient toegankelijk te zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking die er gebruik van willen maken; - indien het vervoer wordt verricht met motorvoertuigen, dan dienen die te voldoen aan minimaal Euro V/EEV normen; - het materieel voldoet aan geldende wet- en regelgeving wat betreft veiligheid; - het vervoer wordt gedurende een aangesloten periode van minimaal 12 maanden uitgevoerd; ARTIKEL 9. KOSTEN DIE VOOR SUBSIDIE IN AANMERKING KOMEN 1.. Voor subsidie komen in aanmerking de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 2.. De in lid 1 bedoelde kosten zijn in ieder geval: - Vervoerskosten - Vrijwilligerskosten - Communicatiekosten - Organisatiekosten 3.. Niet voor subsidie komen in aanmerking: - de kosten tot verwerving van de subsidie; - koop, huur of lease van voertuigen; - verkeersboetes; - schade aan voertuig(en) die zijn ingezet voor vrijwilligersvervoer; - de te betalen of reeds betaalde omzetbelasting over de activiteiten; - motorrijtuigenbelasting/verzekeringspremies. ARTIKEL 10. VASTSTELLING 1.. In afwijking van artikel 5.2 van de subsidieverordening, dient bij de aanvraag tot vaststelling alleen te worden ingediend: - Een verslag van de uitgevoerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt in het voorgaande jaar; - de subsidievaststellingsbeschikking van het college van burgemeester en wethouders van Subsidieontvanger voor de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt in het afgelopen jaar. 2.. In afwijking op artikel 5.1 van de subsidieverordening dient subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in vóór 1 november volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. ARTIKEL 11. AANVULLENDE WEIGERINGSGRONDEN 1.. Overeenkomstig artikel 7 van de subsidieverordening kan een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening worden geweigerd als: - de kosten naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet redelijk zijn; - er gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de subsidieontvanger niet aan de voorwaarden, verplichtingen en bepalingen van deze regeling zal voldoen; - de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 7, lid 6, van deze subsidieregeling genoemde vereisten; - de subsidieontvanger naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende invulling heeft gegeven aan de wijze waarop de subsidieontvanger zal voldoen aan zijn verplichtingen gesteld bij of krachtens de subsidieverordening of deze subsidieregeling. ARTIKEL 12. VERANTWOORDING EN EVALUATIE 1.. De subsidieontvanger verleent op verzoek van het dagelijks bestuur medewerking aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. 2.. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een door of vanwege het dagelijks bestuur ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek. 3.. De subsidieontvanger is verplicht de op de subsidie betrekking hebbende administratie en de daarbij behorende stukken tot 7 jaar na de subsidievaststelling te bewaren. ARTIKEL 13. SLOTBEPALINGEN 1.. Deze subsidieregeling treedt met terugwerkende kracht in per 1 januari 2026 in werking en geldt tot en met 31 december 2030. 2.. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vrijwilligersvervoer. Melanie van der Horst Voorzitter Harro Homan Secretaris-directeur ALGEMENE TOELICHTING Inleiding Uit het Beleidskader Mobiliteit volgt dat publieke mobiliteit en inclusiviteit belangrijke speerpunten zijn van de Vervoerregio Amsterdam. Hoe minder fijnmazig het openbaar vervoer volgens een concessie des te groter de WMO-groep en vice versa. Vrijwilligersvervoer kan bijdragen aan het ontlasten van WMO-vervoer […tekst ingekort]
Toon brontekst
Amsterdamse Subsidieregeling Vrijwilligersvervoer Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikelen 3 en 4 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013, besluit de volgende regeling vast te stellen: Amsterdamse Subsidieregeling Vrijwilligersvervoer Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - Amsterdammers, die minder mobiel zijn: mensen die moeite hebben om gebruik te maken van het openbaar vervoer, - gebied: één of meerdere buurten in de gemeente Amsterdam waar het vraagafhankelijk personenvervoer door de aanvrager primair wordt uitgevoerd; - mobiliteit: de mate waarin mensen voorzieningen, (vrijwilligers)werk en sociale contacten kunnen bereiken door middel van vervoer; - uitstootvrije voertuigen: voertuigen die door een uitstootvrije motor, zijnde een motor die is bedoeld voor de primaire aandrijving van het voertuig door middel van een tractiebatterij of waterstof brandstofcel, wordt aangedreven; - uitvoerder: een rechtspersoon, die zonder winstoogmerk, vrijwilligersvervoer in de gemeente Amsterdam organiseert en uitvoert, nu of in de nabije toekomst; - voertuig: een transportmiddel op ten minste vier wielen, ingericht voor het vervoer van tussen de één en acht personen, de chauffeur daaronder niet begrepen; - vrijwilligersvervoer: vervoersactiviteiten die worden uitgevoerd door vrijwilligers, op vraagafhankelijke basis met als doel het vergroten van de mobiliteit van mensen die minder mobiel zijn; onder te verdelen in kleinschalig (< 1000 ritten), middelgroot (1000 tot 6000 ritten) en groot (> 6000 ritten). - vrijwilligerswerk: werkzaamheden dieniet bij wijze van beroep of bedrijf worden uitgevoerd;waarbij er geen winstoogmerk is;die het algemeen belang of een bepaald maatschappelijk belang dienen, enniet in plaats komen van betaald werk - Wp2000: Wet personenvervoer. Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3 Doel van de subsidieregeling Het doel van deze regeling is het stimuleren van het aanbieden van vervoer door vrijwilligers aan Amsterdammers die minder mobiel zijn, waardoor de mobiliteit van deze Amsterdammers binnen hun woongebied wordt verbeterd en eenzaamheid wordt tegengegaan door het verbinden van bewoners en het faciliteren van ontmoetingen. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie voor de volgende activiteiten verlenen: - een tegemoetkoming in de totale daadwerkelijke kosten verbonden aan het oprichten en organiseren van vrijwilligersvervoer door de aanvrager en de kosten van het vervoer door vrijwilligers voor maximaal één jaar; - een tegemoetkoming in de totale daadwerkelijke kosten verbonden aan het vervoer door vrijwilligers voor een periode van maximaal drie jaar. Hoofdstuk 2 Subsidieplafond Artikel 5 Subsidieplafond, hoogte subsidie en subsidiabele kosten 1.. Het college stelt voor de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 4 een subsidieplafond vast voor het de looptijd van de regeling. Er is €612.500 beschikbaar, indien de raad instemt wordt het met €575.000 opgehoogd. 2.. De aanvragen van subsidie voor de activiteiten die volgens deze regeling voor subsidie in aanmerking komen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. 3.. Voor activiteiten zoals omschreven in artikel 4, onder a bedraagt de maximale subsidiebijdrage €20.000. 4.. Voor activiteiten zoals omschreven in artikel 4, onder b wordt de maximale subsidiebijdrage als volgt bepaald: - per subsidiejaar, een maximale subsidiebijdrage vastgesteld door het verwachtte aantal te rijden ritten in het subsidiejaar te vermenigvuldigen met een maximale subsidiebijdrage per rit, te weten €20 voor kleinschalig vrijwilligersvervoer, €15 voor middelgroot vrijwilligersvervoer en €10 voor groot vrijwilligersvervoer; - voor uitvoerders actief binnen de stadsdelen Nieuw-West, Noord of Zuidoost wordt de maximale subsidiebijdrage per rit zoals genoemd in artikel 5, derde lid onder a vermeerderd met €2,50. - De maximale subsidiebijdrage per jaar ten opzichte van het voorgaande jaar als gevolg van verwachte groei van het aantal ritten is begrensd tot een maximum van €20.000 voor kleinschalig vrijwilligersvervoer, €30.000 voor middelgroot vrijwilligersvervoer en €40.000 voor groot vrijwilligersvervoer. - de subsidie bedraagt maximaal 85% van de totale inkomsten van de subsidiabele activiteit van de uitvoerder; - de maximale subsidie per jaar, per aanvraag bedraagt €250.000. Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 6 Aanvrager Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk. Artikel 7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.. In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 wordt bij de subsidieaanvraag een plan overgelegd waarin het volgende is opgenomen: - Een inschatting van het verwachtte aantal ritten dat per subsidiejaar zal worden gereden en de tariefopbouw van deze ritten; - Een vervoersplan, waarin staat beschreven welke behoefte er in het gebied is, en hoe de activiteit deze behoefte zal invullen; - Een communicatieplan, waarin staat beschreven hoe de activiteit de doelgroep wil bereiken om gebruik te maken van het door de uitvoerder aangeboden vervoer en hoe de uitvoerder vrijwilligers aan zich wil binden; - Een document, waaruit blijkt welke voertuigen gebruikt zullen worden, van welke bouwjaar de voertuigen zijn, of de voertuigen uitstootvrij zijn en op welke manier deze voertuigen en de bestuurders verzekerd zijn gedurende de subsidieperiode; - Verzoek tot of Ontheffing artikel 29 Wp2000, indien van toepassing. 2.. Bestaande vrijwilligersvervoeractiviteiten moeten tevens de ritadministratie van het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag overleggen. Artikel 8 Aanvraagtermijn subsidies en volgorde afhandeling aanvragen Een aanvraag kan het gehele jaar door worden ingediend bij het college. Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie Artikel 9 Weigeringsgronden 1.. In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie als: - De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds heeft plaatsgevonden op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd; - De activiteit niet voldoet aan een van de volgende eisen:het betreft vrijwilligerswerk;het vrijwilligersvervoer is toegankelijk voor alle minder mobiele inwoners van het gebied, die zelfstandig in en uit kunnen stappen;de activiteit is primair gericht op de mobiliteit van minder mobiele inwoners. - Indien één of meer gebruikte voertuigen niet voldoen aan een van de volgende eisen:de voertuigen zijn gedurende de subsidieperiode APK gekeurd, indien dit mogelijk is voor het betreffende voertuig;de voertuigen zijn ten alle tijden verzekerd met een WA-verzekering inclusief inzittendendekking;de gebruikte voertuigen zijn uitstootvrij dan wel hebben de gebruikte voertuigen minimaal drie zitplaatsen (inclusief bestuurder) en zijn die reeds voor het indienen van de subsidie aangeschaft en zijn die toegelaten tot de Amsterdamse milieuzone. - De activiteit een vorm van openbaar vervoer betreft waarvoor geen ontheffing op grond van artikel 29 Wp2000 is of wordt verleend. 2.. In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als de aanvrager voor dezelfde kosten reeds subsidie ontvangt van op grond van een andere regeling. Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 10 Aanvullende verplichtingen Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: - De uitvoerders van nieuwe en klein vrijwilligersvervoer hebben minimaal één keer per jaar deel aan een gesprek met de subsidieverstrekker om de voortgang van de activiteit te bespreken; de uitvoerders van middelgroot vrijwilligersvervoer hebben minimaal een keer per half jaar overleg met het college; uitvoerders van groot vrijwilligersvervoer minimaal een keer per kwartaal. - De gemiddelde ritprijs voor de inwoners die gebruik maken van het vrijwilligersvervoer is maximaal tweemaal de kosten van de ritprijs van het reguliere openbaar vervoer in Amsterdam. Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 11 Verantwoording subsidies 1.. In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling van nieuw en klein vrijwilligersvervoer: - Een activiteitenverslag waarin staat beschreven:Een overzicht van de belangrijkste activiteiten tijdens de subsidieperiodeWat er bij de uitvoering van de activiteit goed is gegaan en wat er bij voortzetting of een volgend project beter kan of anders moet. - Een zo compleet mogelijk overzicht van de gereden ritten, start- en aankomstpunt op straatniveau. 2.. In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling van middelgroot en groot vrijwilligersvervoer tevens een vergelijking van de begroting en de daadwerkelijk gemaakte kosten en de kosten per uitgevoerde rit. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd Deze subsidieregeling treedt in werking een dag na publicatie in het Gemeenteblad en vervalt van rechtswege op 1 juli 2027. Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Amsterdamse Subsidieregeling Vrijwilligersvervoer. Toelichting bij de subsidieregeling Deze subsidieregeling beoogt organisaties die vervoer aanbieden op vrijwillige basis en daarvoor gebruik maken van auto’s, (buurt)bussen en/of elektrische gehandicaptenvoertuigen te ondersteunen, om mensen die minder mobiel zijn te vervoeren van A naar B. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten - Subsidiabele activiteiten richten zich op een tegemoetkoming in de totale kosten verbonden aan het oprichten en organiseren van een nieuwe vrijwilligersvervoer door de aanvrager en de kosten van het feitelijk vervoer. De opstartkosten zijn kosten die worden gemaakt bij het beginnen van een initiatief. Bijvoorbeeld het oprichten van een stichting of een vereniging. - Kosten van feitelijk vervoer bestaan uit:Vervoer gerelateerde kosten, kosten die toenemen als er meer ritten worden uitgevoerd of meer voertuigen worden gebruikt. Bijvoorbeeld onderhoud, elektriciteit of brandstof, verzekering.Vrijwilligers gerelateerde kosten, kosten die toenemen als er meer vrijwilligers actief zijn. Bijvoorbeeld vrijwilligersvergoeding, cursussen en trainingen, kosten voor noodzakelijke hulpmiddelen.Communicatie gerelateerde kosten, kosten die worden gemaakt bij het aantrekken van sponsors en vrijwilligers. Bijvoorbeeld kosten voor flyers of kleine sponsorevenementen.Organisatie gerelateerde kosten, kosten die komen kijken bij het organiseren van het initiatief en het vervoer. Bijvoorbeeld kantoorkosten, communicatiemiddelen, ritadministratie. Hoofdstuk 2 Subsidieplafond Artikel 5 Subsidieplafond - De maximale tegemoetkoming voor het uitvoeren van vrijwilligersvervoer in het eerste jaar en de opstartkosten zijn €20.000. - Om te zorgen dat de subsidiegelden voldoende doelmatig besteed worden en de subsidiepot niet wordt leeggemaakt door relatief inefficiëntie organisaties die eerder aanvragen dan andere relatief efficiënte organisaties wordt een maximumbijdrage per rit vastgesteld. Het college gaat er daarbij vanuit dat grotere organisaties efficiënter zijn, omdat zij allerlei vaste (en variabele) lasten kunnen spreiden over meer ritten. Hierbij valt te denken aan de kosten voor voertuigen, kantoorruimte, telefoons, etc. Een organisatie die minder dan 1000 ritten rijdt kan in principe met één voertuig toe, terwijl een organisatie die 2000 ritten rijdt dat ook zou moeten kunnen. Daarmee zijn de kosten voor deze tweede organisatie na […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.