Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen
Gemeente Amsterdam
Voor culturele instellingen in Amsterdam die door coronamaatregelen in financiële moeilijkheden zijn geraakt.
Ook bekend als Eerste herziening Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen, Fase 4 noodsteun cultuur
Waar is deze subsidie voor?
Eenmalige noodsteun voor Amsterdamse culturele instellingen die financiële schade hebben geleden door coronamaatregelen. Twee doelgroepen: Kunstenplaninstellingen en overige culturele instellingen. Totaal budget € 9 miljoen (€ 6 miljoen voor groep 1, € 3 miljoen voor groep 2).
Voor wie is het bedoeld?
Voor culturele instellingen in Amsterdam die door coronamaatregelen in financiële moeilijkheden zijn geraakt.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Noodsteun aanvragen voor culturele instelling vanwege coronacrisis
- Compensatie verlies inkomsten door coronamaatregelen
- Steun voor theater, museum of kunstinstelling in Amsterdam
Voorwaarden
- Instelling moet in Amsterdam zijn gevestigd
- Instelling moet gericht zijn op het algemeen nut
- Kernactiviteiten moeten ontleend zijn aan kunst- en cultuurdisciplines
- Instelling mag geen aanvullende ondersteuning RAOCCC ontvangen
- Instelling moet voldoende gebruik hebben gemaakt van Rijksmaatregelen
- Instelling moet aantoonbare acties hebben ondernomen om gevolgen zelf op te vangen
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Voor deze subsidieregeling geldt voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 een subsidieplafond van € 9 miljoen.”
Toon brontekst
Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 160, eerste lid Gemeentewet en het besluit van het college d.d. 8 mei 2020 inzake de uitwerking van een steunmaatregel voor Kunstenplaninstellingen in aanvulling op de generieke economische Rijksmaatregelen en de specifieke Rijksmaatregelen voor de cultuursector. besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - algemene reserve: vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden op grond van wet, statuten of subsidievoorwaarden om deze aan te houden (ook wel overige reserves genoemd); - AFK: Amsterdams Fonds voor de Kunst, dat binnen het kader van de Hoofdlijnen onder andere periodieke subsidies verleent aan kunstinstellingen die niet behoren tot de Amsterdam Bis; - Amsterdam Bis: Amsterdamse Basis Infrastructuur bestaande uit daartoe in de Hoofdlijnen aangewezen kunstinstellingen; - ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; - continuïteitsreserves: reserves die tot doel hebben de continuïteit van de instelling te waarborgen, ook wel aangeduid als calamiteitenreserves; - coronamaatregelen: alle maatregelen van het Rijk en de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland gericht op het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus zoals sluiting van theaters, afgelasten van evenementen, samenkomsten en concerten; - college: college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; - culturele instelling: instelling van algemeen nut die is gevestigd in Amsterdam en op basis van statuten zijn kernactiviteiten ontleent aan één of meer kunst- en cultuurdisciplines, en artistiek-inhoudelijke (met inbegrip van cultuureducatieve) publieksactiviteiten organiseert. - Gelieerde rechtspersoon: rechtspersoon waarmee de aanvrager nauwe banden onderhoudt en die een noemenswaardige invloed heeft op het resultaat en/of het functioneren van de aanvrager. Er is sprake van een noemenswaardige invloed als een rechtspersoon feitelijk beleidsbepalende invloed kan uitoefenen in een andere rechtspersoon, bijvoorbeeld door middel van het benoemen van bestuursleden. - Kunstenplan: de door de gemeenteraad ter uitwerking van de Hoofdlijnen vastgestelde nota over het gemeentelijk beleid waarin een overzicht is opgenomen van de door het college te subsidiëren instellingen in de Amsterdam Bis en door het AFK te subsidiëren overige instellingen; - Kunstenplaninstelling: instelling die een periodieke vierjarige subsidie ontvangt in het kader van het Amsterdamse Kunstenplan; - Kunstenplansubsidie: een periodieke subsidie die op basis van de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan (Amsterdam Bis) of op basis van de subsidieregeling vierjarige subsidies AFK wordt verstrekt; - noodkas: budget dat door het college is gereserveerd om steunmaatregelen uit te financieren in het kader van de coronamaatregelen; - overige compensatiemaatregelen: algemene maatregelen en (coulance)regelingen van andere overheden dan het Rijk waarvan kunst- en cultuurinstellingen gebruik kunnen maken en die als doel hebben de ondersteuning in verband met gederfde inkomsten als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan; - RAOCCC: regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 (tweede aanvullend steunpakket van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en aangevuld met eventuele uitbreidingen op de RAOCC hierop voor de tweede helft van 2021 vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - Rijksmaatregelen: maatregelen van het Rijk om de financiële gevolgen van de coronacrisis deels te compenseren. Dat zijn algemene economische maatregelen waar ook de cultuursector gebruik van kan maken, en maatregelen specifiek voor de cultuursector (additioneel noodpakket voor de cultuursector van het ministerie van OCW), die deels door Rijkscultuurfondsen worden uitgevoerd); - steunfonds: een aan een instelling gelieerd fonds dienend om financieel steun te verlenen onder van te voren aangegeven voorwaarden; - steunmaatregel: gemeentelijke steunmaatregel in verband met de coronamaatregelen voor Kunstenplaninstellingen; - verlies: de som van:de gemiste inkomsten als gevolg van de coronamaatregelende extra kosten als gevolg van de coronamaatregelenverminderd met: de extra inkomsten als gevolg van de algemene en specifieke compensatieregelingen van het Rijk als mede van door andere overheden getroffen (coulance)regelingen;de lagere uitgaven als gevolg van de coronamaatregelen en extra besparingen;de extra bijdragen van gelieerde partijen zoals een steunfonds; - weerstandsvermogen: de noodzakelijke financiële buffer van een instelling voor het opvangen van calamiteiten. Het minimale weerstandsvermogen betreft een percentage, zoals bepaald in artikel 5 eerste lid onder a, b of c van de gerealiseerde baten in 2019; - eigen inkomsten: het totaal van de publieksinkomsten, directe en indirecte opbrengsten en bijdragen uit private middelen. Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De ASA 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling of in de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3. Doel subsidieregeling Het doel van de subsidieregeling is om door middel van het verstrekken van een eenmalige subsidie, Amsterdamse culturele instellingen van algemeen nut en die als gevolg van de coronamaatregelen in hun voortbestaan worden bedreigd, te ondersteunen zodat ze hun (herziene) activiteiten kunnen voortzetten binnen de geldende coronamaatregelen. Hoofdstuk 2. Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie Artikel 4. Subsidiabele activiteiten en doelgroepen 1.. Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als gedeeltelijke compensatie van de verliezen die worden geleden als gevolg van de coronamaatregelen in de periode van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 aan de volgende te onderscheiden culturele instellingen: - Kunstenplaninstellingen die een vierjarige subsidie ontvangen van de gemeente of het AFK in het kader van het Kunstenplan 2021-2024 en niet in aanmerking komen voor een bijdrage op basis van de RAOCCC die betrekking heeft op de tweede helft van 2021; - culturele instellingen die geen vierjarige subsidie ontvangen in het kader van het Kunstenplan 2021-2024 en niet in aanmerking komen voor een bijdrage op basis van de RAOCCC. 2.. Indien de instelling huurder is van de gemeente Amsterdam, kan het college de subsidie of een deel van de subsidie in mindering brengen op de huurverplichting. Artikel 5. De hoogte van de subsidie 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van de volgende formule: de hoogte van het verlies van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2020 voor zover dit nog niet is ingezet voor de verliezen in de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een minimaal weerstandsvermogen te behouden: - voor instellingen die 50% of meer eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen eind 2020 gedefinieerd als 10% van de gerealiseerde baten 2019; - voor instellingen die tussen 25% en 50% eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen eind 2020 gedefinieerd als 7,5% van de gerealiseerde baten 2019; - voor instellingen die minder dan 25% eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen gedefinieerd als 5% van de gerealiseerde baten 2019; 2.. In aanvulling op het eerste lid geldt dat de hoogte van de subsidie; - voor instellingen als bedoeld in artikel 4 onder a maximaal € 1,0 miljoen bedraagt; - voor instellingen als bedoeld in artikel 4 onder b maximaal € 0,5 miljoen bedraagt. Artikel 6. Subsidieplafond 1.. Voor deze subsidieregeling geldt voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 een subsidieplafond van € 9 miljoen. 2.. Het subsidieplafond genoemd in het eerste lid wordt verdeeld in de volgende twee deelsubsidieplafonds voor: - de instellingen als bedoeld in artikel 4 onder a: € 6 miljoen waarvan maximaal € 2,7 miljoen voor uitbetaling via een vermindering van de huurverplichting; - de instellingen als bedoeld in artikel 4 onder b: € 3 miljoen waarvan maximaal € 0,3 miljoen voor uitbetaling via een vermindering van de huurverplichting. 3.. Indien een deelsubsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, worden alle te verlenen subsidies verlaagd met een gelijk percentage, oftewel naar rato totdat het plafond toereikend is. 4.. Indien na honorering van alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, een bedrag resteert in een subsidiedeelplafond, wordt dit bedrag toegevoegd aan het andere deelsubsidieplafond, voor zover dit laatstgenoemde plafond ontoereikend blijkt voor alle in aanmerking komende aanvragen. Artikel 7. De aanvrager Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Artikel 8. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.. In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 wordt bij de subsidieaanvraag ingediend door Kunstenplaninstellingen als bedoeld in artikel 4 onder a: - het gespecificeerde verlies voor de periode van 1 juli tot 1 januari 2022 (formulier aanvraag) als gevolg van de overheidsmaatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus; - de omvang van de algemene reserve op 31 december 2020; - de omvang van de continuïteitsreserves op 31 december 2020; - een onderbouwing van de noodzakelijke inzet van de algemene reserve en/of de continuiteïtsreserve voor de verliezen in de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2021; - de omvang van de gerealiseerde baten op 31 december 2019; - definitieve jaarrekening 2020; - een overzicht en bijbehorende afschriften van alle aangevraagde en/of reeds ontvangen steunmaatregelen via Rijk, fondsen, provincie en gemeente of gelieerde partijen ten behoeve van de tweede helft 2021. 2.. In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 wordt bij de subsidieaanvraag ingediend door culturele instellingen als bedoeld in artikel 4 onder b: - een onderbouwing dat aanvrager voldoet aan de definitie van culturele instelling - het gespecificeerde verlies voor de periode van 1 juli tot 1 januari 2022 (formulier aanvraag) als gevolg van de overheidsmaatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus; - de omvang van de algemene reserve op 31 december 2020; - de omvang van de continuïteitsreserves op 31 december 2020; - een onderbouwing van de noodzakelijke inzet van de algemene reserve en/of de continuiteïtsreserve voor de verliezen in de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2021; - de omvang van de gerealiseerde baten op 31 december 2019; - begroting 2021; - definitieve jaarrekening 2020; - een overzicht en bijbehorende afschriften van alle aangevraagde en/of reeds ontvangen steunmaatregelen via Rijk, fondsen, provincie en gemeente of gelieerde partijen ten behoeve van de tweede helft 2021; - definitieve jaarrekening 2019. 3.. Het college kan als onderdeel van de beoordelingsprocedure nadere informatie opvragen die noodzakelijk is voor het beoordelen van de aanvraag. Artikel 9. Aanvraagtermijn eenmalige subsidies 1.. In afwijking van artikel 6 van de ASA 2013 wordt een subsidieaanvraag voor een subsidie voor deze regeling uiterlijk 28 november 2021 ingediend bij het college. 2.. Indien een aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager een termijn gegund van twee werkdagen om de aanvraag aan te […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.