GeslotenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2023

Gemeente Amsterdam

Voor rechtspersonen die activiteiten uitvoeren gericht op de sociale basis in Amsterdam, waaronder volwassenen, jeugd, mantelzorgers en vrijwilligers.

Ook bekend als Sociale basis Amsterdam, ASA 2023

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor activiteiten gericht op de sociale basis in Amsterdam, waaronder ondersteuningsstructuur voor sport en bewegen, trainingen, en activiteiten voor zelfredzaamheid en ontplooiing van volwassenen en jeugd. Rechtspersonen kunnen aanvragen indienen per stadsdeel of stadsbreedte.

Voor wie is het bedoeld?

Voor rechtspersonen die activiteiten uitvoeren gericht op de sociale basis in Amsterdam, waaronder volwassenen, jeugd, mantelzorgers en vrijwilligers.

Rechtspersoon

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor sport- en beweegactiviteiten in Amsterdam
  • Financiering voor trainingen Grip op je Geld en Op Eigen Kracht
  • Ondersteuning voor activiteiten gericht op zelfredzaamheid en ontplooiing in stadsdelen
  • Eenmalige subsidie voor jeugd- en volwassenenactiviteiten per stadsdeel

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een rechtspersoon zijn
  • Activiteiten moeten vallen onder één van de zes hoofdcategorieën (stadsbrede activiteiten, periodieke subsidies per stadsdeel, eenmalige subsidies per stadsdeel)
  • Subsidieplafonds worden jaarlijks vastgesteld per stadsdeel of stadsbreedte
  • Voor stadsbrede activiteiten kan alleen periodieke subsidie worden aangevraagd
  • Stadsdeeloverstijgende subsidieaanvragen kunnen alleen in de periodieke subsidieronde worden aangevraagd

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een rechtspersoon
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Gesloten
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2025-2030Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Tender

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025
    De raad van de gemeente Amsterdam,
    gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2023
    gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,
    besluit de volgende verordening vast te stellen:
    Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025
    
    Hoofdstuk 1: algemene bepalingen
    
    Artikel 1.1 definities
    In deze subsidieverordening wordt verstaan onder:
    - aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling: medewerker die binnen een organisatie zorg draagt voor de borging van procedures voor het handelen bij huiselijk geweld en kindermishandeling en optreedt als expert bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling;
    - alliantie: een groep van rechtspersonen, die uitvoering geeft aan alle kernfuncties in een stadsdeel;
    - ASA 2023: Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023;
    - beweegnetwerk: het geheel van contacten en organisaties op het gebied van sporten en bewegen, zorg- en welzijn en partners in de sociale basis met laagdrempelig sport- en beweegaanbod;
    - boekjaarsubsidie: een boekjaarsubsidie als bedoeld in de ASA 2023, met dien verstande dat deze wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes jaar;
    - buurtteam: team dat in een buurt van Amsterdam advies, informatie, ondersteuning en zorg biedt aan volwassenen;
    - collectieve maatschappelijke dienstverlening: collectieve activiteiten waaronder laagdrempelige vormen van informatie en advies, trainingen en groepsbijeenkomsten;
    - college: college van burgemeester en wethouders;
    - eenmalige subsidie: een eenmalige subsidie als bedoeld in de ASA 2023, met dien verstande dat de uitvoering binnen het kalenderjaar valt;
    - ervaringsdeskundige: iemand die is opgeleid om eigen ervaringen te gebruiken om anderen te ondersteunen;
    - GOS (gebiedsgerichte opgaven sociaal): beschrijving van de opgaven ten aanzien van de diverse thema’s en doelgroepen in het stadsdeel / -gebied, op basis waarvan door het stadsdeelbestuur wordt aangegeven waar prioriteiten liggen en op welke wijze invulling wordt gegeven aan het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 (beleidskader);
    - huis van de wijk: een sociale accommodatie met een centrale rol in een bepaald gebied;
    - jongerencentrum: een sociale accommodatie met een centrale rol in een bepaald gebied gericht op jongeren;
    - kernfuncties: wijkoverstijgende functies in de sociale basis, die overal in een stadsdeel beschikbaar moeten zijn en uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel;
    - kwetsbare situatie: gestapelde problematieken op het gebied van gezondheid en bestaanszekerheid voor die doelgroepen zoals in het beleidskader is bedoeld;
    - mantelzorger: iemand die langdurig, intensief en onbetaald zorg en ondersteuning geeft aan een ander met wie diegene een persoonlijke band heeft en die ondersteuning behoeft door een beperking in gezondheid;
    - OKT (Ouder- en Kindteam): organisatie binnen Amsterdam waar ouders, kinderen, jongeren en professionals die met jeugd werken, terecht kunnen met vragen en zorgen over opvoeden, opgroeien en gezondheid;
    - participatie: in staat zijn om zelfstandig en volwaardig te kunnen deelnemen aan de maatschappij;
    - pedagogische basisinfrastructuur: alles wat te maken heeft met het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren;
    - penvoerder: een aangewezen partij die namens de deelnemers aan een samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient;
    - preventie: voorkomen van en vroegtijdige ondersteuning bieden bij problemen zoals in het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 staat beschreven;
    - respijtzorg: een tijdelijke overname van de taken van de mantelzorger;
    - sociale accommodatie: een laagdrempelige en toegankelijke accommodatie voor en door bewoners waar zij elkaar ontmoeten, participeren en activeren;
    - sociale basis: fundament van gemeentelijk stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen;
    - sociaal weefsel: zeer lokaal netwerk van buurtgenoten, die op die wijze een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en saamhorigheid in de buurt, aansluitend op de doelstellingen van de sociale basis;
    - stadsbrede functies: functies die niet gebiedsgericht kunnen worden georganiseerd;
    - stadsdeel als bedoeld in de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, waarbij onder stadsdeel ook het stadsgebied Weesp wordt verstaan;
    - vrijwillige inzet: onbetaalde inzet voor een ander of groep met een ondersteuningsbehoefte of voor activiteiten (in de buurt);
    - vrijwilliger: iemand die zich onbetaald en belangeloos inzet voor anderen die hulp of informele zorg nodig hebben, of bijdraagt aan activiteiten (in de buurt);
    - zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen doen.
    
    Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023
    De Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023 is van overeenkomstige toepassing, tenzij daarvan in deze verordening uitdrukkelijk wordt afgeweken.
    
    Artikel 1.3 Doel subsidieverordening
    1..
    Deze verordening maakt het mogelijk subsidie te verlenen voor activiteiten die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelen uit het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 zoals op 24 januari 2024 vastgesteld door de gemeenteraad en de per gebied uitgewerkte GOS.
    2..
    Het doel van deze verordening is het stimuleren van een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt. Dit aanbod is gericht op het vergroten van gelijke kansen om gezond te worden en gezond te blijven, het vergroten van gelijke kansen op bestaanszekerheid en het vergroten van gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd en gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten.
    
    Artikel 1.4 Bevoegdheid college
    1..
    Het college is bevoegd om subsidie te verlenen op grond van deze verordening;
    2..
    Het college kan in afwijking van artikel 1, onderdeel c, van de ASA 2023 een boekjaarsubsidie verstrekken voor een periode van maximaal zes jaar;
    3..
    Het college kan in afwijking van artikel 1, onderdeel f, van de ASA 2023 een eenmalige subsidie verlenen waarvan de uitvoering binnen het kalenderjaar dient te vallen.
    
    Artikel 1.5 Aanvrager
    Indien een subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder, draagt deze de verantwoordelijkheid voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling. De daarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
    
    Artikel 1.6 Bij de aanvraag in te dienen
    In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag voor hoofdstuk 2, 3 en 4 de volgende gegevens en stukken overgelegd:
    - een activiteitenplan dat aansluit bij de periode waar subsidie voor wordt aangevraagd en waarin wordt uitgewerkt:de activiteiten en de doelgroep(en) waarop deze zijn gericht;uitwerking van waarom en op welke manier de aanvrager voldoet aan de criteria zoals beschreven bij de verdeelsleutel in het hoofdstuk waarop wordt aangevraagd;
    - het ingevulde begrotingsformat zoals beschikbaar gesteld op de website;
    - het ingevulde formulier sociale basis zoals beschikbaar gesteld op de website;
    - In het geval een subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband: de door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin is beschreven op welke wijze deelnemende partijen bijdragen aan de werkzaamheden en de wijze waarop de besluitvorming, de verdeling van taken, rollen en de financiering binnen het verband is geregeld.
    
    Artikel 1.7 Weigeringsgronden
    In aanvulling op artikel 8 van de ASA 2023 kan het college een te verlenen subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als:
    - naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor voorliggende financiering is voorgeschreven of mogelijk is;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college te grote risico’s met zich mee brengen voor de ontwikkeling, gelijke behandeling, gezondheid of veiligheid van deelnemers of andere betrokkenen;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieverordening of niet passen binnen de subsidiabele activiteiten per hoofdstuk zoals in deze subsidieverordening omschreven.
    
    Artikel 1.8 Verlening onder ontbindende voorwaarde voor kernfuncties
    Het college verleent een boekjaarsubsidie voor maximaal 6 jaar onder de ontbindende voorwaarde dat:
    - van het totaal van de activiteiten van de kernfuncties, een of meer activiteiten niet, dan wel onvoldoende wordt uitgevoerd;
    - een alliantie zodanig wordt gewijzigd dat de activiteiten uit het activiteitenplan naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieverordening of niet in overeenstemming zijn met gemeentelijk beleid;
    - de samenstelling van de alliantie zodanig wijzigt dat dit naar de beoordeling van het college geen solide basis vormt om de rechtmatigheid of doelmatigheid van de verstrekte subsidies te waarborgen.
    
    Artikel 1.9 Begrotingsvoorbehoud
    Een subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat er jaarlijks voldoende middelen voor de sociale basis op de door de gemeenteraad vast te stellen begroting worden opgenomen.
    
    Artikel 1.10 Aanvullende verplichtingen
    Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, worden aan de subsidieverlening op grond van de hoofdstukken 2, 3 en 4, de volgende verplichtingen verbonden:
    - accommodaties waar publieksgerichte activiteiten plaatsvinden zijn goed bereikbaar, fysiek toegankelijk, bruikbaar en veilig en de activiteiten zijn sociaal toegankelijk en inclusief voor alle Amsterdammers;
    - de activiteiten vinden plaats in een gezonde omgeving zodat de gezondheid van de deelnemers wordt beschermd en deelnemers optimaal worden gefaciliteerd om gezond te leven;
    - in communicatie over activiteiten wordt rekening gehouden met Amsterdammers die laaggeletterd zijn of visuele of auditieve beperkingen hebben;
    - activiteiten zijn herkenbaar en vindbaar voor Amsterdammers;
    - de subsidieontvanger die rechtstreeks werkt met de Amsterdammer, heeft een geïmplementeerde Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en wijst een aandachtsfunctionaris binnen de organisatie aan. Kleine informele partijen bij wie dit niet haalbaar is, maken samenwerkingsafspraken met een professionele organisatie die wel een aandachtsfunctionaris heeft;
    - het voor zover mogelijk, gelet op de aard van de werkzaamheden, hebben en uitvoeren van een vastgesteld vrijwilligersbeleid;
    - professionals en vrijwilligers die rechtstreeks werken met jeugdigen, en voor zover mogelijk professionals en vrijwilligers die rechtstreeks werken met Amsterdammers in een kwetsbare situatie, ouderen, of Amsterdammers met regieverlies, zijn in het bezit van een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG);
    - professionals en vrijwilligers zijn bereid om onderdeel te zijn van netwerken rondom de Buurtteams en de OKT’s en werken met hen samen als er sprake is van gedeelde zorg of als hulpvragen complex zijn;
    - het hanteren van gedragsregels met betrekking tot het voorkomen van en omgaan met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag;
    - indien activiteiten worden uitgevoerd die in het beleidskader van effectiviteit worden onderzocht door of in opdracht van de gemeente dient de subsidieontvanger aan dit onderzoek mee te werken.
    
    Artikel 1.11 Aanvullende verplichting voor subsidies die voor meer jaren zijn verleend
    De indieningstermijn voor het jaarlijks overleggen van de in artikel 12 van de ASA genoemde gegevens ingeval van een voor meer jaren verleende subsidie, is in afwijking van de ASA 2023, 1 november.
    
    Artikel 1.12 Bij verantwoording in te dienen gegevens
    In aanvulling op artikel 16 van de ASA 2023 wordt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een financië
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2023
    Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
    gelet op Gemeentewet, art 160 eerste lid , Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013, artikel 3, gezien het stedelijk kader 2020-2023, Samen Vooruit: ‘Op weg naar een stevige sociale basis in Amsterdam’, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 29 mei 2019,
    besluit de volgende regeling vast te stellen:
    Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2023
    
    Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
    In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
    - ASA 2013: Algemene subsidieverordening Amsterdam 2013;
    - aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling: medewerker die binnen een organisatie zorg draagt voor de borging van procedures voor het handelen bij huiselijk geweld en kindermishandeling (De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2019) en optreedt als expert bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling;
    - buurtteam: team dat in een buurt van Amsterdam advies, informatie, ondersteuning en zorg biedt aan volwassenen;
    - college: college van burgemeester en wethouders;
    - collegeprioriteiten voor de sociale basis: de beleidsprioriteiten van het college ter uitvoering van het beleidskader Samen Vooruit;
    - ervaringsdeskundige: iemand die opgeleid is om eigen ervaringen te benutten om anderen te ondersteunen;
    - gebiedsgerichte opgave: de opgave met betrekking tot de sociale basis per gebied die jaarlijks in een plan per stadsdeel, de gebiedsgerichte uitwerking, wordt vastgelegd en voorafgaand aan het subsidiejaar door het dagelijks bestuur wordt vastgesteld;
    - mantelzorger: geeft langdurig, intensief en onbetaald zorg en ondersteuning aan iemand met wie hij/zij een persoonlijke band heeft en die ondersteuning behoeft door een beperking in gezondheid;
    - OKT: Ouder- en Kindteam; organisatie binnen Amsterdam waar ouders, kinderen, jongeren en professionals die met jeugd werken, terecht kunnen met vragen en zorgen over opvoeden, opgroeien en gezondheid;
    - penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die mede namens de andere deelnemers aan het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieregeling alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;
    - preventie: voorkomen en vroegtijdig bieden van ondersteuning bij problemen zoals in het beleidskader Samen Vooruit beschreven;
    - “Samen Vooruit”: beleidskader 2020-2023 voor de sociale basis zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 29 mei 2019;
    - Stadsdeel: Amsterdam bestaat uit zeven stadsdelen en het stadsgebied Weesp. De stadsdelen zijn onderverdeeld in gebieden. Zowel de zeven stadsdelen als stadsgebied Weesp hebben een Dagelijks Bestuur. Daar waar in deze Subsidieregeling stadsdeel staat, wordt ook stadsgebied Weesp bedoeld.
    - sociale accommodatie: laagdrempelige en toegankelijke plek voor en door wijkbewoners; bedoeld als een knooppunt om elkaar te ‘vinden’ (ontmoeten) en om te ‘verbinden’ (participeren en activeren). Bewoners (zowel volwassenen als jeugd) van de wijk worden er gefaciliteerd om initiatieven te ontplooien en kunnen in sociale accommodaties deelnemen aan activiteiten;
    - sociale basis: breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning overwegend in de eigen buurt of wijk, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de stad;
    - vrijwillige inzet: onbetaalde inzet voor een ander of groep met een ondersteuningsbehoefte of voor activiteiten (in de buurt);
    - vrijwilliger: iemand die zich onbetaald en belangeloos inzet voor anderen die hulp of zorg nodig hebben, of bijdraagt aan activiteiten (in de buurt);
    - zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen doen.
    
    Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013
    De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
    
    Artikel 1.3 Doel subsidieregeling
    1..
    Deze regeling is van toepassing op het beleidskader Samen Vooruit, op weg naar een stevige Sociale Basis in Amsterdam 2020-2023 zoals op 29 mei 2019 vastgesteld door de gemeenteraad, de collegeprioriteiten voor de sociale basis en de uitwerking van de opgave per gebied.
    2..
    Het doel van deze regeling is het realiseren van een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning overwegend in de eigen buurt of wijk om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de stad.
    
    Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten
    Deze regeling voorziet in voorschriften voor de verstrekking van:
    1..
    Periodieke subsidies betreffende stadsbrede activiteiten ten behoeve van:
    - de ondersteuningsstructuur voor sport en bewegen;
    - Grip op je Geld en/of Op Eigen Kracht-trainingen.
    2..
    Periodieke subsidies betreffende:
    - activiteiten gericht op zelfredzaamheid, ontplooiing en gelijke kansen volwassenen voor één of meerdere stadsdelen.
    - activiteiten gericht op zelfredzaamheid, ontplooiing en gelijke kansen jeugd voor één of meerdere stadsdelen.
    3..
    Eénmalige subsidies betreffende:
    - activiteiten gericht op zelfredzaamheid, ontplooiing en gelijke kansen volwassenen per stadsdeel.
    - activiteiten gericht op zelfredzaamheid, ontplooiing en gelijke kansen jeugd per stadsdeel.
    4..
    In hoofdstuk 2. zijn per activiteitengroep bedoeld in het eerste lid. onder a. en b. en het tweede en derde lid onder a. en b., in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 1, voorschriften opgenomen.
    
    Artikel 1.5 Subsidieplafond
    1..
    Het college stelt jaarlijks voor elk van de stadsbrede activiteiten die voor periodieke subsidie in aanmerking komen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a. en b. een stedelijk subsidieplafond vast.
    2..
    Het college stelt jaarlijks per stadsdeel subsidieplafonds vast voor de afzonderlijke activiteiten bedoeld in artikel 1.4, tweede lid onder a. en b., en derde lid onder a. en b. waarbinnen tevens een onderscheid wordt gemaakt tussen periodieke en eenmalige subsidies.
    3..
    Het college kan gedurende het boekjaar per stadsdeel subsidieplafonds vaststellen ten behoeve van éénmalige subsidie voor één of meer activiteiten genoemd in artikel 1.4, derde lid, indien lopende het boekjaar rijksmiddelen of provinciale middelen beschikbaar komen voor deze activiteiten.
    
    Artikel 1.6 Verdeelsleutel subsidieplafond
    1..
    Aanvragen om éénmalige subsidie worden behandeld in volgorde van binnenkomst.
    2..
    Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag periodieke subsidie of de gevraagde subsidie zou kunnen worden verleend of wordt geweigerd op grond van artikel 1.7, eerste lid of tweede lid a. tot en met d. De aanvragen periodieke subsidie die niet worden geweigerd, worden op een prioriteitenlijst gerangschikt indien het subsidieplafond (als bedoeld in artikel 1.5) niet toereikend is om alle aanvragen te honoreren. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten die zien op hetzelfde met elkaar vergeleken om tot een mix van activiteiten te komen die optimaal aansluit bij de opgave in alle gebieden.
    3..
    De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria:
    - de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de gebiedsgerichte opgave(n) sociale basis en de collegeprioriteiten binnen die opgave;
    - de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft te beschikken over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave;
    - de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis en expertise met betrekking tot (het werken met) kwetsbare groepen;
    - de mate waarin bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten de betrokkenheid van bewoners en/of ervaringsdeskundigen is geborgd;
    - gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en cultuursensitiviteit;
    - de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling;
    - de mate van continuïteit van dienstverlening aan de Amsterdammer;
    - de prijs-kwaliteitsverhouding;
    - de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken.
    4..
    De aanvragen worden binnen het van toepassing zijnde subsidieplafond geheel of gedeeltelijk gehonoreerd naar de volgorde van de rangschikking waarvoor subsidie is aangevraagd.
    
    Artikel 1.7 Weigeringsgronden
    1..
    In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen als de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden.
    2..
    In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:
    - naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor financiering op grond van een andere regeling is voorgeschreven of mogelijk is;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college te grote risico’s met zich mee brengen voor de ontwikkeling, gelijke behandeling, gezondheid of veiligheid van deelnemers of andere betrokkenen;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling en/of niet in overeenstemming zijn met gemeentelijk beleid;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college niet passen binnen de subsidiabele activiteiten zoals in deze regeling omschreven;
    - de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende aansluiten bij de gebiedsgerichte opgave(n) sociale basis en de collegeprioriteiten binnen die opgave;
    - voor uitvoering van de activiteiten een hoger bedrag of meer uren inzet wordt gerekend dan door het college redelijk wordt geacht;
    - de aanvrager naar het oordeel van het college niet of onvoldoende beschikt over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave;
    - naar het oordeel van het college in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet;
    - de activiteiten naar de oordeel van het college onvoldoende blijk geven van gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en onvoldoende blijk geven van cultuursensitiviteit.
    
    Artikel 1.8 De aanvrager in geval van een samenwerkingsverband
    Als binnen een samenwerkingsverband één van de betrokken partijen optreedt als penvoerder en namens het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient, draagt deze de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de beschikking.
    
    Artikel 1.9 Aanvraagtermijn
    1..
    Aanvragen om een periodieke subsidie dienen overeenkomstig de ASA 2013 te worden ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
    2..
    Aanvragen om een éénmalige subsidie kunnen worden ingediend tussen 1 januari en 31 december van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
    3..
    Aanvragen om éénmalige subsidie als bedoeld in artikel 1.5, derde lid, kunnen worden ingediend vanaf het moment dat het college op de website van de gemeente bekend heeft gemaakt dat voor deze activiteiten subsidie kan worden aangevraagd.
    
    Artikel 1.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
    In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:
    - een activiteitenplan waarin naast het omschrijven van de activiteiten wordt uitgewerkt:of sprake is van gebiedsgerichte activiteiten met daarbij op welk stadsdeel/stadsdelen, gebied(en), buurt of wijk de aangevraagde subsidie betrekking heeft;de criteria uit artikel 1.6, derde lid;de doelgroep(en) op wie de activiteiten zijn gericht;
    - een begrotingsform
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.