Subsidieverordening Fietsparkeren
Gemeente Amsterdam
Voor eigenaren, beheerders en exploitanten van fietsenstallingen (buurtstallingen en bestemmingsstallingen) die werkzaamheden willen uitvoeren ter verbetering van veiligheid en toegankelijkheid.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidie voor de aanleg en verbetering van veilige en goed toegankelijke fietsenstallingen (buurtstallingen en bestemmingsstallingen) in Amsterdam. Maximaal €400 per fietsplaats, of €800 bij omvangrijke bouwkundige aanpassingen. Verdeling op basis van volgorde van binnenkomst.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren, beheerders en exploitanten van fietsenstallingen (buurtstallingen en bestemmingsstallingen) die werkzaamheden willen uitvoeren ter verbetering van veiligheid en toegankelijkheid.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een buurtstalling in mijn wijk veiliger en beter toegankelijk maken
- Ik beheer een fietsenstalling en wil deze moderniseren met betere beveiliging
- Ik wil een geautomatiseerd slot, camerabeveiliging of betere verlichting in mijn stalling installeren
Voorwaarden
- Activiteiten moeten bijdragen aan veiligheid en toegankelijkheid van fietsenstallingen
- Minimaal 2 concurrerende offertes per activiteit vereist
- Maximale subsidie per fietsplaats eenmaal per 5 jaar
- Andere subsidies voor dezelfde activiteiten worden in mindering gebracht
- Voor buurtstallingen: huurcontract en toestemming verhuurder vereist
- Voor zakelijk gerechtigden: akte van zakelijk recht vereist
- Aanvraag tot vaststelling binnen 3 maanden na voltooiing werkzaamheden
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“De subsidie bedraagt ten hoogste € 400 per fietsplaats. In afwijking van het eerste lid kan het College een subsidie verstrekken van ten hoogste € 800 per fietsplaats, indien voor het realiseren van een veilige en goed toegankelijke fietsenstalling omvangrijke bouwkundige aanpassingen vereist zijn.”
- Subsidieverordening FietsparkerenOfficiële regelgeving (CVDR) · lokaleregelgeving.overheid.nl7 jul 2026
Toon brontekst
Subsidieverordening Fietsparkeren Inhoud Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - het College: het College van Burgemeester en Wethouders; - fietsplaats: de plek waar één fiets kan worden gestald; - fietsenstalling: een buurt- of bestemmingsstalling; - buurtstalling: stalling hoofdzakelijk bestemd voor het stallen van de fiets in de eigen woonomgeving; - bestemmingsstalling: bewaakte fietsenstalling ten behoeve van bezoekers van nabij gelegen voor het publiek toegankelijke bestemmingen. Artikel 1:2 Doel van de subsidie en subsidiabele activiteiten 1.. Met deze verordening wordt beoogd het stimuleren van de aanleg van veilige en goed toegankelijke stallingen en het veilig, goed toegankelijk en gebruiksvriendelijk maken van bestaande stallingen. 2.. Voor subsidie komen de volgende activiteiten in aanmerking: - het installeren van een geautomatiseerd slot en toebehoren; - het installeren van een inbraakbestendige deur; - het installeren van camerabeveiliging; - het plaatsen van fietsenrekken; - het aanbrengen van een adequate verlichting; - het schilderen van de binnenruimte van de fietsenstalling; - het ondersteunen van de aanvrager bij het indienen van zijn aanvraag en bij de uitvoering van de gesubsidieerde werkzaamheden; - het maken en verspreiden van reclamemateriaal ten behoeve van promotie van de fietsenstalling. 3.. Het College van Burgemeester en Wethouders kan andere activiteiten of werkzaamheden aanwijzen die voor subsidie in aanmerking komen, voorzover deze naar zijn oordeel bijdragen aan het realiseren van het in het eerste lid vermelde oogmerk. Artikel 1:3 Subsidieverdeling 1.. De subsidie wordt verstrekt op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2.. Het College van Burgemeester en Wethouders is bevoegd een subsidieplafond vast te stellen. Artikel 1:4 Hoogte van het subsidiebedrag 1.. De subsidie bedraagt ten hoogste € 400 per fietsplaats. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het College een subsidie verstrekken van ten hoogste € 800 per fietsplaats, indien voor het realiseren van een veilige en goed toegankelijke fietsenstalling omvangrijke bouwkundige aanpassingen vereist zijn, die het in het eerste lid vermelde bedrag aanzienlijk te boven gaan. 3.. Indien voor één van de in artikel 1:2, tweede lid, vermelde activiteiten subsidie wordt verkregen, wordt dat bedrag in mindering gebracht op de door het College te verstrekken subsidie. Paragraaf 2 Aanvraag en verlening subsidies Artikel 2:1 De aanvraag 1.. Voor de aanvraag van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een door het College vastgesteld aanvraagformulier. 2.. Bij de aanvraag van de beschikking tot subsidieverlening worden de volgende stukken overgelegd: - een afschrift van een huurcontract; - een verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder instemt met de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - een tekening op schaal 1:100 van de stalling; - een afschrift van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; - een exploitatieoverzicht van het voorgaande jaar; - een exploitatieprognose voor het jaar volgend op dat van de aanvraag; - een begroting, betrekking hebbende op de te subsidiëren activiteiten; - gespecificeerde offertes van de te subsidiëren werkzaamheden; - minimaal 2 concurrerende offertes per activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - een kopie van een recent bankafschrift van de subsidieaanvrager. 3.. Indien de aanvrager zakelijk gerechtigde is met betrekking tot de ruimte waarin de fietsenstalling wordt geëxploiteerd, is het tweede lid onder a en b niet van toepassing met dien verstande dat hij in dat geval een akte overlegt waaruit zulks ten genoegen van het College blijkt. 4.. Het tweede lid onder e is niet van toepassing ten aanzien van een nieuwe fietsenstalling. Artikel 2:2 Beslistermijn 1.. Het College van Burgemeester en Wethouders beslist binnen acht weken na indiening van de aanvraag tot subsidieverlening. 2.. Het College van Burgemeester en Wethouders kan deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen; het College doet hiervan tijdig mededeling aan de aanvrager. Artikel 2:3 Weigeringgronden 1.. Het College van Burgemeester en Wethouders kan de subsidie weigeren, indien zich een in artikel 2:3 van de Algemene Subsidieverordening 2004 vermelde grond voordoet. 2.. Het College van Burgemeester en Wethouders weigert de subsidie, indien - in de fietsenstalling auto’s kunnen worden geparkeerd; - de fietsenstalling niet voor tenminste de helft van het oppervlak in gebruik is voor het stallen van fietsen. Artikel 2:4 Aanhouden van de aanvraag 1.. Aanvragen die niet kunnen worden ingewilligd vanwege de overschrijding van het subsidieplafond, worden aangehouden tot het jaar volgend op dat van de aanvraag. 2.. Indien ook in dat jaar vanwege het vastgestelde subsidieplafond geen middelen beschikbaar zijn, wordt de aanvraag alsnog geweigerd. Paragraaf 3 Verplichtingen voor subsidietoekenning Artikel 3:1 Verplichtingen 1.. Aan de subsidie voor een buurtstalling worden in ieder geval de volgende verplichtingen verbonden: - de abonnementhouder heeft door middel van een sleutel of tag permanent toegang tot de stalling; - de fietsenstalling wordt na verlening van de subsidie tenminste gedurende vijf jaar geëxploiteerd; - de stalling wordt geregeld schoongemaakt en verkeert in een goede staat van onderhoud; - de fietsenstalling kent een jaar na vaststelling van de subsidie een bezettingsgraad van tenminste 50% van de voor fietsen bestemde plaatsen; - de exploitant van de fietsenstalling levert jaarlijks voor 1 maart een overzicht van de bezetting van het voorafgaande jaar; - de werkzaamheden in het kader van de subsidieaanvraag worden binnen een jaar na de datum van subsidieverlening afgerond; - de subsidie wordt conform de ingediende begroting besteed. 2.. Indien de subsidieontvanger de subsidie wil besteden voor andere activiteiten of werkzaamheden, behoeft hij hiervoor vooraf toestemming van het College; deze wordt in ieder geval geweigerd, indien het andere activiteiten of werkzaamheden betreft dan die vermeld zijn in artikel 1:2, tweede lid of andere dan die welke zijn aangewezen op grond van artikel 1:2, derde lid. 3.. Aan een subsidie voor een bestemmingsstalling worden dezelfde verplichtingen verbonden als die zijn vermeld in het eerste lid met uitzondering van die vermeld onder a. Paragraaf 4 Aanvraag en vaststelling Artikel 4:1 De aanvraag 1.. De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na voltooiing van de werkzaamheden een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het College in. 2.. Bij de aanvraag worden overlegd: - een gespecificeerde rekening van baten en lasten, betrekking hebbende op de gesubsidieerde activiteiten of investering, alsmede een duidelijke toelichting op deze rekening in relatie tot de begroting; - kopie facturen met betrekking tot de uitgevoerde werkzaamheden en - een verklaring als bedoeld in artikel 2:393, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek (accountantsverklaring), indien de subsidieaanvraag meer dan 50.000 euro bedraagt. Artikel 4:2 Grondslag vaststelling 1.. Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de subsidie vast ter hoogte van het netto bedrag van de verrichte werkzaamheden. Indien de aanvrager door middel een verklaring van de belastingdienst aantoont dat hij geen recht heeft op restitutie van de BTW, wordt de subsidie vastgesteld ter hoogte van het bruto bedrag van de verrichte werkzaamheden. 2.. Alleen daadwerkelijk gemaakte en noodzakelijke kosten worden vergoed op basis van de ingezonden facturen. De subsidie kan per fietsplaats nooit meer bedragen dan de in artikel 1:4 genoemde bedragen. Artikel 4:3 Beslistermijn Het College van Burgemeester en Wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Paragraaf 5 Voorschotten en betaling Artikel 5:1 Voorschot en betaling 1.. Aan de subsidieontvanger wordt een voorschot verleend van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag. 2.. Uitbetaling van het voorschot vindt plaats binnen acht weken na de subsidieverlening. Artikel 5:2 Definitieve afrekening 1.. Het subsidiebedrag wordt binnen acht weken na vaststelling van de subsidie betaald onder verrekening van het betaalde voorschot. 2.. Het College kan deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen; het College doet hiervan tijdig mededeling aan de aanvrager. Paragraaf 6 Slotbepalingen Artikel 6:1 Aanvraag van subsidie door stadsdelen 1.. Het dagelijks bestuur van een stadsdeel kan een aanvraag indienen voor een bijdrage voor de in artikel 1:2 vermelde activiteiten dan wel voor de activiteiten die krachtens het derde lid zijn aangewezen; 2.. Op een dergelijke aanvraag, de beslissing daarop, het verlenen van een voorschot alsmede de vaststelling van de bijdrage zijn de bepalingen van hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 6:2 Toezicht Het College van Burgemeester en Wethouders kan toezichthouders aanwijzen. De toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Artikel 6:3 Evaluatieplicht Binnen drie jaren na inwerkingtreding van de verordening wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. Artikel 6:4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. Artikel 6:5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Fietsparkeren. Toelichting Algemeen Op het verstrekken van subsidies is naast de Subsidieverordening Fietsparkeren de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) de van toepassing. Als de Algemene subsidieverordening Amsterdam ook van toepassing is wordt hiervan expliciet melding gemaakt. Over het algemeen zal de subsidie worden aangevraagd door natuurlijke personen: stallingbeheerders. Ook rechtspersonen kunnen de subsidie aanvragen. Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1:1 Buurtstallingen en Bestemmingstallingen Buurtstallingen zijn fietsenstallingen in én ten behoeve van een woonbuurt. Deze stallingen zijn voor de abonnementhouders toegankelijke door middel van een sleutel of tag. Bestemmingstallingen zijn bewaakte fietsenstallingen ten behoeve van bezoekers van nabijgelegen openbare bestemmingen. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan winkelgebieden, markten, uitgaansgelegenheden, culturele gelegenheden, openbaar vervoer knooppunten of een combinatie van genoemde locaties. Artikel 1:2 Toepasselijkheid verordening en doel subsidie De subsidies voor fietsenstallingen worden betaald uit het Centraal Mobiliteitsfonds Amsterdam. Met dat fonds wordt onder andere beoogd de gemeentelijke doelstellingen met betrekking tot het verkeers- en vervoersbeleid via een effectief in te zetten instrumentarium te realiseren. In artikel 5 van de Verordening op het Mobiliteitsfonds wordt het doel van het fonds en de besteding van de middelen aangegeven. De middelen van het fonds worden besteed aan projecten die een bijdrage leveren aan het gemeentelijk mobiliteitsbeleid, gericht op het terugdringen van het niet-noodzakelijke autoverkeer. De ter beschikking gestelde middelen kunnen worden aangewend conform de bepalingen van de bijzondere subsidieverordening Fietsparkeren. Het college is bevoegd een subsidieplafond vast te stellen. De wettelijke aanspraken op subsidie worden beperkt tot dit bedrag. De subsidie is in eerste instantie bedoeld voor buurtfietsenstallingen. Toegankelijke en veilige buurtstallingen helpen bij het terugdringen van fietsendiefstal in woonbuurten en zorgen voor een netter straatbeeld doordat er minder fietsen op straat staan geparkeerd. De subsidies kunnen betrekking hebben op: - Slot en toebehoren, een geautomatiseerd slot wordt aanbevolen. Een geautomatiseerd slot vereenvoudigt het beheer. Er kan bijvoorbeeld gemakkelijk worden bijgehouden wie er in de stalling is geweest en of […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.