GeslotenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra

Gemeente Amsterdam

Kindercentra in Amsterdam die voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met risico op taalachterstanden en voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Eenmalige subsidie voor kindercentra in Amsterdam voor individuele voorschoolplaatsen voor doelgroepkinderen (2,5-4 jaar met taalachterstanden) en niet-doelgroepkinderen zonder recht op kinderopvangtoeslag. Plaatsen omvatten 12 uur per week (doelgroep) of maximaal 6 uur per week (niet-doelgroep) voorschoolse educatie.

Voor wie is het bedoeld?

Kindercentra in Amsterdam die voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met risico op taalachterstanden en voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag.

Kindercentrum

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor individuele voorschoolplaatsen in kindercentra
  • Bereik van doelgroepkinderen vergroten met voorschoolse educatie
  • Gratis voorschoolaanbod bieden aan kinderen zonder recht op kinderopvangtoeslag

Voorwaarden

  • Kindercentrum moet als voorschool zijn geregistreerd in het LRKP
  • Doelgroepkinderen moeten tussen 2,5 en 4 jaar oud zijn en ingeschreven in Amsterdam
  • Risico op taalachterstanden moet zijn vastgesteld door jeugdarts, jeugdverpleegkundige of OKA
  • Individuele voorschoolplaats voor doelgroepkinderen: 12 uur per week, vier dagdelen van gemiddeld 3 uur, verspreid over 2-4 dagen per week
  • Individuele voorschoolplaats voor niet-doelgroepkinderen: maximaal 6 uur per week, twee dagdelen van minimaal 2,5 uur, verspreid over 1-2 dagen per week
  • Maximaal 52 weken per kalenderjaar
  • Geen stapeling van subsidies toegestaan
  • Aanbod moet effectief zijn (niet 6 uur voorschool binnen 6 uur opvang)

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kindercentrum
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Ronde 2016-2017Gesloten
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 3. Doel subsidieregeling Artikel 4. Subsidiabele activiteiten Hoofdstuk 2 Subsidieplafond Artikel 5. Subsidieplafond Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 6. De aanvrager Artikel 7. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Hoofdstuk 4 Verlening en weigering van de subsidie Artikel 8. Hoogte van het subsidiebedrag Artikel 9. Weigeringsgronden Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 10. Aanvullende verplichtingen Artikel 11. Tussentijdse verantwoording en voorschot Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 12. Hardheidsclausule Artikel 13. Overgangsrecht Artikel 14. Citeertitel Toelichting Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR406259 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR406259/1 sluiten Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2016-2017 Geldend van 01-07-2016 t/m heden Intitulé Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2016-2017 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 b. beleidsplan: het beleidsplan ‘Ontwikkelkansen voor alle Amsterdamse peuters. Beleidsplan peutergroep/vve 2016-2018', zoals vastgesteld door het college op 25 augustus 2015; c. besluit: Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; d. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; e. doelgroepkind: kind tussen 2,5 en 4 jaar dat is ingeschreven in de gemeente Amsterdam met een risico op (taal)achterstand dat is vastgesteld door een jeugdarts of jeugdverpleegkundige 0-4/Ouder- en Kindadviseur (OKA) van het Ouder- en Kindcentrum (OKC); f. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; g. kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; h. Landelijk Register Kinderdagverblijven en Peuterspeelzalen (LRKP): landelijk registratiesysteem van de rijksoverheid waarin alle kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen die na een inspectie door de GGD en na een positieve beschikking van de gemeente worden geregistreerd; i. kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; j. ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; k. voorschool: een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en als zodanig is geregistreerd in het LRKP; l. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; m. wet: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3. Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling heeft tot doel om meer doelgroepkinderen deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. Daarnaast beoogt de regeling om ook de deelname van niet-doelgroepkinderen te bevorderen. Artikel 4. Subsidiabele activiteiten Op grond van deze regeling verleent het college een eenmalige subsidie aan een houder van een kindercentrum voor: a. een individuele voorschoolplaats voor een doelgroepkind met een omvang van in totaal 12 uur per week, bestaande uit vier dagdelen van gemiddeld 3 uur voorschoolse educatie, verspreid over twee, drie of vier dagen per week; b. een individuele voorschoolplaats voor een niet-doelgroepkind, waarvan de ouder geen recht heeft op kinderopvangtoeslag, met een omvang van in totaal maximaal 6 uur per week, bestaande uit twee dagdelen van ten minste 2,5 uur voorschoolse educatie, verspreid over een of twee dagen per week. Hoofdstuk 2 Subsidieplafond Artikel 5. Subsidieplafond Het college stelt een subsidieplafond vast voor de activiteiten die volgens deze subsidieregels voor subsidie in aanmerking komen. Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 6. De aanvrager Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum dat is opgenomen in het LRKP en die van de gemeente subsidie ontvangt voor de uitvoering van voorschoolse educatie. Artikel 7. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 wordt bij de subsidieaanvraag een prognose van het verwachte aantal deelnemende kinderen per maand voor het op het moment van de aanvraag resterende deel van het kalenderjaar overgelegd. In de prognose wordt per voorschoollocatie onderscheid gemaakt tussen het verwachte aantal doelgroepkinderen en het verwachte aantal niet-doelgroepkinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Hoofdstuk 4 Verlening en weigering van de subsidie Artikel 8. Hoogte van het subsidiebedrag 1. Het college bepaalt de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag op basis van de informatie als bedoeld in artikel 7 van deze subsidieregeling; 2. Het college stelt jaarlijks een maximum uurtarief vast waarvoor subsidie verleend kan worden. Artikel 9. Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kanhet college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen: a. als sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 van de subsidieregeling voorschoolse educatie en peuterspeelzaalwerk 2016; b. als het aanbod niet of onvoldoende bijdraagt aan het vergroten van het bereik van doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; c. voor een individuele voorschoolplaats voor kinderen die al op een andere voorschool(groep) gebruik maken van voorschoolaanbod; d. voor niet effectief voorschoolaanbod, waaronder in ieder geval 6 uur voorschoolaanbod binnen 6 uur opvang wordt verstaan; e. voor een individuele voorschoolplaats voor niet-doelgroepkinderen waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag; f. voor een individuele voorschoolplaats voor Amsterdamse kinderen waarvan de ouders een sociaal medische indicatie (SMI) hebben. Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 10. Aanvullende verplichtingen In aanvulling op de verplichtingen in artikel 10 en 11 van de ASA 2013 sluit de subsidieontvanger een contract met de ouder van een niet-doelgroepkind zonder recht op kinderopvangtoeslag waarin is opgenomen dat: a ouders verklaren geen recht op kinderopvangtoeslag te hebben; b ouders wijzigingen in het recht op kinderopvangtoeslag onverwijld doorgeven aan de subsidieontvanger; c ouders instemmen met controle van het recht op kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst. Artikel 11. Tussentijdse verantwoording en voorschot In aanvulling op artikel 14 van de ASA 2013 stuurt de subsidieontvanger na afloop van elke maand of elk kwartaal een kostenoverzicht met daarin het aantal doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen zonder recht op kinderopvangtoeslag dat gebruik heeft gemaakt van de individuele voorschoolplaats tegen het beschikte uurtarief. Het kostenoverzicht dient als een verzoek tot bevoorschotting, na ontvangst worden de door de houder gemaakte kosten als voorschot op de subsidie uitbetaald. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 12. Hardheidsclausule Het college kan bepalingen van deze regeling buiten beschouwing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard gelet op het belang van individuele voorschoolplaatsen voor doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Artikel 13. Overgangsrecht 1. Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidies voor activiteiten die met ingang van 1 juli 2016 worden uitgevoerd; 2. Op de subsidiëring van activiteiten tot 1 juli 2016 is de subsidieregeling 2015-2016 van toepassing. Artikel 14. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2016-2017. Toelichting Toelichting Deze subsidieregeling heeft de vorm van nadere regels als bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 (verder de ASA). Dit betekent dat op de subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt eveneens de ASA van toepassing is. Deze regeling vormt een aanvulling op hetgeen in de ASA is geregeld. Waar dat noodzakelijk is wordt verwezen naar het betreffende artikel uit de ASA. In deze toelichting wordt voor zover noodzakelijk per artikel nadere uitleg gegeven. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 . Begripsomschrijvingen Voor de begripsomschrijvingen in deze nadere regels is zoveel mogelijk aangesloten bij de begrippen uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Wet op het primair onderwijs en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Sub f: kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; Sub i: ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een vergoeding op grond van de Jeugdwet buiten beschouwing blijft; Sub k: voorschoolse educatie: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten; Onderdelen a, b, c, d, e, g, h, j, en l behoeven geen toelichting. Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 3. Doel subsidieregeling Amsterdam streeft ernaar zoveel mogelijk doelgroepkinderen te bereiken met een aanbod van voorschoolse educatie. In Amsterdam zijn in de afgelopen periode veel doelgroepkinderen uitgestroomd uit de voorschool kinderopvang. Deze terugloop van de vraag is te relateren aan de gevolgen van de economische crisis en de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag (beperking urencriterium en verlaging toeslag). Om een sluitende aanpak te realiseren is echter nog steeds voorschool in de kinderopvang nodig. In buurten waar weinig doelgroepkinderen wonen is het financieren van voorschool op de peuterspeelzaal meestal niet efficiënt. De openingstijden van de peuterspeelzalen sluiten onvoldoende aan bij de behoeften van werkende of studerende ouders. De mogelijkheid om subsidie te verlenen voor individuele voorschoolplaatsen voor doelgroepkinderen in kwalitatief goede kindercentra is een tijdelijke oplossing om meer doelgroepkinderen te bereiken. De gemeente kan met deze subsidieregeling een betere afweging maken welke voorziening aansluit bij de vraag. Zo wordt gebruik gemaakt van de bestaande pedagogische infrastructuur en worden de beschikbare middelen het beste benut. De ambitie van het beleidsplan ‘Ontwikkelkansen voor alle Amsterdamse peuters. Beleidsplan peutergroep/vve 2016-2018' is toewerken naar een integrale voorziening voor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar. Dit betekent een ontwikkelrecht voor doelgroepkinderen en voor niet-doelgroepkinderen. Het doel is dat alle kinderen gebruik kunnen maken van een voorziening waar ontwik
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.